De angst om een lucratieve baan te verliezen met een Burufsverbot a la Willem Oltmans, laat de meeste journalisten zwijgen

Open brief aan de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling

EuroStaete . . Antecedenten Juristen . . Klokkenluiders <===> SDN . . Mail Parlement
Integriteit . . Mail Media


Aan de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling

Tav. dhr. Rien Rouw
Postbus 16139
2500 BC Den Haag

Heerenveen, 7 juli 2003.

Dag meneer Rouw,

Hierbij reageer ik, mede namens de Sociale Databank Nederland (SDN), op de telefoongesprekken die wij onlangs hebben gevoerd, alsmede op het rapport "Medialogica", dat uw advies Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling mij onlangs heeft gestuurd.

Uit onze gesprekken bleek, dat dit rapport moet worden gezien als een product van de RMO, dat handelt over de grote invloed, die de media hebben op de publieke opinie en ontwikkeling.

Dit product dient volgens u tenminste de volgende doelen te dienen:

  • De overheid inzicht te geven in en te adviseren over de rol die de media spelen in het krachtenveld tussen burgers, media en politiek, zoals dit door de RMO wordt gezien en voorgesteld.
  • Het uitlokken van reacties en het begin van een discussie over het bovengenoemde krachtenveld en de rol van de media daarin spelen en zouden moeten spelen.
  • Het verzamelen en evalueren van reacties, ideeën en stellingen, zodat daarmee weer hernieuwde opstelling van de RMO kan worden verkregen en van hier uit nieuwe adviezen aan de overheid kunnen worden gegeven.

Ad. A.1. Als eerste reactie wil ik nadrukkelijk stellen, dat in het genoemde krachtenveld ook de ""onafhankelijke"" Rechtelijke Macht dient te worden betrokken. Immers:

  • Aan de ene kant is de Rechtelijke Macht in de huidige samenleving een sterk bepalende factor geworden, die de feitelijke macht van de politiek dreigt over te nemen, of in veel gevallen al overgenomen heeft. Deze Rechtelijke Macht heeft, door haar elitaire opstelling en haar politiek gerichte opportunistische beleid, de politiek en de politici zo zeer aan zich verplicht, dat de rechterlijke uitspraken feitelijk bepalend zijn geworden voor het politieke klimaat en bestuurlijk handelen. Sterker nog: de regenteske politiek en het ondemocratisch bestuurlijk handelen lijken slechts mogelijk te zijn, omdat dit door de Rechtelijke Macht wordt gelegitimeerd en mogelijk gemaakt. Het primaat van de politiek blijkt te zijn verdwenen; het ontstane machtsvacuüüm lijkt te worden opgevuld door op macht beluste individuen (en groeperingen): charismatische leiders/politici, populaire gelukzoekers, opportunisten, belangenverstrengelde ambtenaren, elitaire rechters, ambitieuze rijkaards, gewiekste ondernemers, religieuze groeperingen, enz., enz.

  • Aan de andere kant is de Rechtelijke Macht zozeer doorspekt met partijdigheid, collusie, klassenjustitie, enz., dat van een onafhankelijke, onpartijdige integriteit nauwelijks sprake meer is. Zowel de Rechtelijke Macht, als de Politiek, de politici en het bestuurlijk handelen drijven voor het uitoefenen van hun macht geheel op de welwillendheid van de burgers en dus op het imago van integriteit en geloofwaardigheid dat de bevolking van deze instituties heeft. Gelet op uw boek en krantenartikelen is het u bekend, dat voor het opbouwen en instandhouden van deze imago's en het ophouden van de schone schijn, de wijze waarop de burgers worden geïnformeerd alles bepalend is. U weet, dat In deze informatievoorziening de media in al hun facetten een cruciale rol hebben. Zij kunnen de publieke opinie beslissend beïïnvloeden; zij kunnen de genoemde machten, politici en bestuurders maken en breken. De vraag is, doen ze dat ook en spelen ze die rol op de goede manier? Zorgen zij er wel voor dat het volk openhartig en breed wordt geïïnformeerd en laten zij het vervolgens wel aan de goed geïïnformeerde burgers over om de juiste keuzes te maken, of bepalen zij als het er op aan komt met hun geschrijf de trends en de populariteit van politici?

