Het ministerie van VROM probeert juridische procedures te frustreren door persoonlijk belang in twijfel te trekken

Brandbrief aan de voorzitter van de Europese Commissie Prodi over groencertificaten

Milieu . . EuroStaete . . EKC . . Klokkenluiders <===> SDN . . Wolmanzouten . . English

De vanuit Nederland in gang gezette chemische ramp die alle Europese lidstaten zal treffen

Voorzitter R. Prodi van de Commissie van de Europese Gemeenschappen,

Aantekenen met ontvangstbevestiging

Voorzitter R. Prodi van de Commissie van de Europese Gemeenschappen,
Directoraat-Generaal Milieuzaken
Directoraat D,
Toepassing en uitvoering.
t.a.v. G. Kremlis, (afdelingshoofd)
B-1049 Brussel België.


OPEN BRIEF

Sint Oedenrode, 29 juni 2003.

Tevens, excl. bijlagen, verstuurd per fax (32-2) 299.10.70
en per e-mail: Jan-Willem.Ebeling@cec.eu.int

Uw kenmerken: ENV.D.2.D (03)/JWE/abc/520578.        ENV.D.2.D (03)/522837

Ons nummer: PR/EEG/29063/br.

Betreft:

  • Klacht 2001/4154.
  • Uw brieven van 4 maart 2003 en 2 juni 2003.
  • Dringend verzoek om de Staat der Nederlanden vóór 1 juli 2003 voor het Hof van Justitie van de Europese Commissie te dagen.

Geachte heer Kremlis,

Uit uw brieven van 4 maart 2003 en 2 juni 2003 maak ik op dat de Europese Commissie, onder voorzitterschap van de heer R. Prodi, al ver is gevorderd met het onderzoek naar aanleiding van mijn klacht m.b.t. geïmpregneerd hout, groene stroom, vliegascement, green bricks, e.d. tegen de Staat der Nederlanden.

Gezien de meest recente ontwikkelingen binnen lidstaat-Nederland staat er voor de Europese Gemeenschap een chemische ramp te wachten die zijn weerga niet kent. Dit alles met misbruik van enorme bedragen aan (Europese) subsidiegelden.

Deze vanuit Nederland in gang gezette chemische ramp, die alle Europese lidstaten zal treffen, kan alleen nog worden voorkomen als U voor a.s. dinsdag 1 juli 2003 lidstaat-Nederland voor het Hof van de Europese Justitie daagt. Dit omdat de georganiseerde overheidsmisdaad "Poisoning for Profit" binnen Nederland intussen zodanige ernstige vormen heeft aangenomen dat dit door de Staat der Nederlanden zelf niet meer kan worden beëindigd. Dit omdat alle betrokken ministeries (VROM, VWS, LNV, ZSW,EZ) en locale overheden (provincie's, gemeenten en waterschappen), als gevolg van ingebouwde tekortkomingen in de Bestrijdingsmiddelenwet en in de verleende milieuvergunningen aan zo'n 35 Nederlandse houtimpregneer-bedrijven, al vanaf 1986 belangenverstrengeld zijn geraakt.

Het bijgevoegde 13- punten tellend blokschema A), met de hieronder beschreven puntsgewijze toelichting, maken perfect duidelijk hoe de Nederlandse overheid volledig in de greep is gekomen van deze georganiseerde misdaad "Poisoning for Profit", collusie genaamd.

Puntsgewijze toelichting blokschema A)

  1. De metaalindustrie petrochemische industrie produceren jaarlijks tonnen hoogproblematisch gevaarlijk afval.

  2. Dit hoogproblematische gevaarlijke afval kan niet worden verwerkt in afvalverbrandingsinstallaties (AVI).
  3. Dit hoog problematisch gevaarlijke afval moet eeuwig worden opgeslagen, hetgeen deze metaalindustrie/petrochemische industrie enorm veel geld kost.

  4. De Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft onze Bestrijdingsmiddelenwet vastgesteld. Deze Bestrijdingsmiddelenwet kent een tweetal ernstige tekortkomingen, te weten:
    • Deze wet houdt geen rekening met de afvalfase van het BestrijdingsmiddelB)C).
    • Op grond van deze wet behoeven de niet-werkzame chemische stoffen niet te worden genoemd. Met deze ingebrachte tekortkomingen in de Bestrijdingsmiddelenwet wordt het hoogproblematisch gevaarlijk afval van de metaal- en petrochemische industrie, aangevuld met een bepaalde hoeveelheid werkzame stoffen om aan het toegelaten percentage te komen, omgezet tot een bestrijdingsmiddel voor het impregneren van hout.

