Op pad met
de
gerechtsdeurwaarder
Meer dan een
onheilsbode
Zijn
stoffige
image schudt
hij langzaam
van zich af.
Want naast
openbaar
ambtenaar is
hij ook een
moderne
zelfstandig
ondernemer.
Een dagje op
pad met de
gerechtsdeurwaarder.
“Het is
altijd weer
spannend wat
je binnen
aantreft. Is
het huis al
leeg, of
komen de
kakkerlakken
je
tegemoet?”
Gerechtsdeurwaarder
Paul van
Roon (42)
heeft
vandaag weer
een aantal
ontruimingen
op zijn
programma
staan. Het
is half
negen in de
ochtend als
hij komt
aanrijden
bij het
adres van
een nalatige
huurder in
Amsterdam-Zuidoost.
De
verhuiswagens
staan al
voor de
deur. Naast
Van Roon zit
inspecteur
van politie
Hans Bulters,
in uniform.
“Volgens de
wet moet
eigenlijk de
burgemeester
hierbij
aanwezig
zijn, om de
belangen van
de bewoners
in de gaten
te houden”,
legt Van
Roon uit.
“Maar die
taak is
gedelegeerd
aan de
commissaris
van politie
en die laat
het weer
over aan een
inspecteur.”
De
gerechtsdeurwaarder
is ‘de baas’
tijdens de
ontruiming,
maar de
inspecteur
mag
ingrijpen
als hij
vindt dat
dingen te
ver gaan.
“Dat komt
niet vaak
voor”, zegt
Bulters. Ik
heb zelf één
keer
ingegrepen.
Toen wilde
de
deurwaarder
voor een
bedrag van
driehonderd
gulden aan
niet
betaalde
omroepbijdrage,
een deur
intrappen.
Dat vond ik
in strijd
met de
proportionaliteit,
dus dat heb
ik niet
toegestaan.”
In het huis
zijn de
rolgordijnen
naar
beneden. Van
Roon drukt
een paar
keer op de
deurbel en
als er niet
wordt
gereageerd
geeft hij de
slotenmaker
een seintje
dat hij zijn
werk mag
doen. Het
gaat om een
achterstallige
huur van
vierduizend
gulden,
Bulters gaat
akkoord.
Paul van
Roon werd in
1985 beëdigd
tot
gerechtsdeurwaarder
en hij zou
niets anders
meer willen.
“Het is een
prachtig
beroep, al
zit je wel
in een
glazen kooi.
De ene helft
van de
bevolking
heeft je
nodig om
dingen voor
elkaar te
krijgen, de
andere helft
ziet je
liever aan
hun deur
voorbijgaan.
Je wordt van
alle kanten
bekeken:
door de
overheid, je
opdrachtgevers
en de mensen
waartegen je
werkt. Maar
je staat
midden in de
maatschappij
en geen dag
is
hetzelfde.”
De
gerechtsdeurwaarder
is een
openbaar
ambtenaar,
beëdigd bij
Koninklijk
Besluit,
maar hij
wordt niet
betaald door
de overheid.
Hij is
zelfstandig
ondernemer
en moet zelf
zijn belegde
boterham op
de plank
zien te
krijgen.
Naast zijn
deurwaarderstaken
moet Van
Roon dus ook
gewoon een
bedrijf
runnen. Hij
heeft ruim
tienduizend
lopende
zaken.
Ongeveer de
helft van
zijn
opdrachten
komt van de
overheid.
Zijn andere
opdrachtgevers
zijn
advocaten,
woningbouwverenigingen,
incassobureaus,
maar ook
particulieren.
Van Roons
modern
ingerichte
kantoor in
Amsterdam-West
is groot en
licht. Zijn
personeel
veelal jong
en vlot.
Het
saaie imago
van de
beroepsgroep
is allang
achterhaald.
In navolging
van de
advocatuur
is ook de
gerechtsdeurwaarder
jaren
geleden
‘afgestoft’.
