Henry George en Edward Bellamy waren twee econmen die een basisinkomen voor iedereen bepleitten

Tien motieven voor een algemeen basis-inkomen

Grondvest Henry George . . . . . SDN <=====> Bellamy . . . . . GB Institute

Eerder verschenen in "Grondrecht innen voor Milieu en Basisinkomen"

Giro: NL57 INGB 0000 7084 52

Member of the 'council of Georgist Organisation' - New York

GRONDVEST

Uit Grondvest 2e kwartaal 2002

Tien motieven voor een algemeen basis-inkomen

    door Simon Hogervorst

(eerder verschenen in "Grondrecht innen voor Milieu en Basisinkomen")

  1. Een ABI geeft de burger bestaanszekerheid zonder zijn vrijheid aan te tasten, d.i. zonder dat dit een eenzijdige afhankelijkheidsrelatie met zichmeebrengt.

  2. Een ABI maakt in pricipe een vrije arbeidskeuze mogelijk, doordat het de werknemer een onafhankelijke positie op de arbeidsmarkt verschaft.

  3. Een ABI versterkt de positie van de werknemer tegenover zijn werkgever bij zijn streven naar gunstige arbeidsomstandigheden.

  4. Een individueel toegekend ABI kan tevens worden beschouwd als een basishonorering van velerlei vormen van onbetaalde aktiviteiten ten behoeve van gezin en samenleving.

  5. 5 Een ABI maakt de rol, die betaalde arbeid in de samenleving speelt, minder centraal.

  6. 6 Een ABI vergemakkelijkt de keuze voor deeltijd-banen; het bevordert daarmee een betere verdeling van de betaalde arbeid en is zodoende een belangrijk middel om de werkloosheid terug te dringen, respectievelijk op te heffen.

  7. 7 De vervanging van de huidige uitkeringen door een ABI voorkomt aftrek van inkomsten uit arbeid en stimuleert zo het eigen initiatief van de betrokkenen.

  8. Een ABI maakt een vergaande vereenvoudiging van het sociale zekerheidsstelsel mogelijk met tegelijkertijd sterke vermindering van de premiedruk.

  9. Een ABI verlost werklozen en andere uitkeringsgerechtigden van een zware morele druk, van omstreden verplichtingen en van mogelijke inbreuken op hun privacy; het bevrijdt hen van stigmatisering.

  10. Een ABI heeft een positief effekt op het economisch leven; het betekent met name een belangrijke ruggesteun voor veel marginale bedrijvigheid.
4e Kwartaal '99