Beklag ex artikel 12 Wetboek van Strafvordering tegen het niet vervolgen van de Fa. Gebr. van Aarle


EuroStaete . . EKC . . Klokkenluiders <===> SDN . . Wolmanzouten . . English

    Henry George (1839-1897): De Aarde behoort toe aan alle levende wezens 't Achterom 9a
    5491 XD Sint Oedenrode
    Tel. 0413-490387
    Fax. 0413-490386

Sint Oedenrode, 2 januari 2003.

Van: Ing. A.M.L. van Rooij,
't Achterom 9a,
5491 XD Sint Oedenrode.

Aan:

    Het gerechtshof te 's-Hertogenbosch,
    Leeghwaterlaan 8,
    Postbus 70581,
    5201 CZ 's-Hertogenbosch.

Aantekenen (met bijlagen),
Per fax 073 - 6204381/6204383 (zonder bijlagen).

    OPEN BRIEF


Betreft: Beklag ex. Art. 12 WvS niet vervolging n.a.v. mijn aangifte van 1 oktober 1995.


Geachte College,

Hierbij dien ik mijn beklag in tegen de niet vervolging van mijn aangifte d.d. 1 oktober 1995 tegen het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. te Sint Oedenrode door de hoofdofficier van Justitie mr. R.W.M. Craemer, arrondissementsparket 's-Hertogenbosch (zie bijlage A).

MOTIVERING BEKLAG.

Bij brief van 1 december 2002 heb ik de hoofdofficier van Justitie mr. R.W.M. Craemer letterlijk het volgende geschreven (zie bijlage B).


    Geachte heer Craemer,

    Ruim zeven jaar geleden (op 11 oktober 1995) heb ik bij de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket 's-Hertogenbosch aangifte gedaan van het plegen van een ernstig strafbaar feit (art. 173a WvS) door de Gebr. van Aarle B.V., Ollandseweg 159 te Sint Oedenrode. Betreffende aangifte van 1 oktober 1995 vindt u bijgevoegd (zie bijlage 1). Ik verzoek u wederom kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

    In die aangifte heb ik feitelijk onderbouwd dat het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. jaarlijks zo'n 5650 kg. arseen (arseenzuur) en 7900 kg. chroom VI (chroomtrioxide) op een ongecontroleerde wijze in het milieu (water, bodem en lucht) brengt. Dit alles op een zodanige manier dat dit later bij duizenden mensen kan leiden tot kanker en/of toxische effecten op de reproductie functie van vrouwen en/of mannen (o.a. impotentie, fertiliteitsproblemen, menstruatiestoornissen, testiskanker) en/of toxische effecten op het nageslacht via vrouwen en/of mannen (o.a. miskramen ontwikkelings-stoornissen, doodgeboorte) en/of genetische afwijkingen.

    Juist om die reden zijn deze stoffen veelal in internationaal verband op de zwarte lijst geplaatst en heeft de Tweede Kamer der Staten-Generaal in het Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer 1986-1990, vergaderjaar 1985-1986, 19204, nrs. 1-2, besloten dat deze stoffen zo gevaarlijk zijn voor mens, dier en milieu dat in het milieu brengen ervan via een maximale brongerichte aanpak moet worden voorkomen(zie bijlage 2). Ik vind het dan ook onbegrijpelijk dat u heden, na ruim zeven jaar, nog steeds geen beslissing hebt genomen op mijn aangifte van 1 oktober 1995.

    Door niet te beslissen op mijn aangifte van 1 oktober 1995 hebt u mij al meer dan zeven jaar lang geblokkeerd in mijn beklag mogelijkheid bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, zoals dat staat beschreven in artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering. Vanwege het feit dat houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. door de georganiseerde misdaad (collusie) wordt gebruikt als dekmantelbedrijf acht ik niet uitgesloten dat dit uw handelwijze als hoofdofficier van justitie heeft beïnvloed.

    Uw al meer dan zeven jaar lange weigering om te beslissen op mijn aangifte van 1 oktober 1995 is er de oorzaak van dat de Gebr. van Aarle B.V. in die tijd nog zo'n 40.000 kg. arseen (arseenzuur) en 56.000 kg. chroom VI (chroomtrioxide) meer op een ongecontroleerde wijze in het milieu (water, bodem en lucht) heeft gebracht . Deze 40.000 kg. arseen en 56.000 kg. chroom VI had de Gebr. van Aarle B.V. niet in het milieu kunnen brengen als u in 1995 op mijn aangifte van 1 oktober 1995 had beslist. Voor deze ongecontroleerde dumping van 40.000 kg arseen (arseenzuur) en 56.000 kg chroom VI (chroomtrioxide) zijn u en uw voorgangers dan ook volledig verantwoordelijk en aansprakelijk. Hiermee hebben u en uw voorgangers een ernstig strafbaar feit gepleegd (art. 73a WvS) waarvoor een gevangenisstraf staat van 12-15 jaar.

    Met nadruk verzoek ik u te stoppen met de voortzetting van het plegen van strafbare feiten en binnen 14 dagen na heden een beslissing te nemen op mijn aangifte van 1 oktober 1995 tegen houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. (zie bijlage 1).