  5. Het onder 'punt 4' gemaakte bestrijdingsmiddel wordt verkocht aan houtimpregneerbedrijven. De minister van VROM heeft in mei 1992 voor zo'n 35 Nederlandse houtimpregneerbedrijven de "circulaire betreffende werkprogramma milieumaatregelen bij houtimpregneerbedrijven" vastgesteld. Overeenkomstig deze circulaire is aan alle Nederlandse houtimpregneerbedrijven milieuvergunning verleend. Deze circulaire houdt geen rekening met de gebruiks- en afvalfase van het geïmpregneerde houtD). Met deze ingebrachte tekortkomingen in de aan de Nederlandse houtimpregneerbedrijven verleende milieuvergunningen mogen deze bedrijven schoon hout tot aan de kern toe volpersen met het onder 'punt 4' genoemde bestrijdingsmiddel en daarvan 'geïmpregneerd hout' maken.

  6. Dit geïmpregneerde hout wordt verkocht aan andere bedrijven waaronder timmerfabrieken. Deze timmerfabrieken maken daarvan tuinhekjes, tuinhuisjes, kinderspeeltoestellen, bouwhout voor in de ecologische woningbouw e.d. Al dan niet overgeverfd overeenkomstig wensen van de consument.

  7. De gebruiksfase van dit geïmpregneerde hout bedraagt gemiddeld zo'n 10-30 jaar afhankelijk van de toepassing. Daarna komt het in de afvalfase terecht.

  8. Dit geïmpregneerde hout komt in de afvalfase vrij als sloophout.

  9. In Nederland staat op dit moment zo'n 12 miljoen m3 met arseen en/of chroom VI geïmpregneerd hout uit. Elke m3 hout (500 kg.) bevat zo'n 2 3 kg. Chroom VI. Dit geïmpregneerde hout sloophout moet overeenkomstig de Eural daarom als gevaarlijk afval worden verwijderd en verwerkt E). Dit al dan niet overgeschilderde geïmpregneerde sloophout valt in de afvalfase visueel niet te onderscheiden van het overige sloophout. Onafhankelijk onderzoek uitgevoerd door Stichting Advisering Bestuursrechtspraak heeft dat uitgewezen. Dit gevaarlijke sloophoutafval mag om die reden dan ook niet worden vershredderd met niet gevaarlijk sloopafval.Bij uitspraak F03.98.0171 e.v. van 18 augustus 1998 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak op grond van de volgende overwegingen: Uit de door de Stichting Advisering bestuursrechtspraak uitgebrachte deskundigenbericht is gebleken dat verduurzaamd hout niet visueel valt te onderscheiden van onbehandeld hout. dan ook beslist dat betreffend sloophout niet mag worden vershredderd. Deze bindende uitspraak van de Raad van State wordt echter al ruim 4 jaar lang door alle provincies genegeerd. Het vershredderen van sloophout en het vermalen tot poeder is op grond van deze feiten wettelijk verbodenF)G).

  10. Nadat het onder 'punt 9' genoemde (gevaarlijke) sloophoutafval is vershredderd en verpoederd wordt het biomassa of secundaire brandstof genoemd.

  11. De onder 'punt 10' genoemde biomassa wordt door o.a. Nuon tot in een concentratie van 40% bijgestookt in de kolengestookte elektriciteitscentrales voor de opwekking van groene stroom. Hiervoor krijgen Nuon en Essent grote bedragen aan subsidie van onze overheid; waaronder terugbetaling REB-belasting. De 12 miljoen m3 toekomstig gewolmaniseerd sloophout dat in Nederland op dit moment uitstaat bevat in het totaal zo'n 13 miljoen kg. arseen en zo'n 30 miljoen kg. chroom VI, zijnde zwarte lijststoffen. Door dit sloophout als biomassa mee bij te stoken in de kolengestookte elektriciteitscentrales voor de opwekking van groenen stroom betekent dat deze miljoenen kilogrammen arseen en chroom VI

  12. Òf in het vliegas achterblijven en door toevoeging aan cement, asfalt, stenen en e.d. in bouwmaterialen verder diffuus worden verspreidt, met alle rampzalige gevolgen van dien. Zware metalen kun je immers niet verbranden en zijn over een miljoen jaar nog even giftig en gevaarlijk.

