Partijdigheid, vooringenomenheid, belangenverstrengeling en corruptie verzieken ons rechtssysteem! Wie durft vragen stellen?

Geachte mevrouw de Minister

IRM . . Juristen . . Court Watch <===> SDN . . Klokkenluider . . N.C. Burhoven

TELEFAX

Gouda, 20 mei 1997

    Aan : Ministerie van Justitie T.a.v. : De Minister van Justitie Betreft : openbaarheid rechtspraak Pagina's: 1

Geachte mevrouw de Minister,

U kent het bestaan van het IRM-rapport.

Dan is het u ook bekend dat u destijds instemde met het besluit van de President van der Haak van het Amsterdamse Gerechtshof om ons "De Verontruste Burgers" buiten de deur te houden.

Gelukkig had u daarin niet het laatste woord en bleek mijnheer van der Haak gevoelig voor argumenten (en beeldvorming) en kregen wij onbelemmerd inzage in nevenfuncties en arresten. Daaruit ontstond het IRM-rapport dat uiteindelijk een gratis impuls bleek te zijn voor een zinnige discussie over plaatsvervangers en nevenfuncties, kortom over de zorg voor een integere rechterlijke macht. Sindsdien lijkt uw standpunt en grondhouding iets te zijn veranderd, want zowel in uw wetgeving als uit uw interviews (o.a. Elsevier Magazine) klinkt een wat kritischer houding door tegenover het functioneren van de dames en heren magistraten.

Zoals aanvankelijk het Amsterdamse Hof meende ook de Hoge Raad ons op 21/5/96 te moeten verbieden om arresten in te zien. Voor de camera verklaarde destijds mijnheer Dittrich zijn verbazing hierover en hij zou u daarover zelfs vragen stellen. Ik heb er daarna niets meer van gehoord en enige tijd geleden hebben we opnieuw aangekondigd dat we op 23 mei a.s. bij de Hoge Raad civiele arresten willen inzien.

De weerstand daartegen blijft onveranderd groot terwijl de argumenten volledig ontbreken. De President , mijnheer Martens, kwam er zelf niet meer uit. Ten einde raad vroeg hij het kantoor van de landsadvocaat om advies, Ene Mr. Daalder deelde ons namens de President op 14/5 jl. Mee dat wij niet in de gelegenheid worden gesteld om de betreffende arresten in te zien. Enfin, dat verhaal kennen we inmiddels wel, maar wat ons, u en in feite iedereen die het met dit land goed voorheeft echt zorgen dient te baren was de toevoeging:

    "...Het voornemen bestaat de voorgestelde tekst van artikel 1.3.10 van het voorontwerp van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in die zin aan te passen dat daarin uitsluitend een recht op afschrift of uittreksel wordt opgenomen. Ook naar komend recht zal dus geen recht op inzage bestaan".

Lid 2 van de tekst voorontwerp 1.3.10 Rv luidt:

    "Onverminderd de artikelen 2.11.3 en 3.4.13, derde lid, wordt aan een ieder op diens verzoek inzage verleend in vonnissen, arresten en beschikkingen en tegen vergoeding een afschrift daarvan verstrekt".

En lijkt me volledig in lijn met het huidige denken hierover.

Op 1/4/95 schreef u bij de installatie van de werkgroep 'Jurisprudentiedocumentatie' aan de vaste Kamercommissie dat de overheid gehouden is zich in te zetten voor de toegankelijkheid van de rechtspraak vanuit de medeverantwoordelijkheid voor het functioneren van de democratische rechtsstaat. In menig beschaafd, fatsoenlijk, open en democratisch land staan arresten al op internet en profileren wij ons in het buitenland niet graag als een beschaafd, fatsoenlijk, open en democratische land?

Het lijkt mij niet echt slim dat de hoogste rechter in dit land zijn advocaat laat refereren aan bestaande en voor anderen niet kenbare voornemens van de wetgever, en gesteld dat we hem serieus moeten nemen (het omgekeerde lijkt me ook een probleem) dan valt moeilijk aan te geven wat erger is: dat u volgens hem ondanks uw eerdere uitlatingen over openheid toch het voornemen heeft om die openheid definitief buiten de deur te zetten of het feit dan de Nederlandse rechterlijke macht zoveel te verbergen heeft dat met echte openheid het zorgvuldig gekoesterde beeld over een integere rechterlijke macht in elkaar stort. De weigering om eigen procesdossiers in te mogen zien; het stilzwijgen rond de ontdekking van een "neprechter" (Telegraaf 12-3-97) en rechters (vooral plaatsvervangers) die de wet negeren en het vertikken om hun nevenfuncties openbaar te maken, zijn niet echt vertrouwenwekkend.

U zult begrijpen dat wij vanuit onze zorg voor een integere rechterlijke macht op grond van deze informatie bij u, de Tweede Kamer en de pers ogenblikkelijk aan de bel moeten trekken. Het kan zijn dat mijnheer Daalder het allemaal verkeerd opgeschreven of begrepen heeft, maar ook dat iemand maar eens een indringend gesprek met mijnheer Martens moet hebben en hem daarbij vertelt dat we ondertussen in 1997 en niet in 1897 leven!

Hoogachtend,


Mr. P.P.M. Ruijs


Terug naar de brief van H.J. Rem en A. Rem-Bruijn
aan de President van de Hoge Raad mr. S.K. Martens


Afkomstig van: Mr. P.P.M. Ruijs, Zwenkgras 69, 2804 NH Gouda

Telefoon 0182-538171 telefax: 0182-572061


steun SDN op bankgiro NL57 INGB 0000 7084 52 Stichting Sociale Databank Nederland
E-mailadres:
sdn@planet.nl
Internet site: http://www.sdnl.nl/irm-8.htm
Westkade 227, 1273 RJ Huizen (NH)
Tel.: (31)-35-5244141

Disclaimer