(24-04)  Een journalist interviewde in 1994 havenmeester Diepenbrock van Schiphol over de Bijlmerramp. Diepenbrock loog hem tijdens dat gesprek iets voor over de wind op de avond van de ramp. 'Er was nauwelijks wind,' zegt hij, terwijl hij maar al te best weet dat het hard waaide die avond. De journalist nam het gesprek op band op en tikte he t later uit. Hieronder twee bladzijden uit dat transcript.   

­­­­­­­­___________________________________________________________________________________________

 

(22-07)  Correctie.

___________________________________________________________________________________________

 

Op bladzijde 380 onderaan staat: 'andere en landings- en startbanenprocedures voor El Al-vliegtuigen' Dit moet zijn: 'andere landings- en startbanenprocedures voor El Al-vliegtuigen'

 

(24-02)     Bladzijden uit het stenografisch verslag van het gesprek tussen de PEC

en BVO-onderzoeker Frans Erhart (op 18 januari 1999), waarin Erhart de

commissie op het verkeerde been zet door te praten over de 'beugel' van de

cockpit voice recorder - die er in het geheel niets toe doet.

_______________________________________________________________________________

 

 

 

OVB034 (vastgesteld)                                                                                                                 9

                                     ONDERZOEK VLIEGRAMP BIJLMERMEER

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Mevrouw Augusteijn-Esser : Waarom eventueel radioactieve lading? Waarop is dat gebaseerd?

De heer Erhart : Dat is met name genoemd in onze leerboeken. Daar moet ik naar kijken. Is er sprake van

radioactieve isotopen, of dergelijke dingen?

Mevrouw Augusteijn-Esser : Verwachtte u dat in het toestel aan te treffen?

De heer Erhart : Dat weet ik niet. Wij hebben wel gekeken. Het geeft geen prettig gevoel als ik tussen de

wrakstukken rondloop dat ik een radioactieve besmetting oploop.

Mevrouw Augusteijn-Esser : Is er reden om aan te nemen dat in dit soort toestellen dit soort lading zit?

De heer Erhart : Ik weet het niet. Wij gaan er altijd van uit dat het erin kan zitten.

Mevrouw Augusteijn-Esser : U had net zo goed naar iets anders kunnen zoeken.

De heer Erhart : Neen, wij hebben bewust gekeken of er op de gevaariijke-ladingen-lijst sprake was van

radioactieve isotopen. En die zaten er niet in.

De heer Van den Doel : Hebt u bij aankomst, ter bevestiging voor u zelf, navraag gedaan bij de politie of

bijvoorbeeld de brandweer metingen had verricht op radioactief gebied?

De heer Erhart : Dat heb ik niet gedaan. Iedereen was daar bezig en wij zijn ook aan de slag gegaan.

Naderhand, tijdens ons werk, hoorden wij dat er inderdaad geen sprake was van radioactieve of gevaarlijke

stoffen.

De heer Van den Doel : Voor hetzelfde geld hebt u niet de beschikking over die papieren als u naar een

ongeval gaat. Trouwens, toen u wegging, wist u het nog niet. Het had voor de hand gelegen dat u ter plekke

aan de brandweer gevraagd had of er al metingen waren verricht.

De heer Erhart : Dat hebben wij niet gedaan. Achteraf heb ik gehoord wat ze gedaan hebben. Ze hebben ook

andere metingen naar gevaarlijke stoffen gedaan en die waren ook negatief. Maar dit heb ik achteraf gehoord.

De heer Van den Doel : Wat voor werkkleding droeg u ter plekke?

De heer Erhart : Ik had rubber laarzen, werkhandschoenen en een gewoon jack, een privé-jack. Geen

beschermende kleding.

Mevrouw Augusteijn-Esser : U vond niets van de recorders op die plek? Dat is juist?

De heer Erhart : Dat is juist.

Mevrouw Augusteijn-Esser : Maar op een zeker moment dook de flight data recorder op.

De heer Erhart : De dag daarna hebben wij, met behulp van andere mensen en kranen, verder in de omgeving

gezocht. Het zijn vrij zware voorwerpen, 10 of 12 kilo, die mogelijk door de klap weggeslingerd zijn. Die

dag hebben wij niets gevonden. De wrakstukken zijn gaandeweg die week naar hangar 8 afgevoerd. In die

hangar is door onze collega's de zoekactie voortgezet en in hangar 8 is toen de flight data recorder gevonden.

Op de 8ste oktober.

Mevrouw Augusteijn-Esser : Op woensdag. De twee recorders zitten pal bij elkaar.

De heer Erhart : Dat klopt. In de hangar heb ik ook de kast gevonden waar de twee recorders in gezeten

hadden . Helaas was de beugel waarmee ze bevestigd waren verdwenen. Anders had ik aan de beugel kunnen

zien of beide recorders aanwezig waren geweest. Dat is een kwestie van schroeven die erop zitten.

Mevrouw Augusteijn-Esser : Kon het feit dat de beugel er niet bij zat betekenen dat deze gebroken was?

