Reactie van Marc Koene op de brief van Toine van Bergen

EuroStaete . . EKC . . Klokkenluiders <===> SDN . . Wolmanzouten . . English

Wolmanzout in hout is een chemische tijdbom


Donkerstraat 17
3511 KB Utrecht
Telefoon: 030 2331328
Fax: 030 2331311
e-mail: snm@snm.nl



Van: m.koene@snm.nl
Aan: bergentoine@zonnet.nl
cc: pv@snm.nl; mk@snm.nl

Verzonden: dinsdag 22 mei 2001 14;68

Onderwerp: gewolmaniseerde houten speeltoestellen

Beste Toine,

Bedankt voor je brief, waarin je uitleg vraagt over mijn opstelling in de discussie over de speeltoestellen in Olland, In het algemeen vind ik dat stoffen en producten die een gevaar zijn voor de volksgezondheid of milieu door de overheid aangepakt moeten worden. Stichting Natuur en Milieu heeft het probleem van verduurzaamd hout in 1987 voor het eerst gesignaleerd en heeft begin jaren '90 een start gemaakt met een campagne tegen verduurzaamd hout, samen niet IVN, VMD en de Kleine Aarde. In 1997 heb ik het stokje overgenomen van mijn voorgangers. De brieven die jij van ons hebt geven aan dat je van deze acties op de hoogte bent. Ze geven ook aan dat wij met het onderwerp bezig zijn en dat wij een verbod bepleiten: van impregneren, van geïmpregneerd tuinhout en van geïmprogneerde speeltoestellen en wat al niet. Afgelopen jaar hebben wij ons ook gemengd in de procedures en civiele processen van de houtverduurzamingsbranche tegen de regering, waarmee die het op handen zijnde verbod probeerde af te wenden. Jammer genoeg heeft het CBB alsnog de besluiten van het CTB vernietigd. We (overheid, maar ook milieuorganisaties) moeten wat dit betreft van voren af aan beginnen.

Bij de aankondiging van de CTB-besluiten in 1999 hebben we ook de minister van VROM gevraagd flankerend beleid te ontwikkelen voor het opruimen van al die tonnen verduurzaamd hout die inmiddels in het land staan: importverboden, gescheiden inzameling van het afval en hoogwaardige verwerkingstechnieken, waarbij verspreiding van de zware metalen wordt tegengegaan (deze brief hebben jullie mogelijk gemist, kan ik je desgewenst bezorgen).

Naast deze lijn van beïnvloeding van de besluitvorming beïnvloeden we de markt voor geïmpregneerd hout voor consumenten, door interviews met kranten en door de detailhandel aan te schrijven. Dit heeft geleid tot de intentieverklaring van bouwmarkten en tuincentra om vanaf dit seizoen geen hout met chroom en arseen meer te verkopen en vanaf 2003 ook van koper af te willen.

We zijn er dus erg druk mee en richten ons op een verbod en de uitvoering daarvan door overheid, handel en afvalverwerking. Hier ligt wel een belangrijk verschil in analyse tussen ons en het Ecologisch Kennis Centrum: deze praktijken zijn niet verboden. Het verduurzamen van hout en het op de markt brengen ervan is niet illegaal. Er is derhalve ook geen complot om verboden zaken toe te dekken. Ik ken het materiaal dat het EKC daarover verspreid. Er zitten heel veel fouten in de weergave door EKC van de regels over stoffen en producten in het algemeen en die over wolmanzouten in het bijzonder. EKC citeert selectief uit de wetten en regels en vergeet te vermelden dat in veel regels uitzonderingen zijn opgenomen voor specifieke toepassingen en producten. Ook neemt het EKC het werkingsgebied van wetten en regels niet in beschouwing. Verder verwart het EKC een kamermotie (intentie van de overheid) met een voorschrift dat gehandhaafd kan worden.

Voorbeelden; chroom en arseen, zijn zwartelijststoffen voor emissies naar oppervlaktewater. Dat betekent niet dat productie en gebruik illegaal zijn. Chroom6 en arseen zijn kankerverwekkende stoffen bij blootstelling via de ademhaling. Voor arseen is er sprake van een werkingsmechanisme met een drempelwaarde. Arseen is ook kankerverwekkend bij orale blootstelling (drinkwater in de VS !!), maar ook weer met een drempelwaarde. Maar waar geen blootstelling is is ook geen risico.

