Nederlandse Staat aangeklaagd bij Verenigde Naties door drie Nederlandse burgers,
namelijk: Joop van den Hemel, Frans Verlinden en John Sanders

IRM . . Juristen . . EU Grondwet <==> SDN . . Klokkenluider . . Paul Quekel . . Woekerpolissen . . Klacht NMA

De vergeten collaboratie van de Hoge Raad met de Duitse bezetter

----- Original Message -----
From:
P. Quekel sr.
To:
Voorzitter@tweedekamer.nl
Cc:
Anton37.putten@wxs.nl
Sent: Wednesday, May 07, 2008 1:16 PM
Subject: Juryrechtspraak / recent verschenen bij Ars Aequi Libri / Hoge Raad in het verleden, maar hoe in het heden en toekomst?

Geachte Tweede Kamerleden, e.a.,
Een korte geschiedenis les en een nieuw boek over de Hoge Raad.

Ter info:
Geachte hooggeleerde heer Prof. Dr. Ir. A. van Putten, hoe staat het met de scriptie inzake de ondertekening van vonnissen? Lees hierover www.hollandpromote.com en wanneer kunnen rechten-studenten een onderzoek starten naar fenomeen van plaatsvervangers? Ik viel gisteren van mijn stoel toen vice-president Wouter van den Bergh van de Rechtbank Amsterdam een groot pleidooi hield voor Juryrechtspraak en een democratisering van de Rechtspraak in Nederland. Hij ging met zelfs met verve in tegen het denigrerende commentaar van Pauw en Witteman, omdat deze 2 duurbetaalde linkse presentatoren van het eigen gelijk de Nederlandse burgers niet mondig en al zeker niet bekwaam genoeg vonden. Ze zouden eens de onderzoeken van Prof. Peter Tak over juryrechtspraak in Denemarken moeten lezen of van prof. Twan Tak over de Raad van State,

m.vr.gr. Paul Quekel senior

Op De Sociale Databank Nederland www.sdnl.nl staat het navolgende hierover:

Bij Pauw en Witteman op 6 mei 2008 vernamen wij het heuglijke feit dat de vice-president mr. W.M. van den Bergh van de rechtbank in Amsterdam de democratisering in de rechtspraak bepleit. Een unicum waarvoor onze welgemeende complimenten. Bij telefonische navraag bij de rechtbank Amsterdam bij monde van de afdeling voorlichting werd verklaard dat de heer Wouter van den Bergh niet sprak namens de rechtbank Amsterdam, maar dat de leiding van de rechtbank Amsterdam had besloten geen contactuele gegevens beschikbaar te stellen.

Verder verwijzen wij naar de conclusie van antwoord n.a.v. 110 slachtoffers van misbruik van wetgeving inzake autuersrecht. Die conclusie ik goed opgesteld. Nu nog de aanpassing van de wet uit 1912. Inmiddels zijn er twee wereldoorlogen geweest met tientallen miljoenen doden. We hebben de diepzee op 11 km diepte bezocht, mensen hebben op de maan gelopen, we hebben nu televisie, internet en computers die in een fractie van een seconde iets kunnen kopiëren.

Die wet uit 1912 wordt misbruikt door enkele geldwolven die soms ook nog advocaat zijn ook. Er zal nog veel leed moeten worden geleden voordat de volksvertegenwoordiging dit soort achterhaalde wetgeving aanpast aan de moderniteit. Er zal dan ook aan de fracties in de Tweede Kamer een kopie worden gestuurd van de conclusie van antwoord. Het probleem zit hem in het feit dat de burger geen openbare inspraak heeft in het parlement, zoals dat voorgesteld is met KAMERZETEL 151 bij de Sociale Databank Nederland.

Raad en Daad. Over de rechtsvormende taak van de Hoge Raad
redactie: W.M.T. Keukens en M.C.A. van den Nieuwenhuijzen

De taak van de Hoge Raad staat nog altijd ter discussie. De Hoge Raad wordt geacht zijn taak met raad en daad te vervullen. Maar, wat houdt die taak eigenlijk in? En wordt deze wel door de Hoge Raad met raad en daad vervuld? Waar liggen de grenzen van rechtsvorming door de Hoge Raad? Welke invloed hebben cassatieadvocaten en advocaten-generaal op de rechtsvorming? Hoe gaan rechtscolleges buiten Nederland om met rechtsvorming? En zelfs: hebben we de Hoge Raad eigenlijk wel nodig? De bijdragen in deze bundel vormen de weerslag van de zoektocht naar antwoorden op deze en tal van andere vragen en houden allen verband met de rechtsvormende taak van de Hoge Raad, voor zover deze al bestaat. Over rechtsvorming door de Hoge Raad is de afgelopen decennia in Nederland veel geschreven. Zoveel dat het lastig is om alle hierover verschenen literatuur aandachtig te lezen. Máár, zoals Asser terecht in zijn bijdrage betoogt: 'De verregaande staat van afgeklovenheid van het bot illustreert alleen maar hoe belangrijk en boeiend het fenomeen voor juristen is.'

