De functie van 'volksvertegenwoordiger' blijkt in de praktijk volkomen uitgehold. Met KAMERZETEL 151 zeker niet...!!



oud-Tweede Kamerlid
Th.J.M. Hendriks





Brockhus . . Politiek . . Kamerzetel <==> SDN . . Klokkenluider . . Hendriks

Financiële beschouwingen 1998

Th.J.M. Hendriks
Lid Tweede Kamer der Staten-Generaal

30 september 1997

Rijksbegroting 1998 (25600 IXb) / (Algemene Financiële Beschouwingen)

    Voorzitter,

Als volksvertegenwoordigers weten we dat de Minister van Financiën de enige bewindspersoon is, die in het gehele begrotingsproces een dominante spilfunctie vervult. Hij is ook de belangrijkste tegenpartij bij het beheersen van de uitgaven binnen de vakministeries. Tevens is de minister van Financiën, samen met de President van de Nederlandsche Bank, de hoogste monetaire autoriteit. Genoemde spilfuncties geven mij aanleiding om de voorliggende financiële begroting niet zozeer boekhoudkundig te bekijken, danwel maatschappelijk en structureel. Uiteindelijk sta ik daarvoor te pleiten.

De Nederlandse beleggers hebben in het lopende jaar via aandelen en onroerende zaken een belastingvrije koopkrachtstijging getoucheerd die groter is dan de totale loonsom van alle werkenden in loondienst tezamen. Meer dan 300 miljard gulden zijn de rijken in ons land rijker geworden, zonder er voor te hebben gewerkt, en zonder daar belasting over af te dragen. Er moet werkelijk iets fout zijn in ons economisch systeem; men behoeft geen economie gestudeerd te hebben om dat te kunnen vaststellen. Niet-werken loont blijkbaar meer dan werken.

Het spaargedrag van de burgers en het besparingsgedrag van de overheid, dus ook van deze minister, zorgen ervoor dat ondanks de hoogconjunctuur van vandaag de economie wordt afgeremd. De werkgelegenheid wordt daardoor onnodig geschaad en het loonniveau onder druk gehouden. Dat lijkt gunstig, maar is ook in Europees opzicht slecht en eigenlijk hoogst ongewenst. Een tweede effect is, dat sparen en besparen uitmondt in een ongeremde stijging van financiële waarden op de beurs, en van onroerende zaken! En juist omdat de besparingen toch èrgens in de economie een belegging zoeken. Waar moeten wij als land met ons spaargeld naartoe? Bij wie kunnen wij al die miljarden guldens onderbrengen? Wie kan de schuld torsen die met het lenen van onze besparingen gepaard gaat? En wie kan de rente over al die particuliere schulden dan opbrengen? Kan de minister mij hierop antwoord geven?

Daarnaast vraag ik mij af wat de beleggers met het geld doen dat zij met de aflossing van de staatsschuld in handen krijgen. Gaan zij dat geld trachten te beleggen in schaars, en steeds schaarser wordend onroerend goed? Of gaan ze tegen andere beleggers opbieden om alsnog een pakket aandelen te bemachtigen? Leidt dit alles niet tot een steeds grotere potentiële bron van inflatie, met name wanneer die beleggingsinflatie een toenemende rijkdom suggereert? Bij een toch te verwachten "correctie" zal die rijkdom een uiteenspattende luchtbel blijken te zijn? Wat zijn de consequenties voor de overheid wanneer die vermogensgroei niet gefiscaliseerd wordt?

    Voorzitter,

Ik kom tot de kern van mijn bijdrage aan dit debat. Zoals ik al eerder aan de minister van Financiën heb gevraagd om te reageren op mijn waarschuwing voor een dreigende inflatie vanwege de introductie van de euromunt, bovenop de hiervoor geschetste dreiging van beleggingsinflatie, moet ik helaas vaststellen dat de minister van Financiën daarop nog steeds niet heeft geantwoord.