De vorm van de bestrijdingsmiddelenwet is er een van een algeheel verbod met uitzonderingen voor toegelaten middelen. Wolmanzouten zijn toegelaten. Op artikelen voor consumenten is de warenwet van toepassing in Nederland. Deze bevat geen beperkingen voor geïmpregneerd hout. De Warenwet kent een verbod op kankerverwekkende sloffen in chemicaliën voor de consumentenmarkt. Dit verbod vindt zijn oorsprong in Europese regelgeving. Maar het algemene verbod geldt niet voor artikelen voor de consumentenmarkt. Daar zijn specifieke besluiten voor nodig. Gevaarlijk afval word in Nederland aangewezen met het BAGA, daarin zijn grenswaarden voor chroom en arseen opgenomen. Elders in de regeling voor gevaarlijk afval is echter verduurzaamd hout (bouw en sloopafval in het algemeen) uitgezonderd van het BAGA. Deze uitzondering heeft zijn oorsprong in de Europese richtlijnen voor gevaarlijk afval.

Een laatse voorbeeld; de Raad van State heeft het shredderen van afvalhout niet verboden, de RvS heeft een vergunning vernietigd waarin een shredderbedrijf werd verplicht geïmpregneerd hout van ongeïmpregneerd hout te scheiden, omdat een dergelijk voorschrift niet te handhaven is. Ik heb enkele malen met de heer Van Rooij gesproken over onze verschillen van inzicht over de wettelijke status van houtverduurzaming. Kennelijk heeft dit hem niet overtuigd. Dat leidt er wel toe dat Van Rooij een groot complot ziet waarin illegale dingen worden toegedekt en afgeschermd tegen rechtsvervolging. Dat complot zie ik niet. Het verklaart ook waarom wij zoveel tijd en energie in regelgeving steken en het EKC rechtzaken en lastercampagnes als strategie kiest.

Zolang wij onze lijn kunnen volgen, zie ik geen reden om de strategie van EKC te becommentariëren. Dat hebben wij dan ook heel lang niet gedaan. Op een gegeven moment zijn wij wel opgehouden te reageren op de telefonades en gerechtelijke aanzeggingen van de heer van Rooij. Daarin zijn wij geloof ik niet de enigen.

Dan nu mijn mening over de gezondheidsgevolgen van gewolmaniseerd hout. Ik ben van mening dat er sprake moet zijn van blootstelling aan giftige stoffen, wil er een risico voor de gezondheid zijn. In mijn analyse zie ik blootstelling bij het impregneerproces (met name via inademing van stoom bij de fixatie en via de huid bij laden, lossen en opslaan). Ik zie bloots(elling bij ongecontroleerde branden of bij verbranding in allesbranders, en ik zie blootstelling wanneer het hout alsnog gaat rotten.

Er is een korte periode (enkele weken, misschien maanden) na het impregneerproces dat ook in de gebruiksfase er sprake is van mogelijke blootstelfing. Deze mogelijkheid wordt ook gemeld door het CTB in hun besluit over de toelating van CC- en CCA- impregneermiddelen. Zij signaleren een risico voor sensibilisaties en chroomallergieën ten gevolge van deze blootstelling. Na die korte periode is chroom-6 omgezet in chroom-3 (niet kankerverwekkend) en zitten de metalen zo vast in het hout dat via huidcontact geen blootstelling van betekenis plaatsvindt. Dit is vastgesteld in enkele uitgebreide onderzoeken en evaluaties valt het RIVM. Die korte periode vlak na het impregneren is relevant bij de besluitvorming over toelating van de middelen. Werknemers en doe-het-zelvers die het hout bewerken kunnen hier schade van ondervinden. Bij machinaal zagen en schuren zie ik zelfs een risico op kanker door door de aanwezigheid het laatste restjes chroom-6. Dat legt extra gewicht in de schaal bij de besluitvorming over verduurzaamd hout. Het is een van de redenen voor CTB en VWS om verduurzaamd hout van de consumentenmarkt te weren en alleen nog voor professionele verwerkers te reserveren.

