Nederland ontbeert een Grondwettelijk Hof als enig land in Europa. Rechterlijke willekeur is dan ook dagelijkse praktijk

De principes van de grondrechten zijn een paradox, want de grondrechten
zijn gebaseerd op de principes van Parijs (Franse Revolutie)

Artikel 7. lid 1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten
of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.


Europese Grondwet . . . . . SDN Homepage . . . . Nederlandse Grondwet

http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cmsUpload/st06655-re01.nl08.pdf

1953: André Donner (ARP), zijnde de vader van huidig minister Piet Hein Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties was vanaf 17 april 1950 tot 6 januari 1954 lid van de Staatscommissie Van Schaik die de herziening van de Grondwet van 1953 heeft voorbereid. Met deze herziening van de Grondwet heeft artikel 60 van de Grondwet de volgende uitbreiding gekregen bewijs 2).

“De rechter treedt niet in beoordeling van de grondwettigheid van overeenkomsten.”

De definitie van “verdrag” met vreemde Mogendheden heeft de Grondwetscommissie 1950 Commissie Van Eysinga, in het plenaire verslag van 16 september 1950 als volgt vastgelegd: “Zonder op volledigheid aanspraak te maken, laat de Commissie hier volgen een lijstje van de meest bekende benamingen; Traktaat (treaty, traité), Conventie (convention (Engels en Frans) ), Handvest (Charter, charte, covenant, pacte), Statuut, Akte, Slotakte (final act, acte final), Algemene Akte, (general act, acte general), Accoord, (agreement, accord), Schikking (arrangement Engels en Frans)), Verklaring of declaratie (declaration, declaration), Protocol (protocol, protocole), Proces-verbaal (procés-verbal), Overeenkomst, Brief - of notawisseling, Lettres annexes (covering letters), Modus vivendi,Arbitrage-compromis, Memorandum d’Accord (Memorandum of Understanding), Memorandum.”

Hiermee zit vanaf 1953 in Nederlandse Grondwet verankerd dat de grondwettigheid van Verdrag, Traktaat (treaty, traité), Conventie (convention (Engels en Frans) ), Handvest (Charter, charte, convenant, pacte), Statuut, Akte, Slotakte (final act, acte final), Algemene Akte, (general act, acte general), Accoord, (agreement, accord), Schikking (arrangement Engels en Frans) ), Verklaring of declaratie (declaration, declaration), Protocol (protocol, protocole), Proces-verbaal (procés-verbal), Overeenkomst, Brief - of notawisseling, Lettres annexes (covering letters), Modus vivendi, Arbitrage-compromis, Memorandum d’Accord (Memorandum of Understanding), Memorandum, etc. met vreemde Mogendheden niet gerechtelijk mag worden getoetst.

 

Omdat de grondwettigheid van een Verdrag, Conventie, Handvest, Convenant, Statuut, Akte, Akkoord, Schikking, Verklaring, Declaratie, Protocol, Proces-verbaal, Overeenkomst, Brief, Nota, Arbitragecompromis, Memorandum, e.d. niet door de rechter mag worden beoordeeld, betekent dat die niet mag worden getoetst aan de Grondwet (art. 94 Grondwet, Ned.), waardoor die binnen Nederland geen geldende wettelijke toepassing hebben. André Donner heeft dat allemaal kunnen doen zonder daarbij ook maar enig risico te lopen. Zijn vader Jan Donner was toen (van 1946 tot 1961) immers president Hoge Raad der Nederlanden.

 

1962: als gevolg van deze Grondwetswijziging, die door toedoen van de vader van Piet Hein Donner tot stand is gekomen, is voor Vice-president Louis Joseph Maria Beel (KVP) en Voorzitter Koningin Juliana van de Raad van State de weg vrijgemaakt om positief advies uit te uitbrengen waarop het kabinet De Quay (KVP, CHU, ARP (thans: CDA) en VVD)) op 21 april 1962 de Bestrijdingsmiddelenwet van kracht heeft verklaard die geen rekening houdt met:

- de nadelige gevolgen van deze bestrijdingsmiddelen gedurende de gebruiksfase en in de afvalfase;

- en waarbij de niet werkzame chemische stoffen, zijnde onbekende andere zeer giftige, giftige, bijtende of schadelijke stof(fen)

  niet op het etiket behoeven  worden vermeld:

in zeer ernstige mate in strijd met de artikelen 1, 21 en 22 van de Grondwet, wat niet meer door een rechter mag worden beoordeeld (bewijs 1, bewijs 2, bewijs 3, bewijs 4 ). 
 