    De inhoud van mijn aangifte d.d. 1 oktober 1995, en van deze brief, heb ik geschreven vanuit mijn deskundigheid als hogere veiligheidskundige. Het certificaat van vakbekwaamheid vindt u bijgevoegd (zie bijlage 3).

    Om te voorkomen dat deze brief aan u op dezelfde wijze in het halfronde archief verdwijnt als mijn aangifte van 1 oktober 1995 aan u, heb ik dit schrijven bij de Sociale Databank Nederland (SDN) op internet laten plaatsen: www.sdnl.nl/ekc-om05.htm
    Uw antwoord hierop, alswel het uitblijven van uw antwoord hierop, zal eveneens bij de SDN op internet worden geplaatst.

    In afwachting van uw antwoord binnen 14 dagen na heden, teken ik;


      Hoogachtend,

    ing.A.M.L. van Rooij, veiligheids- en milieudeskundige Ing. A.M.L. van Rooij,
    Hogere veiligheidskundige





    Bijlage:

    1. Mijn aangifte van 1 oktober 1995 aan de hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket 's-Hertogenbosch (7 pagina's).
    2. Blz. 3, 52, 53, 54 en 55 uit het Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer 1986-1990 van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 1985 - 1986, 19204, nrs. 1-2 (5 pagina's).
    3. Het certificaat nummer V395 van 10 juli 2001 van de Stichting voor de certificatie van vakbekwaamheid (SKO) aan A.M.L. van Rooij als hogere veiligheidskundige (1 pagina).

    (P.S. In bovengenoemde brief heb ik achtmaal (mijn) aangifte van 1 oktober 1995 geschreven die ook nog als bijlage 1 was bijgevoegd. Eenmaal heb ik per abuis 11 oktober 1995 geschreven.)


    Omdat beantwoording binnen de verzochte 14 dagen uitbleef heb ik daarover bijgevoegd artikel 'Bossche Justitie helpt misdaad' geschreven in Kleintje Muurkrant nr. 374 van 20 december 2002. In dat artikel heb ik letterlijk het volgende geschreven (zie bijlage C).


    Bossche Justitie helpt misdaad

    Een bedrijf in Sint Oedenrode brengt jaarlijks zo'n 5650 kg arseen en 7900 kg chroom VI in het milieu. Hiervoor staat, ingevolge artikel 173a van het Wetboek van Strafrecht, een gevangenisstraf van 12-15 jaar. Al op 11 oktober 1995 heb ik daarvan aangifte gedaan bij de hoofdofficier van justitie in Den Bosch. Deze hoofdofficier van justitie weigert op deze aangifte al ruim zeven jaar lang een beslissing te nemen. Daarmee helpt hij betreffend bedrijf al meer dan zeven jaar met het plegen van de hieronder beschreven strafbare feiten.

      door Ad van Rooij

    De Tweede Kamer der Staten Generaal heeft in het vergaderjaar 1985/86 het "Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer 1986/90" vastgesteld. In dat meerjarenprogramma staat geschreven dat arseen en chroom VI zwarte lijststoffen zijn, en dat deze stoffen zo gevaarlijk zijn voor mens, dier en milieu, dat in het milieu brengen ervan in internationaal verband vermeden moet worden.

    Voor uit het milieu weren van deze zwarte lijststoffen wordt daarom een maximale brongerichte aanpak voorgestaan. Een bedrijf in Sint Oedenrode doet precies het tegenovergestelde. Dit bedrijf perst onder hoge druk schoon hout tot aan de kern toe vol met het goed in water oplosbare arseenzuur en chroomtrioxide (chroom VI). Nadat dit hout is volgeperst met deze zwarte lijststoffen worden er houten produkten als tuinschuttingen, pergola's, tuinhuisjes, vlonders, picknicktafels en zelfs kinderspeeltoestellen van gemaakt. Deze met arseen en chroom VI volgeperste houten produkten worden door 't bedrijf verkocht aan consumenten zonder hen te hebben gewaarschuwd voor de daaraan verbonden gevaren en gebreken.

    Het arseen en chroom VI komt met het regenwater mee uit het hout en vergiftigen daarmee bramen, druiven, aardbeien, tomaten en dergelijken die vaak tegen of onder deze geïmpregneerde houten schuttingen of pergola's worden geplant. Kinderen die op geïmpregneerde houten kinderspeeltoestellen spelen krijgen dit arseen en chroom VI binnen via de huid, de mond en rechtstreeks in het bloed bij splintervorming. In de afvalfase wordt dit geïmpregneerde hout opgestookt in houtkachels. Daarbij wordt zo'n 50 % van dat arseen en chroom VI via de schoorsteen uitgestoten naar de lucht. Omwonenden ademen deze zwarte lijststoffen in. Het overblijvende as bevat extreem hoge concentraties arseen en chroom VI.

    Zonder enige bescherming wordt dit levensgevaarlijk as veelal opgeschept met veger en blik, waardoor diegenen die dat doen hoge concentraties arseen en chroom VI inademen. Dit levensgevaarlijke as gaat vervolgens gewoon in de vuilnisbak of wordt gebruikt als humus in de groententuin. Dit heeft tot gevolg dat diegenen die het huisvuil ophalen, of de op dat as gekweekte groenten eten, daarmee ook hoge concentraties arseen en chroom VI het lichaam binnenkrijgen. In de afvalfase wordt dit geïmpregneerde hout ook bijgestookt in de kolengestookte elektriciteitscentrales voor de opwekking van "groene" stroom. In dat geval wordt betreffend arseen en chroom VI deels uitgestoten via de schoorsteen van die elektriciteitscentrales en worden die stoffen door de omwonenden van die centrale ingeademd. Een groot gedeelte van betreffend arseen en chroom VI blijft achter in het vliegas.