Van Roon:
“We zijn
moderne
ondernemers
en we treden
ook steeds
meer naar
buiten,
sinds een
aantal jaar
geleden het
publicatieverbod
is
opgeheven.
We hebben
dan wel voor
bepaalde
werkzaamheden
een
monopoliepositie
– het
betekenen
van
ambtelijke
stukken en
het
tenuitvoerleggen
van
rechterlijke
vonnissen
door
beslaglegging
of
ontruiming -
maar mensen
vergeten
vaak dat we
voor een
ander deel
van ons werk
moeten
concurreren
op de markt.
We voeren
bijvoorbeeld
ook een
gewone
incassopraktijk;
we innen
rechtstreeks
vorderingen
voor zowel
particulieren
als
bedrijven.
Op dit
gebied zijn
we een
concurrent
voor
advocaten en
incassobureaus.”
Dat de
gerechtsdeurwaarder
nog meer is
dan een
onheilsbode,
is niet
algemeen
bekend. Het
geven van
juridisch
advies, het
opstellen
van
contracten,
procesvertegenwoordiging
bij de
kantonrechter;
van al deze
markten is
hij thuis.
“We zijn
bevoegd om
van het
begin tot
het einde
een
procedure te
doen. Tot en
met de
executie.
Dat is uniek
in
Nederland”,
aldus Van
Roon. Ook
taxaties,
toezicht
houden op
veilingen en
openbare
verkopen, en
het
opstellen
van akten
van
constatering
behoren tot
zijn taken.
“Dat laatste
komt
bijvoorbeeld
voor op
verzoek van
een bank die
gaat
verhuizen.
Niet alle
klanten
komen in
zo’n geval
braaf hun
kluisje
legen. De
gerechtsdeurwaarder
maakt die
kluisjes
open en
noteert wat
er in ligt.
Het aantal
naaktfoto’s
dat we
aantreffen
is overigens
aanzienlijk…”
Eens in de
drie weken
kruipt Van
Roon ook nog
in de
traditionele
deurwaardersrol,
en roept op
het
kantongerecht
en het
gerechtshof
de zittingen
uit (de
Amsterdamse
rechtbank
zet hier
tegenwoordig
bodes voor
in). Maar
ontruimen
vindt hij
een van de
leukste
dingen om te
doen. Zielig
is het
zelden. Van
Roon: “We
komen
natuurlijk
niet als
Superman uit
de lucht
vallen.
Zeker bij
ingrijpende
dingen als
een
ontruiming
of
beslaglegging
weten mensen
al ruim van
tevoren dat
dat gaat
gebeuren en
krijgen ze
de
gelegenheid
om het te
voorkomen.
Als het op
ontruimen
aankomt zijn
in negen van
de tien
gevallen de
bewoners al
vertrokken
met hun
spulletjes
en is het
huis leeg.
Of trekt
iemand
alsnog een
stapel
bankbiljetten
uit zijn
jasje.
Mensen
zetten je
soms voor
verrassingen.”
Een
gerechtsdeurwaarder
heeft dan
ook meer
nodig dan
een goede
kennis van
het
burgerlijk
procesrecht.
Improvisatievermogen
en sociale
vaardigheden
zijn volgens
Van Roon
onontbeerlijk.
“Je komt bij
mensen thuis
en we zijn
niet bepaald
de
felicitatiedienst.
Het is leuk
om voor je
opdrachtgever
geld binnen
te halen,
maar ik vind
het ook
belangrijk
om de
debiteur te
overtuigen
dat ie moet
betalen. Als
het even kan
probeer je
toch een
regeling te
treffen door
naar de
inkomenspositie
van de
mensen te
kijken. Een
ontruiming
of een
openbare
verkoop van
goederen
waar beslag
op is
gelegd, is
pas het
einde van
het
executietraject.
Voor het
zover is
probeer je
al om het
conflict op
te lossen.”
Een beetje
humor kan
ook geen
kwaad,
blijkt als
Van Roon met
zijn ploeg
de woning in
Zuidoost
binnengaat.
Alles staat
er nog.