  13. Òf via de schoorsteen diffuus verspreid over de omgeving worden uitgestoten dat vervolgens weer met neerslag mee over de mensen, dieren, groente, fruit e.d. wordt verspreid waarna het in de bodem in oppervlaktewater terechtkomt. Zware metalen kun je immers niet verbranden en zijn over een miljoen jaar nog even giftig en gevaarlijk.

Als gevolg van de hierboven door de Staat der Nederlanden ingebouwde tekortkomingen in de Bestrijdingsmiddelenwet en "Circulaire betreffende werkprogramma milieumaatregelen bij houtimpregneerbedrijven" heeft het kunnen gebeuren dat Nederland nu is overgoten met zo'n 43 miljoen kg. goed in water oplosbaar arseen (arseenzuur) en chroom VI (chroomtrioxide), zijnde zwarte lijststoffen. De daaruit voortvloeiende milieu-, gezondheids- en economische schade is zo gigantisch groot dat die door de Staat der Nederlanden nooit meer zal kunnen worden opgebracht.

Deze niet meer te betalen schade zal toch moeten worden betaald door de Staat der Nederlanden omdat de opeenvolgende verantwoordelijke ministers van VROM, E. Nijpels, H. Alders, M. de Boer, J. Pronk met het inbouwen van de hierboven beschreven tekortkomingen in de Bestrijdingsmiddelenwet en "Circulaire betreffende werkprogramma milieumaatregelen bij houtimpregneerinrichtingen" al vanaf 1986 het door de Tweede Kamer der Staten-Generaal vastgestelde Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer 1986-1990 niet hebben omgezet in Nederlandse wetgeving.

Daarin staat namelijk geschreven dat arseen en chroom VI in internationaal (Europees) verband op de "zwarte stoffenlijst" is geplaatst en dat in het milieu brengen ervan vanwege hun uiterst gevaarlijke eigenschappen, als giftigheid, carcinogeniteit, mutageniteit, teratogeniteit, afbreekbaarheid en (bioaccumulatie) via een maximale brongerichte aanpak vermeden moet wordenH). Middels het toekennen van het "komo-keur" certificaat werd de toepassing van dit met arseen en chroom VI geïmpregneerde hout door de Staat der Nederlanden zelfs tot 75% van de aanschafprijs gesubsidieerdI), waarmee de Staat der Nederlanden juridisch volledig schade-aansprakelijk is geworden.

Omdat de Staat der Nederlanden de hierdoor veroorzaakte milieu-, gezondheids- en economische schade nooit meer zal kunnen opbrengen wordt er naar nieuwe gesubsidieerde creatieve oplossingen met het bedrijfsleven gezocht. Deze creatieve oplossingen heeft de Staat der Nederlanden heden gevonden en bij ministeriële regeling "Wijziging Regeling groencertificaten Electriciteitswet 1998" gepubliceerd in de Staatscourant van 20 juni 2003 J).

Deze ministeriële regeling treedt op 1 juli 2003 in werking. Vanaf dat moment zullen overeenkomstig deze regeling groencertificaten worden verstrekt ten behoeve van elektriciteit die wordt opgewekt uit (zuivere- en niet zuivere) biomassa. Stroomproducenten die energie opwekken uit biomassa kunnen vanaf 1 juli 2003 rekenen op een "MEP-subsidie". Dit omdat op 3 juni 2003 in de Eerste Kamer het wetsvoorstel MEP is aangenomen.

'MEP' staat voor milieukwaliteit van de electriciteitsproductie en is een subsidieregeling waarmee de opwekking van duurzame energie wordt gestimuleerd. Tennet is aangewezen uitvoering te geven aan deze MEP-regeling en heeft hiervoor de dochteronderneming Enerq opgericht die per 1 juli 2003 van start zal gaan.

Onder duurzame en milieuhygiënisch verantwoorde elektriciteit wordt ook verstaan de elektriciteit die in Nederland wordt opgewekt uit biomassa. Producenten, zoals Nuon, Essent, e.d. die deze opgewekte elektriciteit op het net zetten of rechtstreeks aan een installatie leveren, kunnen subsidie aanvragen bij Enerq. Een van de voorwaarden voor het verkrijgen van de MEP-subsidie van Enerq is dat de in de Nederlandse kolencentrales bij te stoken biomassa voorzien is van een " groencertificaat".