Bij de beoordeling van het speeltoestel bij de school in Olland is dit gegeven echter irrelevant. Het speelrek is 5 jaar oud en nog niet aangetast door rot. Iemand die beweert dat kinderen zeker kanker en vruchtbaarheidsschade zullen ondervinden van het spelen op dat rek beweert grote onzin. Zo'n bewering ontbeert elke toxicologische en gezondheidskundige onderbouwing omdat er geen blootstelling plaatsvindt. Ik vind de bewering een groter gevaar voor de volksgezondheid dan al het verduurzaamde hout dat in Nederland opgesteld staat. Gezien mijn betrokkenheid bij het onderwerp en mijn inspanningen voor een verbod op geïmpregneerd hout kon ik de beweringen en acties van EKC niet negeren. En ik wilde het in dit geval ook niet, omdat EKC rechtstreeks een kwetsbare groep aanspreekt, te weten ouders die elk risico voor hun kinderen willen uitsluiten en de kennis en deskundigheid missen om zin en onzin over milieugevaarlijke stoffen van elkaar te onderscheiden,

Ik denk dat mijn notitie voor de ouderraden uit Olland en 5t. Oedenrode (die je kennelijk hebt ontvangen) precies in lijn is met de bovenstaande analyse van milieu- en gezondheidsproblemen. De ouders aan wie ik dit op 8 mei jl. heb verteld vonden het ook erg duidelijk en waren zeer blij met mijn goed onderbouwde mening.

Dan de milieubelasting door geïmpregneerd hout. Die is uitgebreid geanalyseerd door het RIVM in opdracht van het CTB in het kader van de toelatingsprocedures voor CC- en CCA-irnpregneermiddelen. Uiteindelijk gaf de uitloging van koper uit geïmpregneerd hout de doorslag bij het besluit de toelating van de middelen voor hout in contact met bodem, grondwater of oppervlaktewater in te trekken. De uitloging van koper uit het hout is namelijk het grootst. Bovendien wordt het milieu in Nederland al overmatig belast met koper uit waterleidingen, aangroeiwerende verf, en additieven voor veevoer (en dus mest).

Voor chroom-3 en arseen worden de milieukwaliteitsnorrnen in Nederland niet overschreden. De koperemisisies vormen echter een groot en moeilijk op te lossen probleem. Kleine waterorganismes en micro-organismes hebben erg onder koper te leiden, en daarmee de gezondheid van aquatische ecosystemen. Mensen hebben niets te vrezen van het huidige blootstellingsniveau van koper. Mensen hebben zelfs koper nodig in hun voeding om gezond te blijven. Het is een essentieel element. En vee (behalve schapen) gaat er harder van groeien, vandaar de toevoeging aan veevoer. De overschrijding van milieunormen voor koper is moeilijk aan te pakken. Microben in het water en muggen(larven) zijn niet zo aaibaar en dan zijn publieke opinie en bestuurders minder makkelijk over te halen tot actie. Dat is jammer voor ons, maar een gezonde natuur en een schoon milieu zijn wel onze voornaamste drijfveer. De milieubelasting door koper uit geïmpregneerd hout is een belangrijke overweging voor ons om dat geïmpregneerde hout van de markt te willen weren.

Dat brengt mij op een eerdere aanvaring met het EKC. Het Utrechts Nieuwsblad benaderde mij met de vraag wat ik vond van de discussie over een aantal schuurtjes van geïmpregneerd hout van een woningbouwvereniging. EKC beweerde dat een van de bewoonsters borstkanker had gekregen omdat zij een splinter van zo'n schuurtje in haar borst had gekregen. Deze bewering over oorzaak (splinter) en gevolg (borstkanker) is ook weer nergens op gestoeld. Dergelijke beweringen kunnen niet bewezen worden, maar zijn ook niet te weerleggen. En weer gaat het om kwetsbare mensen (een vrouw niet veel verdriet en angst voor de toekomst en haar buren en buurtgenoten) en ook in dit geval maakt EKC schaamteloos misbruik van angst en verdriet van mensen. Dat heb ik stuitend genoemd. Vervolgens heb ik mijn motieven om tegen geïmpregneerd hout te zijn aangegeven en de nadruk op het koperprobleem gelegd. In de krant is alleen het uitlogen van koper terechtgekomen. De motieven van de journalist om een paar van mijn zorgen m.b.t. geïmpregneerd hout weg te laten (hierboven uitgewerkt) moet u aan het Utrechts Nieuwsblad vragen. Ik vond het niet storend.

