'Eindhovens korps misbruikte Bea voor eigen doelen'

Bea Chargois krijgt een relatie met een Eindhovense hoofdagent

Katholiek Nieuwsblad . . Kamerzetel 151 . . Klokkenluiders <===> SDN . . Crisisdebat . . Media

Een motoragent houdt Bea Chargois aan op een zomermiddag in 1993


    9 november 2001

Eindhovens korps misbruikte Bea voor eigen doelen

door Henk Rijkers

Bea Chargois krijgt een relatie met een Eindhovense hoofdagent. Hij ontpopt zich als een gewelddadige minnaar. De politie van Eindhoven maakte van dit privé-gegeven misbruik om hem te ontslaan. Ondanks het oordeel van de Nationale Ombudsman, weigert burgemeester Welschen nog steeds schadevergoeding te betalen.

Een motoragent houdt Bea Chargois aan op een zomermiddag in 1993. Na een waarschuwing laat hij haar verder rijden. Zij doet haar boodschappen in het centrum van Eindhoven. Wanneer zij bij haar auto terugkomt, staat daar dezelfde motoragent. "Ik heb hem voor u bewaakt." "Nou, bedankt." Ietwat verbaasd rijdt ze naar haar huis, vlak over de grens in België. Enige dagen later vindt ze een boodschap op haar antwoordapparaat. De agent is blijkbaar via het kentekenregister haar adres op het spoor gekomen. Hij wil nader kennismaken.

Gerucht
Beatrice is op dat moment achter in de veertig. Een paar jaar eerder heeft zij haar man verloren. Zomaar gestorven in de kracht van zijn leven, van het ene moment op het andere. Zij is een gewonde vrouw. En nu opeens is er deze charmante agent, dertien jaar jonger, vol belangstelling voor haar. Zij ontvangt hem thuis. Er ontstaat een relatie. Bea is in de wolken. Op een dag krijgt ze een waarschuwing van een kennis. Die heeft Dolf, Bea's nieuwe minnaar, zien lopen in een naburig dorp, arm in arm met een andere vrouw. Als Dolf langskomt, eist Bea een verklaring. Hij bevestigt kalm het gerucht. Die andere vrouw is zijn vriendin, met wie hij al jaren samenwoont. Als Bea dit hoort, wijst ze Dolf de deur. De droom is al weer uit, voor hij goed en wel begonnen was.

Dienstpistool
Bea hervat haar leven. Ruim anderhalf jaar gaan voorbij. Op een septemberdag in 1995 zet ze haar antwoordapparaat aan. Het is Dolf. Zijn vriendin heeft hem uit huis gezet. Op zijn werk is een aanklacht tegen hem ingediend. Hij zit in grote problemen, heeft geen dak meer boven zijn hoofd. Bea denkt na. Ze staat op het punt een paar dagen naar Parijs te gaan. Ze voelt er niets voor de relatie te hervatten, maar Dolf zit in de narigheid en haar huis is toch leeg. Ze biedt hem aan een paar dagen bij haar te bivakkeren, totdat zij terug is.

Wanneer zij terugkomt, heeft Dolf bezit van haar huis genomen en wil niet meer vertrekken. Een sommering van Bea's advocaat helpt niet. De Belgische politie weigert op te treden tegen een collega. Dolf ontpopt zich intussen als een meedogenloze egoïst, die niet schuwt geweld te gebruiken. Er zijn talloze incidenten. Veel ervan omvatten fysiek en seksueel geweld. Niet alleen Bea, ook zijn eigen dochtertje van een jaar of tien, dat hij meegenomen heeft en met wie hij een zonderlinge relatie onderhoudt, valt daaraan ten slachtoffer. Alles wijst erop dat de ooit zo innemende hoofdagent een gewelddadige, seksueel gestoorde man is en een pathologische leugenaar en bedrieger.

De vorige vriendin van Dolf heeft inmiddels een aanklacht tegen hem ingediend wegens mishandeling van haar en haar kinderen. Hij zou bij ruzies zijn dienstpistool tegen het hoofd van een kind hebben gehouden. De rechter veroordeelt Dolf in augustus 1996 tot tachtig uur werkstraf.

Uitspraken ontlokken
De relatie met Bea verloopt slecht. Er zijn voortdurend incidenten. Ook op zijn werk gaat het slecht. Op de Eindhovense meldkamer is hij niet meer te handhaven, zodat de korpsleiding in oktober 1996 ingrijpt en er sprake is van een arbeidsconflict.