    Dit vliegas wordt voor zo'n 50 procent toegevoegd aan cement. Bouwvakkers die met dat cement moeten werken krijgen dit arseen en chroom VI vervolgens weer binnen door inademing, inslikken en via de huid. Bouwbedrijven die hun werknemers met deze giftige cement laten werken overtreden daarmee de Arbeidsomstandighedenwet. Het is voor mij een raadsel dat de arbeidsinspectie daartegen niet optreedt. Deze bedrijven kunnen later rekenen op grote schadeclaims, aangespannen door hun zieke werknemers.

    Door niet te beslissen op mijn aangifte van 11 oktober 1995 heeft de hoofdofficier van justitie in Den Bosch mij al zeven jaar lang geblokkeerd in mijn beklag mogelijkheid bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch, zoals dat staat beschreven in artikel 12 van het Wetboek van Strafvordering. Deze zeven jaar lange weigering om te beslissen is er de oorzaak van dat betreffend bedrijf in die tijd zo'n 40.000 kg arseen en 56.000 kg chroom VI op de hierboven beschreven wijze in ons leefmilieu heeft kunnen brengen. Als gevolg daarvan kan dit later bij duizenden mensen leiden tot kanker en/of toxische effecten op de reproductiefunctie van vrouwen en/of mannen (onder andere impotentie, fertiliteitsproblemen, menstruatiestoornissen, testiskanker) en/of toxische effecten op het nageslacht via vrouwen en/of mannen (onder andere miskramen, ontwikkelingsstoornissen, doodgeboorte) en/of genetische afwijkingen en dergelijke.

    Al dit toekomstige leed aan duizenden mensen is toe te schrijven aan de hoofdofficier van justitie in Den Bosch. Om te voorkomen dat betreffend bedrijf in Sint Oedenrode nog meer toekomstige slachtoffers maakt, heb ik bij brief van 1 december 2002 de hoofdofficier van Justitie, mr. R.W.M. Craemer in 's-Hertogenbosch, verzocht om vóór 15 december 2002 kenbaar te maken wanneer door hem wordt beslist op mijn aangifte van 11 oktober 1995. De inhoud van die brief kunt u vinden bij de Sociale Databank Nederland op internet (www.sdnl.nl/ekc-om05.htm)

    In geval de hoofdofficier van Justitie mr. R.W.M. Craemer blijft weigeren te beslissen op mijn aangifte van 11 oktober 1995 dan is hij ons inziens de grootste misdadiger. Daarvan zal dan ook aangifte worden gedaan bij de Voorzitter van het College van Procureurs-Generaal Jhr. Mr. J.L. de Wijkerslooth-de Weerdesteyn.


    Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 374, 20 december 2002

    noot:
    (Ad van Rooij is hogere veiligheidskundige en betrokken bij het Ecologisch Kennis Centrum te Sint Oedenrode. Al hetgeen hij hierboven over de hoofdofficier van Justitie in Den Bosch heeft geschreven kan hij staven met feitelijke bewijsstukken. Een overstelpende hoeveelheid informatie over dit soort zaken kunt u vinden op internetadres www.sdnl.nl/ekc.htm

    (P.S. 11 oktober moet 1 oktober 1995 zijn.)


    Op maandag 22 december 2002 ontving ik bijgevoegde brief van 19 december 2002, kenmerk: Kab 01/5068/93, van de hoofdofficier van Justitie als antwoord op mijn brief van 1 december 2002. In betreffende brief schrijft mr. R.W.M. Craemer letterlijk het volgende (zie bijlage A).


    Geachte heer Van Rooij,

    In het inmiddels zeer omvangrijke dossier van uw klachten tegen de Gebr. van Aarle B.V. heb ik inderdaad geen reactie van mijn parket op uw brief van 11 oktober 1995 kunnen vinden. Naar ik aanneem is destijds de inhoud van uw brief meegenomen in de toenmalige procedure en niet afzonderlijk beantwoord. Alhoewel u daar natuurlijk een bericht van ons over had behoren te ontvangen, begrijp ik wel dat het wat de inhoud betreft zo gegaan is.

    Uw brief van 11 oktober 1995 klaagt namelijk over hetzelfde feitencomplex waarover u toen (onder andere instanties) ook met het arrondissementsparket in discussie was. Inmiddels ontving u bericht dat het O.M. geen reden zag om tot strafvervolging over te gaan. Daarover heeft u zich bij Gerechtshof beklaagd, welk beklag het hof bij uitspraak van 9 november 1998 ongegrond verklaard heeft.

    Hieraan heb ik thans niets meer toe te voegen en zal ik dan ook geen stappen ondernemen naar aanleiding van uw brief van 11 oktober 1995. Ik begrijp dat u op de hoogte bent van het feit dat u zich over O.M.-beslissingen om niet te vervolgen kunt beklagen bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch.