In Nederland worden twee groepen biomassa stromen onderscheiden, te weten schone biomassa en mengstromen. De schone biomassa stromen worden verdeeld in "naar haar aard zuivere biomassa" en "niet naar haar aard zuivere biomassa". Stromen die worden aangemerkt als "naar haar aard zuivere biomassa" staan vermeld op de NTA-lijst met uitzondering van de nummers 701, 709, 729 en 890 K). Deze NTA-lijst kunt u ook vinden op internet (www.sdn.nl/ekc-certificaten.htm)

Uit deze NTA-lijst kunt u opmaken dat in Nederland met zware metalen geïmpregneerd hout (182), RWZI-zuiveringsslib (410), pluimveemest (310) e.d. als " schone zuivere biomassa" heeft ingedeeld waarop vanaf 1 juli 2003 groencertificaten worden afgegeven.

Dit met zware metalen (arseen, chroom VI, koper) geïmpregneerde hout (182), dat o.a. vrijkomt uit bouw en sloopafval, moet echter volgens de Europese afvalstoffenlijst (EURAL) als gevaarlijk afval worden verwijderd en verwerkt. Zie hiervoor de berekeningen in de handreiking EURAL van het Ministerie van VROM zelf, opgesteld door drs. A.M.G.R. Schwegler en drs. Ir. A.J.W. Veldhuizen E). Hetzelfde geldt voor RWZI-zuiveringsslib en diverse andere afvalstromen waarop overeenkomstig genoemde regeling ook " schone zuivere biomassa" groencertificaten worden afgegeven. De Nederlandse electriciteitsproductiemaatschappijen, als Nuon en Essent, die hieruit ' groene energie' opwekken krijgen daarvoor grote bedragen MEP-subsidie.

Met het geven van bovengenoemde ruime definitie van " schone zuivere biomassa" overtreedt Nederland de richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001. Als definitie voor " gevaarlijke biomassa" staat onder artikel 2 punt 11 van die richtlijn letterlijk het volgende

    L): "biomassa": producten die geheel of gedeeltelijk bestaand uit plantaardig landbouw- of bosbouwmateriaal dat gebruikt kan worden als brandstof om de energetische inhoud ervan te benutten, alsmede de volgende als brandstof gebruikte afvalstoffen:
    • plantaardig afval uit land- en bosbouw;
    • lantaardig afval van de levensmiddelenindustrie indien de opgewekte warmte wordt teruggewonnen;
    • vezelachtig afval afkomstig van de productie van ruwe pulp en van de productie van papier uit pulp; indien het op de plaats van productie wordt meeverbrand en de opgewekte warmte wordt teruggewonnen.
    • Kurkafval;
    • Houtafval, met uitzondering van houtafval dat ten gevolge van een behandeling met houtbeschermingsmiddelen of door het aanbrengen van een beschermingslaag gehalogeneerde organische verbindingen dan wel zware metalen kan bevatten, wat in het bijzonder het geval is voor houtafval afkomstig van bouw- en sloopafval;

De definitie van "biomassa" in deze EG-richtlijn heeft de Vlaamse regering (België) m.b.t. toekenning van groenestroomcertificaten letterlijk overgenomen in hun besluit inzake de bevordering van elektriciteits-opwekking uit hernieuwbare energiebronnen van 28 september 2001, dossiernummer 2001-09-28/30 M) (zie ook www.sdnl.nl/ekc-certificaten.htm)

Naar verwachting hebben alle EU-lidstaten evenals België, deze definitie van " biomassa" uit de EG-richtlijn 2001/80/EC keurig overgenomen in hun nationale wetgeving, uitgezonderd Nederland. Vanaf 1 juli 2003 (a.s. dinsdag) zal dit binnen Europa de volgende enorme misdaad tot gevolg hebben:

  1. In alle EU-landen, behalve in Nederland, moet met arseen en/of chroom VI geïmpregneerd hout, dat vrijkomt uit bouw- en sloopafval, worden verwijderd en verwerkt als gevaarlijk afval tegen zeer hoge kosten (300 tot 1000 euro) per ton. Hetzelfde geldt naar verwachting ook voor RWZI- zuiveringsslib en diverse andere afvalstromen.
  2. Vanuit al deze EU-landen zal na 1 juli 2003 dit gevaarlijke afval naar Nederland toekomen, waarop het groencertificaat kan worden afgegeven. Vergezeld met dit groencertificaat wordt dit gevaarlijke afval als 'schone zuivere biomassa' geleverd aan de Nederlandse kolengestookte elektriciteitscentrales als Nuon, Essent en getransporteerd naar de kolengestookte elektriciteitscentrales in het buitenland (Zweden) voor de opwekking van groene stroom.
  3. De Nederlandse afvalverwerkende bedrijven die hieraan meewerken (waaronder de AVR, Essent en Nuon) kunnen met deze hulp van de Staat der Nederlanden jaarlijks vele miljoenen tonnen gevaarlijk afval van het buitenland naar Nederland laten komen, zo'n 300-1000 euro per ton in hun zak steken, er in Nederland een groencertificaat bij aanvragen en vergezeld met betreffend groencertificaat met MEP-subsidie laten bijstoken in de kolengestookte elektriciteitscentrales, waaronder in de Willem Alexander Centrale te Buggenum (Limburg) van Nuon Power Buggenum B.V.

