Klokkenluider Karel de Werd vecht 35 jaar om recht en kreeg zwijggeld van de bonden wegens boycot van zijn bedrijf

De SP pleegt verraad aan de democratische rechtsstaat voor - zover nog aanwezig -
door het algemeen belang op te offeren aan strikt persoonlijk en partijpolitiek belang !


Homepage Karel de Werd <=======> Mijn schotschrift met strafrechtelijke immuniteit


       


    ---- Original Message -----
    From: "Bommel van H."
    To: "'Free-Spirit'"
    Cc:
    Sent: Sunday, November 02, 2003 1:27 PM
    Subject: RE: Vragen aan de Minister van Justitie

    > Geachte heer De Werd,
    >
    > Deze kwestie heb ik met Jan de Wit en zijn medewerker besproken. Het blijkt
    > dat men de zaak indertijd goed heeft bekeken, maar dat men geen mogelijkheid
    > zag politiek actie te ondernemen. Dat is een beslissing waar ik niet
    > in kan en wil treden.
    >
    > Dat de minister geen actie onderneemt tegen de afbeelding op het
    > internet, zie ik als zijn zaak en mogelijk zijn probleem. Ik zou het
    > niet pikken als het mijn persoon betrof. Maar ook hier geldt; dat is
    > een beslissing waar ik niet in kan en wil treden.
    >
    > Ik realiseer me dat dit bericht u niet verder helpt. Ik wil u echter
    > geen onduidelijkheden laten.
    >
    > Met een groet, >
    > Harry van Bommel >



    > -----Oorspronkelijk bericht-----
    > Van: Free-Spirit [mailto:freespirit01@planet.nl]
    > Verzonden: zaterdag 1 november 2003 12:24
    > Aan: Harry van Bommel
    > Onderwerp: Vragen aan de Minister van Justitie
    >
    >
    > Geachte heer van Bommel,
    >
    > Evenals uw fractie, heb ik ook u in Dordrecht op de hoogte gesteld van
    > de feitelijke omstandigheid, dat het OM als Wetshandhaver formeel de
    > stelling heeft betrokken, dat het veelvuldig plegen van meineed ter aanranding
    > van een behoorlijke procesgang, ondanks art. 207 lid 1 en 2 Sr. niet
    > strafrechtelijk dient te worden vervolgd. Erger nog dat daartoe zelfs drie
    > bevelen van het Gerechtshof ex.art. 12i Sv aan de Officier van
    > Justitie gegeven tot het strafrechterlijk vervolgen van meineed,
    > volstrekt werden genegeerd, zodoende werd plaatsgenomen op de stoel
    > van de Formele Wetgever en de Zittende Magistratuur, hetgeen inmiddels
    > de Minister van Justitie op 23 juli 2003 formeel bij de Nationale
    > Ombudsman heeft bekend.
    >
    > De heer de Wit liet mij weten, dat hij de indruk had dat niets tegen
    > het plegen van meineed werd ondernomen en achtte dat ernstig. Hij vroeg mij
    > dan ook zoveel mogelijk wettig overtuigend bewijs te leveren. Nadat ik hem
    > daarmede heb overspoeld liet hij niets meer van zich horen. Het is dringend
    > noodzakelijk dat aan Mr. Donner wordt gevraagd waarom het OM als
    > Wetshandhaver formeel de stelling heeft betrokken, dat het veelvuldig plegen
    > van meineed ondanks art. 207 lid 1en 2 Sr. niet strafrechterlijk dient
    > te worden vervolgd. En waarom daartoe de bevelen van het Gerechthof
    > ex.art. 12i Sv. volstrekt worden genegeerd.
    >
    > Tot slot waarom de Minister van Justitie geen juridische actie
    > onderneemt tegen de Werd ondanks dat hij hem en de Wijkerslooth als
    > Adolf Hitler heeft afgebeeld daarvan middels e-mail inmiddels
    > zestigduizend exemplaren over de gehele Wereld heeft verzonden en
    > daarmede ongestoord verder gaat, terwijl de Minister hierover in de
    > media laat weten, dat geen aanklacht tegen hem zal worden ingediend.
    >
    > U zou met uw fractie hierover in overleg treden, kunt u mij inmiddels
    > kenbaar maken of en zo ja, waanneer de SP hierover vragen aan de
    > Minister gaat stellen?
    >
    > Vriendelijke groet,
    >
    > K.H.de Werd
    >
    >
    > **********************************************************************
    > Tweede Kamer der Staten-Generaal www.tweedekamer.nl
    >
    > Aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend.
    > Dit elektronisch bericht is uitsluitend bestemd voor de geadresseerde.
    > Als u dit bericht per abuis hebt ontvangen, wordt u verzocht het te
    > vernietigen en de afzender te informeren. Wij adviseren u om bij
    > twijfel over de juistheid of de volledigheid van dit bericht contact
    > op te nemen met afzender.
    >
    > No rights can be derived from this message.
    > This electronic message is intended only for the addressee. Should you
    > have received this message in error, you are kindly requested to
    > delete it and inform the sender. Should you question the accuracy or
    > the completeness of this message, you are advised to contact the
    > sender.
    > **********************************************************************



    Amsterdam, 2 november 2003

    Geachte heer van Bommel,

    Hartelijk voor uw reactie,

    Gaarne verneem ik van u waarom collega de Wit geen mogelijkheid zag om politieke actie te ondernemen. Immers, ik heb mij veel moeite getroost om hem het wettig overtuigend bewijs te leveren van het feit dat het OM als Wetshandhaver formeel de stelling heeft betrokken, dat het veelvuldig plegen van meineed ter aanranding van een behoorlijke procesgang niet strafrechterlijk dient te worden vervolgd. Erger nog, dat daartoe zelfs drie bevelen van het Gerechtshof ex. art. 12i Sv door de Officier van Justitie volstrekt werden genegeerd; hetgeen Donner inmiddels bij de Nationale Ombudsman formeel heeft bekend.