    Hoogachtend,

    De hoofdofficier van justitie,

    Mr. R.W.M. Craemer.

    (P.S. Mr. R.W.M. Craemer heeft tot drie maal toe mijn brief van 11 oktober 1995 vernoemd, terwijl het gaat over mijn aangifte van 1 oktober 1995. Hierover moet geen misverstand ontstaan. Mijn aangifte is van 1 oktober 1995)


    De feiten zijn als volgt:

    1. De metaalindustrie en ertssmelterijen (Shell/Billiton) produceren jaarlijks duizenden tonnen hoogproblematisch gevaarlijk afval, met daarin zeer hoge concentraties arseenzuur en chroomtrioxide (Chroom VI). (zie bijlage D en E). Arseen en chroom VI zijn zwarte lijststoffen. Zwarte lijststoffen zijn zo gevaarlijk voor mens, dier en milieu, dat in het milieu brengen ervan in internationaal verband vermeden moet worden (zie bijlage F). Dit betekent dat o.a. Shell/Billiton wettelijk verplicht waren om dit hoogproblematische gevaarlijke afval tegen hoge kosten eeuwig te laten opslaan.

    2. De reikwijdte van de Bestrijdingsmiddelenwet kent een (bewuste) ernstige tekortkoming. Bij de besluitvorming inzake de toelating van bestrijdingsmiddelen (houtverduurzamingsmiddelen) mag het College voor de Toelating van bestrijdingsmiddelen (CTB) geen rekening houden met het vrijkomende arseenzuur en chroomtrioxide in de afvalfase van het verduurzaamde hout. (zie bijlage G). Dit was bij voormalig minister J.G.M. Alders bekend.

    3. In de "Circulaire betreffende werkprogramma milieumaatregelen bij houtimpregneerbedrijven" van mei 1992 worden geen uitspraken gedaan over milieuaspecten van verduurzaamd hout in de gebruiks- of afvalfase. Dit met wet strijdige beleid heeft minister Alders vanaf mei 1992 bij zo'n 35 houtimpregneerbedrijven in Nederland, waaronder de Gebr. van Aarle B.V., en bij betrokken besturen van de gemeenten opgelegd.(zie bijlage H). Overeenkomstig dit beleid zijn bij betreffende houtimpregneerbedrijven de milieuvergunningen afgegeven.

    4. Bij brief van 19 augustus 1996, kenmerk: BP96040460, schrijft minister Margaretha de Boer van VROM aan een ander houtimpregneerbedrijf letterlijk het volgende (zie bijlage I):


    In uw brief van 6 juli jl. verzoekt u mij aan te geven op welke grondslag ik u op 21 februari 1995 heb doen berichten dat de aansprakelijkheid voor geproduceerde producten, in casu geïmpregneerd hout, berust bij de producent. Dienaangaande kan ik u als volgt berichten.

    Met de zinsnede over productaansprakelijkheid in de brief aan u van 21 februari 1995 werd niets anders bedoeld dan een verwijzing naar de civielrechtelijke productaansprakelijkheid. Op grond van boek 6 van het Nieuw Burgerlijke Wetboek bestaat er immers een civielrechtelijke (risico)-aansprakelijkheid van de producent ten gevolge van een gebrek in een door hem geproduceerd product (artikelen 185 t/m 193). Bovendien geldt op grond van de artikel 175 en 176 een risicoaansprakelijkheid voor producenten met betrekking tot gevaarlijke stoffen en verontreiniging van lucht, water en bodem.


    Hiermede heeft de minister van VROM beslist dat de Gebr. van Aarle B.V. aansprakelijk is voor alle schade aan mens, dier en milieu (water, bodem en lucht) die ontstaat als gevolg van in het milieu brengen van jaarlijks 5650 kg. arseen (arseenzuur) en 7900 kg. chroom VI (chroomtrioxide) op een wijze zoals staat geschreven in mijn aangifte van 1 oktober 1995 aan de hoofdofficier van justitie (zie bijlage B).


      CONCLUSIE.

    Zowel de Bestrijdingsmiddelenwet als wel de aan de Gebr. van Aarle B.V. verleende milieuvergunning leggen geen voorschriften op voor het door dit bedrijf geproduceerde product "geïmpregneerd hout" als dat in de afvalfase is beland.(zie bijlage G en H)

    De metaalindustrie en ertssmelterijen (Shell/Billiton) laten hun grote hoeveelheden vrijkomend hoogproblematisch gevaarlijk afval door Hickson Garantor B.V. omzetten tot het product "superwolmanzout-Co", waarna het aan houtimpregneerbedrijf o.a. Gebr. van Aarle B.V. wordt verkocht. Houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. perst jaarlijks zo'n 5.000 m3 hout tot aan de kern toe vol met dit hoogproblematische gevaarlijke afval en maakt daarvan het nieuwe product "geïmpregneerd hout".

