De China-Connection, belangenverstrengeling van Commissaris van de Koningin
Hanja Maij-Weggen en haar dochter als hoofd Pers & Culturele zaken binnen
het internationale raamwerk van de Chinees - Nederlandse samenwerking

Burgers & Bijlmer . . Bijlmer enquête . . Doemvlucht <===> Kamerzetel 151. . SDN . . Heijboer

De China-Connection, belangenverstrengeling van Comm. vd Koningin Maij-Weggen<br> en haar dochter als Hoofd Pers & Culturele zaken voor China<font face="Times New Roman" size="3"><font face="Arial" size="3">

De China-Connection

Zie vervolg onderaan !! en op de href="http://www.sdnl.nl/maij-weg.htm">foto

Open e-mail (svp maximaal doorzenden)   
Aan: Marit Maij, (dochter van Hanja Maij Weggen)
 
Marit,
 
href="http://www.sdnl.nl/maij-weg.htm">

Ik heb niet de beschikking over het e-mail adres van uw moeder.
Zou u deze e-mail aan haar willen toesturen en willen vragen daarop inhoudelijk te reageren (lees hieronder), ook naar de kopiehouders graag.
Dit des te meer pal naast het huis van uw moeder nu zo'n vers geïmpregneerde schutting is geplaatst, waarvan wij recent foto's hebben gemaakt. De gifstoffen kristallen zaten er gewoon bovenop en regenen eraf, komen in het water terecht en worden zo geloosd in het oppervlaktewater zonder een daarvoor vereiste Wvo-vergunning van het waterschap De Dommel. De commissaris van de Koningin van Noord Brabant (uw moeder) kan toch nooit toestaan dat levensgevaarlijke stoffen vanaf haar erf worden geloosd zonder een daarvoor vereiste Wvo-vergunning van het waterschap De Dommel. Zij behoort toch juist het voorbeeld te geven voor alle Brabanders.

Dit betekent dat als die schutting door haar niet wordt weggehaald ik deze e-mail aan alle Brabanders kan doorsturen en alle Brabanders, overeenkomstig hetgeen uw moeder vanuit haar eigen erf toestaat, op grond van het gelijkheidsbeginsel onbeperkt levensgevaarlijke gifstoffen, en zwarte lijststoffen, mogen lozen zonder een daarvoor vereiste Wvo-vergunning van het waterschap De Dommel en andere waterschappen.

 
Uzelf bent Hoofd Pers & Culturele zaken binnen het raamwerk van de Chinees - Nederlandse samenwerking. Hier in begrepen zijn :
- Pers en informatie
- Onderwijs, wetenschap & technologie
- Cultuur en kunst
- Sociale zaken en Welzijnszorg

Ook de duurzaamheidstechnologie van Nederland valt daaronder. 

De Nederlandse Duurzaamheidstechnologie is een erg bijzondere technologie, te weten: 
De 13 miljoen kg arseen en 30 miljoen kg chroom VI (hoogproblematisch gevaarlijk afval van Billiton) - die middels het door uw moeder als minister van Verkeer en Waterstaat in een geheim afgesloten convenant met Billiton/Shell/Budelco op 10 maart 1992 in het Nederlandse milieu zijn gebracht - worden - met de door Robert Kahlman bij Hoogovens in het diepste geheim uitgevoerde proeven - in bouwmaterialen in China gedumpt, onder de term "green bricks". Als bewijs daarvoor lees: icct.htm 

Dit vergiftigingsproces onder de dekmantel van "duurzaamheid" werkt in Nederland als volgt, klik: blokschema.htm en en kath-nb31.htm  

Op termijn zal dit kankerverwekkende gif uit deze "green bricks" en " groene beton" logen en betonrot veroorzaken. Ook zullen deze "green bricks" op termijn verpulveren. De milieu- en gezondheidsschade, en economische schade die Nederland daarmee in China aanricht zal voor China op termijn catastrofaal zijn. Dit mag Nederland niet op haar geweten hebben. U als verantwoordelijk persvoorlichter hebt dan ook de menselijke plicht om daarover de gehele wereld eerlijk te informeren.

 
Dit verklaart tevens waarom dit alles de doofpot in moet zoals Wieteke van Dort dat recent naar buiten heeft gebracht via een TV uitzending op RTL-4 middels het opdragen van een schilderij aan Robert Kahlman en mij. Om die Tv-uitzending te bekijken klik op: video/wieteke-van-dort-over-milieu.wmv  
 
Dit mag niet doorgaan dit moet stoppen !!!!!  U hebt de menselijke plicht om daarvoor te zorgen !!!
 
U als hoofd Pers & Culturele zaken binnen het raamwerk van de Chinees - Nederlandse samenwerking kunt dit gigantisch vergiftigingsproces vanuit Nederland van China laten stoppen door hieraan publicitair grote bekendheid te geven. Ik vraag u dit dan ook te doen.       
  
