|
R.J.J. Eshuis, N. Dijkhoff Onderzoek en beleid, nr. 185
Deze onderzoeksrapportage gaat over nevenfuncties van rechters en, meer in het bijzonder, de verenigbaarheid van het uitoefenen van de functie van rechter met het vervullen van (bepaalde) nevenfuncties. Enkele onverenigbaar geachte nevenfuncties worden in wetten gespecificeerd. Andere kunnen worden afgeleid uit algemene (wettelijke) regels, die betrekking hebben op de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van rechters.
Er is gekozen voor een onderzoek van beperkte omvang. Wat betreft het inventariseren van opvattingen, is gebruikgemaakt van literatuur uit de periode 1994 tot en met 1999. Het inventariseren van nevenfuncties is gebeurd op basis van een steekproef. Hierbij beperkten we ons tot de meest voorkomende rechtscolleges: kantongerechten, arrondissementsrechtbanken en gerechtshoven. Rechtscolleges waarvan we er slechts één kennen, zoals de Hoge Raad en de Centrale Raad van Beroep, zijn buiten beschouwing gebleven. De inventarisatie betreft derhalve nevenfuncties die worden vervuld door kantonrechters, rechters (bij arrondissementsrechtbanken) en raadsheren (bij de gerechtshoven). Het betreft niet alleen de 'vaste' rechters, maar ook hun plaatsvervangers. Het inventariseren van nevenfuncties is gebeurd aan de hand van de registers die door de rechtscolleges worden bijgehouden. Dat betekent dat de kwaliteit van onze inventarisatie mede afhankelijk is van de kwaliteit van die registers. En die is wisselend. Naar aanleiding van de wettelijke registratieplicht (per 1 januari 1997) is door de presidentenvergadering een 'leidraad' vastgesteld, waarin is vastgelegd welke functies dienen te worden geregistreerd. Dat zijn alle bezoldigde functies en alle commissariaten, docentschappen, het voeren van een eigen bedrijf en lidmaatschappen van besturen, adviescommissies, arbitragecommissies en klachtencommissies. Buiten die definitie vallen veel onbetaalde functies, bijvoorbeeld als juridisch adviseur van een organisatie. Ook veel actieve functies in politieke partijen en de interne plaatsvervanging vallen er buiten. De leidraad biedt ook ruimte om een 'minimale' opgave te doen, bijvoorbeeld 'een commissariaat', zonder de naam van de organisatie en de vestigingsplaats te vermelden. Sommige van de ontvangen registers waren sinds 1997 niet meer bijgewerkt. Uit enkele eenvoudige controles bleek tevens dat functies die hadden moeten worden opgegeven, soms niet in de registers waren opgenomen. We moeten dus op voorhand concluderen dat onze inventarisatie niet volledig en niet up-to-date zal zijn. De wel opgegeven functies hebben we niet altijd kunnen categoriseren, bijvoorbeeld door een summiere omschrijving of omdat bepaalde organisaties ons niet bekend waren. I>De resultaten Het steekproefbestand - gebaseerd op de registers van 21 rechtscolleges
- bevat 1.012 rechters en 3.393 nevenfuncties.
Van die 1.012 rechters zijn er (maximaal) 400 extern plaatsvervangers. Driehonderd 'nevenfuncties' zijn feitelijk hoofdfuncties van deze plaatsvervangers.
Rechters houden zich in hun nevenfuncties veelvuldig bezig met geschilbeslechting (bijvoorbeeld in tuchtorganen, klachtencommissies of als arbiter) en advisering (in adviesorganen of als adviseur). In ongeveer één derde deel van de nevenfuncties hun achtergrond als juridisch geschoold professional: functies bij juridische vakbladen, bij juridische verenigingen en bij opleidingsinstituten. Van de honorair plaatsvervangers is het overgrote deel in hoofdfunctie werkzaam in de advocatuur of aan de universiteiten.