    Dit geïmpregneerde hout bevat nog zo'n hoge concentratie's aan arseen en/of chroom VI dat het veelal de concentratie van gevaarlijk afval 50 tot 100 maal te boven gaat. Van dit "geïmpregneerde hout" worden "geïmpregneerde houten producten" gemaakt, waarna deze worden verkocht aan de onjuist voorgelichte consument. Op deze wijze heeft de Gebr. van Aarle B.V. genoemd hoogproblematisch gevaarlijk afval, vol met het uiterst kankerverwekkende arseenzuur en chroomtrioxide, al ruim tien jaar lang kunnen dumpen bij de Nederlandse mensen in tuinen, in de huizenbouw e.d. Enkelen hebben hieraan goud verdiend. De Nederlandse consument daar en tegen wordt opgezadeld met een toekomstige milieu- en gezondheidsschade die economisch nooit meer op te brengen is. Op de iets langere termijn (15-40 jaar na de eerste blootstelling) zullen hiervan mogelijk duizenden mensen ernstig ziek worden tot de (kanker)dood erop volgt. Voor meer informatie hierover lees de columns bij de Sociale Databank Nederland op www.sdnl.nl/column.htm

    Het moge u duidelijk zijn dat degenen die voordeel hebben van de hierboven omschreven dumping van jaarlijks 5690 kg. arseen (arseenzuur) en 7900 kg. chroom VI, via dekmantelbedrijf Gebr. van Aarle B.V., tegen mij zullen samenspannen.

    Toevalligerwijze ben ik in het bezit gekomen van het verslag van een geheime bespreking, gehouden op 18 augustus 1992, op het parket te 's-Hertogenbosch onder voorzitterschap van de officier van justitie mr. G. Bos. In betreffend verslag staat letterlijk het volgende geschreven (zie bijlage J).


    
    
    

    GEMEENTE SINT-OEDENRODE

    
    
    Verslag van bespreking, gehouden op 18 augustus 1992, op het parket te 's-Hertogenbosch.

    Onderwerp: Situatie houtverwerkend bedrijf Gebr. van Aarle en opstelling van de appellant dhr. A.M.L. van Rooij.

    Aanwezigen:
    Paleis van justitie:

      officier van justitie, dhr. G. Bos (voorzitter)
      parketsecretaris dhr. G. Broeren;
      Kabinetnummer S-011823191.

    Milleu-inspectie Noord-Brabant:
      het hoofd dhr. H. de Vries.

    Provincie Noord-Brabant:
      juridisch medewerker dhr. H. Artz.

    Waterschap De Dommel:
      hoofd algemene zaken dhr. V. Ditters.

    Rijkspolitie Sint-Oedenrode:
      wachtmeester I mevr. I. Valk en
      wachtmeester I dhr. M. Saris.

    Gemeente Sint-Oedenrode:
      burgemeester dhr. P. Schriek,
      wethouder mevr. E. van Dijk-Eerhart.
      hoofd afdeling B&M. dhr. C. Kerstholt.
      milieutechnisch medewerker. dhr. G. van Aarle (notulist)

    Afwezig:

      vanwege vakantie Provincie Noord-Brabant. projectleider bodemsanering dhr. M. Kerstholt.


      Korte samenvatting van de situatie.

    In Sint-Oedenrode bevindt zich het houtverwerkend bedrijf van de Gebr. van Aarle gelegen aan Ollandseweg 159-161. Tegen het bedrijf in zijn algemeenheid en het impregneren in het bijzonder wordt geageerd door A.M.L. van Rooij wonende aan 't Achterom 9a.
    Een aantal van zijn bezwaarschriften worden onderschreven door omwonenden. Dhr. van Rooij probeert bij alle mogelijke instanties zijn gelijk te halen, en schuwt daarbij verbale agressie niet. De minister en de ambtenaren van VROM reageren niet meer op de argumenten van dhr. van Rooij.

    Alle aanwezigen hebben hun persoonlijke ervaring inzake zijn verbale agressie. Dhr. van Rooij te tot op heden slechts gedeeltelijk, en dan vaak op ondergeschikte punten in het gelijk gesteld. Momenteel stelt dhr. van Rooij dat de gevaarsaspecten van het vrijkomende stoom niet onderzocht zijn en dat voor de impregneerinstallatie een bouwvergunning vereist is. Het impregneren volgens de huidige methodiek is een activiteit welke op termijn verboden wordt. Momenteel is er geen verwerkingsmogelijkheid voor geïmpregneerd (afval)hout. Op 14 augustus 1992 heeft de Raad van State het verzoek om schorsing van de, door het college van B. en W., verleende H.W.-vergunning verworpen waardoor deze vergunning rechtsgeldig is.

    De doelstelling van deze bijeenkomst is te komen tot afstemming. Het bedrijf heeft nu de vereiste vergunning en zal op korte termijn starten met het impregneren. Dhr. van Rooij zal proberen dit te bestrijden.

    Op pagina twee wordt een overzicht gegeven vindt gemaakte afspraken. Op pagina drie treft u een adressenlijst, inclusief de telefoonnummers van de contactpersonen, aan. Als bijlage is de beschikking van de Raad van State van 14 augustus 1992 bij dit verslag gevoegd.

    De volgende afspraken zijn gemaakt:

    • Het waterschap gaat niet in op het verzoek om op te treden tegen eventuele vervuiling van het oppervlaktewater veroorzaakt door de stoom.

    • De gemeente richt een verzoek aan de milieu-inspectie inzake onderzoeksresultaten naar de mogelijke gevaarsaspecten van het, na het impregneren vrijkomende, stoom.