In afwachting van uw spoedig antwoord, ook aan kopiehouders, verblijf ik;  
 
Met vriendelijke groeten
Ad van Rooij
Hogere Veiligheidsdeskundige,
Ecologisch Kennis Centrum BV
tel 0413 490387
fax 0413 490386         

----- Original Message -----
From: EKC
Sent: Tuesday, August 02, 2005 2:21 AM
Subject: Beste Dion Mouwen, help de vergiftigingmaffia te stoppen.

 
Open e-mail (svp maximaal doorzenden)
 
Aan de Commissaris van de Koningin voor Noord Brabant,
JRH Maij-Weggen (CDA)
 
Geachte mevrouw Maij Weggen,
 
Lees hieronder mijn e-mail aan Dion Mouwen,

U hebt deze vergiftiging van miljoenen Nederlanders politiek op uw geweten samen met Hans Alders. U hebt namelijk op 10 maart 1992 (op mijn verjaardag en op de huwelijksdag van Hare Majesteit) met Budelco/ Billiton/ Shell een convenant gesloten, waarin betreffend bedrijf werd verplicht om de zware metalen uit jarosiet (arseen Chroom VI ) via Hickson en via de houtimpregneerbedrijven te dumpen in de tuinen van 16 miljoen Nederlanders.

Recent nog staat u pal naast uw eigen huis een dergelijke gewolmaniseerde schutting toe en wilt u daartegen niet optreden ondanks het feit dat prof. Anton van Putten (uw buurman) u daarover heeft aangesproken. Kennelijk hebt u geen enkele menselijke gevoelens en telt voor u alleen maar geld voor enkelen, ook als dat te kosten gaat van het leven van miljoenen Nederlanders, zie ook : marijke1.htm 
Deze kankerpatiënt en nog vele kankerpatiënten meer hebt u volledig op uw geweten.
 
Wanneer stopt u daarmee  ???
 
Kopie aan Anton van Putten
 
Met vriendelijke groeten
Ad van Rooij
Hogere Veiligheidsdeskundige,
Ecologisch Kennis Centrum BV
tel 0413 490387
fax 0413 490386         

----- Original Message -----
From: EKC
Sent: Tuesday, August 02, 2005 1:38 AM
Subject: Beste Dion Mouwen, help de vergiftigingmaffia te stoppen.

 
Open e-mail (svp maximaal doorzenden)
 
Geachte heer Mouwen / Beste Dion,
 
Ik begrijp u niet:
U heeft voor VROM de techniek ontwikkeld om hout vol te kunnen persen met wolmanzouten, om maximaal arseen en chroom VI in het milieu te kunnen brengen. 
U hebt de Gebr. van Aarle BV (mijn buurman) steeds geadviseerd en verdedigd bij de Raad van State.
Door uw toedoen reageert de minister van VROM na mijn ondergenoemde brief van 16 februari 1992 geschreven te hebben nooit meer op mijn brieven. (lees hieronder)
De minister van VROM heeft door uw toedoen al 13 jaar lang mijn Grondrechten ontnomen. Dit alles om Billiton/Shell/Budelco met miljarden winsten van haar hoog problematisch afval af te helpen via dekmantel bedrijf Gebr van Aarle (mijn buurman) en andere bedrijven. U bent dan ook persoonlijk verantwoordelijk voor de vergiftiging van geheel Nederland met 13 miljoen kg arseen en 30 miljoen kg chroom VI en voor al datgene wat u mij , mijn gezin en ouders 13 jaar lang hebt aangedaan en voor de enorme milieucriminaliteit die daaruit is ontstaan. U bent derhalve persoonlijk verantwoordelijk voor het volgende (lees hieronder en klik maar aan )    
 

 
Over deze algehele vergiftiging heb ik op verzoek van Ria Oomen Ruijten voor haar al op 31 januari 2000 vragen opgesteld met wettelijke onderbouw. Betreffende brief dd. 31 januari 2000 aan Ria Oomen Ruijten vindt u bijgevoegd; lees: http://www.sdnl.nl/ekc/ekc-eu02.htm
Heden na 5,5 jaar heeft Ria Oomen Ruijten, ondanks toezegging, deze vragen nog steeds niet voorgelegd aan de Europese Commissie. Mijns inziens moet de oorzaak worden gezocht in collusie; voor meer onderbouw van die collusie, lees:

blokschema.htm

 
Naast het feit dat ik met succes veel gerechtelijke procedures voer tot aan het Europese Hof van Justitie, die ik win, zie: http://www.curia.eu.int/nl/actu/activites/act99/9924nl.htm#ToC2  maar waaraan onze landelijke overheid vanwege het Pikmeer Arrest, zie: https://www.youtube.com/watch?v=p6EqKqQjw_Y ontstaan door collusie, zie: video/2vandaag.wmv en  
video/van-rooij.wmv en  www.sdnl.nl/nvvk.htm en www.sdnl.nl/epon-3.htm en www.sdnl.nl/tissen-4.htm geen uitvoering geeft, ben ik ook werkzaam binnen grote bedrijven waar ik met succes milieu management systemen ( ISO 14001) en Arbo management systemen (Ohsas 18001) opzet en in werking breng.