Nieuwsbrief 7 mei 2008

ISBN 9789069167428
Druk eerste druk 2008
Pagina's 260
Prijs 24,50 euro
>> bestellen
Over Ars Aequi Libri

Bestelgegevens
Via de online fondscatalogus kunt u alle uitgaven van Ars Aequi Libri raadplegen
en direct bestellen.

Afmelden
U ontvangt deze nieuwsbrief als docent in het juridische onderwijs. Stelt u geen prijs op informatie van Ars Aequi Libri, dan kunt zich
afmelden.

Contactgegevens
Ars Aequi Libri
Sint Annastraat 1b
6524 EA Nijmegen
024-3241474

aalibri@arsaequi.nl

https://juridischeuitgeverij.nl/home/
Ars Aequi copyright 2008

En op de website van het Katholiek Nieuwsblad staan nog veel meer artikelen over Hoge Raad en Raad van State. href="http://www.sdnl.nl/kn.htm"> kn.htm en burhoven.htm

 

2 mei 2008 Katholiek Nieuwsblad


De vergeten collaboratie van de Hoge Raad

De Hoge Raad collaboreerde zwaar met de Duitse bezetter, maar kwam er mee weg. De Raad is zelf immers de hoogste toezichthoudende instantie op de rechtspraak. En wie controleert de controleur?

Louis van Overbeek

Tegelijkertijd werd de rechters…kenbaar gemaakt dat men hun macht enorm veel groter had gemaakt… Ze hoefden zich niet meer angstvallig aan de wet te houden. Dat mochten ze niets eens. Begrepen?
(Sebastian Haffner, Het verhaal van een Duitser 1914-1933)

Op de website van de Hoge Raad der Nederlanden staat over de rol van deze hoogste rechtsprekende instantie tijdens de Tweede Wereldoorlog een schoolvoorbeeld van een eufemisme, namelijk de mededeling dat 'het college van destijds (wordt) verweten in onvoldoende mate een verzetshouding te hebben aangenomen'. In 2004 schreef de rechtsgeleerde prof. mr. Mok in het Nederlands Juristenblad dat 'de moderne jurist…doorgaans geen weet heeft van het gedrag van de Hoge Raad tijdens de bezetting'. Hoe groot moet de onwetendheid hieromtrent dan wel niet zijn bij de gewone burger van het vroeg-eenentwintigste eeuwse Nederland? Hoog tijd dus, nu de dodenherdenking en bevrijdingsdag weer naderen, deze oude koe eens uit de sloot te halen.

Meegaandheid

De joodse president mr. Visser voor het gebouw van de Hoge Raad. Zijn ontslag tijdens de Tweede Wereldoorlog leidde niet tot protest, evenmin als het benoemen van zijn opvolger, de pro-Duitse meeloper Van Loon.
Om maar met de deur in huis te vallen: het illustere gezelschap van de Hoge Raad bestond in de oorlogsjaren uit zware collaborateurs en van enige zuivering van het college is na de oorlog nauwelijks iets terechtgekomen. Evenals de Duitse rechters accepteerde de Nederlandse Hoge Raad in de oorlogsjaren de maatregelen van de nationaalsocialistische dictatuur.

Het treurige relaas over de Hoge Raad in oorlogstijd begint ermee dat zijn leden er in 1940 mee instemden de 'Ariërverklaring' in te vullen, het document dat de nazi's nodig hadden voor hun verwijdering van joden uit het overheidsapparaat. Met de invulling van dit formulier schonden de raadsheren de eed waarmee zij bij hun ambtsaanvaarding hadden gezworen de Nederlandse grondwet te zullen onderhouden. Deze schreef immers in artikel 5 voor, dat 'iedere Nederlander…tot elke landsbediening benoembaar' is. Door deze meegaandheid gaf de Raad het verkeerde voorbeeld aan lagere rechters en ambtenaren. Evenmin protesteerde de Raad tegen het ontslag van zijn joodse president, mr. Visser, en diens vervanging door de pro-Duitse meeloper Van Loon. Ook de aanstelling van dubieuze collega-raadsheren, de benoeming van NSB'ers als procureur-generaal bij gerechtshoven, de oprichting van een nieuw, door overtuigde nationaalsocialisten bemand, 'vredegerechtshof' voor politieke (dat wil zeggen tegen de bezetting gerichte) zaken, en de opheffing hierbij van de rechtsregel dat men niet twee maal voor hetzelfde feit berecht mag worden (non bis in idem), ontlokte de Raad geen protest.