    De Belgische politie weigert op te treden tegen een collega

In november 1996 eindigt de relatie met Bea, na een ruzie waarbij Dolf haar ernstig mishandelt. Ook breekt hij bij haar in en gaat er met haar Porsche vandoor. Bea praat hierover met de Belgische politie, maar ontmoet slechts ongeloof. "Mevrouw, het gaat toch om een collega!" Bea doet geen aangifte. Daags nadien wordt zij gebeld door het hoofdbureau Eindhoven. Men blijkt op de hoogte te zijn van wat zich in België heeft afgespeeld. Of Bea zich voor een informeel gesprek op het bureau wil vervoegen. Bij dit gesprek bekruipt Bea het gevoel dat haar drie ondervragers haar uitspraken proberen te ontlokken. Zo informeren ze nadrukkelijk naar drugs- en alcoholgebruik door Dolf. Daar is geen sprake van; Bea moet zich inspannen deze suggesties weg te praten. Naderhand wordt zij nog enkele malen telefonisch door de gespreksleider benaderd. Opnieuw lijkt hij vooral belastende dingen over Dolf te willen horen. Bea realiseert zich nu ook dat een van de drie ondervragers betrokken was bij Dolfs conflict op de meldkamer.

Gespreksverslag
In februari 1997 houdt de Rijksrecherche Dolf aan. Bea wordt hiervan op de hoogte gesteld door het korps Eersel, waarheen Dolf inmiddels is overgeplaatst. Men verzoekt haar Dolfs dochtertje onder haar hoede te nemen. Daags daarop belt de Rijksrecherche zelf: of Bea naar Eindhoven wil komen voor een officieel getuigenverhoor. Dezelfde dag belt ook het korps Eindhoven terug: het is de gespreksleider van november. Tot verbazing van Bea is hij van alles op de hoogte. Hij biedt zelfs aan: "Ik ga wel met je mee, dan kunnen we bij de Rijksrecherche over Dolf een boekje opendoen." Bea weigert dit.

Eenmaal bij de Rijksrecherche blijkt die weer van dit vreemde aanbod af te weten. Bovendien komt Bea erachter dat van dat informele gesprek in november 1996 een gespreksverslag is gemaakt, buiten haar medeweten. Zij tekent hiertegen protest aan. Wanneer zij het verslag opeist, blijkt het verdwenen. Bea voelt zich gebruikt. Zij heeft geen enkele behoefte Dolf in bescherming te nemen, maar ze wil ook niet dat het korps Eindhoven haar privé-informatie gebruikt om een lastige werknemer af te schudden. Niet alleen vindt ze dat ethisch onaanvaardbaar, ze vreest grote problemen voor zichzelf wanneer Dolf daar achter komt. Ze ontdekt dat het korps Dolf al twee keer eerder heeft trachten te ontslaan. Bea wil de manipulaties van het Eindhovense korps aangeven, maar haar aangifte wordt overal geweigerd.

Moment van euforie
Kerstmis 1998. Dolf komt bij Bea binnen met zijn ontslagbrief: "Deze brief is jouw doodvonnis, Bea. Jij bent de schuld dat ik door het korps ontslagen ben. Ik zal je leven kapotmaken, tot je helemaal niets meer hebt." De zaak escaleert naar een beslissend moment op 9 mei 1999. Bea: "Ik was op een zaterdagmiddag met een van de paarden bezig. Hij had dat paard ooit met een spuitbus in de ogen gespoten. Dolf komt aangelopen en wil achter het paard langs. Het paard haalt uit met zijn achterbeen en mist hem op een haar." Dolf krijgt een woedeaanval en wil het paard met een zweep te lijf. Bea jaagt het de stal in. Dolf grijpt Bea bij de haren en sleurt haar over de tuinstenen het huis in, de trap op. Hij sluit haar boven een etmaal op. Pas op zondag, tegen de avond, draait hij de deur open. Bea gaat naar beneden. Ze zegt: "Nu ga je eruit, al moet ik je vermoorden."

Dolf grijpt haar opnieuw, stoot haar systematisch met haar ruggengraat tegen een deurknop. Hij slaat en schopt haar. Hij spuugt haar in het gezicht. Bea geeft geen kik meer, ze is vastbesloten: Dolf gaat eruit. Opeens realiseert Dolf zich dat zich bij Bea een beslissende verandering heeft voltrokken. Intimidatie werkt niet meer. Hij draait om als een blad aan een boom. Hij belt een familielid: "Wil je me komen ophalen. Ik kan niet meer. Bea is totaal doorgedraaid." Als Dolf is opgehaald, zinkt Bea neer op de bank. Ze huilt, maar niet van de pijn. Het is een moment van euforie. Ze heeft haar kwelgeest uitgedreven. Ze wil hem nooit meer, nooit meer zien. "Eindelijk rust. Ik word niet meer geslagen, niet meer verkracht."

'Zeer zwaar plichtsverzuim'
De kwelgeest is misschien uitgedreven, hij is niet verdwenen. Dolf gaat stalken. Bea schrikt 's nachts wakker door gebons op de ramen. Hij hangt rond bij haar paarden, kostbare en gevoelige arabieren, die hij probeert te verwonden of te laten ontsnappen.