Neem maar van mij aan; ook binnen die grote bedrijven wordt deze vergiftigingscollusie niet langer meer geaccepteerd omdat het ook hun werknemers ziek maakt en binnen die bedrijven grote schade toebrengt. De collusie binnen met name het ministerie van VROM is zeer groot. Zo is onder leiding van de volgende personen door de NNI de Nederlandse technische afspraak NTA 8203 vastgesteld onder verantwoordelijkheid van de volgende werkgroep:

 

- W. Willart (voorzitter) Ministerie van VROM

- J.W. van den Berg  Vliegasunie
- J. Blaakmeer  ENCI
- J.P. Jansen  TNO MEP
- C. Koppenaal  AVR
- E. Schokker  VVAV
- J.R.F. van der Sluis  DCMR
- H.P.A.M. van der Staak  KEMA Nederland BV
- J van Tubergen  ISB
- W. Stikvoort (secretaris) NEN.
 

Deze technische afspraak betreft een technisch voorschrift dat ter goedkeuring moet worden voorgelegd aan de Europese Commissie. Nederland heeft dat niet gedaan omdat ze weet hebben van het feit dat het niet herkenbare gewolmaniseerde hout uit bouw- en sloopafval vanwege haar hoge concentraties arseen ( 2600mg/kg ) en  chroom VI (4800mg/kg), zie www.sdnl.nl/epon-3.htm , volgens de Europese Eural als gevaarlijk afval moet worden verwijderd en verwerkt. Hiermee is Securitel 3 een vaststaand feit geworden. Lidstaat Nederland tovert dit onherkenbaar gevaarlijke afval uit bouw en sloopafval met deze NTA 8203 norm om tot biomassa dat met MEP-subsidie wordt meevergast in de kolengestookte elektriciteitscentrales. Dit is heel erg goed bekend bij staatssecretaris Pieter van Geel van VROM; daarom weigert hij al een jaar lang te reageren op mijn brief van 16 augustus 2004, lees: ekc-vr40.htm Daarmee is feitelijk toch duidelijk wat er in Nederland aan de hand is. Zie ook: http://urlm.nl/www.leefmilieu-leudal.nl/index.html  Voor deze milieustichting voer ik de juridische geschillen tegen Essent en Nuon. 

Dion,
U hebt de Nederlandse wateren (op termijn) vergiftigd met maar liefst 13 miljoen kg arseen en 30 miljoen kg chroom VI om Billiton/Shell daarmee met miljarden onrechtmatig te bevoordelen. Miljoenen Nederlanders zullen (op termijn) daarvan ernstig ziek worden tot de kankerdood daarop volgt.
 
Nu bent u plaatsvervangend voorzitter van de Commissie Water bij het waterschap Hollandse Delta om het water schoon te houden (lees hieronder)
Ik begrijp daadwerkelijk niet dat u dit met uw geweten kunt verantwoorden.
 
Ik wil u dan ook vragen om mij te helpen om de enorme vergiftigingsmisdaad rondom dekmantelbedrijf Gebr. van Aarle BV volledig te ontmantelen.
Ik wil u vragen om ook de kopiehouders daarvan in kennis te stellen.
 
In afwachting van uw kerende e-mail , verblijf ik.
 
Ad van Rooij
Hogere Veiligheidsdeskundige,
Ecologisch Kennis Centrum BV
tel 0413 490387
fax 0413 490386           

Sint Oedenrode, 16 februari 1992.

Ing. A.M.L. van Rooij,
't Achterom 9a,
5491 XD Sint Oedenrode.


Betreft:

    Mijn verzoek om toepassing van politiedwang d.d. 16 februari 1992 aan
    Burgemeester en Wethouders en de Gemeenteraad van Sint Oedenrode,


Aan:

    De Minister van VROM, de Heer Alders,
    Postbus 20951,
    2500 E2 Den Haag.


Excellentie.

Bijgevoegd vindt U mijn verzoek om toepassing van politiedwang d.d. 16 februari 1992 aan Burgemeester en Wethouders en de Gemeenteraad van Sint Oedenrode. Ik verzoek U kennis te nemen van de inhoud. Dit alles is het gevolg van het milieuvernietigende beleid wat door het Ministerie van VROM wordt gevoerd onder Uw verantwoordelijkheid.