    Zowel mr. de Wit als u hebben bij installatie in de Tweede Kamer een ambtseed afgelegd. U beiden hebt eveneens begrepen, althans worden geacht te hebben begrepen, dat de rechtszekerheid van allen op Nederlands grondgebied in het geding is. Dan kunt u beiden toch niet te goeder trouw de klokkenluider met een nietszeggend schrijven het bos in sturen en op deze wijze het Algemeen Belang opofferen aan strikt persoonlijk of partijpolitiek belang. Hoe verdraagt zich dit met de website van de SP die een oproep doet om ernstige misstanden te melden en de uitlatingen van de heer Marijnissen, dat hij houdt van mensen die hun nek durven uitsteken waar zij zich ook moge bevinden.

    Hoe is het wat dat betreft met de nek van Marijnissen zelf? Ik heb daarvan tot op heden nog geen millimeter gezien en dan ook nog de Rode Hondprijs uitreiken voor de meest kritische burger! Hoe valt dit uit te leggen? Zowel de Wit als L. Stöpler hebben gemeend mij in de maling te kunnen nemen. De Wit schreef mij dat hij het ernstig vond indien er tegen het plegen van meineed niets zou worden ondernomen. Hij vroeg mij dan ook zoveel mogelijk het bewijs daarvan te leveren. Vanaf het moment dat ik hem dat heb geleverd begon hij de boel te bedonderen, samen met L. Stöpler die zich zelfs daarbij voordeed als ware hij geestelijk onvolwaardig.

    Welnu, Jan de Witbeduvelt mij niet straffeloos. Hij stelt gewoon de vragen die hij in het Algemeen Belang behoort te stellen in plaats van Donner in zijn kont te kruipen. Daartoe heeft hij nog een week de tijd, zo niet dan heeft de SP er ook iemand met een Hitlersnor op het Internet bij. Wat u zelf betreft heer van Bommel, ook uw reactie staat op gespannen voet met uw ambtseed. U bent formeel op de hoogte van het feit dat het OM als wetshandhaver formeel de stelling heeft betrokken, dat het veelvuldig plegen van meineed ter aanranding van een behoorlijke rechtsgang niet strafrechterlijk diende te worden vervolgd. Voorts dat daartoe zelfs de bevelen van het Gerechthof aan de Officier van Justitie volstrekt werden genegeerd. Zodoende werd door het Openbaar Ministerie plaatsgenomen op de stoel van de Formele Wetgever en van de Zittende Magistratuur.

    Het is u voorts bekend, dat minister Donner hierover op 23 juli 2003 een volledige bekentenis heeft afgelegd bij de Nationale Ombudsman. Ik wens, gelet op de ernst van de situatie, op zn minst te weten waarom de SP niet aan de Minister vraagt wat de reden is geweest, dat het OM als wetshandhaver formeel de stelling heeft betrokken dat het veelvuldig plegen van meineed ter aanranding van een behoorlijke procesgang niet strafrechterlijk dient te worden vervolgd; en waarom zes dwingende uitspraken van de Rechtbank, het Gerechthof en Hoge Raad der Nederlanden, waaronder drie bevelen ex art. 12i Strafvordering aan de Officier van Justitie gegeven tot het vervolgen van meineed door hem volstrekt werden genegeerd. Dit door deze bevelen in strijd met de formele wet ter verjaring op te leggen.

    Het is toch meer dan van den zotte dat u als Tweede Kamerlid een Minister van Justitie met Hitlersnor en SS-tekens en een Procureur-generaal met een groot hakenkruis op het voorhoofd accepteert. Hoe verdraagt zich dit met uw geloofwaardigheid als Tweede Kamerlid en/of het ambt dat beiden pretenderen te bekleden? En de oppositie die de SP pretendeert te voeren in zn Algemeen?

    Vertrouwende op spoedig tegenbericht uwerzijds,

    K.H.de Werd



    Amsterdam d.d. 3 november 2003

    Aan de Heer van Bommel, lid Tweede Kamerfractie der Staten Generaal.

    Geachte heer van Bommel,

    Hartelijk dank voor uw reactie,

    Uw doorverwijzing naar mr. de Wit is zinloos, want die vent deugt voor geen meter, evenals zijn medewerker L. Stöpler die zich bij mij zelfs als geestelijk onvolwaardig heeft voorgedaan om de boot af te kunnen houden.

    Als dit soort lieden de SP vertegenwoordigen, dan heeft die partij zijn beste tijd gehad. Ik heb respect voor de heer Marijnissen gelet op de wijze waarop hij de SP heeft opgericht, zodoende aan de macht is gekomen, maar daar blijft het dan ook bij. Immers: Hij accepteert zelfs een Procureur-generaal en een Minister van Justitie die beiden als Adolf Hitler staan afgebeeld op mijn homepage, waarvan tot op heden zestigduizend e-mails over de gehele wereld zijn verzonden. Dit ondanks dat hij pretendeert oppositie te kunnen voeren, terwijl hij via het internet burgers oproept om toch vooral ernstige misstanden bij hem aan te kaarten om daartegen gezamenlijk iets te kunnen ondernemen.

    Hij verklaarde daartoe zelfs in de media dat hij van klokkenluiders houdt die het aandurven om hun nek uit te steken. Hij wil daarover zelfs discussiëren om daarvan te kunnen leren. Volgens zijn zeggen is hij daartoe voor een ieder bereikbaar per brief, telefoon en via e-mail op het internet. De praktijk heeft echter uitgewezen dat hij net zo slecht te bereiken is als alle andere politici. Hij heeft daartoe zelfs een buffer om zich heen geformeerd, bestaande uit mr. de Wit en diens medewerker L. Stöpler, met de opdracht burgers met hun klachten zo ver mogelijk het riet in te sturen. L. Stöpler doet zich daarbij voor als zijnde een volstrekte idioot!