Je vroeg naar nieuwe informatie uit onafhankelijke bron. De informatie waarop ik mijn analyse en oordelen baseer is echter niet nieuw, wel redelijk onafhankelijk. Bij onze brief die je me als bijlage stuurde zat een notitie met literatuurreferenties van RIVM en Industox. Die heb je neem ik aan. Verder haal ik veel informatie uit de CTB-besluiten over CC- en CCA-impregneermiddelen (in je bezit neem ik aan) en uit rapporten van bijvoorbeeld TNO, die in 1996 en 1997 aan de Tweede Kamer gestuurd zijn. Ook de onderzoeken van Hoogheemraadschap Rijnland, Rijkswaterstaat en de Unie van Waterschappen naar geïmpregneerd hout in oeverbeschoeiingen zijn erg informatief (een sloot is een jaar dood als je er zo'n beschoeiing inzet, maar ja dat vindt EKC niet schokkend genoeg. verder was er in 1998 een groep bezig een certificatieschema op te stellen voor KOMO-keur voor verduurzaamd hout. Daar heb ik de nodige informatie uit gekregen, voordat wij ons van het certificatieschema distantieerden. Roep maar als hier materiaal bij zit dat je nog niet hebt. Hiermee heb ik onze lijn hoop ik duidelijk genaakt.

We zullen de komende tijd nog veel tijd moeten besteden aan dit onderwerp. Uiteindelijk zal dat verbod op geïmpregneerd hout als het aan ons ligt toch komen. Ik hoop echter dat ik geen tijd meer hoef te besteden aan zinloze discussies met EKG. Ik heb niet de behoefte om de activiteiten van EKC te becommentariëren en besteed mijn tijd liever aan andere discussies en doelgroepen. Misschien kan EKC zo'n lijn ook opbrengen. Ik maak echter een uitsondering voor situaties zoals hier boven beschreven, waarin kwetsbare mensen bewijsbare onzin en onbewijsbare speculaties over hun gezondheid, hun ziektes of de gezondheid van hun kinderen te horen krijgen. Dat stuit mij persoonlijk tegen de borst en wij hebben er als organisaties erg veel last van.

Als je nog vragen hebt of nadere informatie wilt kun je me bellen of mailen. Ik kan niet altijd meteen reageren en als het niet zo dringend is laat ik een verzoek ook wel eens een tijdje liggen. Het zinnetje in je brief over een termijn van zeven dagen hoop ik niet meer te hoeven lezen. Dat suggereert een onwil bij ons om te antwoorden en geeft de indruk van een juridische in plaats van een inhoudelijke discussie. Ik vind dat onnodig,

Vriendelijke groet,

Marc Koene
Medewerker Stoffen en Milieukwaliteit
Stichting Natuur en Milieu

    drs. M. (Marc) Koene, Project manager chemical substances and environmental standards Netherlands Society for Nature and Environment. Donkerstraat 17 - 3511 KB Utrecht - The Netherlands - (31) 302348292 - (31) 302331311 (fax) - m.koene@snm.nl (NB: case sensitive)

Website adres: http://www.sdnl.nl/ekc/ekc-snmd.htm

Brief van Toine van Bergen over "Spelen op toestellen van geïmpregneerd hout niet gevaarlijk"
Reactie van Toine van Bergen op de brief van Marc Koene van St. Natuur en Milieu aan VMR
Commentaar Rob Brockhus op de brief van Marc Koene (St. Natuur en Milieu)
aan Toine van Bergen over de gevaren van speeltoestellen bij scholen in Olland