De heer Erhart : De beugel was afgebroken door de klap.

Mevrouw Augusteijn-Esser : U kon nog een stukje vinden?

 

_________________________________________________________________________

 

OVB034 (vastgesteld)                                                                                                                       10

                                       ONDERZOEK VLIEGRAMP BIJLMERMEER

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

De heer Erhart : Ik heb geen stukjes van de beugel gevonden. Ze waren alleen maar uit het huis gescheurd.

Wij hebben gezocht, maar wij hebben de beugel niet gevonden .

Mevrouw Augusteijn-Esser : Wat was de toestand van de FDR?

De heer Erhart : Van buiten was hij zwaar beschadigd en beroet. Ik heb zelf naderhand alleen maar foto's

gezien want toen hij gevonden was, is hij meteen naar Hoofddorp gebracht en van daaruit eerst naar Engeland

en toen naar Amerika voor uitlezing. Dat heeft de heer De Groot verzorgd van de Luchtvaartinspectie.

Mevrouw Augusteijn-Esser : Weet u waarom men in Engeland er met zoveel mee kon?

De heer Erhart : De Engelsen zijn heel goed in het uitlezen van recorders, maar als er schade aan de band is.

zijn ze er wat voorzichtiger mee. De Amerikanen hebben een groter laboratorium dat er beter voor is

uitgerust. Die ervaring hebben wij.

Mevrouw Augusteijn-Esser : Waarom is hij dan niet gelijk naar de VS gestuurd?

De heer Erhart : Omdat wij niet wisten wat de aard van de schade was.

Mevrouw Augusteijn-Esser : Is deze gang van zaken gebruikelijk?

De heer Erhart : Het gaat erom dat wij zo snel mogelijk iets willen weten.

Mevrouw Augusteijn-Esser : Daarom.

De heer Erhart : En dan is Engeland, als dichtstbijzijnd land, sneller dan Amerika. Daarom gaan wij eerst

naar Engeland. Als men daar zegt dat men het niet aandurft, gaan wij meteen door naar Amerika.

Mevrouw Augusteijn-Esser : Hoe vond u het dat u één recorder vond en de andere niet? Is dat voor u

aanleiding geweest om nog weer extra te zoeken naar de CVR?

De heer Erhart : Uiteraard.

Mevrouw Augusteijn-Esser : Wat hebt u toen gedaan? Waar hebt u gezocht?

De heer Erhart : Wij zijn in het puin blijven zoeken.

Mevrouw Augusteijn-Esser : In welk puin en waar?

De heer Erhart : In bet puin in hangar 8. Daarnaast bleek dat een grote hoeveelheid vliegtuigonderdelen

meegenomen was naar de stortplaats in Nauerna. Daar hebben wij een uitgebreide zoekactie ontketend.

Tussen het puin lag zo'n 20.000 kilo huisvuil, afval, puin en metaal. Daar hebben wij ook gezocht naar de

voicerecorder alsmede naar andere essentiŽle onderdelen van het vliegtuig die ik ook miste. Toen wij daar

bezig waren bleek dat een groot deel van het metaal al doorverkocht was naar een bedrijf in 's-Gravendeel.

Daar zijn wij naartoe gegaan en toen bleek dat al het metaal dat daar binnen gekomen was al verpulverd was

en gedeeltelijk zelfs was doorverkocht naar Spanje. Daarnaast hebben wij in "Opsporing verzocht" een

beloning uitgeloofd van É 10.000. Er is een aantal reacties op gekomen. De Luchtvaartpolitie heeft al deze

reacties nagegaan en daar is dus niets uitgekomen.

Mevrouw Augusteijn-Esser : Hebt u verder nog bijzondere restanten aangetroffen op Nauerna? U zei namelijk

dat u niet alleen naar de CVR zocht.

De heer Erhart : Ik ben zelf niet op Nauerna geweest. In die tijd ben ik op zoek geweest naar de motoren. De

mensen die in Nauerna geweest zijn, hebben o.a. een paar staven verarmd uranium gevonden en er zijn

essentiŽle onderdelen van de motorophanging gevonden.

Mevrouw Augusteijn-Esser : Kunt u iets zeggen over die essentiŽle delen van de motorophanging? Wij

hebben gemerkt en geleerd dat er twee motoren waren afgebroken. Van welke motor hebt u onderdelen

gevonden?

 

 

 

(24-02)  Bladzijde uit het stenografisch verslag van het 'voorgesprek' tussen de PEC

en premier Kok, op 16 februari 1999.

