Nederlandsche Bank vecht tegen inflatie en windmolens


Pensioenen . . . SDN <====> Kamerzetel 151 . . . Schandpaal . . . Staatsschuld

De 'boom' op de huizenmarkt was de afgelopen jaren een belangrijke impuls voor de Nederlandse economie

DE FINANCIëLE TELEGRAAF, oktober 2001


Fabelachtige rijkdom maakt consument onvoorspelbaar

Van een onzer verslaggevers

AMSTERDAM - De 'boom' op de huizenmarkt was de afgelopen jaren een belangrijke impuls voor de Nederlandse economie. Nu de vastgoedprijzen in rustiger vaarwater zijn gekomen valt een belangrijke steunpilaar onder het Hollandse groeiwonder weg. Naarmate we rijker worden spelen 'vermogenseffecten' een steeds grotere rol in de Nederlandse economie, stelt Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank (DNB).

Stagnerende huizenprijzen en dalende aandelenkoersen vallen ongelukkigerwijs samen met nog steeds forse loonstijgingen, waardoor de concurrentiepositie van Nederland verder wordt uitgehold. Na drie kwartalen stilstand verwacht Wellink voor heel 2002 een groei van rond de één procent. "Maar eerder beneden dat getal dan erboven."

De DNB-president noemt de vermogensgroei die Nederland de afgelopen tijd heeft doorgemaakt "fabelachtig". Het netto-vermogen (bezittingen minus schulden, incluis pensioenvermogen) is inmiddels bijna het achtvoudige van het beschikbare gezinsinkomen. Krap twaalf jaar geleden, in 1990, was dat nog het vijfvoudige.

"Het Nederlandse huishouden is één van de meest vermogende in de geïndustrialiseerde wereld", stelt Wellink. "Alleen het Verenigd Koninkrijk en Japan scoren hoger."

In die periode tussen 1985 en 1990 was bijna de helft van die vermogensgroei nog te danken aan besparingen. In de vijf jaar daarna was dat nog maar 30%, terwijl in de laatste vijf jaar van de vorige eeuw nog maar 18% van de vermogensaanwas voortkwam uit extra opzij gelegde gelden. Anders gezegd: de laatste jaren zijn we niet rijk geworden door zuinig te leven, maar doordat aandelen en huizen fors meer waard zijn geworden.

Vooral de stijging van de huizenprijzen heeft de economie de afgelopen zes jaar een enorme impuls bezorgd, ter waarde van maar liefst 28 miljard. "Een hele hoop geld", stelt Wellink met gevoel voor understatement. "Zie dat maar eens via begrotingsbeleid voor elkaar te krijgen." Huizenbezitters maakten het groeiende verschil tussen de (gelijkblijvende) waarde van hun hypotheekschuld en dat van het steeds duurdere onderpand (de 'overwaarde') massaal te gelde door een extra schuld op te nemen. De extra consumptie die hiermee werd gegenereerd, zorgde in zowel 1999 als 2000 voor een extra economische groei van één procentpunt, zo heeft DNB becijferd.

Daarmee lijken de bovengemiddelde prestaties van het polderland aan het einde van de vorige eeuw vooral te verklaren uit wat Wellink "een ontsporing in een deelgebied" noemt. "Toetreders op de woningmarkt betalen de vermogensgroei. Voor jonge gezinnen is een kwetsbare situatie ontstaan. Als de hypotheekrenteaftrek direct leidt tot een hoger prijspeil, dan help je die mensen daar niet mee. Nu kun je de aftrek dus ook niet zomaar afschaffen. Bestaande gevallen zou je in elk geval moeten compenseren. Er zit daar een probleem."

Inmiddels is het gebruik van de overwaarde voor consumptieve doeleinden (Wellink: "Dat is de bedoeling van die aftrek natuurlijk ook nooit geweest.") aan banden gelegd, terwijl de huizenprijzen zijn gestabiliseerd. Daardoor liep Nederland vorig jaar een half procentpunt aan economische groei mis. Wellink vreest niet voor een "inklappende" woningmarkt, zolang er nog steeds sprake is van schaarste. Ook hier speelt het overheidsbeleid een rol: de afgelopen jaren is er te weinig gebouwd, terwijl de gerealiseerde projecten niet aansloten op de vraag.

Is de overspannen huizenmarkt te wijten aan falend overheidsbeleid? Wellink houdt zich wijselijk op de vlakte. "Het is in elk geval niet de vrucht van goed beleid."

Naast de huizenprijzen waren het ook de aandelenkoersen die de gezinsvermogens de afgelopen jaren hebben gestuwd. Ook de malaise op de beurzen (vorig jaar was het op één na slechtste beleggingsjaar sinds de Tweede Wereldoorlog) is volgens DNB debet aan de geringe consumptiegroei in 2001, uitgerekend het jaar waarin lastenverlichting en een forse loonstijging voor de grootste koopkrachtimpuls in dertig jaar zorgden.

Juist de gestegen rijkdom maakt Nederland gevoeliger dan ooit voor schokken in de vermogenssfeer, die in verhouding tot loonstijgingen vaak fors zijn. "Misschien moeten we consumptie wel heel anders gaan verklaren als in het verleden", stelt Wellink. "De economie wordt meer dan ooit vanuit de balansen van de consumenten bestuurd." Ook in de Verenigde Staten, waar 2001 voor de huizenmarkt een topjaar was en de zich rijk voelende consument voorkwam dat 's werelds grootste economie in een recessie weggleed.