Ik verzoek U dan ook zo spoedig mogelijk een einde te maken aan betreffende grootschalige milieu?criminaliteit welke zich rondom het bedrijf van de Firma Van Aarle afspeelt en waarin de VROM een hoofdrol speelt: Ingeval U daartoe niet bereid bent dan verzoek ik U binnen 30 dagen antwoord te geven op mijn volgende vragen:

Vraag 1
Waarom is het van groot politiek belang dat op het sterk verontreinigde bedrijventerrein van de Firma Van Aarle B.V. een groot impregneerbedrijf wordt opgericht?

Vraag 2
De Firma Van Aarle B.V. mag van de VROM een milieucategorie-5 bedrijf en zelfs SEVESO-bedrijf oprichten

  • op sterk verontreinigde grond
  • temidden van burgerwoningen (14 burgerwoningen opeen afstand van 0 tot 100 meter).
  • in het ecologische kerngebied van het Dommeldal.
    Hoe komt dit?

    Vraag 3
    De Firma Van Aarle B.V. mag van de VROM continue door handelen in strijd met nagenoeg al zijn hinderwetvoorschriften. Hoe komt dit?

    Vraag 4.
    De Firma Van Aarle B.V. is een klein familiebedrijfje waar 2 broers en 2 zoons van die ene broer werkzaam zijn. Hiermee lever ik het bewijs dat het grote politieke belang welke achter deze zaak zit het gevolg is van zijn adviseurs de Heer Mouwen en de Heer Leegwater.
    De Heer Mouwen die al vele jaren zeer goede kontakten heeft met de VROM en de Heer Leegwater die als oud directeur van Van Swaaij Garantor B.V. weet dat de Minister van VROM verantwoordelijk is voor het storten van grote hoeveelheden sterk arseenhoudend chemisch afval van de BILLITON via het gewolmaniseerde hout bij de niet geïnformeerde burger in de tuin kunnen het Ministerie van VROM chanteren met schadeclaims ingeval de VROM optreedt tegen de Firma Van Aarle B.V, Klopt dit Ja/Nee? Zo ja, ga verder met vraag 9. Zo nee, ga verder met vraag 5.

    Vraag 5
    Hoe is het mogelijk dat de Heer Mouwen rechtstreekse gesprekken kan voeren met de Directeur-generaal van de VROM voor de inhoud van de hinderwetvoorschriften welke bedoeld zijn voor de Firma Van Aarle B.V.?

    Vraag 6
    Hoe is het mogelijk dat het Ministerie van VROM miljoenen milieugeld (gemeenschapsgeld) verspilt aan het familiebedrijfje van de Firma Van Aarle B.V.?

    Vraag 7
    Waarom heeft het Ministerie van VROM miljoenen milieugeld over voor een bedrijfje welke ons kritische Dommeldal vernietigt?

    Vraag 8.
    Waarom heeft het Ministerie van VROM miljoenen milieugeld over voor het op grote schaal persen van chemisch afval van de BILLITON (Superwolmanzout-Co) in hout om het vervolgens her en der diffuus te kunnen storten, want terugwinnen is niet meer mogelijk?

    Vraag 9
    1 m3 gewolmaniseerd hout wat niet wordt verbrand geeft gemiddeld een milieubelasting van 40 ton zand tot chemisch afval.
    1 m3 gewolmaniseerd hout wat wel wordt verbrand geeft gemiddeld een milieubelasting van 80 ton zand tot chemisch afval.
    Dit betekent dat door het persen van chemisch afval van de BILLITON in hout ons milieu in Nederland op korte termijn zal worden vernietigd. Waarom besteedt U aan deze grootschalige milieuvernietiging ons milieugeld (gemeenschapsgeld)?

    Vraag 10.
    Onder Uw verantwoordelijkheid houdt U de burgers die voor U het milieugeld moeten opbrengen van de domme. U licht hen niet eerlijk in over de gevaarsaspecten en schadegevolgen van gewolmaniseerd hout. Waarom doet U dit?

    Vraag 11. Betreffend gewolmaniseerd hout kan zoveel arseenzuur en chroomtrioxide bevatten dat het 100 x de WCA-grens te boven gaat. Betreffend arseen en chroom regent er in grote hoeveelheden uit. Arseenzuur en chroomtrioxide zijn sterk kankerverwekkend. - U weet dat betreffend hout wordt gebruikt voor

    • tuinschuttingen, waartegen bramen, druiven, frambozen e.d. worden geplant.
    • kinderzandbakken
    • kinderzwembadjes
    • champignonbakken
    • tuintafels
    • etc., etc.

    - U weet dat betreffend hout overal wordt gezaagd, geschaafd, geschuurd etc. zonder beschermende maatregelen.

    - U weet dat betreffend houtmot vermengd met ander houtmot wordt gebruikt voor

    • palingrokerijen
    • worstrokerijen
    • onder de varkens, koeien e.d. en vervolgens als mest op het land komt.