_______________________________________________________________________________________

 

OVB185                                                                                                                                            6

                                            ONDERZOEK VLIEGRAMP BIJLMERMEER

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

   

te treffen om mensen en vliegtuigen van EL Al extra te beveiligen. Vanaf dat moment is sprake van een

bijzondere positie van El Al waar het gaat om de beveiliging. Iets anders is - en ik heb mij hierin de

afgelopen weken enigszins verdiept omdat hierover de nodige vragen zijn gerezen en uitspraken zijn gedaan -

- of binnen dat kader sprake is van een voorkeursbehandeling als het gaat om de controle van vracht. Naar

mijn vaste overtuiging is er van een dergelijke voorkeursbehandeling geen sprake. Er is echter helaas wel

sprake van de bijzondere noodzaak om personeelsleden en vliegtuigen van El Al op een bijzondere wijze te

beschermen. Daarvoor zijn evenals op andere luchthavens op Schiphol voorzieningen getroffen.

De heer Van den Doel : Uit uw antwoord concludeer ik dat de speciale positie van El Al uitsluitend

betrekking heeft op de veiligheid.

De heer Kok : Ja.

De heer Van den Doel : Gisteren hebben wij de heer Van Gijzel verhoord. Hij heeft hier een aantal

opmerkingen gemaakt die hij naar zijn zeggen ook bij de Binnenlandse veiligheidsdienst heeft neergelegd.

Eén van die opmerkingen betrof de aparte status van El Al. Hij zegt dat El Al, ook als het gaat om passagiers

die aan boord gaan van vrachtvliegtuigen, eigenlijk niet gecontroleerd wordt, ook met door de douane. Naar

zijn mening had El Al op dat punt een bijzondere positie. Spreekt u dit nu tegen? Is dat in feite onmogelijk?

De heer Kok : Ik heb het volledige verhoor van de heer Van Gijzel niet gezien. Ik vind het moeilijk om hier

uitspraken tegen te spreken. Ik vind het wel belangrijk dat ik zeg hoe ik de situatie zie op grond van de mij

bekende feiten Ik hecht eraan, een strikt onderscheid te maken tussen de veiligheidsvoorzieningen die gelden

voor de vliegtuigen en de bemanningen enerzijds en het met bestaan van een aan El Al toegestane vrije ruimte anderzijds.

         Ik heb het verhoor van de heer Lubbers wel kunnen horen toen ik zat te wachten tot ik hier mocht

verschijnen Hij geeft aan dat er in de loop van de tijd een soort situatie kon ontstaan, kon worden gecreŽerd.

In zijn woorden kon er werkende weg een situatie ontstaan waarin men het een beetje gewoon begon te

vinden dat El Al, medewerkers van El Al of veiligheidsmensen van El Al zich een bepaalde ruimte toe-

eigenden die was niet geformaliseerd, niet was toegekend. Mijn informatie is gebaseerd op een - voor alle

zekerheid - grondig onderzoek naar hoe het de afgelopen tientallen jaren gegaan is op het punt van de

bijzondere beveiligingsvoorzieningen. Is het nu zo dat er vervolgens daarbinnen ook een uitzonderingspositie

is toegekend aan El Al waar men in afwijking van andere luchtvaartmaatschappij en gebruik van kan maken?

Het antwoord daarop is op grond van mijn bevindingen - die altijd naast de bevindingen van anderen gelegd moeten worden, zo gaat het in het leven - nee. Die bijzondere vrije ruimte is er niet en dus ook geen uitzonderings- behandeling daarbinnen.

De heer Van den Doel : U heeft ons een notitie toegestuurd over de positie van El Al op Schiphol, waarvoor

onze dank U heeft het aan de commissie overgelaten in hoeverre zij daarmee in de openbaarheid wil treden.

De commissie neemt de vrijheid om u naar aanleiding van die notitie een aantal vragen te stellen.

In de nota staat dat vanaf 1989 kan worden gesteld dat El Al binnen de grenzen van de door de

Nederlandse overheid gestelde kaders opereert. Mijn vraag is gebaseerd op de volgende zinsnede, namelijk dat

er sedert juli 1998 gesprekken plaatsvinden tussen vertegenwoordigers van het ministerie van Justitie, van de

koninklijke marechaussee en vani El Al teneinde de transparantie en de onderlinge verhouding tussen de

koninklijke marechaussee en El Al te verbeteren en om onduidelijkheden weg te nemen Hoe is vastgesteld

dat El Al vanaf 1989 binnen de door de Nederlandse overheid gestelde kaders opereert.

De heer Kok : De SG's van zes of zeven departementen hebben dit vastgesteld. Zij hebben op verzoek van het

kabinet hier nader naar gekeken. Daarbij zijn de benodigde diensten en instanties betrokken. Ik heb dat

overleg uiteraard persoonlijk met kunnen bijwonen. Hun bevindingen heb ik echter op enig moment

zorgvuldig bekeken. Gelet op de eenstemmigheid en op de grondigheid heb ik, na raadpleging van de

betrokken collega's in het kabinet, gemeend dat ik de ruimte had om de commissie het stuk op deze wijze

voor te leggen. U vraagt mij nu de constatering die betrekking heeft op de periode na 1989 nader toe te

lichten, maar dan moet ik helaas passen. Ik hoop dat u daar begrip voor hebt.

 


Deze website is tot stand gekomen in samenwerking met de Sociale Databank Nederland
Disclaimer