  • Behalve de Rechtelijke Macht zijn er nationaal gezien nog veel meer belangrijke machten en krachten, die het krachtenveld beïïnvloeden en/of beheersen: ondernemingen en werkgevers, vakbonden, zorg instellingen, maatschappelijke organisaties, enz.

  • Naast genoemde factoren zijn er dan nog de internationale en mondiale factoren die in steeds grotere mate ons nationale krachtenveld bepalen en vaak zelfs domineren: Europa, VS, VN, WTO, anti-globalisten, terroristen, hulporganisaties, enz.

  • Gelet hierop lijkt het zinvol, om de nationale driehoek te veranderen in een cirkel, die meer in overeenstemming met de realiteit lijkt te zijn.

Ad. A.2.

    Als tweede reactie wil ik u attent maken op de onevenwichtige opbouw van het door u geschetste krachtenveld. Immers:

  • Uw krachtenveld gaat uit van een democratische overheid, die gericht is op behartiging van de algemene noden en belangen van zijn burgers. De drie genoemde machten veronderstellen van een gelijk gewicht te zijn, waardoor er een harmonisch geheel zou zijn ontstaan. U gaat hierin echter voorbij aan de harde werkelijkheid, dat tegenwoordig de overheid feitelijk een commerciële onderneming is geworden (BV-Nederland), die zaken doet mt en vooral vóóóór andere ondernemingen en ondernemers, ook al gaat dit tegen de algemene belangen in en worden de noden van de burgers genegeerd. (De huidige regering blijkt van zins te zijn, om met grote stappen verder te willen gaan op deze desastreuze weg). De burgers lijken niet meer een overheersende rol te spelen; zij zijn niet meer de veronderstelde democratische ''bazen'' en toezichthouders voor wie de democratisch gekozen overheid het allemaal zou moeten doen.
    Ze worden zelfs niet langer gezien als (spelbepalende) medespelers in het krachtenveld, nee burgers zijn de huidige overheid en hun economische partners tot last geworden; zij hinderen de politici en ondernemers in het spelen van hun spel van en met economische, kapitalistische krachten en machten. Burgers zijn nu tegenstanders, die moeten worden bestreden, of misleid. Zulke tegenstanders moet je vooral eerlijke informatie onthouden en/of onjuist voorlichten; dan kun je ze verzwakken.

  • De media vervullen in deze tendentieuze berichtgeving inderdaad een cruciale rol. Maar doordat zij sterk afhankelijk zijn van hun subsidieverstrekkers, sponsors, adverteerders en andere geldschieters, die hun voortbestaan moeten verzekeren, komt het nogal eens voor, dat voor de populaire trend, of het commerciëële belang wordt gekozen en de waarheid en openheid geweld wordt aangedaan en/of wordt verzwegen. Daarmee blijft de beheersende macht van de media onbetwistbaar, maar wordt hun positie in het krachtenveld twijfelachtig.

  • Ik stel voor, om de media in het middelpunt van de cirkel te plaatsen, waar zij als een spin in het web de signalen opvangen en het doorgeven en zo het krachtenveld beheersen. Daarbij dienen de media wel bewust te worden gemaakt van hun feitelijk alles bepalende macht en moeten zij worden gewezen op hun toch overweldigende verantwoordelijkheid.

  • Deze macht moet op een of andere manier worden gecontroleerd, gecorrigeerd en in goede banen worden geleid. Dit zou kunnen gebeuren door een ""Mediawatch-instituut"" met verregaande bevoegdheden. Er kan begonnen worden met een landelijk instituut, dat vervolgens wordt uitgebreid tot een mondiaal werkend apparaat. Om te voorkomen, dat een dergelijk instituut op haar beurt, de overheersing/beheersing van de wereld zou overnemen en eigenmachtig zou gaan handelen, zou dit instituut op haar beurt gecontroleerd en gecorrigeerd moeten worden door de wereldbevolking. Volgens mij zouden alleen de Verenigde Naties deze taak op democratische wijze voor, namens en in opdracht van de wereldbevolking kunnen en moeten uitvoeren.

Ad. B.
In ad. A. heb ik al beschreven welke rol de media spelen en in de toekomst zouden moeten spelen, alsmede de controle en correctie mogelijkheden die daarbij door een ""Mediawatch-instituut"" zouden moeten worden toegepast.

