De functie van 'volksvertegenwoordiger' blijkt in de praktijk volkomen uitgehold. Met KAMERZETEL 151 zeker niet...!!

Pleitnotitie voor de Raad van State in de zaak Hendriks versus de minister van Binnenlandse Zaken
Brockhus . . Politiek . . Kamerzetel <==> SDN . . Klokkenluider . . Hendriks SRC="http://www.sdnl.nl/hendriks.htm">

Pleitnotitie m.b.t. de terugvordering van fractiesubsidie van Kamerlid Hendriks

Henry George (1839-1897): De Aarde behoort toe aan alle levende wezens

't Achterom 9a
5491 XD
Sint Oedenrode
Tel. 0413-490387
Fax. 0413-490386

Raad van State,
Afdeling bestuursrechtspraak,
Postbus 20019,
2500 EA 's-Gravenhage.

PLEITNOTITIE

Sint Oedenrode, 26 juli 2001.

Karel V Stichting voor Staatkundig Onderzoek.
appellant.

Tegen:

Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
verweerder.


Uw nummer: 200100305/1/H2.

Ons kenmerk: KVS/05011/HB.

Tijdstip hoorzitting: 26 juli 2001 om 11.00 uur.


Geacht college,

Met betrekking tot deze zaak heeft u de volgende stukken ontvangen:

  1. Ons hoger beroepschrift van 5 januari 2001, kenmerk: KVS/05011/HB, aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (21 pagina's).
  2. Onze bij brief van 14 februari 2001 toegezonden nadere motivering op bovengenoemd beroepschrift aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. (27 pagina's).
  3. Onze bij brief van 14 juli 2001 nader toegezonden stukken aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (33 pagina's).
  4. Onze bij brief van 14 juli 2001 extra nader toegezonden stukken aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (5 pagina's).

Met nadruk verzoek ik u de inhoud van bovengenoemde stukken volledig te betrekken in uw beslissing.


De feiten zijn:

De kern van de zaak is als volgt:

  1. Bij brief van 5 februari 1999 (kenmerk DA99/54723) heeft accountant D. Meijer beslist dat de Stichting Karel V geen recht meer heeft op subsidie. Daarbij baseert hij zich op de in brief van 2 februari 1999 (kenmerk BW99/52124) door de heer A.Ch.M. Rijnen neergelegde uitgangspunten.

  2. Bij brief van 2 februari 1999 (kenmerk: BW 99/52124) heeft de heer A.Ch.M. Rijnen het standpunt ingenomen dat een wetenschappelijk instituut dat zich sterk op het fractiewerk en de directe ondersteuning van de heer Hendriks (voormalig kamerlid) heeft gefocust; niet voor subsidie op grond van de "subsidieregeling voor politiek-wetenschappelijke instituten 1995" in aanmerking komt.

  3. Het onder "punt 2" ingenomen standpunt van de heer A.Ch.M. Rijnen is een antwoord op de vraag die dezelfde (onder "punt 1" genoemde) accountant D. Meijer bij brief van 15 januari 1999 (kenmerk: DA 98/509112) heeft gesteld. De heer Meijer stelde daarin de volgende vraag aan de heer Rijnen: Omdat de vraag, hoe om te gaan met de kosten van een wetenschappelijk instituut dat zich sterk op het fractiewerk en de directe ondersteuning van het voormalige kamerlid heeft gefocust, niet eerder aan de orde is geweest, verzoek ik u - gelet ook op het feit dat er voor de fractieondersteuning en de persoonlijke ondersteuning van kamerleden specifieke regelingen bestaan - in deze een standpunt in te nemen. Kennelijk was hetgeen hierboven werd gevraagd voor de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties iets nieuws. Dit is opmerkelijk omdat Tweede Kamerlid Hendriks al vanaf 1994 ervan uit mocht gaan dat zijn toekomstig wetenschappelijk instituut voor hem mocht gaan werken, hetgeen u onder de punten 4 t/m 7 vindt uiteengezet.

  4. 4. Bij brief van 21 november 1994 (kenmerk BW94/U2262) bericht dezelfde heer A. Ch.M. Rijnen namens de minister aan de Tweede Kamer der Staten Generaal dat het Tweede Kamerlid Th.J.M. Hendriks op grond van genoemde subsidieregelingen, als hij aan de daarin genoemde voorwaarden voldoet, aanspraak maakt op subsidie.

  5. 5. Naar aanleiding van de onder "punt 4" genoemde brief, en na telefonisch overleg hierover, verstuurt Tweede Kamerlid Th.J.M. Hendriks aan dezelfde heer A. Ch.M. Rijnen bij brief van 29 augustus 1995 de doelstellingen van de stichtingen welke hij beoogt aan te wijzen voor subsidie in de zin van de door de heer Rijnen toegezonden subsidieregelingen. In die doelstellingen staat letterlijk het volgende geschreven: Het zich uitsluitend of in hoofdzaak bezig houden met politieke vormings- en scholingsactiviteiten ten behoeve van Leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

  6. 6. Bij brief van 4 september 1995 (kenmerk BW95/1614) bericht de heer A.Ch.M. Rijnen fractie-Hendriks dat de doelstellingen van de stichtingen, zoals die staan verwoord onder "punt 5", in overeenstemming zijn met de desbetreffende subsidieregelingen.

  7. 7. Bij brief van 27 oktober 1995 laat Tweede Kamerlid Th.J.M. Hendriks de Minister van Binnenlandse Zaken de fotokopieën toekomen van de beide oprichtingsakten, waaronder die van de Karel V Stichting voor Staatkundig Onderzoek, daarin overgenomen de door de heer A.Ch.M. Rijnen goedgekeurde doelstelling, te weten: De stichting heeft ten doel; het uitsluitend of in hoofdzaak verrichten van wetenschappelijke arbeid op het gebied van de staatkunde ten behoeve van leden van de Twee Kamer der Staten-Generaal en als zodanig door die leden aangewezen.