Rechtsverkrachting

Wat de Hoge Raad echter het meest kwalijk is genomen is het feit dat hij midden in de oorlog (op 12 januari 1942) een arrest wees, het zogenaamde toetsingsarrest, waarin hij - met een drogredenering - besliste dat de Raad niet de bevoegdheid had om de verordeningen van de Duitse bezetter te toetsen aan het volkenrecht (i.c. het Landsoorlogsrecht, een onderdeel van de Haagse Conventies van 1907). Hiermee werd het gehele nationaalsocialistische recht tot geldend Nederlands recht verklaard. Zo kon bijvoorbeeld volgens de legalistische logica van de Hoge Raad de vervolging en deportatie van joden 'onder de huidige omstandigheden het karakter van wet in den zin der Nederlandse wetgeving niet worden ontzegd' en werden door de Raad alle vormen van rechtsverkrachting door de nazi's formeel rechtgepraat.
Hoog tijd deze oude koe nog eens uit de sloot te halen
Maar niet alleen in gewichtige zaken schaarde de Hoge Raad zich achter de maatregelen van de nazi's. Ook bij de bestraffing van kleine vergrijpen tegen de bezetter liet het doorluchtige gezelschap zich niet onbetuigd en gaf hierbij zelfs blijk van een zeker fanatisme. Zo beoordeelde de Raad de door de Haarlemse NSB-burgemeester aan de burgers opgelegde verplichting hun fietsen bij de bezetter aan te geven, de Duitse fietsendiefstal dus, in een uitspraak in cassatie als een gemeentelijk belang.

Geen dwang

Opmerkelijk is dat bij al deze bereidwilligheid tegenover de bezetter in het geheel geen sprake was van dwang, zoals blijkt uit het betoog van raadsheer Van den Dries, die na de oorlog het beleid van de Raad verdedigde in zijn pleidooi De Hooge Raad tijdens de bezetting. Opmerkelijk is ook het contrast met de gang van zaken bij onze zuiderburen: terwijl de Nederlandse rechters zich uitputten in slaafse loyaliteit aan de nazi's, betoonde de Belgische rechterlijke macht, en ook het Belgische pendant van onze Hoge Raad, het Hof van Cassatie, zich strijdvaardig en beriep zij zich regelmatig op de geldende (inter)nationale wetgeving om Duitse verordeningen tegen te houden. Ook het Noorse Hooggerechtshof moet in dit verband worden genoemd, dat na vergeefs protest tegen een ontzegging aan het Hof van het recht Duitse verordeningen te toetsen, in december 1940 aftrad. De president van het Hof leidde vervolgens het Noorse verzet.

Gedweeheid

Dat de collaborateurs van de Hoge Raad der Nederlanden na de oorlog gewoon konden blijven zitten, past binnen het Nederlandse patroon waarin bij de naoorlogse zuivering vooral de kleine collaboratie werd aangepakt en hooggeplaatste personen die met de vijand hadden geheuld over het algemeen buiten schot bleven. Daarnaast kunnen voor dit feit een aantal specifieke oorzaken worden genoemd.

In de eerste plaats is daar de wankelmoedige houding van de uit ballingschap teruggekeerde Nederlandse regering, die de raadsheren weliswaar schorste en met de Raad enkele gesprekken voerde over de kwestie, maar zich uiteindelijk neerlegde bij diens brutale weigering verder verantwoording af te leggen (Van den Dries: 'Men make zich…geen illusie. De Nederlandse rechtsstaat bestaat voortaan nog slechts op papier, indien de tegen de oude leden genomen maatregelen niet met terugwerkende kracht worden teruggetrokken.').

Vervolgens is er de gedweeheid van de vaderlandse journalistiek waar het vooraanstaande personen betreft. Zie bijvoorbeeld de Greet Hofmans-affaire, die als gevolg van de zelfcensuur van de Nederlandse krantenredacties door de buitenlandse pers moest worden onthuld.