    • Op voorstel van dhr. de Vries zal door de burgemeester, een medisch milieukundige dhr. Jans om bijstand verzocht worden. Dhr. Jans zal de persoonlijke gevolgen voor zowel de familie van Rooij als voor de familie van Aarle gaan onderzoeken om hier zo mogelijk aanbevelingen over te doen.

    • De Provincie zegt prioriteittoekenning toe inzake de geconstateerde bodemvervuiling. Dhr Artz geeft daarbij ook de knelpunten aan, om te komen tot een oplossing.

    • Dhr. Bos verzoekt om een afschrift van de H.W.-vergunning. Tevens dringt hij aan om afschriften van controlerapporten op te sturen naar de politie. Voorlopig wordt het bedrijf twee maal per maand gecontroleerd, op termijn kan deze controlefrequentie afnemen. In geval van constatering van strafbare feiten dient er resoluut opgetreden te worden.

    • Indien dhr. van Rooij aangifte wenst te doen bij de Politie neemt zij vervolgens voor instructies contact op met het O.M. Namens het O.M. is dhr. van of dhr. Broere de contactpersoon. Dhr. van Aarle (gemeente) zal de gebr. van Aarle erop attenderen om in geval van bijzonderheden altijd en direct contact op te nemen met gemeente en/of politie. Dhr. Ditters vermeld dat het verzoek om woonvergunning is ingetrokken. mogelijk komt er op termijn een nieuw verzoek om W.V.O.-vergunning.

    • Vanuit de gemeente wordt aangegeven dat het bedrijf (voorlopig) hemelwater wat mogelijk verontreinigd is op moet vangen omdat dit niet geloosd mag worden.

    • Indien sprake is van aanspannen van een kort geding tegen Gebr. van Aarle en de gemeente wordt dhr. Bos hiervan in kennis gesteld.

    • De aan dit overleg deelnemende instanties ontvangen een afschrift van de uitspraak gedaan op 14 augustus door de Raad van State.

             Sector   : Grondzaken
             Afdeling : Bouwen & Milieu
               2 september 1992
               G. van Aarle


    Met de inhoud van bovengenoemd verslag is vast komen te staan dat op initiatief van de milieuofficier van Justitie mr. G. Bos op 18 augustus 1992 op het Paleis van justitie de situatie rondom houtbewerkend bedrijf Gebr. van Aarle B.V. en de opstelling van ondergetekende is besproken met de volgende genodigden:

    • dhr. G. Bos, officier van justitie (voorzitter)
    • dhr. G. Broeren (parketsecretaris)
    • dhr. H. de Vries (milieu-inspecteur Noord Brabant)
    • Dhr. H. Artz (juridisch medewerker provincie Noord Brabant)
    • dhr. V. Ditters (hoofd algemene zaken waterschap De Dommel)
    • Mevr. I. Valk (wachtmeester rijkspolitie Sint Oedenrode)
    • Dhr. M. Saris (wachtmeester rijkspolitie Sint Oedenrode)
    • dhr. P. Schriek (CDA)(burgemeester van Sint Oedenrode)
    • Mevr. H. van Dijk-Eerhart (CDA)(wethouder milieu van Sint Oedenrode)
    • Dhr. C. Kerstholt (hoofd afdeling bouwen en milieu bij de gemeente Sint Oedenrode )
    • Dhr. G. van Aarle (milieu technisch medewerker bij de gemeente Sint Oedenrode).

    dhr. M. Kerstholt (projectleider bodemsanering voor het verontreinigde bedrijventerrein van Gebr. van Aarle B.V. was afwezig). Deze M. Kerstholt is een broer van C. Kerstholt hoofd af. bouwen en milieu bij de gemeente Sint Oedenrode. Betreffend overleg heeft de officier van justitie mr. G. Bos in het geheim georganiseerd zonder mij (A.M.L. van Rooij) hierover te hebben geïnformeerd en zonder mij in de gelegenheid te hebben gesteld mijn weerwoord daarop te geven. In die bespreking zijn diverse afspraken gemaakt waaronder de volgende:

    Op voorstel van dhr. de Vries (milieu-inspecteur van VROM voor Noord Brabant) zal door de burgemeester (P. Schriek) een medisch milieukundige dhr. Jans om bijstand worden verzocht. Dhr. Jans zal de persoonlijke gevolgen voor zowel de familie van Rooij als voor de familie van Aarle gaan onderzoeken om hier zo mogelijk aanbevelingen over te doen. Deze actie heeft de officier van justitie mr. G. Bos toentertijd ondernomen in samenspanning met bovengenoemde personen.

    Bijgevoegd vindt u verder het artikel "Burgemeester schakelt vertrouwensarts in" uit het Eindhovens Dagblad van 1 september 1992 (zie bijlage K). Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. Met die inhoud is vast komen te staan dat burgemeester P. Schriek (CDA) vertrouwensarts Henk Jans persoonlijk goed kende van zijn voorzitterschap van de GGD in Breda.

    Bijgevoegd vindt u verder de brief van 3 september 1992, nummer: Dir/MvB/SW/u92-4662, van M.A.J.M. van Bakel, arts directeur GGD Stadsgewest Breda, de baas van Henk Jans (zie bijlage L). Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. In die brief schrijft de heer van Bakel letterlijk het volgende: De heer Jans heeft geheel op eigen verantwoording, dus niet als functionaris van de GGD Stadsgewest Breda deze actie ondernomen.