    - U weet dat betreffend gewolmaniseerd hout, wat vaak niet meer te herkennen is, wordt opgestookt

    • op brandstapels
    • in open haarden
    • in houtkachels en dat betreffend extreem giftig as gewoon met het blik wordt opgeschept zonder beschermende maatregelen om het vervolgens als humus voor de groentetuin te gebruiken.

    - U weet dat al het arseenzuur en alle chroomtrioxide welke in het gewolmaniseerde hout wordt geperst op den duur in het grondwater terecht komt. Dit omdat het zware metaalzouten betreffen. Om die reden zijn betreffende arseenzouten en chroomzouten erg mobiel en zal ons toekomstig drinkwater daarmee worden vergiftigd.

    Aan dit alles kunt u een einde maken.
    Doet u dit Ja/Nee?
     

      Zo ja, Dan zal Nederland U dankbaar zijn?
      Zo Nee, ga verder met vraag 12.

    Vraag 12. Bent u bereid het gehele Nederlandse Volk via TV. en Radio en landelijke kranten eerlijk voor te lichten over de gevaars- en schade-aspecten van gewolmaniseerd hout Ja/Nee?

      Zo ja, Dan zal Nederland u dankbaar zijn?
      Zo nee, Dan ben ik blij dat u dit alles op uw geweten heeft en niet ik.

    Gezien de ernst van dit alles verzoek ik U onmiddellijk in te grijpen of
    voor 20 maart 1992 mijn bovengenoemd 12-tal vragen te beantwoorden.

    Hoogachtend,

     A.M.L. van Rooij,
     

    Bijlage:

      Mijn schrijven van 16 februari 1992 aan B&W en de Raad der Gemeente Sint Oedenrode (10 pagina's)
  • Commissie Water 18-04-05
  • Commissie Water 13-06-05

    Welkom bij waterschap Hollandse Delta. > Bestuur > Adviescommissies

     

    Commissie Water

    De commissie Water adviseert over beleid op het gebied van waterhuishouding en zuiveren van afvalwater en slibverwerking en afzet, rekening houdend met veranderende milieueisen, technische en technologische ontwikkelingen, ontwikkelingen op het gebied van integraal waterbeheer en maatschappelijke ontwikkelingen.

    De commissie vergadert in 2005 op de volgende data:
    14 februari
    18 april 
    13 juni
    12 september
    10 oktober.
    De agenda en de bijbehorende stukken zijn vijf dagen voor de vergadering te bezien op deze website (klik hiervoor op de betreffende vergaderdatum).
     

    Samenstelling commissie:
    G.J. Schelling, voorzitter*
    D.W.C. Mouwen, plaatsvervangend voorzitter*
    G.J. van Dueren den Hollander
    Joh. A. van Nieuwenhuyzen
    H. van der Jagt
    mw. T.C. Both-Verhoeven
    J.J.L. Huber
    G. Boot
    T.A. Stoop
    J. Visser
    J. Heijndijk
    G.H. Karst

    * zowel de voorzitter als de plaatsvervangend voorzitter zijn bij de commissievergaderingen aanwezig. Afhankelijk van de onderwerpen die in de vergadering aan de orde zijn, treedt de betreffende portefeuillehouder op als voorzitter

     

  • Universiteit Utrecht Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen


    Aan:
    Hoofdofficier van Justitie Mr. C.R.L.R.M. Ficq
    Postbus 90155
    5200 MG Den Bosch

     

    Datum Uw kenmerk          	Ons kenmerk            Doorkiesnummer
                            A-22-89 FB/am
    
    
    21 juni 1993

    Onderwerp:


     

      Geachte heer Ficq.

    In deze brief wil ik mijn instemming betuigen met het door U (vanaf 26 februari jl. Uw kenmerk: Kab. 01/5068/93) voorgenomen onderzoek naar aanleiding van hetgeen door Ing. A.M.L. van Rooij te Sint Oedenrode naar voren is gebracht over milieucriminaliteit en het impregneren van hout. Ik ben niet bij machte om de kwestie op haar chemische merites te beoordelen, maar herken wel criminologisch interessante aspecten die mogelijkerwijs bij Uw beoordeling een rol kunnen spelen.

    De vraag waarmee van Rooij mij benaderde luidde:
    is hier sprake van georganiseerde misdaad?

    Het antwoord op deze vraag hangt uiteraard af van de inhoud die we dit begrip willen geven. Als we het systematisch gebruik van fysiek geweld als maatstaf nemen, nee: dan (nog) niet. Als we letten op patronen van samenwerking tussen malafide ondernemers (of ondernemers met een malafide sector) en de overheid, dan wel. Op grond van enkele gesprekken en kennisname van onderdelen van diens zeer uitvoerige dossier, kom ik tot de slotsom dat van Rooij met tenminste twee regelmatigheden te maken heeft die ook in de literatuur blijken. De eerste heeft betrekking op grote milieudelicten. Bij welhaast geen modern delict is de rol van bezorgde burger zo belangrijk als hier. Erg ontwikkeld is die waakhondfunctie bij ons nog niet, tenminste als we die vergelijken met de Verenigde Staten.

