Bezwaar tegen deskundigenrapport van ing. A.H.J.M. van Dijk (StAB/32976/RB)


EuroStaete . . . Milieu . . . Klokkenluiders <====> SDN . . . Schandpaal

Deskundigenrapport van 28 oktober 1997 voltooid zonder dat de klagers (appellanten)

Ing. A.M.L. van Rooij

Milieu- en Veiligheidskundige

Henry George (1839-1897): De Aarde behoort toe aan alle levende wezens

                            AANTEKENEN met
                            ontvangstbevestiging
                                                           
't Achterom 9a              Sint Oedenrode
5491 XD                     23 november 1997
Sint Oedenrode
Tel. 0413-490387            Per fax verstuurd
Fax. 0413-490386            070 - 3150199
                            23 november 1997


Mijn kenmerk: SAB/23117.

Betreft: Toezending nadere stukken op mijn brief van 10 november 1997 aan drs. R.N. van Alem, directeur bij Stichting Advisering Bestuursrechtspraak te Den Haag.


Aan:

    Drs. R.N. van Alem (persoonlijk),
    Directeur bij Stichting Advisering Bestuursrechtspraak,
    Postbus 95928,
    2509 CX Den Haag.


    Geachte Heer van Alem,

Bij brief van 10 november 1997 heb ik U kenbaar gemaakt dat uw adviseur ing. A.H.J.M. van Dijk zijn deskundigenrapport van 28 oktober 1997 (kenmerk StAB/32976/RB) heeft voltooid zonder dat de klagers (appellanten) hun inzichten hebben kunnen geven. 

Het is hierbij goed te weten: 

  • dat het houtverwerkende bedrijf L. Pullens, Kerkstraat 26a te Elshout vanaf 1980 tot op heden (17 jaar lang) van het waterschap De Maaskant (voorheen waterschap De Dommel) grote hoeveelheden PAK's, cresolen (zwarte lijststoffen) in het Koningsvliet heeft mogen lozen zonder een daarvoor vereiste WVO-vergunning
  • dat de champignonkwekerij Fam. Oerlemans, Oosterseweg 3 te Elshout van het waterschap jarenlang grote hoeveelheden pentachloorfenol (zwarte lijststof) in het Koningsvliet heeft mogen lozen zonder een daarvoor vereiste WVO-vergunning;
  • en dat hier sprake is van een belangenverstrengeling van een bestuurlijke en economische elite op grond van het feit ter verrijking van enkele personen door verspreiding van de sterk verontreinigde baggerspecie over de gronden van mijn cliënten de heren Nouwens en Schreuder de daarop grazende koeien, schapen of paarden erfelijk worden vergiftigd en worden ziek gemaakt met de meest kwalijke kankerverwekkende stoffen die zullen leiden tot een sterk verhoogde kans op kanker, onvruchtbaarheid en geboorteafwijkingen.

Juist om die reden bevreemdt het mij ten zeerste dat ik van U op mijn brief van 10 november 1997 aan U persoonlijk nog geen enkele reactie (zelfs nog geen ontvangstbevestiging) heb mogen ontvangen. Bijgevoegd vindt U als nader stuk de uitspraak van 18 maart 1997, nr. 8/1996/627/810 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (bijlage). Ik verzoek u kennis te nemen van die jurisprudentie. Op grond van die jurisprudentie is slechts aan art. 6 EVRM (rechten van de mens) voldaan als klagers (appellanten) hun inzichten hadden kunnen geven alvorens het deskundigenrapport was voltooid.

Inzake Uw verslag (deskundigenrapport) ex artikel 8:47 Awb van 28 oktober 1997 (kenmerk StAB/32976/RB) hebben appellanten hun inzichten niet kunnen geven alvorens het was voltooid. Betreffend rapport is dus tot stand gekomen in strijd met art. 6 EVRM en is derhalve in strijd met de grondrechten van de mens. Ik richt aan U daarom nogmaals het nadrukkelijke verzoek Uw verslag ex artikel 8:47 Awb van 28 oktober 1997 (kenmerk: StAB/32976/RB) onmiddellijk in te trekken en mij dat binnen 8 dagen na heden schriftelijk te bevestigen.

Tevens richt ik aan U nogmaals het nadrukkelijke verzoek een strafrechtelijk onderzoek te laten instellen naar de niet onafhankelijke handelwijze van Uw adviseur ing. A.H.J.M. van Dijk en mij dat eveneens binnen 8 dagen na heden schriftelijk te bevestigen. In geval U binnen 8 dagen na heden (vóór 1 december 1997) geen uitvoering heeft gegeven aan hetgeen ik U hierboven heb verzocht dan is er mijns inziens zeer nadrukkelijk sprake van boze opzet vanaf Uw zijde. In dat geval zal ik hiervan prompt aangifte doen bij de hoofdofficier van Justitie bij het Arrondissementsparket te Den Haag. Daarbij zal ik deze brief en mijn onderliggende brief van 10 november 1997 aan U overleggen.

 Voor de geschiedenis van het, door toedoen van Stichting Advisering Bestuursrechtspraak, ziek gemaakte nageslacht heb ik dit schrijven laten registreren bij de Stichting Sociale Databank Nederland.


Hoogachtend,

    Ing. A.M.L. van Rooij

    Milieu- en Veiligheidskundige


C.c.

  • Drs. O. Hendriks, medewerker bij tweede Kamerlid Hendriks, Postbus 20018, 2500 EA 's-Gravenhage.
  • A.J. Loijkens, Specica juridische hulpverlening, Ringbaan Oost 219, 5014 GD Tilburg.
  • F.M.M. Nouwens, Grote Straat 7, 5236 PA Heusden.
  • G. Schreuder, Kerkstraat 30, 5154 AP Elshout.
  • Directoraat-generaal Rijkswaterstaat (RIZA) te Lelystad.
  • Het College voor de Toelating van Bestrijdingsmiddelen te Wageningen.
  • Het Gerechtelijk Laboratorium van het Ministerie van Justitie te Rijswijk.
  • Witteveen & Bos Raadgevende ingenieur B.V. te Deventer.
  • TAUW-milieu B.V. te Deventer.

 Bijlagen:

Uitspraak van 18 maart 1997, nr.8/1996/627/810 van President mrs. Bernhardt van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (1 pagina).