Sterker nog,
het huis
ziet er uit
alsof de
bewoners een
ontruiming
niet
verwachtten.
Fles wijn
naast de
bank, een
paar
dameslaarsjes,
een gevulde
koelkast.
“Zou best
onderhuur
kunnen
zijn”,
vermoedt Van
Roon. “Die
komen straks
thuis van
hun werk en
treffen een
leeg huis
aan. Dat is
rot. Maar ik
moet m’n
werk doen.”
Hij neemt
plaats op de
zwarte leren
bank, steekt
een sigaar
op en kijkt
toe hoe de
verhuisploeg
de Sony
breedbeeldtelevisie
weghaalt.
Als het
servies in
dozen wordt
gedaan,
breekt er
een
champagneglas.
“O, jé”,
zegt Van
Roon
lachend.
“Het is mijn
ervaring dat
als er
tijdens een
ontruiming
een glas
breekt, dat
een heel erg
duur glas
was.”
Boven zijn
er twee
kamers op
slot. Als de
slotenmaker
ook daar
zijn werk
heeft
gedaan,
schatten de
verhuizers
in dat er
nog twee
uurtjes
extra werk
bijkomen. De
kamers staan
vol met
spullen. Van
Roon: “In
dit soort
gevallen is
het toch
belangrijk
dat je het
een beetje
leuk maakt
met elkaar.
Het komt wel
eens voor
dat je van
acht uur ’s
morgens tot
zes uur ’s
avonds bezig
bent met het
ontruimen
van één
huis. Kom
dan de dag
maar eens
door als je
niet met
elkaar kunt
lachen en
niets te
vertellen
hebt.”
Collega
Michael
Swier zit
deze middag
in de auto
om exploten
rond te
brengen. Het
werk van
gerechtsdeurwaarder
is hem door
zijn vader
met de
paplepel
ingegoten.
Swier beaamt
dat de
beroepsgroep
veranderd
is. “Deze
generatie
gerechtsdeurwaarders
verschilt
behoorlijk
van de oude
garde. Dat
waren vaak
mensen die
min of meer
toevallig in
die wereld
terecht zijn
gekomen. Nu
kiezen ze
wat
gerichter
voor het
vak. En er
worden
zwaardere
eisen
gesteld,
want je hebt
ook te maken
met een
ander soort
debiteuren.
Die zijn
veel
mondiger en
vrijer
geworden.
Vroeger
stond de
deurwaarder
erop dat een
exploot
persoonlijk
werd
aangenomen.
Ik heb in
mijn
praktijk te
maken met
mensen die
weigeren van
vierhoog
naar beneden
te komen.”
Ook vandaag
moet Swier
het grootste
deel van
zijn
exploten in
de
brievenbus
achterlaten.
Bijna
niemand is
thuis. In
een grauwe
galerijflat
in
Amsterdam-West
doet een
jongetje van
een jaar of
zes de deur
open. “Ik
heb hier
iets voor je
vader.”
Swier stopt
de
dagvaarding
in een
envelop en
geeft deze
aan het
jongetje.
“Het is
altijd een
beetje
aftasten of
je wel of
niet iets
moet afgeven
aan
kinderen”,
zegt hij als
hij
terugloopt
naar zijn
Volvo. Weten
ze ervan of
niet?
Kinderen
vanaf een
jaar of
veertien
zijn meestal
op de hoogte
en dan
vertel ik ze
wel wat ik
kom doen. In
Marokkaanse
gezinnen
spreken de
kinderen
vaak beter
Nederlands
dan de
ouders. Dan
krijg je de
rare
situatie dat
er een
discussie
met de
debiteur
ontstaat via
de kinderen,
die moeten
vertalen.
Dat is wel
eens
lastig.”
Swier
parkeert
zijn auto
een paar
straten
verderop.
Zijn
exploten
liggen
keurig op
route. “De
volgende is
een
aanzegging
van een
ontruiming
voor
volgende
week
donderdag.
Er is een
behoorlijke
huurachterstand.”
