De functie van 'volksvertegenwoordiger' blijkt in de praktijk volkomen uitgehold. Met KAMERZETEL 151 zeker niet...!!



oud-Tweede Kamerlid
Th.J.M. Hendriks





Brockhus . . Politiek . . Kamerzetel <==> SDN . . Klokkenluider . . Hendriks


ALGEMENE BESCHOUWINGEN 1998


's-Gravenhage, 17 september 1997


    Lid Hendriks

    Voorzitter,

De laatste weken is het zogenoemde Poldermodel bejubeld. De een zegt: "Er is nog niet genoeg bezuinigd", de ander zegt: "Er is teveel bezuinigd. Eén conclusie is in elk geval te trekken: het Poldermodel is géén garantie voor een zonnige toekomst op lange termijn. Hoe Nederland er over dertig jaar uit zal zien, kan niemand voorspellen. Als het regeringsbeleid zó doorgaat, zal dat op een sociale ramp uitlopen. Of acht men toenemende kinderarbeid een teken van welvaart, waartegen D66 ook waarschuwde? En het onzalige voorstel van om alle huismoeders buitenshuis te laten werken? Of de sociale maatregelen voor oudere werknemers af te schaffen?"

    AOW-fonds

Het is mij opgevallen dat bijna iedereen staat te juichen om geld in het toekomstig AOW-fonds te stoppen. Ouderenbonden gaan er vanuit dat de ouderen daarvan zouden profiteren. Ik vrees dat dit een illusie is. Dat klinkt misschien vreemd, maar dat is het niet. Het is namelijk helemaal niet zeker dat het AOW-fonds op basis van staatsobligaties over pakweg dertig jaar, vanwege de inflatie, nog enige waarde zal bezitten. Wanneer de miljarden in aandelen zouden worden belegd is er nog een kans dat deze spaarpot niet als sneeuw voor de zon zal verdwijnen. En het blijft twijfelachtig of het geld toch niet voor andere doeleinden gebruikt gaat worden.

De gelegaliseerde diefstal van 35 ABP-miljarden ligt mij nog te vers in het geheugen. Gebleken is dat de overheid een slecht fondsbeheerder blijk te zijn! Ik vind het te gevaarlijk om zo'n spaarfonds te vormen. Beter is te zijner tijd de AOW gewoon te financieren met nieuwe staatsleningen. Voordeel is, dat dan gedurende de looptijd geen rente hoeft te worden betaald ten laste van de lopende begroting.)

Voorzitter,

Mijn zorg voor de koopkracht van de AOW is ook ingegeven door het gevaar van inflatie bij de invoering van de EURO. Bij de invoering daarvan valt het speculatiecircuit in Europese valuta weg, waardoor eensklaps honderden miljarden aan financieel vermogen in de geldmarkt terugkeren. Een tweede aspect hierbij is het verkorten van de betalingstermijnen in de Europese handel. Ook door deze versnelling van het betalingsverkeer zullen nog eens vele honderden miljarden EURO'S terugvloeien naar de geldmarkt. De enorme cumulatie van geldmiddelen veroorzaakt voorspelbaar een enorme inflatie. Ik mis in de miljoenennota dit aspect en vind dat wat "naïef optimistisch".

En nu de koopkrachtverbetering van de uitkeringsgerechtigden. Met name de AOW-gerechtigden. De regering vergeet dat er maar íets met de inflatie hoeft te gebeuren, en de voorspelde koopkrachtverbetering valt in duigen. De voorgestelde koopkrachtverbetering van dat éne procentje voor de minima is in dit opzicht uitermate kwetsbaar. Als de inflatie ergens invloed op heeft, dan is juist op de koopkracht van kwetsbare groepen.

    De Rechterlijke macht

De troonrede spreekt over een dynamische samenleving waarin recht en rechtspraak belangrijke ankers vormen. Waarom spreekt de regering niet gewoon over het handhaven van de rechtsstaat? De Troonrede vermeldt eveneens dat een toenemend beroep op de rechtspleging de oorzaak is van problemen bij de Rechterlijke Macht. Ik zie het anders: het rechtssysteem functioneert niet naar behoren, omdat de Rechterlijke Macht zélf de regels niet nakomt. Ik ben dan ook blij met het door de minister van Justitie aangekondigde wetsvoorstel om advocaten te verbieden als rechter-plaatsvervanger op te treden. Ook haar kritiek op het niet goed functioneren van het politieapparaat bij het opsporen van misdrijven is zeer terecht. Immers de openbare veiligheid is, naast een goede materiële bestaansbasis voor de burgers, een van hun grootste zorgen.