'Nu ga je eruit, al moet ik je vermoorden'
Al is de lichamelijke mishandeling afgelopen, geestelijk gaat de hel gewoon door. Voor Dolf is Bea verantwoordelijk voor zijn ongeluk. Geen wonder: in de officiële ontslagbrief, ondertekend door korpsbeheerder en burgemeester dr. R.W. Welschen, staat opgesomd waar de ontslaggrond, "zeer zwaar plichtsverzuim", uit bestaat: seksuele misdrijven (incest) en bedreiging van een collega met de dood. Voorts: "Het bedreigen en mishandelen van mevrouw Chargois, het plegen van vernielingen aan en/of inbraak in de woning van mevrouw Chargois; diefstal van de auto van mevrouw Chargois." De politie Eindhoven heeft die gegevens ontleend aan het vertrouwelijke gesprek van november 1996, waarvan buiten Bea's medeweten verslag is gemaakt. Bea ontdekt ook dat de politie het ontslag van Dolf heeft laten uitlekken naar Omroep Brabant. Die meldt het al op 22 december 1998, als Dolf de officiële ontslagbrief nog niet in handen kan hebben. De radio geeft echter als zijn ontslaggrond niet de mishandeling van Bea, maar Dolfs veroordeling "voor het mishandelen en met de dood bedreigen" van een eerdere vriendin. "Ook zou hij ontucht met minderjarigen hebben gepleegd." Het Eindhovens Dagblad weet het ontslag eveneens al te melden. Bea voelt zich het slachtoffer van een spelletje van de politie.

Wurgen
Via de Wet openbaarheid van bestuur weet Bea achteraf de hand op het gespreksverslag te leggen. Er staan allerlei dingen in die niet waar zijn, en die zij ook niet gezegd heeft. Zo staat er bijvoorbeeld dat Dolf haar zou hebben proberen te wurgen met een sjaal. In het verslag wordt Bea sprekend opgevoerd met als slotzin: "De aangiftes die ik heb gedaan zet ik door en mijn relatie met Dolf wil ik beëindigen." Bea heeft echter nooit aangifte gedaan. Ze kan die dus ook niet hebben willen doorzetten.

De aanpak van de Eindhovense politie heeft Bea veel schade bezorgd. Bij de zware financiële, lichamelijke en psychische schade die de relatie met Dolf toch al heeft opgeleverd, voegt zich de stalking die vanaf zijn ontslag eind 1998 doorgaat tot op de dag van vandaag. Van de Belgische rechter heeft Dolf een straatverbod opgelegd gekregen. Toch gaat het nachtelijk getreiter gewoon door. Er is niets tegen te doen, zolang niet bewezen is dat Dolf erachter zit.

Bea heeft een klacht ingediend tegen de Eindhovense politie bij de Nationale Ombudsman. In 2000 oordeelde deze de klacht gegrond. Toch weigert korpsbeheerder en burgermeester van Eindhoven R.W. Welschen iedere aansprakelijkheid. Ook de verzekeraar van het korps, Achmea, schrijft aan Bea's advocaat: "... dat uw cliënte zeer veel leed heeft ondervonden en wellicht nog steeds ondervindt, ligt niet zozeer aan het gebruik van de verklaring van uw cliënte in het ontslag van 'Dolf', maar louter en alleen aan het gedrag van 'Dolf' zelf. De politie is hiervoor natuurlijk niet verantwoordelijk."

Affaire Lancee
Dolf zal in hoger beroep op 13 maart opnieuw voor de rechter staan wegens misbruik van een kind uit een vorige relatie. Hij was een jaar eerder vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs, te lange duur van de zaak en incorrect optreden tegen hem door zijn eigen korps. Bea: "Ik ben er zeker van dat de beschuldigingen waar zijn. Via het proces-verbaal ben ik er later achter gekomen dat hij tijdens zijn politieloopbaan tevens werkzaam was bij een SM-sexclub. Hij is vele malen naar Polen geweest en heeft daar seks gehad met jonge meisjes. Zijn ex-vrouw en vriendinnen hebben geslachtsziektes opgelopen. Hij verdedigt zich met een beroep op de affaire Lancee, wat een krankzinnige omkering van de werkelijkheid is. Lancee was een integer politieman, zo eentje als je zou willen dat ze allemaal waren. Juist doordat hij zo recht door zee was, kreeg hij vijanden die een valse incestbeschuldiging gebruikten om hem uit te schakelen. Maar deze Eindhovense politieman is eenvoudig een gevaar voor de samenleving."

Bea's advocaat heeft haar zojuist medegedeeld dat er "weinig vooruitzichten bestaan dat de wederpartij (de gemeente Eindhoven, hr) alsnog tot aansprakelijkheidserkenning en betaling van enigerlei schadevergoeding zal overgaan".

De naam van Dolf is gefingeerd. Dit artikel is gebaseerd op gesprekken met Bea Chargois en op het onderzoek van de Nationale Ombudsman. Bea Chargois bereidt een boek over de zaak voor: 'Gevangen in een web van terreur'. Het moet in het najaar verschijnen.