    In de literatuur (zie o.a. A.A. Block & F. Scarpitti: Poisoning for Profit. 1985) blijkt dat dit proces altijd begint bij het hardnekkig drijven van nogal bijzondere eenlingen. Zij proberen medestanders voor hun standpunten te winnen, maar ondervinden geduchte weerstand van de bedrijven of de branche waarop zij zich richten. Ze worden genegeerd, voor ondeskundig uitgemaakt, hun motieven worden verdacht gemaakt en ze worden geïntimideerd. Uit zijn relaas maak ik op dat de heer van Rooij thans ook ruimschoots met het laatste te maken heeft.

    De tweede herkenning geldt de houding van de overheid. Bij georganiseerde misdaad denkt men vaak aan regelrechte omkoping of chantage van ambtenaren. maar dat hoeft geenszins het geval te zijn. Vaak komt het voor dat malafide bedrijven samengaan met de overheid omdat hun belangen parallel lopen en een probleem wordt opgelost. In de criminologische literatuur wordt dat verschijnsel collusie genoemd (zie dr. G. van de Heuvel, Onderhandelen of straffen, 1983).

    Van Rooij's hypothese dat in het onderhavige geval enkele bedrijven met het impregneren van hout een milieudoelstelling van de overheid tegemoet kwamen en dat men onder de vorige minister van VROM een convenant heeft gesloten; dat nu gebleken is dat het impregneren in feite gevaar oplevert; dat men toch niet op de afspraak terugkomt omdat er te veel aan goodwill en prestige is geïnvesteerd. Dit alles komt mij voor als geloofwaardig.

    Ik word in dat geloof gesterkt door de categorische afwijzing van eerst minister Alders en nu minister Hirsch Ballin om op van Rooij's brieven in te gaan en wel zonder argumenten. Begrijpen kan men het wel. Van Rooij is uiterst vasthoudend en komt steeds met nieuwe correspondentie. Naar de mate waarin hij meer gelijk heeft is dat voor degenen die zijn correspondentie beantwoorden des te vervelender.

    Een werkelijke uitweg komt pas in zicht wanneer de kwestie serieus wordt onderzocht. Ter wille van de bestrijding van collusie is het goed dat thans met zo'n onderzoek wordt begonnen.

      Hoogachtend,


      Prof. dr. F. Bovenkerk
      (criminoloog)

       

    C.c.

    Veld- en Milieupolitie te Boxtel, t.n.v. de heer J. Hurkmans,
    Nergena 5. 5282 JE Boxtel
    Ing. A.M.L. van Rooij, 't Achterom 9a, 5491 XD Sint Oedenrode

    GEMEENTE SINT OEDENRODE


    Verslag van bespreking, gehouden op 18 augustus 1992, op het parket te 's-Hertogenbosch. 

    Onderwerp: Situatie houtverwerkend bedrijf Gebr. van Aarle en opstelling van de appellant

                       dhr. A.M.L. van Rooij.


    Aanwezigen:

    Paleis van justitie, officier van justitie, dhr. G. Bos (voorzitter)

                                                   Parketsecretaris dhr. G. Broeren;

                                                   Kabinetnummer : 01/823/91.

    Milieu-inspectie N-Brabant,   het hoofd dhr. H. de Vries.

    Provincie Noord-Brabant,       juridisch medewerker dhr. H. Artz.

    Waterschap De Dommel,       hoofd algemene zaken dhr. V. Ditters.

    Rijkspolitie Sint-Oedenrode, wachtmeester I mevr. I. Valk en

                                                    wachtmeester I dhr. M. Saris.

    Gemeente Sint Oedenrode,   burgemeester dhr. P. Schriek.

                                                    wethouder mevr. H. van Dijk-Eerhart.

                                                    hoofd afdeling B&M, dhr. C. Kerstholt.

                                                    milieutechnisch medewerker, dhr. G. van Aarle (notulist)

    Afwezig wegens vakantie :

    Provincie Noord Brabant, projectleider bodemsanering dhr. M. Kerstholt.


    Korte samenvatting van de situatie.