Uit de literatuurstudie blijkt tevens dat het debat over nevenfuncties en incompatibiliteiten verschillende wegen volgt. Er kunnen typische 'juristenthema's' en typische 'publieksthema's' worden onderscheiden. Wellicht zal het bredere publiek er niet zo'n probleem van maken wanneer een rechter oordeelt in zaken waarin wetgeving aan de orde is die hij mede tot stand heeft gebracht: want wie kan beter beoordelen hoe die wetgeving bedoeld is dan degene die haar heeft geschreven? Anderzijds maakt het op de juridische professionals wellicht weinig indruk als rechtsconsumenten het gevoel krijgen in een ons-kent-ons-circuit terecht te zijn gekomen en rechters in het dagelijks leven advocaat blijken te zijn, of een nevenfunctie bij een verzekeringsmaatschappij bekleden. Het is gedeelde kennis en beroepsmoraal die professionals tot een onderscheiden beroepsgroep maakt. De nevenfuncties kunnen (en worden) ideologisch gerechtvaardigd door te verwijzen naar kritiek op de gesloten kaste van rechters uit de jaren zestig en zeventig; ook past het in onze consensuscultuur dat beroepsgroepen en maatschappelijke sectoren op veel terreinen met elkaar interacteren.
Het vertrouwen in de rechtspraak is iets dat rechters, juristen en de bredere maatschappij aangaat. Het zijn niet louter de nevenfuncties zelf die daarbij van belang zijn; zeker zo belangrijk is de wijze waarop gereageerd wordt in gevallen van vermeende partijdigheid, vooringenomenheid of belangenverstrengeling. In de literatuur is gewezen op het kleine percentage klachten dat in behandeling wordt genomen. Publiekelijk geuite beschuldigingen - bijvoorbeeld door een groep 'verontruste burgers' - leiden tot gepikeerde reacties maar nauwelijks tot onderzoek van die aantijgingen. Het uitblijven van een adequate reactie versterkt het idee
dat misstanden niet worden aangepakt (en de wil daartoe ontbreekt). Het feit dat kritiek niet wordt weerlegt, heeft tot gevolg dat die zaken blijven 'rondzingen', hetgeen schadelijk is voor het vertrouwen in de rechterlijke macht.
noten
Zie ook het rapport: 119260_persoonlijke-krenking-tot-vertrouwensbreuk-WEB als analyse van de rechtspraak en overheidsinstanties |
Rubrieken SDN
Netwerk van juristen
Homepage drs. Burhoven Jaspers
Criteria voor de Integriteit van de Rechterlijke macht
Recht op toegang tot de rechter moet in Europese grondwet
Juristen van het Ministerie van Financiën, Staatsalmanak 2000
Juristen van het Ministerie van Algemene Zaken, uit de Staatsalmanak 2000
Antecedentenregister van juristen om mogelijke belangenverstrengeling te ontwaren
Met Recht Rot, zo denkt drs. N.C. Burhoven Jaspers over ons zogenaamde rechtssyteem
Het curriculum vitae en ervaringen van drs. Burhoven Jaspers MBA
Derde brief van drs. Burhoven Jaspers aan Minister-president Wim Kok
Open brief aan minister-president Kok Mijn curriculum vitae
Geconstateerde rechtsweigering ter protectie van de belangen van de minister van Financiën
Antecedentenregister van juristen om mogelijke belangenverstrengeling te ontwaren
Het Nederlandse rechter-plaatsvervangerschap is uniek in de wereld. Nergens is dat toegestaan
Sommige categorieën Nederlanders niet aan strafvervolging kunnen worden blootgesteld
Brief aan minister-president Balkenende betreffende de Drie van Arnhem
Een pittige brief aan de deken van de advocaten van Middelburg Mr. J.H. Brouwer
Lezing van oud-raadsheer dr. mr. Wicher Wedzinga over bananenrepubliek Nederland
Terug naar het begin
Stichting Sociale Databank Nederland