    De oorzaak ligt in het feit dat politici, ook die van de SP, behoren tot de beste en duurste toneelspelers en even betrouwbaar zijn gebleken als een junk die moet scoren. In de media treden zij naar buiten met een sociaal gezicht, gekleed in dure maatpakken met veel schoudervulling om zo stoer mogelijk over te komen. Zij hebben daartoe zelfs een mediatraining gevolgd, hetgeen u kunt zien aan het feit dat zij allen de zelfde lichaamstaal gebruiken. Want het gaat er om dat hun kermis zo goed mogelijk aan het stemvee wordt verkocht. Indien u de tv-opname van de bouwenquête bekijkt, dan ziet u dat de gesjeesde advocaat mr. de Wit duidelijk last heeft van een minderwaardigheidscomplex. Hij was uitsluitend bezig met de vraag of hij wel goed in de media overkwam en bleek zelfs niet in staat om één enkele vraag te stellen die de juridische oplichter de Wijkerslooth in problemen zou kunnen brengen.

    Om de zelfde redenen gaat hij onder het oog van de camera in discussie met Donner in een poging zich te bewijzen. Donner verwijst hem vervolgens als een klein kind terug naar zijn oppositiebankje en deze viel vervolgens onder de ogen voor geheel Nederland waarneembaar in slaap. Dit in de wetenschap dat hij wat de oppositie betreft van de SP niets heeft te vrezen. En dan te bedenken dat de Wit en de gehele SP-fractie op de hoogte is van criminele activiteiten waarbij Donner ter aanranding van onze democratische rechtsorde (voorzover nog aanwezig) in samenspanning met de Wijkerslooth betrokken is. Hij weigert botweg daarover aan Donner vragen te stellen, omdat veel politici ondanks hun ambtseden het algemeen belang opofferen aan strikt persoonlijk en/of partijpolitiek belang. Dit gaat zelfs zo ver, dat de gehele SP-fractie een Minister van Justitie accepteert met een hitlersnor.

    Niet één van hen vraagt aan Donner (die in de media heeft laten weten dat geen strafrechterlijke aanklacht zal volgen), hoe dat zich verdraagt met zijn geloofwaardigheid en/of de waardigheid van het ambt dat hij pretendeert te kunnen bekleden. Anders gezegd, Donner beschikt bij gebrek aan politieke controle over absolute macht. Door dit toe te staan is het duidelijk dat de gehele SP-fractie uit de rechtsgeschiedenis niets heeft geleerd. De Staat der Nederlanden heeft roetzwarte bladzijden in haar rechtsgeschiedenis geschreven, waarbij gewelddaden tegen de menselijkheid hoogtij vierden. Men behoeft niet bang te zijn dat die geschiedenis zich herhaalt, dat is inmiddels al gebeurd. De SP staat daarvoor middels ernstig nalaten garant; ondanks dat daarmede ook de toekomst van hun eigen kinderen wordt geofferd.

    Met het aantreden van genoemde partij in de politieke arena is de oppositie morsdood gebleken. Dit alles ten gerieve van het eigen belang en/of partijpolitiek belang. Zij zitten slechts voor zichzelf op het plush en weten dat ook zelf als geen ander. De vlotte babbel en mooie beloftes van de Marijnissen doen daar niets aan af. Hieronder treft u een brief aan van de gesjeesde advocaat Jan de Wit d.d. 8 oktober 2002, waarin hij mij kenbaar maakt:

      Wat u in uw brief aan de orde stelt is ernstig te noemen. Als er meineed wordt gepleegd, dan moet dat vervolgd worden. U verhaal wekt de indruk dat er bewust niets mee wordt gedaan. Ik ben heel benieuwd of u daar bewijzen voor heeft. Kunt u mij misschien wat meer helderheid verschaffen?



    Zoals u ziet is het adres onder aan de brief onleesbaar, zo verstuurt dus advocaat de Wit zijn brief. En nadat ik hem had overspoeld met het wettig overtuigend bewijs waarom hij mij had verzocht, zogenaamd omdat hij het ernstig vond indien er tegen het plegen van meineed niets zou worden ondernomen, verdween hij volkomen onbereikbaar als sneeuw voor de zon. Een zekere L. Stöpler had hij opdracht gegeven om de boot af te houden; en die stond mij herhaalde malen te woord als ware hij geestelijk onvolwaardig. Zo werkt dat dus bij de Socialistische Partij. De oorzaak ligt in de belangenverstrengeling. De Tweede Kamer wordt hoofdzakelijk gevormd door advocaten, rechters, juristen en academisch geschoolden die zelf nimmer met de handen hebben gewerkt en nauwelijks nog contact meer hebben met de samenleving. Althans het werkende deel daarvan, en zodoende het algemeen belang opofferen aan strikt persoonlijk en partijpolitiek belang.

    A.Wolfsen@tk.parlement.nl B.Dittrich@tk.parlement.nl

    Dit ondanks dat zij allen een ambtseed hebben afgelegd. Die werd al vergeten op het moment dat zij hem aflegden. De SP doet al het mogelijke om dit achter een sociaal gezicht te verbergen in de media. Echter ook die partij accepteert zelfs een Minister van Justitie met hitlersnor en verkwanselt daarmede haar eigen doelstellingen als geen ander. Natuurlijk hebben allen daarbij de mond vol over het recht en normen en waarden, waarbij zij eveneens voortdurend de mond vol hebben over een democratische rechtstaat, waarin de rechter het laatste woord dient te hebben. Daarbij vermelden zij niet dat zij allen hun eigen normen en waarden hebben waarmee door hen op de democratische rechtstaat wordt gepist. De SP is daar geen uitzondering op, want de gehele SP-fractie is op er van op de hoogte. Zij allen weten dat:

    1. Het OM als Wetshandhaver formeel de stelling heeft betrokken, dat het veelvuldig plegen van meineed ter aanranding van een behoorlijke procesgang, niet strafrechterlijk dient te worden vervolgd en dat daartoe zelfs drie bevelen van het Gerechthof ex. Art. 12i Sv door de Officier van Justitie middels fraude, dus in strijd met de Formele Wet, ter verjaring werden opgelegd. Zodoende werd plaatsgenomen op de stoel van de Formele Wetgever (op die van de nalatige klootzakken zelf dus) en op die van de Zittende Magistratuur.