De zwager
van de
debiteur
opent de
voordeur.
Hij is druk
bezig met
opruimen. Er
hangt een
nare lucht
in de
woning. De
debiteur
zelf is aan
het
telefoneren
achter in de
tuin. Hij
weet wat
Swier komt
doen. Op de
tafel liggen
allerlei
paperassen,
ook brieven
van de
gerechtsdeurwaarder.
“Ik ben
bedonderd”,
zegt hij als
hij
binnenkomt.
Ik heb zelf
een tijd in
het
buitenland
gezeten en
dacht dat
alles keurig
werd
doorbetaald.
Maar het
komt in
orde, hoor.
Ik ben druk
aan het
regelen”, en
hij wijst op
de papieren.
“Prima”,
zegt Swier.
“Zorg dat
het volgende
week
woensdag is
betaald,
want anders
moeten we
echt
ontruimen.”
Swier
gelooft het
verhaal niet
echt. Hij
hoort ze
regelmatig.
En de meeste
adressen
kent hij al
goed, daar
komt hij
herhaaldelijk.
“Die mensen
laten het
steeds
opnieuw
zover komen.
En
uiteindelijk
betalen ze
op het
allerlaatste
moment.
Hebben ze
toch weer
ergens geld
kunnen
regelen.”
Swier ziet
het ook wel
liever zo.
“We zijn
ongebonden,
dus
eigenlijk
maakt het
ons niet uit
of wij
betaald
worden door
de debiteur
of onze
opdrachtgever.
Misschien
wil onze
opdrachtgever
zijn huurder
wel liever
kwijt, maar
wij proberen
ook de
debiteur te
adviseren.
Soms willen
opdrachtgevers
het
onmogelijke
en dan zeg
ik ook dat
het niet
kan. Dat kan
op zuiver
juridische
gronden
zijn, maar
soms is het
een
gevoelsmatige
grens. Als
ik weet dat
iemand
gevaarlijk
is
bijvoorbeeld.
Ik ga mijn
leven niet
riskeren. De
meeste
advocaten
begrijpen
het als je
iets niet
wil doen.
Zij mogen
immers ook
een opdracht
weigeren.”
Swier stopt
bij het
hoofdkantoor
van de
sociale
dienst.
“Even een
paar
loonbeslagen
leggen.” Hij
groet de
portier en
mag direct
doorlopen
naar de
afdeling
post en
archief.
Daar treft
hij een
collega die
ook net
beslag heeft
laten leggen
op een
aantal
bijstandsuitkeringen.
“Altijd
gezellig om
even ergens
een
babbeltje te
kunnen
maken, als
je zo’n
dagje in de
auto zit.”
De volgende
bestemming
is de ING
Bank.
“Deurwaarder!”,
roept hij
als hij zich
meldt bij de
parkeergarage.
De slagboom
zwaait open.
Hij gaat
beslag
leggen op de
saldo’s van
een paar
bankrekeningen.
Vaak zijn
dat dingen
die nogal
acuut moeten
gebeuren,
bijvoorbeeld
omdat iemand
van plan is
om naar het
buitenland
te
vertrekken. Swier: “In
de praktijk
betekent
dat, dat je
’s ochtends
een
telefoontje
krijgt van
een
advocaat,
dat er die
middag een
beslag gaat
komen. Soms
komt het een
uur later
dan
afgesproken,
omdat die
advocaat er
meer tijd
aan kwijt
was dan hij
dacht. Hij
zadelt ons
dan wel met
een probleem
op, want ons
werk gaat
ook door. We
kunnen niet
de hele
middag op
kantoor
blijven
wachten. We
hebben daar
wel eens
meningsverschillen
over met
advocaten,
maar het is
niet anders.
Als alle
deurwaarders
op pad zijn,
op het
moment dat
de fax
binnenrolt,
is het
jammer voor
die
advocaat.’Morgen
ben je de
eerste’,
zeggen we
dan. De
meesten
hebben daar
begrip
voor.”