    Hiermee is feitelijk vast komen te staan dat op initiatief van justitie (mr. G. Bos) op verzoek van het ministerie van VROM (dr. H.A.M.A. de vries) burgemeester P. Schriek (CDA) van Sint Oedenrode met misbruik van de naam "GGD" zijn vriend Henk Jans als vertrouwensarts op mij heeft afgestuurd. Dit alles onder verantwoordelijkheid van de toentertijd aanwezige hoofdofficier van justitie.

    Bovengenoemde samenspannende actie in het geheim georganiseerd en gecoördineerd door de officier van justitie mr. G. Bos, zonder mij daarover te hebben geïnformeerd of te hebben betrokken, kwam bij mij zeer bedreigend over. Toen ik via via in november 1993 voor het eerst aan betreffend geheim verslag van 18 augustus 1992 ben gekomen, heb ik daarover op 28 november 1993 een brief gestuurd aan deze officier van justitie mr. G. Bos met daarin een 8-tal vragen. (zie bijlage M). Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

    Een vaststaand feit is dat mr. G. Bos tot op heden, al ruim 9 jaar, weigert inhoudelijk te reageren op deze brief ondanks mijn vele verzoeken daarom.

    Toen ik op vrijdagavond 21 augustus 1992 omstreeks 20.30 uur hierover, zonder enige vooraankondiging, telefonisch voor het eerst werd benaderd door Henk Jans en de heer Jans mij vertelde dat hij vertrouwensarts was, en in opdracht van burgemeester P. Schriek mij onder vier ogen wilde spreken, schrok ik enorm. Toen hij vervolgens zei dat hij bevoegd is tot het inzien van mijn medisch dossier bij mijn huisarts schrok ik nog meer. Naar aanleiding van dat telefoongesprek heb ik dan ook prompt hierover op 25 augustus 1992 een brief gestuurd aan Henk Jans, medisch milieukundig arts, bij de GGD Noord Brabant/Zeeland. Bijgevoegd vindt u dan ook mijn brief van 25 augustus 1992 aan H.W.A. Jans, arts medisch milieukundige Noord Brabant/Zeeland, GGD Stadsgewest Breda (zie bijlage N) Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

    Een vaststaand feit is dat ook H.W.A. Jans tot op heden, na ruim 10 jaar, nog steeds niet heeft gereageerd op deze brief ondanks mijn vele verzoeken daarom.

    Bijgevoegd vindt u verder blz. 1 en 2 uit het rapport "Monitoring of water vapour mist emissions from HIFIX treated timber" rapport nummer 92/HIFIX 2, van dr. D.A. Lewis van Hickson Garantor (zie bijlage O). Ik verzoek u kennis te nemen van die inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen.

    Uit die inhoud kunt u opmaken dat Hickson Garantor, de leverancier van het bestrijdingsmiddel Superwolmanzout-Co, tezamen met dezelfde GGD-arts Henk Jans achter hun bureau een rapport hebben geschreven dat vanuit het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. via de lucht geen arseen en chroom VI wordt geėmitteerd naar buiten de inrichting. Dit rapport heeft ertoe geleid dat tot op heden ter plaatse bij het houtimpregneerbedrijf gebr. van Aarle B.V. nog nooit emissiemetingen van arseen en chroom VI (zwarte lijststoffen) lozingen naar de lucht zijn verricht.

    Bijgevoegd vindt u verder het voorblad en bijlage 8 uit het eindrapport "Verkenning van preventietechnieken voor specifieke luchtemissies inzake Weurt" van BECO Milieumanagement & Advies B.V. d.d. juni 1997" (zie bijlage P). Ik verzoek u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen. Uit die inhoud kunt u opmaken dat onderzoek bij houtimpregneerbedrijf Hickson Garantor B.V. te Nijmegen, waarvan de Gebr. van Aarle B.V. het bestrijdingsmiddel Superwolmanzout-Co betrekt, en die met hetzelfde HIFIX proces werkt, er wel degelijk flinke emissies van de zwarte lijststoffen arseen en chroom VI naar de lucht plaatsvinden.

    Met vorenstaande gegevens heb ik feitelijk bewezen dat houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. te Sint Oedenrode door de hierboven criminele organisatie al ruim tien jaar lang wordt gebruikt als dekmantelbedrijf. In die tien jaar tijd heeft de Gebr. van Aarle B.V. in het totaal zo'n 56.500 kg. arseen (arseenzuur) en 79.000 kg. chroom VI (chroomtrioxide), zijnde zwarte lijststoffen, op de in mijn aangifte van 1 oktober 1995 vermelde wijze in water, bodem en lucht kunnen dumpen.

    De Gebr. van Aarle B.V. overtreedt hiermee dan ook zeer nadrukkelijk al ruim tien jaar lang artikel 173a van het Wetboek van Strafrecht waarvoor een gevangenisstraf van 12-15 jaar staat of een geldboete van de vijfde categorie.