  • Dit Instituut zou er in de eerste plaats voor moeten zorgen, dat de media worden ontlast van de financiëële druk die er op hen rust, om al hun veelvormigheid te blijven voortbestaan. Het zou niet moeten uitmaken wat ze zeggen en schrijven en waarover ze de burgers informeren, als hun geschrijf en gepraat maar objectief is en berust op gedegen onderzoek.

  • In de tweede plaatst moeten de media op de of andere manier worden afgeschermd van krachten, die de machten uit de omringende cirkel op de media zullen willen uitoefenen. Ook deze taak zou het democratisch gekozen en gecontroleerde Mediawatch-instituut van de VN moeten uitvoeren.

Deze voorstellen zouden ingebracht kunnen in een brede discussie, die door de RMO zou kunnen worden georganiseerd. Natuurlijk kunt u er ook voor kiezen, om zelf de bij u binnenkomende opmerkingen, voorstellen, ideeëën, enz. rubriceren en evalueren, waaruit nieuwe adviezen aan de overheid zouden kunnen worden gedistilleerd. Om de verschillende kanalen open te krijgen en te houden is het een voorwaarde, dat de burgers volledig en open wordt geïïnformeerd over de binnengekomen reacties, als ook over de reacties van de overheid daarop.

Ad. C.
In afwachting van het verdere verloop van het door de RMO opgang gebrachte proces, lijkt het van belang te zijn, om alvast stappen te zetten in de richting die het op zal moeten gaan. De kwaliteit van de informatievoorziening zal in ieder geval moeten worden verbeterd. Dit zou ondermeer kunnen gebeuren door:

  • Het instellen van een landelijk Mediawatch-instituut, waartoe Peter Vasterman het voortouw wil nemen. Daarvoor moeten de mogelijkheden worden geschapen en de benodigde gelden bijeen worden gebracht. Het zou kunnen worden ingesteld door de onafhankelijke Raad voor de Journalistiek, die ook een deel van de leden ervan zou kunnen benoemen.

    De gelden zouden ook van deze Raad kunnen komen, maar omdat deze niet over fondsen beschikt (feitelijk zelf in geldnood zit), zou er een constructie gemaakt kunnen worden, die het mogelijk maakt, dat de overheid, die de media nu al financieel ondersteunt een extra som geld geeft, dat geoormerkt is voor instandhouding van het Mediawatch-instituut, maar dat de Raad voor de Journalistiek naar eigen inzichten ten bate van dat instituut mag besteden. De politiek kan op deze manier niet worden verweten, dat zij met haar geld een bepalende invloed in de media zou kunnen kopen.

    De vorming van zo'n belangrijk onafhankelijk Mediawatch-instituut zou er zeer bij gebaat zijn, als de RMO de overheid zou willen adviseren, om akkoord te gaan met deze voorstellen en de gelden beschikbaar te stellen. Zelfs in het huidige bezuinigingsklimaat moet het mogelijk zijn, om deze waarschijnlijk kleine bedragen vrij te maken voor zo''n belangrijke zaak.

  • Het instellen van "Kamerzetel 151". Deze extra kamerzetel kan worden gezien als een faciliteit/spreekgestoelte, die burgers de gelegenheid biedt, om rechtstreeks voor hen gewichtige zaken in de Tweede Kamer publiekelijk aan de orde te stellen. Het is van groot belang dat burgers vrijelijk en zonder tussenkomst van politieke partijen rechtstreeks kunnen spreken en hun betogen niet door het eigenbelang van politici en/of politieke partijen worden ''gekleurd'' en/of vervormd. Na de betogen moet de sprekers de gelegenheid hebben, om hun zaken toe te lichten en vragen van journalisten, politici en anderen te beantwoorden. De media kunnen daarna het volk informeren en de politiek zal de gestelde problematiek in de Kamer kunnen gaan behandelen in het licht van de daaraan gegeven publiciteit.

De Sociale Databank Nederland (SDN) (zie www.sdnl.nl/) vraagt nu de RMO, om het instellen van Kamerzetel 151 te bespoedigen, door de overheid te adviseren, de benodigde faciliteiten beschikbaar te stellen en eventuele wetswijzigingen door te voeren.


Met vriendelijke groet,

H.J.A. Kerkhof,

Sjollemastraat 6,
8442 JS Heerenveen,
tel. 0513-624907,
fax. 0513-645700,
E-mail: hjakerkhof@zonnet.nl