|
Van onze verslaggever
Harko van den Hende
AMSTERDAM, 7 januari 1998
Inflatievrees bestaat plotseling niet meer in de Verenigde Staten. Het idee dat de prijzen kunnen gaan dalen, begint de overhand te krijgen. Deze omslag in het denken duwde de rente in de VS naar het laagste niveau in dertig jaar. De president van de Amerikaanse centrale bank, Alan Greenspan, is de aanstichter van deze rentereactie. Greenspan hield afgelopen zaterdag tijdens een congres van Amerikaanse economen in Chicago een betoog over 'de problemen van prijsmeting'. Een zin uit zijn verhaal haalde veelvuldig de persbureaus: 'Sommige waarnemers beginnen zich inmiddels af te vragen of deflatie tot de mogelijkheden behoort en gaan na welke problemen deze ontwikkeling voor de economie kunnen hebben.'
De zin daarna haalde de beeldschermen veelal niet: 'Zelfs als deflatie niet als een belangrijk kortetermijnrisico voor de economie wordt beschouwd, kan de toegenomen discussie hierover helderder worden gevoerd'. Vandaar dat nu menig financieel deskundige in de overtuiging leeft dat Greenspan voorziet dat de prijzen in de VS zullen dalen. Deflatie betekent geen inflatie en dat betekent weer geen renteverhogingen door de Eed, een actie waar Greenspan enkele maanden geleden nog op zinspeelde.
Dat vervlogen vooruitzicht van een renteverhoging leidde weer tot het 'record' (van 5,73 procent voor de 30-jarige' staatslening) op de Amerikaanse kapitaalmarkt. In reactie hierop gingen ook elders op de wereld de rentes omlaag. In Nederland zakte de rente op de 30-jarige staatslening tot 5,69 procent. Daarmee werd een trend van de afgelopen Weken versneld voortgezet. Deze trend van rentedaling heeft inmiddels een aantal geldverstrekkers, waaronder gisteren het ABP, aangezet tot verlaging van hun hypotheektarieven.
De prijsontwikkeling in de VS voedt het deflatie-idee. Vorig jaar bedroeg de prijsstijging 3,0 procent, in november (het laatste gepubliceerde cijfer) was dat teruggelopen tot 1,8 procent. De verwachting is dat het cijfer eerder verder omlaag dan weer omhoog zal gaan, mede dankzij de crisis in Azië en de voorziene groeivertraging in de VS zelf. Deze vorm van deflatie is volgens Greenspan wellicht de minst gevaarlijke. Een daling van de prijzen van aandelen, grond of onroerend goed, kan veel ingrijpender gevolgen hebben voor een economie, zeker als de prijsval snel gaat. De crisis in Azië, inclusief die in Japan, ziet hij als een bewijs hiervan.
Maar verlaging van de 'gewone' prijzen hoeft niet rampzalig te zijn. De huidige praktijk in de
hightech-industrie laat volgens Greenspan zien dat snel dalende Prijzen van chips en computers
gepaard kan gaan met hoge investeringen en winsten. Toch moet prijsstabiliteit het enig streven van een centrale bankier zijn, denkt de Fed-president. De inflatierust leidt tot zekerheid in de hele economie en daarvan heeft iedereen baat. Alleen, wanneer zijn de prijzen in rust? Greenspan weet het niet, omdat de verzamelde statistici in de VS de inflatie niet goed kan meten. Duidelijk is wel dat het inflatiecijfer waar iedereen naar kijkt niet deugt. Een Amerikaanse onderzoekscommissie concludeerde dat de gepubliceerde prijsstijging misschien wel een vol procent hoger ligt dan de werkelijke prijsstijging.
Bron van de vertekening is de dienstensector. Statistici kunnen vaak niet goed meten wat de echte productiestijging bij banken, computerbedrijven en of advocaten is. Ze maken daarom maar een ruwe schatting die vaak in het nadeel van de prijzen (te hoog) uitvalt. Ook Nederlandse statistici kampen met dit probleem. Het Centraal Bureau voor de Statistiek zekerheid heeft inmiddels twee proefprojecten afgerond om beter zicht op de echte cijfers te krijgen. In de intramurale gezondheidszorg bedroeg het verschil tussen oude en nieuwe prijzen gemiddeld 2,3 procent per jaar voor de periode 1980-1994. Bij de banken varieerde de fout van 1 tot 7,5 per jaar vanaf 1990. Nieuwe onderzoeken, bij bijvoorbeeld
verzekeraars en de handel, staan op stapel.
Het zijn verschillen die er binnen de sector veel toe doen, maar voor het inflatiecijfer waar iedereen naar kijkt, echter weinig uitmaken. De gezondheidszorg telt voor dit cijfer helemaal niet mee, en de diensten die de banken leveren, komen maar voor een beperkt deel bij de consumenten terecht. Bovendien maken de bankdiensten ook maar een klein deel van de bestedingen van de consumenten uit. Een nieuwe bancaire prijsmeting werkt daarom ook maar een heel klein beetje door in het inflatiecijfer. Greenspan vindt dergelijke nieuwe meetmethoden een zegen. Of hierdoor de inflatie nu lager of hoger uitkomt, vindt hij minder interessant, het gaat hem erom dat de uitkomst dichter bij de werkelijkheid ligt. 'Verbeteringen zijn noodzakelijk om ervoor te zorgen dat onze economische statistieken toereikend blijven om beleidsbeslissingen die genomen moeten worden te ondersteunen', aldus Greenspan. Nog een zin uit de toespraak die de persbureaus niet heeft gehaald.
Vragen die nergens gesteld worden
De Tweede Kamer is doof en blind (1982)
Geld het DNA van de economie, wat is inflatie
|