Kamervragen die niet aan bod komen m.b.t. EMU en ABP-vermogen
Geldpolitiek . . Kamerzetel 151 . . Klokkenluiders <===> SDN . . Crisisdebat

Manipulatie van informatie over de monetaire politeik in het parlement

Door R.M. Brockhus als ghost writer voor Kamerlid Hendriks (15 oktober 1996)

Voorzitter,

Het antwoord van de minister van Financiën lijkt niet bevredigend. Sterker nog, het is volstrekt onvoldoende. De vraag aan de minister luidde: "Waar in het verdrag van Maastricht aangegeven werd dat het staten, die willen toetreden tot de EMU, verboden wordt om onbelast financieel vermogen - hier het ABP-vermogen - te betrekken bij het berekenen van de staatsschuldquote?".

De minister gaf in zijn brief aan de Kamer in tweede termijn aan, dat volgens het verdrag van Maastricht het aan landen niet toegestaan zou zijn om dergelijke vermogens te betrekken bij die vaststelling. Hoewel in het debat de handelwijze van de Franse regering werd bekritiseerd, omdat zij een "transactie m.b.t. de privatisering van France Telecom" toepast, hetgeen leidt tot een begrotingstekort van minder dan drie procent in het "examenjaar voor de EMU", wordt het handelen van de Franse regering toch niet beschouwd als in strijd zijnde met het verdrag van Maastricht. Weliswaar is bij de Fransen van enig creatief boekhouden sprake, maar nergens is volgens het verdrag van Maastricht een dergelijke oplossing ontoelaatbaar gesteld.

Het bevreemdt de kamer dat met name de Nederlandse regering feitelijk het omgekeerde doet van die van Frankrijk. Namelijk: het creatief omhoog schroeven van de staatsschuldquote!! En wel met een volkomen vrij en onbelast vermogen van ruim dertig procent van het BBP. Het wegpoetsen van zo'n tweehonderd miljard aan opgespaard pensioengeld heeft, zoals de minister zelf al in bedekte termen aangaf in zijn schriftelijk antwoord aan de Kamer, gevolgen voor de verplichtingen van de Nederlandse staat op lange termijn; danwel ontheft deze daarvan. En dit laatste geldt voor Nederland, anders dan voor de overige deelnemende staten aan de EMU.

Voorzitter: het kan toch niet zo zijn dat Nederland, zonder dat dit volgens de EMU-criteria is verboden, zich armer voordoet dan het in werkelijkheid is. Aannemend dat wat op pagina 140 van de Macro-economische Verkenning over de pensioenreserves vermeld wordt juist is, en aannemend dat het percentage van de staatsschuldquote op blz. 162 van de MEV in eerste instantie eveneens juist is, betekent dat zonneklaar dat niet alleen bij een exclusieve betrekking van de fiscale component van het ABP-pensioenvermogen de staatsschuldquote ca. 12 procentpunt lager uitkomt (65% in plaats van 78%), maar dat feitelijk het gehele vermogen van het ABP moet worden afgetrokken van de financiële verplichtingen van de Nederlandse Staat. Nederland komt dan na Luxemburg op de tweede plaats terecht, met een schuldquote van ten hoogste 48 procent.

Het is toch zo dat bij de privatisering van het ABP-vermogen, en vanwege het wegvallen van de pensioenverplichtingen voor de Nederlandse staat, ditzelfde vermogen niet zomaar en om niet uit de vermogensbalans van de BV Nederland kan worden afgevoerd, zonder dat de nieuwe verzekeringsmaatschappij, die de pensioenen van de ambtenaren zal gaan verzorgen, compensatie geeft aan de Nederlandse staat voor het verwerven van dat vermogen. Ter vergelijking: een koopsompolis moet 'gekocht' worden, en dus ook het vermogen van de Staat der Nederlanden in het ABP-fonds, waarmee de staatsschuldquote automatisch dient te worden verlaagd. Dat betekent impliciet, dat bij de privatisering van het ABP en de daardoor wegvallende rentelasten van vele miljarden per jaar, het financieringstekort nog verder omlaag kan; danwel dat op de begroting extra ruimte ontstaat voor de reparatie van de koopkracht aan de onderkant, voor armoedebestrijding op grote schaal, en tevens voldoende middelen beschikbaar komen om de zorg voor de ouderen weer op een beschaafd peil te brengen, en daarmee automatisch voor werkgelegenheid.

Voorzitter, het is evident dat de minister van Financiën de Kamer inlicht over de werkelijke achtergronden van het met alle mogelijke moeite hoog houden van de schuldquote, terwijl toch duidelijk is dat Nederland als een van de eerste voldoet aan alle criteria, juist op basis van een objectieve vermogensbalansvergelijking tussen de landen van de EMU. Het is ontoelaatbaar dat straks de Nederlandse burgers, vanwege collectiviseringen binnen de grenzen van de EMU, indirect moeten bijdragen aan de pensioenverplichtingen van ambtenaren in de rest van Europa, waar men niet gespaard had ter dekking van de pensioenverplichtingen. Kan de minister de kamer helderheid verschaffen over het verschil in benadering tussen de diverse landen, met name voor Nederland t.o.v. de overige lidstaten van de gemeenschap?

15 oktober 1996

Internet http://www.sdnl.nl/emu-norm.htm of zoeken naar het woord: GELDPOLITIEK


P.s.,

Per fax is deze tekst eveneens verzonden aan alle kamerfracties, aan de pers, bonden en ministeries (klik voor lijst)

Lees ook de analyse over het effect op de beurskoersen als gevolg van de invoering van de euro

R.M. Brockhus
Westkade 227
1273 RJ Huizen
035-5244141