    Binnenlands bestuur

Een aantal grotere gemeenten heeft bij monde van de G-21 terecht aan de Tweede Kamer zijn ernstige zorg geuit over de sociale infrastructuur. Enerzijds wentelt de regering haar sociale verantwoordelijkheid af op de MARKT, anderzijds legt zij de grootste noden op het bord van de gemeenten. Die zijn hiervoor niet toegerust. Ik vraag de regering met klem terug te komen van deze heilloze weg. Onlangs heeft de regering een schuld van 3,3 miljard gulden van de gemeente Amsterdam overgenomen. Mijn vraag is: "Kunnen nu andere gemeenten eveneens op een overname van hun schuld door het Rijk rekenen?"

    Sociaal beleid

Voorzitter, ik rond af. Ik wil nog even reageren op de gedachtewisseling over het minimumloon. Ik meen dat de discussie hier een onfatsoenlijk peil heeft bereikt. Wat door de heer Bolkestein naar voren is gebracht over het minimumloon, tart elke verbeelding. Er werd door hem gesproken over een MARKT-MINIMUM, alsof de mensen in Nederland koopwaar zijn.

Ik stel voor van nu af aan het woord ARBEIDSMARKT nooit meer te gebruiken. Werk is een recht, maar nooit een door de "markt" afdwingbare plicht. Voortaan niet meer: "Loon naar werk" (want dat loon stelt voor de meesten toch niets meer voor), maar wel: "Werk moet lonen". De VVD daag ik uit de verkiezingen in te aan met een pleidooi voor de verlaging van het minimumloon naar 1500 gulden. Voor het resultaat hoeven zij dan maar naar de ideeën van het CDA over de AOW, en van de PvdA over de WAO bij vorige verkiezingen te kijken!

    Tot slot:

De door mij geuite zorgen over monetaire en juridische beleidsaspecten kunnen door iedereen op het internet bij de Sociale Databank Nederland worden ingezien.


Commentaar:

Het is jammer dat de Tweede Kamer in de beschouwingen nog geen aandacht heeft geschonken aan het cruciale, ontbrekende aspect in het Verdrag van Maastricht van de convergentie van arbeidsproductiviteit, of van de productiviteit in het algemeen. Juist dit aspect zal de bron van "regionale" en maatschappelijke spanningen kunnen worden. Het wisselkoersmechanisme maakte het nu mogelijk om van elke regio in de Europese Monetaire Unie de concurrentiepositie te laten aansluiten bij die van productievere regio's (lees landen) in Europa. De verstarring van de productiviteitsverhoudingen zal een uiteen drijven van economische ontwikkelingen sterk bevorderen, omdat de lidstaten zullen gaan concurreren met de enig overgebleven flexibiliteit: de lonen, de arbeidsvoorwaarden en de sociale voorzieningen. Het kapitaal zal doordoor wegtrekken vanuit de zwakkere regio's naar de sterkere, want daar is het rendement hoger. De economische ontwikkeling van de sterke regio's, waartoe Nederland zeker behoort, zal daardoor sneller gaan dan die van de zwakkere.

De werkloosheid in de zwakkere regio's zal daardoor versterkt nog hoger worden dan nu al het geval is, waardoor de sociale kosten meer en meer door de rijkere landen zullen moeten worden opgebracht; met name door de werknemers in het noorden van Europa. De EMU zal, net als na de hereniging van de beide Duitslanden, aanvankelijk een stimulans zijn van 'n grotere economische bedrijvigheid door 'export' naar de zwakkere regio's, maar zal daarna een terugslag ondervinden, omdat de sociale lasten zullen toenemen vanuit de zwakkere regio's, die dan vervolgens drukken op de economieën in het noorden.

Nobelprijswinnaar Milton Friedman waarschuwde onlangs daarvoor.