    In Sint Oedenrode bevindt zich het houtverwerkend bedrijf van de Gebr. van Aarle gelegen aan Ollandseweg 159-161. tegen het bedrijf in zijn algemeenheid en het impregneren in het bijzonder wordt geageerd door A.M.L. van Rooij wonende aan 't Achterom 9a. Een aantal van zijn bezwaarschriften worden onderschreven door omwonenden. Dhr. van Rooij probeert bij alle mogelijke instanties zijn gelijk te halen, en schuwt daarbij verbale agressie niet. De minister en de ambtenaren van VROM reageren niet meer op de argumenten van dhr. van Rooij. Alle aanwezigen hebben hun persoonlijke ervaring inzake zijn verbale agressie. Dhr. van Rooij is tot op heden slechts gedeeltelijk, en dan vaak op ondergeschikte punten in het gelijk gesteld. Momenteel stelt dhr. van Rooij dat de gevaarsaspecten van het vrijkomende stoom niet onderzocht zijn en dat voor de impregneerinstallatie een bouwvergunning vereist is. Het impregneren volgens de huidige methodiek is een activiteit welke op termijn verboden wordt. Momenteel is er geen verwerkingsmogelijkheid voor geïmpregneerd (afval)hout. Op 14 augustus 1992 heeft de Raad van State het verzoek om schorsing van de, door het college van B. en W., verleende H.W. vergunning verworpen waardoor deze vergunning rechtsgeldig is.

    De doelstelling van deze bijeenkomst is te komen tot afstemming. Het bedrijf heeft nu de vereiste vergunning en zal op korte termijn starten met het impregneren. Dhr. van Rooij zal proberen dit te bestrijden.

    Op pagina twee wordt een overzicht gegeven van de gemaakte afspraken. Op pagina drie treft u een adressenlijst, inclusief de telefoonnummers van de contactpersonen aan. Als bijlage is de beschikking van de Raad van State van 14 augustus 1992 bij dit verslag gevoegd.

    De volgende afspraken zijn gemaakt:

    -          Het waterschap gaat niet in op het verzoek om op te treden tegen eventuele vervuiling van het oppervlaktewater veroorzaakt door de stoom.

    -          De gemeente richt een verzoek aan de milieu-inspectie, inzake onderzoeksresultaten naar de mogelijke gevaarsaspecten van het, na het impregneren vrijkomende, stoom.

    -          Op voorstel van dhr. de vries zal door de burgemeester, een medisch milieukundige dhr Jans om bijstand verzocht worden. Dhr. Jans zal de persoonlijke gevolgen voor zowel de familie van Rooij als voor de familie van Aarle te gaan onderzoeken om hier zo mogelijk aanbevelingen over te doen.

    -          De Provincie zegt prioriteitstoekenning toe inzake de geconstateerde bodemvervuiling. Dhr. Artz geeft daarbij ook de knelpunten aan, om te komen tot een oplossing.

    -          Dhr. Bos verzoekt om een afschrift van de H.W. vergunning. Tevens dringt hij aan om afschriften van controlerapporten op te sturen naar de politie. Voorlopig wordt het bedrijf twee maal per maand gecontroleerd, op termijn kan deze controlefrequentie afnemen. In geval van constatering van strafbare feiten dient er resoluut opgetreden te worden.

    -          Indien dhr. van Rooij aangifte wenst te doen bij de Politie neemt zij vervolgens voor instructies contact op met het O.M.

    Namens het O.M. is dhr. Bos of dhr. Broere de contactpersoon.

    -          Dhr. van Aarle (gemeente) zal de Gebr. van Aarle erop attenderen om in geval van

    bijzonderheden altijd en direct  contact op te nemen met gemeente en/of politie.

    -          Dhr. Ditters vermeld dat het verzoek om W.V.O.-vergunning is ingetrokken. Mogelijk komt er op termijn een nieuw verzoek om W.V.O.-vergunning.

    -          Vanuit de gemeente wordt aangegeven dat het bedrijf (voorlopig) hemelwater wat mogelijk verontreinigd is op moet vangen omdat dit niet geloosd mag worden.

    -          Indien sprake is van aanspannen van een kort geding tegen Gebr. Van Aarle en de gemeente wordt dhr. Bos hiervan in kennis gesteld.

    -          De aan dit overleg deelnemende instanties ontvangen een afschrift van de uitspraak gedaan op 14 augustus door de Raad van State.


    Sector         : Grondzaken

    Afdeling       : Bouwen & Milieu

                          2 september 1992

                          G. van Aarle

    Bij brief van 12 maart 1992 kenmerk: SBM/26292002, reageert minister J.G.M. Alders met de volgende mededeling:


    Geachte heer van Rooij,

    U toont al vele jaren een hoge mate van betrokkenheid bij het milieu. Ik waardeer het zeer, wanneer burgers blijk geven van hun bezorgdheid voor een beter milieu. Vooral wanneer op deze bezorgdheid ook een daadwerkelijk handelen in de persoonlijk sfeer volgt. Het gebruik van houtverduurzamingsmiddelen door de firma Van Aarle brengt u door middel van talrijke vragen veelvuldig onder mijn aandacht. Ook in uw brief van 16 februari stelt u mij wederom een groot aantal vragen, voortvloeiend uit uw visie hierop. U legt inmiddels een zeer groot tijdsbeslag op mijn medewerkers van het directoraat-generaal Milieubeheer, de Hoofdinspectie Milieuhygiëne en de Regionale Inspectie Milieuhygiëne.

