Banenpooler en raadslid J. Robroek in de klem


Snuffelhoekje . . . . . SDN homepage

Door: J. Robroek

In 1992 werkte ik als banenpooler via de uitvoerende instantie van de banenpoolregeling binnen de gemeente Sneek op een kinderdagverblijf. Het functioneren in deze baan verliep uitstekend op te maken uit de verslagen van de diverse functioneringsgesprekken binnen die stichting. Mij werd herhaaldelijk gevraagd niet te solliciteren op interne functies, omdat de banenpool goedkoper was. Daarom startte ik een onderzoek naar de additiviteit van deze functie. De werkzaamheden waren hetzelfde als die van alle andere groepsleidsters.

In 1993 (juni) werd ik benoemd als gemeenteraadslid in de raad van de gemeente Sneek. In juli 1993 werd ik - met als argument "werkweigering" - op staande voet ontslagen uit de "banenpool". De banenpoolorganisaties hadden als wettelijke voorzitters de wethouder van Sociale Zaken van de betreffende gemeente. Zo ook in dit geval. Het inmiddels collega-raadslid, maar tevens werkgever, heeft de ontslagreden bepaald, de ontslagbrief geschreven en ondertekend.

Het Gemeenschappelijk Administratie Kantoor (GAK) waar ik mij moest melden om een WW-uitkering te krijgen was het met mij eens, dat de omstandigheden en redenen voor ontslag zeer dubieus waren en gaf een zware strafkorting om mij zodoende te dwingen het ontslag, de omstandigheden en de machtsverweving aan te vechten. Om in mijn levensonderhoud te voorzien werd ik gedwongen een aanvullen (bijstands-) uitkering aan te vragen bij de Gemeentelijke Sociale Dienst. Deze gemeentelijke dienst, met uiteraard als eindverantwoordelijke dezelfde Wethouder van Sociale Zaken, weigerde en beschikte negatief.

Pas op de valreep lukte het mij een advocaat (werkend binnen de toevoegingsregels) binnen het arrondissement Leeuwarden te vinden die bereid was, mijn ontslag in mijn naam aan te vechten. De reden van ontslag werd goed genoeg gevonden om mijn ontslag definitief te maken. De omstandigheden rond mijn ontslag konden daar niets aan af doen. De wethouders van Sociale Zaken als de personificatie, niet van de scheiding (Trias Politica), maar de éénwording der staatsmachten.

De gemeente Sneek telde overigens minder dan 30.000 inwoners, en had 21 zetels te verdelen. De vergoedingen derhalve was 938 gulden per maand, waarvan 250 gulden belastingvrij. De toenmalige wethoudster van Sociale Zaken was lid van de PvdA, en de omstandigheden die tot het ontslag leidden hadden te maken met de GroenLinkse fractie in de raad van Sneek. De zetel binnen de Sneker Gemeenteraad had ik toentertijd als onafhankelijk lid aanvaard.

Het "hoge" brutoloon leidde tot belastingaanslagen, vervallen van de huursubsidie, het terugbetalen van studieschuld, en het verschijnen voor de Rechter in verband met de zogenaamde "Verhaalplicht" (gescheiden ouder). Dit heeft geleid tot een netto inkomen van ver onder het wettelijk bestaansminimum. De talrijke procedures die tengevolge daarvan ontstaan zijn, zijn tussentijds of inmiddels stopgezet omdat de financiële middelen ontbreken. Dit effect is na de invoering van de AWB (Algemene Wet bestuursrecht) op 1 januari 1995 nog eens versterkt doordat de rechtbank een groot aantal (gratis) procedures van Gedeputeerde Staten heeft overgenomen.

De gevolgen vandaag zijn merkbaar. Alle procedures zijn noodgedwongen stopgezet door het ontbreken van financiële middelen. Een schuldenlast is ontstaan waar ik voorlopig niet vanaf ben, dat ondanks het feit dat ik sinds 1993 geen inkomen meer heb gehad dat hoger is geweest dan 90 % van het bestaansminimum. Ook merk ik, dat de regelgeving sinds 1993 zo veranderd is, dat (overheden) gemeenten in feite steeds beter in staat zijn er dergelijke mogelijkheden op na te houden; dat de procedures in feite moeilijker zijn geworden, zo niet onmogelijk, door de scherpere (toevoegings-) regels (advocaten van onvermogen) en de veranderde richtlijnen van de raden van rechtsbijstand en de werkdruk van advocaten. Ook de praktische invulling van het passief kiesrecht zou hier m.i. ter discussie moeten staan: De meest fundamentele burgerrechten staan hier op een rijtje.

De Nationale Ombudsman verklaart zich niet bevoegd in deze zaak een oordeel te geven, en verwijst naar de Staatssecretaris voor Binnenlandse Zaken. N.a.v. een brief aan de Vaste Kamercommissie voor Binnenlandse Zaken, die deze ter beantwoording doorverwijst naar de Staatssecretaris, antwoord dhr. Kohnstamm, dat hij alleen maar "uit kan gaan van de integriteit van de gemeente". Dhr. Kohnstamm vermeldt niet, wat te doen als iemand onder het bestaansminimum de desintegriteit van een gemeente redelijkerwijs kan aantonen.

Alle kamerfracties zijn in 1995 ook benaderd. Geen enkele fractie heeft ook maar een ontvangstbevestiging gestuurd, laat staan een antwoord. Ondertussen werd mij het advies gegeven de ophoping van problemen te zoeken in Europees verband. Met deze gedachten kwam ik bij de Orde van Advocaten terecht die mij een lijst gaven van eventuele advocaten met de disciplines Europees recht, staatsrecht en sociale zekerheid. Deze combinatie is sowieso erg moeilijk te vinden, maar zeker niet binnen het Arrondissement Leeuwarden. De raad van Rechtsbijstand in Leeuwarden verzekerde mij echter telefonisch dat het mij niet toegestaan werd (in verband met de toevoeging) buiten dit Arrondissement een advocaat te zoeken.

De vereniging Nederlandse Gemeenten stond mij ook toe een brief in te sturen in haar magazine, om zodoende reacties te krijgen van anderen in vergelijkbare situaties. Haar redactionele naschrift zal ik U onthouden. Uit reacties blijkt dat het slechts om een handvol mensen gaat, en niet helemaal vergelijkbaar, omdat er nooit een andere hiërarchische situatie bestond dan die bij een uitkering ingevolge de "oude" Algemene Bijstandswet (Amsterdamse deelraad de Pijp) of WW (Lemmer), en bovendien de gemeente integer omging met de combinatie. Waarmee bevestigd wordt hoe de mogelijkheden in deze van gemeenten zijn.

Ik heb U niet meer dan een schets gegeven van de verstrekkendheid in deze problematiek. In werkelijkheid zou ik U al die zijwegen ook nog moeten schetsen, om oorzaak en gevolg in zijn juiste proporties te verduidelijken. Feit blijft dat we blijven praten óver armoede, óver tweedeling, en de oorzaken en gevolgen daarvan. Bovenstaand verhaal geeft aan, dat dat op de plekken waar de besluitvorming plaatsvindt ook wel zo zal blijven.

J. Robroek

Sneek, 16 januari 1997
Anna van Burenstr 4
8606 VT Sneek
tel/fax 0515 425123