De brief van R.M. Brockhus aan Dr. A. Szász van De Nederlandsche Bank NV (20-6-1988)

Euro . . . Geldpolitiek . . . Kamerzetel 151 . . . Klokkenluiders <====> SDN . . . Crisisdebat

Brief aan dr. A. Szász van de Nederlandsche Bank NV


                                                      Huizen, 20 juni 1988.

      De Nederlandsche Bank N.V.
      Westeinde 1
      1017 ZN Amsterdam

      t.a.v. Dr. A. Szász.

      In "de Volkskrant" van vandaag lees ik dat u gepromoveerd bent op
      het proefschrift "Monetaire Diplomatie, Nederlands internationale
      monetaire politiek 1958-1987".  Met deze promotie wil ik u vooraf
      feliciteren.

      Toch wil ik nog een kritische reactie geven op het krantenartikel
      en van buitenaf mijn zienswijze geven op het gevoerde beleid.  De
      pogingen om te streven naar het afdwingen van enige discipline in
      't financiële en economische beleid vanuit Nederland ten opzichte
      van het internationale geldstelsel, lijkt mij ietwat aan de 
      onbescheiden kant.

      Ook stelt u in uw dissertatie; "Dat het beleid van de Nederlandse
      monetaire autoriteiten in die afgelopen decennia, een waar wonder
      van consistentie zijn geweest". Bij mij beginnen bij deze 
      benadering van de geldpolitiek alle alarmschellen te rinkelen en
      waarschuwingslampen te knipperen, omdat u hiermede als een van de
      directeuren van de Nederlandsche Bank NV, nu met dit proefschrift
      bevestigt, dat die talloze veranderingen in de Nederlandse 
      samenleving, die de afgelopen decennia hebben plaatsgevonden, NOG
      NIET VERWERKT ZIJN IN HET BELEID VAN DE NEDERLANDSCHE BANK NV...!

      Een economie die werkt ZONDER giraal verkeer van enige omvang tot
      de jaren zestig; ZONDER  sociaal stelsel met risicoverzekeringen,
      ZONDER speculatieve en recreatieve aspecten in de geldcirculatie,
      en ZONDER koopkracht vernietigende vertragingen middels een nieuw
      salarissysteem, heeft duidelijk een "ANDERE MONETAIRE BENADERING"
      nodig dan een maatschappij MET al deze veranderingen.

      Het consistent beleid is derhalve - naar mijn mening - een van de
      belangrijkste oorzaken van de werkloosheid, de begrotingstekorten
      en de historisch hoge reële rente, waarmee de polarisatie van het
      vermogen in de samenleving ernstig werd aangewakkerd. Ik ben over
      deze consistentie dan ook uitgesproken ontevreden.

      In dit kader herinner ik mij maar al te duidelijk de OPWINDING EN
      PANIEK bij de directie van DNB naar aanleiding van een publicatie
      in de Telegraaf van 14 maar 1987, toen Dr. A.H.E.M. Wellink - een
      collega van u bij DNB - met fiscale adviezen betrokken was bij de
      oprichting van een nieuwe afstudeerrichting voor "TREASURING" aan
      de Vrije Universiteit in Amsterdam onder de leiding van Professor
      Dr. H. Eijgenhuijsen.

      De paniek hierover was begrijpelijk door de betrokkenheid van DNB
      bij deze leerstoel "TREASURING",  omdat hierdoor een signaal werd
      afgegeven aan de openbaarheid, dat ook het geld en de geldstromen
      efficiënter konden en moesten worden gebruikt in de maatschappij;
      waarbij zowel de kwaliteit van "HET GELD ZELF" als ook het beleid
      van DNB ter discussie zou kunnen worden gebracht. Dit laatste zou
      en moest kost wat kost worden voorkomen om geen aandacht te laten
      vestigen op eventuele verdere feilen in het beleid van DNB, en/of
      Financiën.

      Duidelijk is in ieder geval dat de visie - althans officieel - nu
      nog steeds identiek is met die van Dr.Holtrop, met de kern dat er
      een samenhang bestaat tussen het intern monetair evenwicht en het
      betalingsbalansevenwicht, naast 'n beducht zijn voor de inflatie.
      Terwijl nu duidelijk is dat die factoren ZEKER NIET die samenhang
      vertonen, wanneer we het bijna structurele financieringstekort nu
      afzetten tegen het toch even structurele overschot van de uitvoer
      van kapitaal. Zijlstra's nog gevleugelde uitspraak "EEN GAT IN DE
      SCHATKIST IS EEN GAT IN DE BETALINGSBALANS" kan mogelijkerwijs nu
      afgewisseld worden met het axioma:

        "EEN GAT IN DE BEGROTING VOLGT OP EEN GAT IN DE GELDSCHEPPING"

      Ik vind het eigenlijk wel goed - gezien deze immobiliteit van het
      standpunt - dat Nederland nu geen grote invloed meer heeft op het
      internationale monetaire platform.  De interne discipline is daar
      te veel verouderd voor. Wanneer ook de directie van deze naamloze
      vennootschap: De Nederlandsche Bank, 'n pragmatische bijdrage wil
      leveren aan de stabilisering van het geldstelsel, dan zal zij dus
      de aandeelhouders van de vennootschap uit moeten nodigen, mede in
      een breder perspectief, een discussie te beginnen over enkele  
      fundamentele eigenschappen van het geld en over de veranderingen
      in de structuur ervan sinds het intreden van de automatisering in
      de maatschappij, die 'n administratieve revolutie tot gevolg had.

      Mijn oproep aan de Europese regeringsleiders in 1986 - om b.v. de
      schuldenlast van de Derde Wereld te amortiseren - is slechts kort
      geleden overgenomen door de Franse president FranÁois Mitterrand,
      en daarna door de Duitse Minister-president Helmut Kohl.  Terwijl
      Nederland hier het initiatief had kunnen nemen, omdat de geweldig
      grote voordelen voor de wereldgemeenschap - en voor de landen van
      de OESO in het bijzonder - evident waren.  Ik verwijs daarbij naar
      de analyse die in het bezit van de bank is met de titel:

                "DE CREDITNOTA VAN DRIE BILJOEN"

      Het plengen van krokodillentranen over 't nu niet meer mee kunnen
      praten over die internationale monetaire en economische politiek,
      is daarom een weinig hypocriet, omdat De Nederlandsche Bank NV en
      het Ministerie van Financiën, regering en parlement, maar ook ons
      publiciteitsnetwerk 't op dit punt volledig hebben laten afweten.
      Met name de sociale aspecten van het geld en de geldcirculatie op
      zich, zijn onderwerpen waarmee Nederland nu wel degelijk een zeer
      prominente rol kan spelen op het internationale platform. Dit, in
      tegenstelling tot uw berustende standpunt.

      Het is uitsluitend de politieke wil, om het begrip en het nut van
      de toepasbaarheid van het geld in de openbaarheid te brengen, die
      bepalend is voor de positieve ontwikkeling der wereldgemeenschap.
      Zowel de verhouding Oost-West, als de Noord-Zuid problematiek kan
      zich nu gunstig ontwikkelen, wanneer de leiders van het monetaire
      instrumentarium bereid zullen zijn het monopolie en de technieken
      van het financieren te democratiseren.

      In afwachting van uw initiatieven, met een klein sprankje hoop op
      "EIN BLAUES WUNDER".

      Westkade 227
      1273 RJ Huizen                  Tr. R.M. Brockhus
      02152 - 68153