    Ik ben van mening dat dit tijdsbeslag een thans niet meer te verantwoorden omvang is gaan aannemen. Dit te meer gezien de genoegzaam bekende wederzijdse standpunten en het feit dat uw brieven ons na serieuze bestudering geen nieuwe gezichtspunten opleveren. U noopt mij daarom thans een beslissing te nemen omtrent de behandeling van uw brief d.d. 16 februari jl. en eventuele volgende brieven. Deze beslissing houdt in dat uw brieven voor kennisgeving zullen worden aangenomen. Een inhoudelijke beantwoording zal niet meer plaatsvinden.



     

    Bij brief van 31 maart 1992, kenmerk: SBM/27392009, bericht minister J.G.M. Alders van VROM de Vaste Commissie van Milieubeheer van de Tweede Kamer der Staten Generaal hierover als volgt:

     


    Geachte voorzitter,

    Naar aanleiding van de brief, die de heer Van Rooij te Sint Oedenrode u op 25 februari 1992 stuurde en die u naar mij doorstuurde met het verzoek om een reactie, deel ik u het volgende mede:

    De heer Van Rooij woont naast het houtimpregneerbedrijf Van Aarle B.V. De heer Van Rooij maakt zich al geruime tijd erg bezorgd over de door de firma Van Aarle gebruikte houtverduurzamingsmiddelen, de werkwijze van het bedrijf en de consequenties van dit alles voor mens en milieu. Zijn zorg brengt hij tot uitdrukking door mij bij voortduring uitgebreide brieven, begeleid door talloze kopieën, te schrijven, waarin hij talrijke vragen over deze en aanverwante materie stelt. Brieven van gelijke inhoud of strekking stuurt de heer Van Rooij ook naar collega-ministers, de hoofdinspecteur voor de milieuhygiëne de regionaal inspecteur milieuhygiëne in Noord Brabant, de Nationale Ombudsman, de Raad van State en vele anderen. Om u een indruk te geven volgt in de bijlage een - niet uitputtend - overzicht van zijn correspondentie aan VROM/DGM en overige instanties.

    Ik waardeer het in hoge mate als burgers een grote betrokkenheid vertonen bij de milieuproblemen waarmee de Nederlandse samenleving wordt geconfronteerd. De wijze waarop de heer Van Rooij zijn betrokkenheid uit, legt echter een zeer groot tijdsbeslag op medewerkers van het directoraat-generaal Milieubeheer, de Hoofdinspectie Milieuhygiëne en de Regionale Inspectie Milieuhygiëne te Noord Brabant. Ik ben van mening dat dit tijdsbeslag, veroorzaakt door één burger, een thans niet meer te verantwoorden omvang is gaan aannemen. Dit te meer gezien de genoegzaam bekende wederzijdse standpunten en het feit dat zijn brieven ons na serieuze bestudering geen nieuwe gezichtspunten opleveren. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat de klachten worden ingegeven door het feit dat de heer Van Rooij niet het antwoord krijgt dat hij graag wil hebben.

    Dit heeft mij ertoe gebracht een beslissing te nemen omtrent de behandeling van brieven van de heer Van Rooij. Deze beslissing houdt in, dat zijn brieven voor kennisgeving zullen worden aangenomen. Een inhoudelijke beantwoording zal niet meer plaatsvinden. Naar aanleiding van een brief, die de heer Van Rooij mij op 16 februari jl. stuurde, heb ik de heer Van Rooij op 12 maart jl. een brief van hierboven genoemde strekking gestuurd. Een kopie heb ik voor uw informatie bijgevoegd. Overigens heb ik ook de Nationale Ombudsman, de heer mr. drs. M. Oosting, mijn beslissing meegedeeld. Inmiddels ontving ik verzoeken van het Kabinet der Koningin en de minister van Binnenlandse Zaken,aan wie de heer Van Rooij zijn brief d.d. 25 februari 1992 onder meer ook heeft gestuurd, tot behandeling van deze brief. Zowel de directeur van het Kabinet der Koningin, de heer drs. F.E.R. Rhodius, als de minister van Binnenlandse Zaken heb ik van mijn besluit op de hoogte gebracht.

      Commentaar.

    Opvallend hierbij is dat minister Alders van VROM van deze brief aan de Tweede Kamer der Staten Generaal aan mij geen afschrift heeft verstuurd en ik mij daartegen niet heb kunnen verweren. Toevalligerwijze ben ik later, via iemand anders, aan deze brief gekomen anders had ik het nooit geweten.

    Nog opvallender is dat Minister Alders van VROM mijn onderliggende brief van 16 februari 1992 (bijlage A) voor alle leden van de Tweede Kamer heeft achtergehouden en derhalve heeft verzwegen. Het meest opvallend echter is dat mr. M. Oosting, vanuit zijn functie als Nationale Ombudsman, deze handelwijze van voormalig minister Alders van VROM volledig steunde.