Conclusie.

  • Het door de heer A.Ch.M. Rijnen onder "punt 2" ingenomen standpunt, op grond waarvan Tweede Kamerlid Th.J.M. Hendriks niet in aanmerking komt voor subsidiegelden, is strijdig met de door dezelfde heer A.Ch.M. Rijnen onder "punt 5" goedgekeurde doelstellingen die voor dezelfde subsidiegelden wel in aanmerking komen.

  • De onder punt 1 t/m 3 genoemde stukken kunt u vinden achter "tab 4" van de bij brief van 20 april 2001 nader toegezonden stukken. De onder punt 4 t/m 7 genoemde stukken hebben betrekking op de Tweede Kamer der Staten-Generaal met als lid Th.J.M. Hendriks.

    Ingevolge artikel 1:1, tweede lid, van de Algemene wet Bestuursrecht kan de Tweede Kamer, en derhalve Tweede Kamerlid Th.J.M. Hendriks, niet als bestuursorgaan worden aangemerkt. U bent derhalve niet bevoegd om in de in geding zijnde zaak een beslissing te nemen, immers het gaat hier om staatsrecht en niet om bestuursrecht. Staatsrecht hoort niet thuis bij de Raad van State. Juist om die reden heb ik aan u geen kopie verstrekt van de onder punten 4 t/m 7 genoemde stukken. In geval u deze stukken nodig hebt voor uw beslissing dan zal ik deze op uw verzoek ter zitting verstrekken.

  • C. Daar het hier gaat om een staatsrechtelijk geschil heeft Tweede Kamerlid Th.J.M. Hendriks diverse malen geprobeerd dit te bespreken met de toen verantwoordelijke minister van Binnenlandse Zaken de heer H.F. Dijkstal. Deze verantwoordelijke minister heeft echter keer op keer geweigerd zonder enige motivering met het Tweede Kamerlid Hendriks persoonlijk te overleggen en zijn ambtsopvolgers evenmin.


U zult zich afvragen waarom?

Uit mijn bij brief van 14 juli 2001 nader toegezonden stukken kunt u opmaken dat de Staat zich blijkbaar ten doel heeft gesteld om, via geïmpregneerd hout als tijdelijke drager, geheel Nederland te vergiftigen met de meest kwalijke kankerverwekkende stoffen als "arseenzuur" en "chroomtrioxide" in strijd met nagenoeg alle Europese richtlijnen en verordeningen. Dit om daarmee met name Shell/Billiton met overheidssubsidie van haar hoog problematisch gevaarlijk afval af te helpen, omwille van de winst voor enkelen.

Nadat Tweede Kamerlid Hendriks vanaf 1996 hierover vragen ging stellen voelde de namens de regering verantwoordelijk minister H.F. Dijkstal zich kennelijk bedreigd. Vanaf dat moment kreeg Tweede Kamerlid Hendriks te maken met het FOK.

Het FOK staat nergens geregistreerd en bestaat uit volstrekt anonieme personen, die zich nooit hebben laten zien, die telefonisch en per fax nooit te bereiken zijn en die hun legitimatie niet willen prijsgeven. Uit mijn bij brief van 14 mei 2001 extra nader toegezonden stukken kunt u opmaken dat ik ene Ronald van der Wiel van het FOK bij brief van 14 juli 2001 heb verzocht om mij vóór 25 juli 2001 het volgende te laten toekomen:

  • een kopie van een geldig legitimatiebewijs (paspoort of rijbewijs) van hem persoonlijk.
  • het faxnummer van het FOK waarmee hij zijn brief van 18 juni 2001 heeft verstuurd. Bij brief van 18 juli 2001 heeft ene Ronald van der Wiel van het FOK mij laten weten dat hij die niet verstrekt (zie bijlage 1).

Voor mij bestaat ene Ronald van der Wiel c.q. het FOK helemaal niet. Dit alles is opgestart onder verantwoordelijkheid van de voormalige minister van Binnenlandse Zaken de heer H.F. Dijkstal huidig fractievoorzitter van de VVD. Ik ben derhalve een onderzoek gaan instellen naar zijn verleden. Daarbij viel ik van de ene verbazing in de andere. Uit bijgevoegde artikelen zal u duidelijk worden waarom. Het betreffen:

  • het artikel "Hans Dijkstal werkte voor zwendelaars" uit de Telegraaf van 26 augustus 1994 (bijlage 2).
  • het artikel "Dijkstal deed zaken voor frauduleus instituut IOS" uit de Volkskrant van 27 augustus 1994 (bijlage 3). Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud.

Dit verklaart alles.

Ik ga ervan uit dat u, als onafhankelijk rechtscollege, zich niet laat beïnvloeden door dergelijke duistere instellingen en personen en op grond van bovengenoemde feiten:

  • De aangevallen uitspraaknummer 99/1289 WET JA van 16 november 2000 van de arrondissementsrechtbank te Breda vernietigt.

  • Alle onderliggende besluiten van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vernietigt.

  • De Karel V Stichting voor Staatkundig Onderzoek alsnog de verzochte subsidie toekent, inclusief de wettelijke rente.

  • De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties veroordeelt in de proceskosten van dit hoger beroep en ons onderliggend beroep.

Het ingevulde proceskostenformulier vindt u bijgevoegd.

Hoogachtend,

ing.A.M.L. van Rooij, veiligheids- en milieudeskundige Ecologisch Kennis Centrum BV
Voor deze

Ing. A.M.L. van Rooij,
directeur.



3 pagina's volgen.

Terug naar het begin