Wat ongetwijfeld ook een rol speelde, is de wijze waarop de Hoge Raad wordt samengesteld. Nieuwe leden van het college worden aangezocht door de Raad zelf. Weliswaar vindt er bij de voordracht van deze leden een formele toetsing door de Tweede Kamer plaats, maar deze toetsing is marginaal. In de praktijk is er sprake van coöptatie: samenstelling van de Hoge Raad door zichzelf.

Perspectiefwisseling

Wat betreft het meer recente verleden tenslotte speelt de perspectiefwisseling een rol, die heeft plaatsgevonden in de geschiedschrijving. Onder invloed van de wetenschappelijke historiografie over de Tweede Wereldoorlog heeft de moraliserende benadering uit het tijdperk-Lou de Jong, waarin vooral de thema's onderdrukking, collaboratie en verzet centraal stonden, de afgelopen decennia plaatsgemaakt voor een meer analytische en afstandelijke aanpak, waarbij gepoogd wordt af te zien van moralisme en de morele categorieën 'goed' en 'fout' zelfs verdacht zijn geraakt, waardoor het 'in onvoldoende mate aannemen van een verzetshouding' gemakkelijker geëxcuseerd of gebagatelliseerd kan worden.
Opmerkelijk is het contrast met onze zuiderburen
Dit verschijnsel treffen we bijvoorbeeld aan in de recentelijk (2007) aan de juridische faculteit van Nijmegen verschenen dissertatie Rechters in oorlogstijd van Derk Venema. Venema betoont zich, waarschijnlijk mede met het oog op toekomstige carrièremogelijkheden, zowel een jurist van de traditie als een man van zijn tijd: hij heeft alle begrip voor de houding van de Hoge Raad tijdens de bezetting. Het valt immers niet aan te tonen dat collectief verzet van de raadsheren meer voordelen voor de bevolking zou hebben opgeleverd; waarschijnlijk is erger - het in Duitse handen vallen van de cassatierechtspraak en maatschappelijke chaos - zo voorkomen. Aan een moreel oordeel waagt de promovendus zich niet: we denken tegenwoordig immers niet meer zo zwart-wit.

Bezoedeld blazoen

Erger voor de bevolking voorkomen. Dit argument, vaak gebruikt voor burgemeesters in oorlogstijd, geldt echter, zoals jhr. mr. Van Nispen tot Sevenaer reeds opmerkte, die na de oorlog de eerste aanklacht tegen de Hoge Raad formuleerde, niet in het recht: 'Er is, dunkt ons', zo schrijft hij, 'groot verschil tusschen bestuurshandelingen en rechtspraak. Een rechterlijke beslissing, die het recht schendt, ondergraaft de rechtsorde naar de mate, dat zij het rechtsbewustzijn krenkt. Haar kwade invloed reikt verder dan die van een onjuiste bestuursdaad, omdat daarmede de burger zijn laatste toeverlaat, althans wat hem als zoodanig toeschijnt, ontvalt. En in het recht zijn er geen gradaties; de scheidslijn tusschen recht en onrecht is uitermate scherp. Het rechtsbewustzijn verstaat geen marchandeeren.' De opvatting van de jonkheer zal in deze postmoderne tijden wel even ouderwets gevonden worden als zijn taalgebruik.

Maar ouderwets of niet, twee vragen blijven aan het einde van dit overzicht toch overeind: hoe kan men als burger van dit land vertrouwen hebben in een rechtssysteem waarvan het hoogste college nog niet zo heel lang geleden zwaar gecollaboreerd heeft met een regime dat het absolute kwaad vertegenwoordigde? En verder: hoe is het in 's hemelsnaam mogelijk dat Den Haag de internationale zetel van het recht kon worden, terwijl het op zijn grondgebied een rechterlijke instantie huisvest met een zo bezoedeld blazoen? Opeenvolgende raadsheren hebben zowel de Nederlandse burger als het buitenland met wel heel veel succes zand in de ogen weten te strooien. Het feit dat nooit goed met het - deels vergoelijkte en inmiddels deels vergeten - collaboratieverleden van de Hoge Raad is afgerekend, blijft de schande van Den Haag.

Louis van Overbeek is freelance publicist.

En op de website van het Katholiek Nieuwsblad staan nog veel meer artikelen over Hoge Raad en Raad van State. href="http://www.sdnl.nl/kn.htm"> kn.htm en burhoven.htm