    2. De Minister van Justitie hierover op 23 juli 2003 bij de Nationale Ombudsman een volledige bekentenis heeft afgelegd. Dit echter niet, alvorens hij in samenspanning met de Wijkerslooth verwoede pogingen heeft ondernomen om al het wettig overtuigend bewijs terzake te verduisteren, hetgeen hen niet is gelukt anders dan door eigen toedoen; te weten door mijn persoonlijk ingrijpen.

    3. De Procureur-generaal de Wijkerslooth en Donner zich met hun medeweten al ruim een halfjaar op mijn hompage zijn afgebeeld als Adolf Hitler waarvan inmiddels zestigduizend exemplaren over de gehele Wereld zijn verzonden en waarop Donner reageerde in de media: dat daarop geen strafklacht zal volgen. Geen enkele vraag wordt hierover aan Donner gesteld, zelfs niet de vraag hoe zich het voorgaande verdraagt met zijn geloofwaardigheid en/of de waardigheid van het ambt, dat beiden pretenderen te kunnen bekleden.

    Het is ronduit verbijsterend dat hierover geen vragen worden gesteld. Dit is het overtuigend bewijs dat onze democratische rechtstaat al is weggegleden in een ambtelijke dictatuur. Dezelfde lieden die daarvoor medeverantwoordelijk zijn onder het motto "Wir haben es nicht gewßt", terwijl zij het allen wisten, begeven zich op 5 mei naar de Dam om de gevallenen uit de Tweede Wereldoorlog te gedenken ter volksverlakkerij! En dezelfde lieden zijn bereid gebleken om kruisraketten te gooien op mensen; een vorm van barbarisme om datgene hoog te houden wat in hun ogen in het buitenland het recht vertegenwoordigt. Dat zijn hun waarden en normen. Men vergete dat niet indien u straks in het stemhokje staat. Zij accepteren een Minister van Justitie met hitlersnor; dat zegt meer over henzelf dan zij ooit zouden kunnen vertellen. Een volk dat dit accepteert, heeft geen recht van spreken indien het door hen wordt geknecht en onteerd!

    Deze lieden, allen afkomstig uit de juridische wereld, functioneren als poortwachter in negatieve zin. Alle drie accepteren zij een Minister van Justitie en een Procureur-generaal die afgebeeld staan op het internet als Adolf Hitler waarvan zestigduizend exemplaren zijn rondgezonden over de gehele Wereld en Donner daarop in de media heeft kenbaar gemaakt dat geen strafklacht zal volgen. Alle drie zijn zij volledig op de hoogte van het feit, dat het OM als Wetshandhaver formeel de stelling heeft betrokken, dat het veelvuldig plegen van meineed ondanks art. 207 lid 1en 2 Sr niet strafrechterlijk dient te worden vervolgd. Alle drie zijn zij op de hoogte van het feit, dat de bevelen van het Gerechthof ex.art. 12i Sv aan de Officier van Justitie gegeven tot het strafrechterlijk vervolgen van meineed middels fraude dus in strijd met de Formele Wet ter verjaring door de Officier van justitie werden opgelegd. Alle drie zijn zij er van op de hoogte, dat de Minister van Justitie P.H . Donner op 23 april 2003 daarover formeel een volledige bekentenis heeft afgelegd bij de Nationale Ombudsman.

    • Geen van hen vraagt aan de Minister van Justitie, hoe zich het voorgaande verdraagt met zijn geloofwaardigheid of de waardigheid van het ambt, dat hij pretendeert te kunnen bekleden.

    • Geen van hen vraagt aan de Minister van Justitie, waarom er geen strafklacht tegen de Werd wordt ingediend.

    • Geen van hen vraagt aan de Minister van Justitie, waarom het O.M als Wetshandhaver formeel de stelling heeft betrokken, dat het veelvuldig plegen van meineed ter aanranding van een behoorlijke procesgang niet strafrechterlijk dient te worden vervolgd.

    • Geen van hen vraagt aan de Minister van Justitie, waarom de bevelen van het Gerechthof ex.art. 12i Sv tot drie keer toe aan de Officier van Justitie gegeven tot het strafrechterlijk vervolgen van meineed niet werden opgevolgd, doch in strijd met de Formele Wet ter verjaring werden opgelegd. Waarom zodoende werd plaatsgenomen op de stoel van de Formele Wetgever en de Zittende Magistratuur.

    • Geen van hen vraagt aan de Minister van Justitie waarom drie Politierechters op rij in hun wraking berusten als gevolg van het feit, dat de Werd heeft kenbaar gemaakt, dat er in het geheel geen strafrechterlijke procedure kan plaatsvinden, omdat de Officier van Justitie zich op de stoel van de Zittende Magistratuur bevindt door de bevelen van het Gerechthof volstrekt te negeren.

    Anders gezegd alle drie offeren onze Democratische Rechtstaat voorzover nog aanwezig op aan strikt persoonlijk en/of partij/politiek belang en hebben daarmede hun ambtseed ernstig geschonden. Zij vertegenwoordigen de ambtelijke dictatuur van heden, dat zij daarmede niet te koop lopen doet daar niets aan af. Zij hebben alle drie gemeen, dat zij volledig op de hoogte zijn van de ernst van de situatie doch zich bezondigen aan ernstig nalaten ten laste van de rechtszekerheid van de gehele Nederlandse samenleving door onder het motto "Wir haben es nicht gewußt geen vragen aan de Minister van Justitie over diens betrokkenheid bij zaken die het daglicht niet kunnen verdragen te stellen.