Deze vanuit de Staat der Nederlanden opgezette en dichtgetimmerde miljarden zwendel, waarbij enorme bedragen (EU-) overheidssubsidie wordt misbruikt, zal op termijn (binnen 10 30 jaar) voor geheel Europa een onomkeerbare chemische ramp tot gevolg hebben van een omvang die alle Europeanen zal treffen. De schade die daarmee aan het milieu, de gezondheid van mensen en dieren, en daarmee aan de economie, wordt aangericht, zal de Europese gemeenschap over 10 a 30 jaar nooit meer kunnen opbrengen.

Dat deze miljarden zwendel in Nederland de algehele overmacht heeft gekregen blijkt o.a. uit het feit:

  • dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij uitspraak 200202376/1 de Wm-vergunning van Nuon Power Buggenum B.V. voor het bijstoken van dit (gevaarlijke) afval onder de dekmantel van " biomassa" heeft vernietigdN) en dat Gedeputeerde- Staten van Limburg, met de stilzwijgende instemming van de Staat der Nederlanden, deze onherroepelijke uitspraak van ons hoogste onafhankelijke rechtscollege naast zich heeft neergelegd en bij gedoogbeschikking van 20 mei 2003O) toestaat dat Nuon Power Buggenum B.V. zonder de daarvoor vereiste Wm- en Wvo-vergunning doorgaat met het bijvergassen van betreffend gevaarlijk afval onder de dekmantel van "biomassa".
  • dat Gedeputeerde-Staten van Limburg weigeren om binnen het maximaal wettelijke termijn van vier weken een besluit te nemen op ons handhavingsverzoek van 30 mei 2003P), zodat het bijvergassen van dit gevaarlijke afval in de Willem Alexander Centrale kan blijven doorgaan zonder te beschikken over de daarvoor vereiste Wm- en Wvo-vergunningen.
  • dat de Staat der Nederlanden met het afgeven van groencertificaten het illegaal bijstoken (bijvergassen) van dit gevaarlijke afval in de Willem Alexander Centrale met behulp van de MEP-regeling zwaar subsidieert.
  • dat bovengenoemde gesubsidieerde georganiseerde overheidsmisdaad in Nederland niet strafrechtelijk kan worden aangepakt, omdat de Hoge Raad der Nederlanden in haar Pikmeerarresten 1 en 2 heeft uitgesproken dat de landelijke overheid (Staat der Nederlanden) strafrechtelijk immuun is.

Bovengenoemde door de Staat der Nederlanden opgezette, georganiseerde, gecoördineerde en gesubsidieerde miljarden zwendel zal geheel Europa fataal worden als hiertegen niet vóór 1 juli 2003 strafrechtelijk wordt opgetreden door het Europese Hof van Justitie.

Dit des te meer de EU-lidstaten vóór 1 juli 2003 de voorzorgsmaatregelen moeten hebben getroffen om aan de Europese richtlijn 2003/02/EC te voldoen. Deze maatregelen houden in dat met arseen (arseen, chroom VI, koper) geïmpregneerd hout niet meer mag worden gebruikt voor woningbouw en huishoudelijk gebruik. Wat het doel ook is, elke toepassing waar een risico voor herhaald huid contact bestaat, elke toepassing waar het hout in aanraking komt met stoffen voor menselijke en dierlijke consumptie en bestaand hout mag niet meer zonder handschoenen worden aangeraakt. De lidstaten, waaronder dus ook Nederland, zijn gehouden om vanaf 1 juli 2003 aan deze richtlijn te voldoen. De maatregelen die lidstaat-Nederland heeft genomen om aan deze Europese richtlijn te voldoen kunt u hierboven perfect lezen. Dit maakt duidelijk dat alleen een door de Europese commissie aangespannen geschil tegen de Staat der Nederlanden, naar aanleiding van mijn opgemelde klacht, hieraan nog een einde kan makenQ).