    Met vorenstaande gegevens heb ik tevens feitelijk bewezen dat de officier van justitie mr. G. Bos mede aan het hoofd staat van bovengenoemde criminele organisatie die houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V., gebruiken als dekmantelbedrijf. Deze mr. G. Bos heeft als zodanig moeten handelen in opdracht van de hoofdofficier van justitie. Om die reden heeft de hoofdofficier van justitie mr. R.W.M. Craemer mij bij brief van 19 december 2002 laten weten niet te willen overgaan tot een strafrechtelijk onderzoek naar aanleiding van mijn aangifte van 11 oktober 1995 (is 1 oktober 1995). Als reden daarvan geeft hij op dat hij aanneemt dat deze aangifte in een andere procedure is meegenomen.

    Met het op deze wijze wegwerken van mijn aangifte van 1 oktober 1995 poogt mr. R.W.M. Craemer bewerkstelligt te krijgen dat de Gebr. van Aarle B.V., overeenkomstig de in mijn aangifte van 1 oktober 1995 beschreven wijze, kan blijven doorgaan met het jaarlijks in het milieu (water, bodem en lucht) brengen van zo'n 5650 kg. arseen (arseenzuur) en 7900 kg. chroom VI (chroomtrioxide), zijnde zwarte lijststoffen. Hieruit kan geen andere conclusie worden getrokken dan dat de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket 's-Hertogenbosch nog steeds aan het hoofd staat van een grote criminele organisatie die houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle B.V. gebruiken als dekmantel.

    Ik richt aan u (het Gerechtshof) het nadrukkelijke verzoek om u door de hierboven beschreven criminele organisatie, onder voorzitterschap van justitie zelf, niet te laten beïnvloeden, mijn beklag tegen de in geding zijnde beslissing d.d. 19 december 2002 van de hoofdofficier van justitie mr. R.W.M. Craemer (zie bijlage A) gegrond te verklaren en te beslissen dat een onafhankelijk officier van justitie tot strafrechtelijk onderzoek moet overgaan.

    Tevens verzoek ik u mij hierover in ieder geval te horen en voor het vaststellen van de datum van de hoorzitting rekening te houden met mijn drukke agenda.


      Hoogachtend,

      ing.A.M.L. van Rooij, veiligheids- en milieudeskundige Ecologisch Kennis Centrum BV
      Voor deze

      Ing. A.M.L. van Rooij,
      directeur.


    C.c.

    • Vaste kamercommissie van justitie van de Tweede Kamer
    • Kleintje Muurkrant
    • Sociale databank Nederland
    • Katholiek Nieuwsblad
    • 2Vandaag

    Bijlage:

    • Brief d.d. 19 december 2002, kenmerk: Kab.01/5068/93, van de hoofdofficier van justitie, mr. R.W.M. Craemer, arrondissementsparket 's-Hertogenbosch (1 pagina)
    • Mijn aangetekend schrijven van 1 december 2002 aan de hoofdofficier van justitie mr. R.W.M. Craemer bij het arrondissementsparket 's-Hertogenbosch ( 16 pagina's).
    • Het artikel "Bossche Justitie helpt misdaad" uit Kleintje Muurkrant nr. 374, van 20 december 2002 (1 pagina).
    • Blz. 3 uit het rapport "Duurzaam hout, Goed fout" van oktober 1990 van voormalig 2e kamerlid R. Poppe van de S.P.
    • Brief van 10 augustus 1998 van voormalig 2e kamerlid Th.J.M. Hendriks aan milieuminister J. Pronk van VROM (1 pagina).
    • Blz. 3, 52 t/m 55 uit het Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer 1986 - 1990, 19204, nrs. 1-2 van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (5 pagina's).
    • Brief d.d. 10 april 1996, nummer: 96/1807 HPK/HPK, van prof. Dr. J.S.M. Boleij, secretaris van het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen (5 pagina's).
    • Blz. 1 en 12 uit de Circulaire betreffende werkprogramma milieumaatregelen bij houtimpregneerbedrijven van mei 1992 van J.G.M. Alders, minister van VROM, met bijbehorende voorbrief van 20 mei 1992 van ing. C.M. Moons (3 pagina's).
    • Brief van 19 augustus 1996, kenmerk: IBP96040460, van de minister van VROM, Margaretha de Boer (1 pagina).
    • Verslag bespreking, gehouden op 18 augustus 1992, op het parket 's-Hertogenbosch onder voorzitterschap van de officier van Justitie mr. G. Bos (2 pagina's).
    • Artikel "Burgemeester schakelt vertrouwensarts in" uit het Eindhovens dagblad van 1 september 1992 (1 pagina).
    • De brief van 3 september 1992, nummer Dir/MvB/SW/u92-4662, van M.A.J.M. van Bakel, arts directeur GGD, Stadsgewest Breda (1 pagina).
    • Mijn brief van 28 november 1993 aan de officier van Justitie mr. G. Bos (3 pagina's).
    • Mijn brief van 25 augustus 1992 aan H.W.A. Jans Medisch Milieukundig arts GGD-Breda (2 pagina's).
    • Blz. 1 en 2 uit het rapport "Monitoring of water vapour mist emissions from HIFIX treated timber". Rapport nummer 92/HIFIX 2, van dr. D.A. Lewis van Hickson Garantor (2 pagina's).
    • Voorblad en bijlage 8 uit het eindrapport "Verkenning van preventietechnieken voor specifieke luchtemissies inzake Weurt" van BECO Milieumanagement & Advies B.V. d.d. juni 1997" (3 pagina's).