    F.Weisglas@tk.parlement.nl De heer Weisglas is van Joodse afkomst hij weet met mij als geen ander dat de Staat der Nederlanden roetzwarte blz. in haar rechtsgeschiedenis heeft geschreven, waarbij zeer ernstig leed werd toegebracht als gevolg van gewelddaden tegen de menselijkheid waarbij met name het welzijn van de Joodse gemeenschap door Barbaren werd geofferd tot ver in de volgende generaties.

    Het is volstrekt onbegrijpelijk, dat de Heer Wijsglas tot op heden als Kamer Voorzitter nog niet heeft ingegrepen. Gelet op zijn achtergrond zou hij toch als geen ander over het democratische functioneren van de Rechtstaat moeten waken, ter voorkoming dat de geschiedenis zich herhaald. Het is toch meer dan van den zotte, dat zóón man een Minister van Justitie met Hitler snor accepteert! Dat meineed ter aanranding van een behoorlijke procesgang niet strafrechterlijk wordt vervolgd en zelfs de bevelen van het Gerechtshof daartoe niet meer worden opgevolgd? Het kan toch niet waar zijn dat zelfs de heer wijsglas hiervoor zijn ogen sluit ? Het wordt de hoogste tijd heer Wijsglas, dat u de Kamerleden nog eens fijntjes aan hun ambtseed herinnerd. Met name de drie, die naast u staan afgebeeld, zonodig de toegang tot de Tweede Kamer in het Algemeen Belang definitief ontzegd.

    Tot zoverre te uwer informatie heer van Bommel, ik geloof dat u er goed aan doet nog maar eens met uw fractie in overleg te treden over de vraag of wel de juiste koers gevaren wordt. Ik breng uw Minister van Justitie bij deze de Hitlergroet, zou u misschien zo vriendelijk willen zijn die namens mij formeel over te brengen op het moment dat u hem in de wandelgangen van het Tweede Kamer gebouw tegenkomt? Bij voorbaat hartelijke dank.

    Gegroet,

    K.H. de Werd



    Amsterdam d.d. 31 oktober 2003

    Aan de Nationale Ombudsman

    Betreft. 2002. 07732 045 de Werd contra Staat der Nederlanden.


    Zeerweledelgestrenge Vrouwe,

    Hartelijk dank voor de toezending van uw Proces-Verbaal van Bevindingen d.d. 23 oktober 2003. Ik moge daar met uw welnemen als volgt reageren. Voor zover de inhoudelijke strekking van Uw Proces-Verbaal van Bevindingen afwijkt van hetgeen door partijen ter zake al dan niet is bepleit, kan ik mij daarmee verenigen mits dit niet ten laste van mijn juridische belangen komt, waarvan akte.

    U hebt tot mijn vreugde veel aandacht aan uw bevindingen besteed, zodat ik kan volstaan om nog enkele aantekeningen onder uw aandacht te brengen, hetgeen ik wenselijk acht om het risico van dwaling uwerzijds bij gebrek aan de volledigheid van de gegevens zoveel mogelijk uit te sluiten.

      Ter zake zijn betrokken zes partijen numeriek als volgt weer te geven.

    1. De Bouwbonden. Die gebruikten het moordend middel van een ondeugdelijk beslag om mijn bouwbedrijf ten gronde te richten.

    2. De Advocatuur weigerde op ondeugdelijke juridische gronden rechtsbijstand ondank de verplichte procesvertegenwoordiging. ex Art. 133 Rv.

    3. De Staande Magistratuur betrok in strijd met de Formele Wet en de haar wettelijk toebedeelde taak ex. Art. 4 R0, de stelling dat het veelvuldig plegen van meineed niet strafrechtelijk diende te worden vervolgd, en negeerde daartoe middels fraude, dus tegen beter weten in - het zou meer dan van den zotte zijn indien niet het geval - zelfs drie bevelen van het Gerechthof ex. art. 12i Sv door deze in strijd met de Formele Wet ter verjaring op te leggen, zoals Donner onder mijn juridische dwang inmiddels formeel bij u heeft bekend.

    4. De Zittende Magistratuur dwaalde al dan niet opzettelijk veelvuldig op de vele meinedige verklaringen.

    5. De Wijkerslooth en Donner motiveerden hun beslissingen op arglistig, bedrieglijk en juridisch volstrekt onvolwaardig niveau; in ieder geval op een niveau zoals men dat gelet op hun juridische kennis en ervaring te goeder trouw niet zou mogen verwachten. Dit met als geen ander doel dan het wettig overtuigend bewijs ter zake te verduisteren, hetgeen beiden niet is gelukt anders dan door eigen toedoen, te weten: door mijn persoonlijk ingrijpen, waarop Donner formeel in het geheel niet meer wenste te reageren. De zinsnede: "Er werd niets in de archieven van het OM aangetroffen waaruit blijkt dat de bevelen van het Gerechthof niet werden opgevolgd", is daar een goed voorbeeld van.

    K.H. de Werd is als juridische leek in dit illuster gezelschap de enige die niet de Formele Wet heeft overtreden. Integendeel, zowel het Kantongerecht als het Gerechthof heeft herhaalde malen bevestigd dat hem als werkgever niets valt te verwijten, omdat hij volkomen juist heeft gefunctioneerd. Ook in zijn procedures tegen de Staat der Nederlanden (in totaal zeven) werd de Werd in alle gevallen volkomen in het gelijk gesteld en de pogingen van Donner om hem middels een smaadschrift formeel bij uw Nationale Ombudsman overlegd te demoniseren tot een juridsch ongeleid projectiel te benoemen, dat zomaar zittingszalen binnenloopt om bij de rechter aandacht voor zijn zaak te vragen, hebben eveneens jammerlijk gefaald. Nog daargelaten de vraag hoe zich een dergelijk handelen verdraagt met zijn geloofwaardigheid en/of de waardigheid van het ambt dat hij pretendeert te kunnen bekleden.