Ik wil u vragen om de Staat der Nederlanden op grond van bovengenoemde feitelijke informatie, en de eerder toegezonden informatie m.b.t. deze klacht 20901/4154, in een spoedeisende procedure vóór 1 juli 2003 voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap te dagen met het verzoek per direct de van kracht geworden "Wijziging regeling groencertificaten Electriciteitswet 1998", bijbehorende NTA-lijst voor groencertificaten en de sinds 3 juni 2003 van kracht zijnde MEP-subsidie wetgeving te vernietigen.

In afwachting van uw spoedig antwoord hierop, teken ik,

Hoogachtend, Ecologisch Kennis Centrum B.V. Voor deze, Ing. A.M.L. van Rooij, Directeur. C.c.

  • Agalev België, dhr. J. Malcorps
  • Socialistische Partij Nederland dhr. O. Mellema.
  • Stichting tot behoud leefmilieu Buggenum, mevr. A. Derkx.
  • Sociale Databank Nederland, dhr. Brockhus (www.sdnl.nl)
  • Katholiek Nieuwsblad, dhr. H. Rijkers
  • Algemeen Dagblad, mw. P. Hemelrijk
  • TweeVandaag, dhr. T. van de Ham

Dit schrijven bevat de volgende bijlagen:

  • Blokschema "Van hoogproblematisch afval tot groene stroom" van de stichting tot behoud leefmilieu, Buggenum, Haelen, Horn, Nunhem en naaste omgeving (1 pagina)
  • Brief d.d. 10 april 1996, nummer: 96/1807/HPK/HPK, van het College voor de Toelating van bestrijdingsmiddelen aan ing. A.M.L. van Rooij (5 pagina's)
  • Brief van 2 september 1996, kenmerk: GZB/C&O/963400 van staatssecretaris E. Terpstra van VWS aan ing. A.M.L. van Rooij (2 pagina's)
  • Blz. 1 en 12 uit de "Circulaire betreffende milieumaatregelen bij houtimpregneerbedrijven" van mei 1992 van J.G.M. Alders, minister van VROM, met bijbehorende voorbrief van 20 mei 1992 van ing. C/.M. Moons (3 pagina's).
  • Een 7-tal pagina's uit de Europese afvalstoffenlijst (EURAL), handreiking Eural, opgesteld door drs. A.M.G.R. Schwegler en drs. Ir. A.J.W. van Veldhuizen namens het ministerie van VROM (7 pagina's).
  • Uitspraak F03.98.0171 e.v. van 19 augustus 1998 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (6 pagina's).
  • Het artikel "Provincies negeren verbod Raad van State op houtversnippering" uit het Algemeen Dagblad van 31 juli 1999 (1 pagina).
  • Het van toepassing zijnde gedeelte uit blz. 3, 52 en 53 uit het Indicatief Meerjarenprogramma Milieubeheer 1986-1990, nr. 19204, nrs 1-2 van de Tweede kamer der Staten generaal (1 pagina).
  • Het van toepassing zijnde gedeelte uit de folder "Milieuvriendelijk verbouwen? Subsidie duurzaam bouwen" uitgegeven door het Ministerie van VROM (1 pagina).
  • De ministeriele regeling "Wijziging regeling groencertificaten electriciteitswet 1998" uit de Staatscourant nr. 114, blz. 9 t/m 13, van 20 juni 2003 (4 pagina's A3).
  • De in Nederland gebruikte NTA-lijst voor biomassa, met toelichting (13 pagina's)
  • Richtlijn 2001/80/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2001 (9 pagina's).
  • Besluit van de Vlaamse regering inzake de bevordering van electriciteitsopwekking uit hernieuwbare energiebronnen van 28 september 2001, dossiernummer: 2001-09-28/30 (8 pagina's).
  • De onherroepelijke uitspraak nr. 200202376/1/M1 van 16 april 2003 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (6 pagina's)
  • De gedoogbeschikking van 20 mei 2003, kenmerk: 03/19292, van Gedeputeerde-Staten van Limburg (13 pagina's).
  • Ons dwangsomverzoek d.d. 30 mei 2003, kenmerk: SBL/300563/VZ, aan Gedeputeerde- Staten van Limburg (8 pagina's).
  • Het artikel "Europa verbiedt geïmpregneerd hout" uit het Katholiek Nieuwsblad van 24 januari 2003 (1 pagina, A3).