De grootaandeelhouders van Shell/Billiton (waaronder het Koninklijk Huis en de Nederlandse Staat) hebben van deze door de Raad van State en Nederlandse Staat bewust ingebouwde tekortkomingen in de Bestrijdingsmiddelenwet handig gebruik gemaakt om haar hoog problematisch gevaarlijk afval, met daarin zeer hoge concentraties uiterst giftige volledig in water oplosbare kankerverwekkende stoffen arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI), als bestrijdingsmiddel duur te kunnen verkopen in plaats van tegen zeer hoge kosten eeuwig duur te laten opslaan, waartoe zij in ieder geval vanaf 1986 wettelijk verplicht waren (bewijs 1, bewijs 2, bewijs 3, bewijs 4, bewijs 5).


Achteraf is men erachter gekomen dat deze met de hulp van André Donner ingebouwde tekortkomingen in de Bestrijdingsmiddelenwet zal leiden tot niet meer te betalen schadeclaims richting Shell/Billiton (en daarmee richting het Koninklijk Huis en de Nederlandse Staat). Dit vanwege het simpele feit dat een “Overeenkomst of “Verdrag” waarvan de grondwettigheid door toedoen van André Donner niet meer door een rechter mag worden beoordeeld geen “Wet is, zoals de Bestrijdingsmiddelenwet.
 

1983: dezelfde André Donner (ARP), zijnde de vader van huidig minister Piet Hein Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties was vanaf 1967 tot 1971 (mede)voorzitter van de Staatscommissie Cals-Donner die de algehele herziening van de Grondwet in 1983 hebben voorbereid. Met deze herziening van de Grondwet is artikel 120 in de algehele herziene Grondwet opgenomen, dat luidt "De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen.”

 

Door in 1983 het zelfstandige artikel 120 in deze algehele herziene Grondwet op te nemen met toevoeging van “Wetten” is het schade aansprakelijkheidsprobleem vanuit 16,5 miljoen Nederlanders en 500 miljoen Europeanen richting Shell/Billiton (en daarmee richting het Koninklijk Huis en de Nederlandse Staat) vanwege de op 21 april 1962 ingebouwde tekortkomingen in de Bestrijdingsmiddelenwet weggenomen. Daarmee heeft André Donner voor Vice-president Willem Scholten (CDA) en Voorzitter Koningin Beatrix van de Raad van State de weg vrijgemaakt om positief advies uit te uitbrengen waarop het Kabinet Lubbers I (CDA en VVD) heeft beslist dat bij de toelating van bestrijdingsmiddelen niet meer mag worden getoetst aan de volgende hieronder ingelaste artikelen 1, 21 en 22 van de Grondwet:

 

Artikel 1 Grondwet

Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

 

Artikel 21 Grondwet

De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu.

 

Artikel 22 Grondwet

1. De overheid treft maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid.

2. Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.

3. Zij schept voorwaarden voor maatschappelijke en culturele ontplooiing en voor vrijetijdsbesteding.

 

Daarmee heeft André Donner met de hulp van de Raad van State, de Staat der Nederlanden en de politieke partijen CDA en VVD weten te bewerkstelligen dat bedrijven als Shell/Biliton/Budelco onder de dekmantel van “duurzaamheid” met miljarden euro’s aan overheidssubsidie (belastinggeld) via bestrijdingsmiddelen (waaronder Superwolmanzout-Co) tientallen/honderden miljoenen kilogrammen valselijk geëtiketteerd zeer giftige kankerverwekkende stoffen als arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI), zijnde hoogproblematisch gevaarlijk afval van met name Billiton/Shell/Budelco, via geïmpregneerd hout bij de consumenten in huizen en tuinen zijn gedumpt zonder dat daartegen bestuursrechtelijk, civielrechtelijk of strafrechtelijk kan en mag worden opgetreden. André Donner heeft dat in de periode vanaf 1967 tot 1971 weten te bewerkstelligen. Dit met de wetenschap dat dezelfde André Donner in diezelfde periode (vanaf 7 oktober 1958 tot 29 maart 1979) lid was van het Hof van Justitie der Europese Gemeenschappen te Luxemburg betekent dat hij dit ook in die hoedanigheid heeft gedaan, waarmee het Hof van Justitie van de Europese Unie en daarmee het Gerecht door huidig minister Piet Hein Donner (CDA) van Binnenlandse Zaken en koninkrijksrelaties chantabel is geworden.

Zie ook:
https://www.youtube.com/watch?v=VzoaxTudJks&feature=youtu.be
https://www.youtube.com/watch?v=9MX99tN7-uE
https://www.youtube.com/watch?v=XMNL_xJV7e8
https://www.youtube.com/watch?v=9qJvKYiIH2g