    De nummers 1 t/m 5 hebben allen in één en de zelfde zaak beroepshalve c.q. ambtshalve ernstig gefaald. De kans dat dit op toeval berust is statistisch één op de tien miljard. Anders gezegd, de Werd werd en wordt nog steeds geconfronteerd met een criminele organisatie ex. art. 140 Sr, met als geen ander doel hem zijn burgerlijke rechten te ontnemen, zoals die bij wet en Internationale Verdragen aan allen op Nederlands grondgebied zijn toegekend.

    In dat kader werd hij zelfs genoodzaakt met de Officier van Justitie notabene als Wetshandhaver ex. art. 4 Ro tien jaar lang een bitter gevecht te voeren over het straffeloos plegen en laten plegen van meineed, waaraan door het OM de toekomst en het levensgeluk van De Werd en zijn gezin werd geofferd, zelfs tot op de dag van vandaag; waarvan akte! En dat terwijl daarover in het geheel niet behoort te worden geprocedeerd, en het Gerechthof zich tot drie keer toe achter de Werd schaarde. Tot drie keer toe werden de Formele Wet en Internationale Verdragen terzijde geschoven, en werd zodoende ter verkrachting van Vrouwe Justitia zelfs plaatsgenomen op de stoel van de Formele Wetgever en van de Zittende Magistratuur. Dit alles terwijl zelfs uit het verkrijgen van één bevel ex. art. 12i Sv tot het strafrechterlijk vervolgen van meineed onomwonden blijkt hoe decadent het OM als Wetshandhaver heeft gefunctioneerd.

    Ik zeg dit geachte Nationale Ombudsman, zodat u zich goed realiseert, dat al hetgeen door mijn juridische tegenpartij wordt aangevoerd, gebaseerd is op eigen juridische mestvaalt. Ik heb als werkgever volstrekt juist gehandeld, daarbij heb ik een zeer goed sociaal beleid gevoerd en geen enkele wet overtreden. Donner probeerde zelfs mijn eer en goede naam aan te randen door formeel bij u een smaadschrift te overleggen. Een smaadschrift aan u overlegd luidende, dat ik de orde zou hebben verstoord en zelfs dat bleek niet het geval, zoals u inmiddels bekend. Ik zeg u dit zodat u zich goed realiseert dat al hetgeen door Donner en de Wijkerslooht hierna gemakshalve samen te noemen Donner wordt gezegd of niet gezegd, gedaan en/of nagelaten niets van doen heeft met mijn persoon, doch rechtstreeks voortvloeit uit hun eigen onrechtmatig functioneren. Zonder dat zouden zij helemaal niets ten laste van mij kunnen aanvoeren zelfs niet één woord.

      Ter zake

    Onder de aanhef klachten op blz. 2 zie ik mijn klacht ter uwer beoordeling gaarne wat ruimer geformuleerd. Immers, ik heb formeel bewezen dat het OM in strijd met de Formele Wet en Internationale Verdragen en nota bene als wetshandhaver ex. art. 4 Ro. formeel de stelling heeft betrokken, dat het veelvuldig plegen van meineed niet strafrechterlijk diende te worden vervolgd. Verder dat daartoe zelf zes dwingende uitspraken van Rechtbank, Gerechthof en Hoge Raad, waaronder zelfs drie bevelen van het Gerechthof ex. art. 12i Sv, door de Officier van Justitie volstrekt werden genegeerd. Dit in die zin dat ondanks genoemde bevelen er formeel nimmer een meineedprocedure heeft plaatsgevonden, hetgeen inmiddels door Donner formeel is erkend. U deskundig oordeel ook hierover is zeer gewenst! Immers ook hierover heb ik bij u geklaagd.

    Met het voorgaande heeft het OM mij in strijd met de Grondwet en Internationale Verdragen de weg naar de rechter afgesneden. Aldus is de Staat der Nederlanden voor zover het de bijdrage van het OM als haar uitvoerend orgaan betreft schadeplichtig vanaf het moment dat het OM mij formeel kenbaar maakte, dat zij de meinedige verdachten ondanks art. 207 lid 1 en 2 Sr. niet strafrechterlijk wenste te vervolgen. Dat de schade niet zou zijn ontstaan als gevolg van het ernstig falen van het OM is onzin, immers men pleegt juist meineed en laat dit plegen om de schadeplicht te ontlopen via een ondeugdelijke rechtsgang.

    Daarbij komt nog dat alles er op wijst, dat de bouwbonden wisten dat hun bestuurders meineed mochten plegen, vandaar dat de Officier van Justitie weigerde hen te vervolgen en formeel kenbaar maakte, dat naar zijn mening bij het strafrechterlijk vervolgen van meineed er verzachtende omstandigheden voor de meinedige verdachte aan het licht zouden kunnen komen die in omgekeerde zin te laste komen van het Gerechthof zelf. Het spreekt vanzelf dat u, Nationale Ombudsman, het voorgaande kwalificeert als onbehoorlijk, het zou meer dan van den zotte zijn indien niet het geval.

    Wat de voorlaatste zinsnede onder de aanhef klacht betreft, moge ik met u welnemen verwijzen naar al hetgeen ik daarover formeel heb aangevoerd, met het verzoek dat alsnog toe te voegen. Onder de aanhef onderzoek, wordt in de voorlaatste zinsnede de situatie niet geheel juist weergegeven. Er wordt gesproken over nieuw ontdekte feiten, op grond waarvan Donner aanleiding zag aanvullend te reageren op de klacht van verzoeker. Deze zinsnede bevat drie storende fouten, waarmede de feitelijke waarheid geweld wordt aangedaan. Te weten: er is in het geheel geen sprake van nieuw ontdekte feiten. Uit de datum op de losse aantekeningen blijkt dat het OM die documenten al in 1988 in bezit had.