Evenmin heb ik antwoord gekregen op mijn vraag van 16 september jl. ten aanzien van de recente overname door het Rijk van 3,2 miljard gulden aan brutoschuld van de gemeente Amsterdam. Kunnen andere gemeenten ook op kwijtschelding van een deel van hun schulden rekenen? Zo niet, dan verzoek ik de minister de reden van zijn weigering aan de Kamer te motiveren.

    Voorzitter,

Ik heb evenmin een antwoord ontvangen op mijn vraag inzake de vrijgekomen tientallen miljarden aan primaire liquiditeit, die met de fusie van de vier grote handelsbanken uit het betalingsverkeer zijn vrijgekomen. Waar zijn die miljarden particulier vermogen gebleven? Want in het jaarverslag van de Nederlandsche Bank is deze gigantische structuurverandering in de geldcirculatie niet terug te vinden! Juist het bekorten van het betalingstraject tussen de vroegere onafhankelijke banken zou de liquiditeitsvoorziening aanzienlijk hebben moeten beïnvloeden. Is de hoogconjunctuur in Nederland een gevolg van die liquiditeitsverruiming die het gevolg was van die fusie? Weliswaar antwoordde de minister dat de Ecofin-Raad zich met deze zaak zou bemoeien, maar wat moet deze Ecofin-Raad nu met een strikt Nederlandse, monetaire aangelegenheid? Graag het antwoord van de minister hierop.

Vorig jaar heb ik tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen gezegd dat de regering erop uit is om de oprukkende armoede in ons land te koppelen aan de staatsschuldquote. Hierdoor wordt de tweedeling tussen arm en rijk vergroot. Inmiddels heeft de regering mijn waarschuwingen in de wind geslagen, en is de kloof tussen arm en rijk groter geworden. Waarom weigert de regering de staatsschuld conform de EMU-normen te berekenen? Als zij het vermogen van het ABP-fonds hierbij betrekt, dan voldoen wij volledig aan alle criteria van convergentie van de EMU; en daalt onze schuldquote met ca. 14 procentpunten tot ruim onder de norm.

Merkwaardig genoeg, voorzitter, is het opmerkelijke feit dat vrijwel alles in het Verdrag van Maastricht is vastgelegd met betrekking tot de convergentie van de financiële voorwaarden. Echter, ten aanzien van de convergentie van de productiviteit van de Europese regio's is er helemaal niéts geregeld. Dat zal naar mijn mening een oorzaak zijn van ernstige economische en sociale problemen. Na een aanvankelijke opleving van de werkgelegenheid in Europa met het exporteren van producten naar de zwakkere regio's, zal na de verzadiging en de maximale financiering van die afzet de werkgelegenheid weer stagneren. De eenwording van de beide Duitslanden is er een voorbeeld van.

Reeds eerder heb ik gewezen op mijn onbeantwoorde vragen die ik gesteld heb. Wanneer ik hierop geen antwoord krijg, dan doet de minister iets dat volkomen onjuist is. Welke functie heeft dan een volksvertegenwoordiger nog? Retorische beschouwingen houden?

    Voorzitter, ik rond af.

Juist omdat ik als volksvertegenwoordiger de stem van het volk wil blijven vertolken, heb ik het genoegen om aan de minister van Financiën, aan u als kamervoorzitter en aan alle fractievoorzitters een heel bijzondere CD-ROM te overhandigen. Alle leden van de regering en het parlement staan namelijk met hun personalia en foto op deze CD-ROM, die voor het onderwijs is ontwikkeld. Vorige week werd deze Cd-rom in duizendvoud verspreid. Nu is het mogelijk om zonder telefoonkosten kennis te maken met dat wat maatschappelijk en politiek op internet aan informatie beschikbaar is. De minister van Onderwijs zal met deze CD-ROM zeer in zijn nopjes zijn. Ik beveel hem deze aan. Voor de actuele ontwikkelingen kan een ieder die over een internetaansluiting beschikt het bestand van de Sociale Databank Nederland raadplegen.

Separaat is deze CD-ROM ook aan de overige ministers van dit kabinet aangeboden. Ik dank u.

Zie ook de waarschuwing m.b.t. onze valutareserves en het dreigende gevaar van inflatie voor het AOW-fonds om dezelfde reden.