“Dat heeft
geen zin”,
zegt Van
Roon door de
telefoon.
“Als u hier
arriveert
ben ik al
weg en is uw
huis leeg.”
Meneer B.,
de huurder
en toch ook
bewoner van
de woning in
Zuidoost, is
woedend.
Zijn
buurvrouw
heeft hem
telefonisch
gealarmeerd
en hij staat
op het punt
om in zijn
auto te
stappen en
vanuit
Maastricht
naar huis te
rijden. Van
Roon wilde
net beginnen
met het
ontruimen
van de
kamers op de
bovenverdieping,
toen de
buurvrouw
aankwam met
haar mobiele
telefoon.
Meneer B.
zegt alles
betaald te
hebben. Voor
Van Roon is
deze
mededeling
geen
aanleiding
om de
ontruiming
te stoppen.
Hij heeft
zijn vonnis.
Even later
krijgt Van
Roon de
advocaat van
B. aan de
telefoon.
Van Roon
wordt ervan
beschuldigd
geen
rechtsgeldige
titel te
hebben voor
de
ontruiming,
omdat B.
onlangs nog
enkele
betalingen
zou hebben
verricht.
Dat laatste
klopt weet
Van Roon,
maar een
huurachterstand
is er nog
steeds. Hij
bestudeert
het vonnis.
“Die
advocaat zit
ernaast”,
concludeert
hij. “Hier
staat
letterlijk:
‘de
kantonrechter
wijst erop
dat
betalingen
ingevolge
dit vonnis
allereerst
in mindering
strekken van
de na heden
te vervallen
betalingstermijnen’.
Sommige
advocaten
proberen van
alles.”
Dan komt er
toch nog een
onverwachte
wending. Dit
maakt Van
Roon zelden
mee: de
buurvrouw
biedt aan
het hele
bedrag te
betalen voor
B.
Vierduizend
gulden
huurachterstand
en
vijftienhonderd
gulden
deurwaarderskosten.
Van Roon
schorst de
ontruiming
en belt zijn
opdrachtgever.
Die gaat
akkoord en
de buurvrouw
gaat naar de
bank. “Het
kan
natuurlijk
zijn dat ze
niet met
geld
terugkomt,
maar met
sterke
vriendjes”,
zegt Van
Roon. Hij
heeft het
een keertje
meegemaakt.
Dat was
overigens
een van de
weinige
keren dat
hij met
agressie te
maken heeft
gehad. “Dat
komt echt
nauwelijks
voor. Het
ligt
natuurlijk
aan je
opstelling,
maar als het
goed is zien
ze heus wel
in dat jij
niet degene
bent tot wie
ze hun
kwaadheid
moeten
richten. Het
is mijn
opdrachtgever
die een
vordering op
ze heeft.
Vaak zie je
dat ze toch
voornamelijk
kwaad zijn
op zichzelf,
dat ze niet
eerder
betaald
hebben.”
Soms gaat
het wel mis.
Van Roon
herinnert
zich een
collega die
het
ziekenhuis
is
ingeslagen.
“Dat is
vreselijk en
vergeet je
nooit meer.
Ik had ooit
een
kandidaat op
kantoor die
een
schietincident
heeft
meegemaakt.
Hij heeft
twee jaar
ziek
thuisgezeten
en is
uiteindelijk
uit het vak
gegaan. Hij
kon zijn
angst niet
overwinnen.
Het risico
is er
natuurlijk
altijd, want
we gaan
overal
alleen naar
toe. Als ik
weet dat
iemand
vuurwapengevaarlijk
is, of al
eerder
bedreigingen
heeft geuit,
ga ik niet
of vraag ik
politiebegeleiding.”
Als het geld
daadwerkelijk
arriveert,
schrijft Van
Roon een
kwitantie
uit en geeft
hij de
verhuizers
toestemming
om de
spullen weer
terug te
zetten. De
dozen worden
niet
uitgepakt.
Dat mogen
meneer en
mevrouw B.
zelf doen
als ze
thuiskomen.