    De Minister heeft formeel kenbaar gemaakt dat hij in het geheel niet meer wenste te reageren; en heeft dat ook niet gedaan, waarvan mijnerzijds akte werd gevraagd. Ik heb als Burger niets te maken met de vraag of het bij het OM een administratieve bende is. Ook dat rechtvaardigt niet dat de Minister zomaar terugkomt op de door hen geheel vrijwillig genomen beslissing niet meer te zullen reageren. Temeer daar dit voorbehoud door de Minister nimmer werd gemaakt en mijnerzijds er formeel akte van werd gevraagd dat de Minister had kenbaar gemaakt in het geheel niet meer te zullen reageren. Een dergelijk gedrag acht ik onbehoorlijk en strijdig met goede trouw. Nog daargelaten het feit dat u, Nationale Ombudsman, de onderzoeksfase al had afgesloten, alvorens Donner zijn pennenvruchten en die van de Wijkerslooth wenste te herroepen en uiteindelijk met zijn volledige bekentenis kwam.

    Voorts vermeldt u geachte Nationale Ombudsman onder de aanhef "feiten", dat er twee bevelen ex. art. 12i Sv. zijn geweest. Ik kan mij daarin vinden mits u niet vergeet dat er drie bevelen ex. art. 12i Sv tot het strafrechterlijk vervolgen van meineed aan de Officier van Justitie zijn gegeven en dat ondanks genoemde bevelen er formeel nimmer een meineed-procedure heeft plaatsgevonden.

    Op blz. 15. vermeldt u de aanvullende reactie van de Minister van Justitie. Behoudens zijn volledige bekentenis daarin verzoek ik u het overige in het geheel te negeren. Man aan man, woord aan woord. Met name de hoogmoed waarmee Donner kenbaar maakte dat hij op hetgeen mijnerzijds ter zake werd aangevoerd in het geheel niet meer wenste te reageren, zelfs geen uitleg daarover wenste te geven, deed mij formeel akte daarvan vragen. Ik heb hem daar niet voor niets formeel op vastgepind, met de mededeling dat ik niet zou toestaan dat zonder rechtsgevolgen wederom wordt teruggekomen op eerder ingenomen standpunten. Zeker niet eerder alvorens die door mij zijn weerlegd en waarmee zij negen maanden lang mijn procedure bij u Nationale Ombudsman slepende wisten te houden, waartoe zelfs het instituut tussenoplossing werd gecreerd. Ik blijf daarbij, waarvan akte.

    Een overheid behoort betrouwbaar te blijven. Het gemak waarmee Donner meent ten laste van mij (en dan ook nog met juridisch ondeugdelijke argumenten) terug te kunnen komen op geheel vrijwillig eerder ingenomen standpunten, acht ik onbehoorlijk en strijdig met de betrouwbaarheid van de overheid. Nog daargelaten het feit dat u Nationale Ombudsman kennelijk de smoes gelooft die ten grondslag ligt aan die onbetrouwbaarheid. Te weten: omdat men er toch in was geslaagd de stukken te vinden. Mr. R.W. Asser heeft in zijn brief die ik bij u eveneens als zijnde wettig overtuigend bewijs formeel heb overlegd, de zogenaamde intensieve zoektochten definitief naar het land der fabelen verwezen. Ik ga er vanuit dat ook u Nationale Ombudsman wat dat betreft niet meer in Sinterklaas gelooft. Immers, uit de zinsnede "In de archieven van het OM werd niets aangetroffen waaruit blijkt dat de bevelen van het Gerechtshof niet werden opgevolgd", blijkt onomwonden dat men de feitelijke waarheid terzake in elk opzicht geweld wenste aan te doen, waarvan akte!

    Voorts attendeer ik u met uw welnemen op het feit dat Donner al mijn wettig overtuigend bewijs dat bij u is overlegd, volstrekt heeft genegeerd. Met name de bandopname van het gesprek tussen mij en Hoofdgriffier mevr. mr. Van den Hoek, die u Nationale Ombudsman ongetwijfeld en met mij als zeer schokkend hebt ervaren, omdat aan mij daarin kenbaar wordt gemaakt dat de Voorzitter van de Meervoudige Strafkamer Eveline van Schaardenburg zelfs als Rechter "nou eenmaal rekening diende te houden met de macht van de bonden", waarbij mij overigens volstrekt oprecht en goed bedoeld wordt aangeraden het recht te laten voor wat het is, omdat er in mijn zaak nooit geen recht zal kunnen worden gesproken.

    Een transcriptie daarvan heb ik eveneens bij U Nationale Ombudsman overlegd. De brief van de oud-officier van Justitie mr. R.W. Asser eveneens bij u Nationale Ombudsman formeel als zijnde wettigovertuigend bewijs overlegd werd natuurlijk ook door Donner genegeerd alsof die niet zou bestaan, omdat de inhoudelijke strekking daarvan zijn zogenaamde intensieve zoektochten in de archieven van het O.M naar het land der fabelen verwijst. Nog daargelaten het feit, dat ik als individueel burger niet verantwoordelijk ben te stellen voor de administratieve bende bij het OM waarvan akte! Voorts wordt door Donner de brief van de Meervoudige Wrakingskamer volstrekt genegeerd waarin wordt kenbaar gemaakt dat de politierechter in dit geval de derde op rij in zijn wraking berust. Dit op grond van mijn wrakingsargument dat er in het geheel geen strafrechtelijke procedure kan plaats vinden omdat de Officier van Justitie middels het volstrekt negeren van de bevelen van het Gerechtshof heeft plaatsgenomen op de stoel van de Formele Wetgever en van de Zittende Magistratuur.

    Het OM heeft dan ook uiteindelijk de strafrechterlijke vervolging jegens mij op onrechtmatige wijze gestaakt, door in het geheel niets meer van zich te laten horen, ondanks dat ik er herhaalde malen om heb verzocht mij de volgende zittingsdatum kenbaar te maken. Ook hieruit moge blijken hoezeer het rechtssysteem wordt ondergraven omdat het OM nota bene als wetshandhaver weigert te functioneren overeenkomstig de normen zoals door de Formele Wetgever bedoeld.

    Uiteraard wordt ook de laatste bladzijde van de pleitnotitie van mr. C.A.P.C. van Riel door Donner volstrekt genegeerd. Met name omdat uit de inhoudelijke strekking blijkt, dat genoemde Procureur-generaal in de Raadkamer van het Gerechthof n.a.v. mijn beklag ex. art. 12 Sv voor de opheffing van de Democratische Rechtstaat (voorzover nog aanwezig) stond te pleiten. Ik citeer:

      "Naar mijn stellige overtuiging, hebben G. de Lange en van Weden meineed gepleegd en wel om dezelfde redenen, waarom ik meen dat ook Bargerbos meineed pleegde".

    Vervolgens betrekt Mr. van Riel de stelling dat er ondanks dit betoog geen strafrechterlijke vervolging dient plaats te vinden. Hij levert daarbij evenals de Officier van Justitie mr. R.W. Asser formeel zeer zware kritiek over de wijze waarop ten aanzien van het meinedig individu Bargerbos het wettig overtuigend bewijs werd gepasseerd, om deze aan de hem rechtens toekomende veroordeling wegens meineed door dwaling te laten ontkomen. Geen wonder dat Donner ook dit alles wenst te negeren. Echter, feiten blijven feiten; en die feiten blijven bij de Werd overeind, zelfs indien ik daartoe het ego van Donner en de Wijkerslooth moet afbreken tot op het fundament.

    Het argument, dat ik de omvang van de mij toegebrachte schade niet zou hebben onderbouwd doet evenmin terzake. Het gaat er in eerste instantie om dat de schadeplicht voortvloeiende uit de vele onrechtmatige overheidsdaden mij en mijn gezin toegebracht, formeel wordt erkend. Ikzelf taxeer die schade op 12 miljoen en twintigduizend euro, fiscaal vrij tot op heden. Waarbij ik heb aangeboden akkoord te zullen gaan met de uitkomsten van een onafhankelijk schade-expert.

    Ik heb die overigens inmiddels geraadpleegd en deze komt op ruim 60 Miljoen euro uit. Immers, mijn bouwbedrijf heb ik nooit meer kunnen voortzetten, gemiste kansen en het doelbewust toebrengen van zware maatschappelijk, financiële en psychische schade. Kortom, het vernietigen van het levensgeluk en de toekomst van mij en mijn gezin, en wel zo ernstig dat zonder enig voorbehoud dit valt onder gewelddaden tegen de menselijkheid. Daarbij werd ondanks de Formele Wet, Internationale Verdragen en de Grondwet door pure corruptie bij de uitvoerende organenen van de Formele Wetgever totale rechteloosheid gecreëerd.

    Eerst dient de schadeplicht (zeker na de volledige bekentenis van Donner) formeel te worden erkend. Vervolgens dient daarover met een Akte van Dading overeenstemming te worden bereikt. Geprocedeerd wordt er niet meer, dat hebben wij lang genoeg gedaan, er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden, hetgeen Donner en de Wijkerslooth inmiddels aan den lijve hebben moeten ervaren en nog zullen ervaren indien zij ondanks hun ambtseden blijven volharden in het onrecht, als advocaat van de duivel.

    Met de volledige bekentenis van Donner staat feitelijke vast, dat mij de toegang tot de rechter in strijd met de Formele Wet, Grondwet en Internationale Verdragen werd afgesneden. Zowel de Wijkerslooth als Donner weigeren als dragers van de Juridisch/politieke verantwoordelijkheid van het voorgaande. De enig juiste conclusie die te trekken is, dat onrechtmatige overheidsdaad schept verbintenis uit Wet. Diegene die middels onrechtmatige daad schade toebrengt, zoals hier het geval, is gehouden al die schade te vergoeden. Donner wenst mij op te zadelen met de schade die rechtstreeks voortvloeit uit de onrechtmatige overheidsdaden die hij inmiddels formeel bij uw Nationale Ombudsman heeft bekend. Ik acht dit uitermate onbehoorlijk. Uw deskundige mening hierover, geachte Nationale Ombudsman, lijkt mij eveneens dringend gewenst.

    Ik wijs u, geachte Nationale Ombudsman, er nogmaals met nadruk op dat ik tijdens mijn bedrijfsvoering geen enkele wet heb overtreden en dat de Zittende Magistratuur herhaalde malen formeel heeft bevestigd dat ik als werkgever volkomen juist heb gehandeld c.q. gefunctioneerd. Dit rechtvaardigt niet dat de uitvoerende organen van de Formele Wetgever in samenspanning met wie dan ook, mij en mijn gezin jarenlang gegijzeld houden in meinedige procedures, zoals terzake het geval is gebleken. De betrokken uitvoerende organen van de Formele Wetgever worden mijnerzijds niet meer erkend alvorens orde op zaken wordt gesteld, hetgeen dient te worden bezegeld middels een Akte van Dading tegen algehele wederzijds kwijting.

    Tot zoverre mijn toelichting op uw Proces-Verbaal van Bevindingen. Gelet op de zorgvuldige wijze waarop u daarbij tot op heden te werk bent gegaan, wens ik u veel wijsheid toe en zie uw deskundig eindoordeel met veel vertrouwen tegemoet.

    Vriendelijke groet,

    K.H.de Werd




    Amsterdam d.d. 31 oktober 2003
    Postbus 36157 1020 Amsterdam.