INTER ARMA SILENT LEGES - DIVIDE ET IMPERA (klik)
(met het recht kun je alle kanten op
)

IRM . . Juristen . . EU Grondwet <==> SDN . . Klokkenluider . . Jeugdzorg . . Burhoven

Gerechtshof te 's-hertogenbosch overlegt proces-verbaal

    HET GERECHTSHOF TE 'S-HERTOGENBOSCH

    GRIFFIER

    
                                 Proces-verbaal terechtszitting
    
    Rekestnummer R9800214

    Proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtszitting van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 21 april 1998, naar aanleiding van het op 12 april 1998 ter griffie van het hof ingekomen verzoek d.d. 11 april 1998 van ing. A.M.L. van Rooij, wonende te sint Oedenrode, tot wraking van mr. P.A.L.M. van der Velden, vice-president van dit gerechtshof.

      Tegenwoordig:
      mr. Mouton, vice-president, voorzitter,
      mrs. Feith en Zwitser-Schouten, vice-presidenten,
      mr. Peters, plaatsvervangend procureur-generaal,
      Subelack, waarnemend griffier.

    Verschenen zijn:
    ing. A.M.L. van Rooij en mr. P.A.L.M. van der Velden.

      Mr. Van der Velden deelt desgevraagd mede niet in de wraking te berusten.

    De voorzitter stelt vast, dat het verzoek is gericht aan de president van het gerechtshof. Aangezien een verzoek om wraking ingevolge wettelijk voorschrift door een meervoudige kamer behandeld dient te worden, had het verzoek aan het gerechtshof gericht behoren te worden. met instemming van verzoeker wordt het verzoek geacht te zijn gericht aan het gerechtshof.

    De voorzitter stelt voorts vast, dat de zaak, waarop het verzoek betrekking heeft de behandeling en beslissing van een beklag ex artikel 12 e.v. van het Wetboek van Strafvordering betreft en dat - anders dan verzoeker veronderstelt - op de onderhavige wrakingsprocedure de bepalingen van artikel 512 e.v. Sv. van toepassing zijn.

    Voor wat betreft het derde feit, genoemd in het verzoek van klager, merkt de voorzitter op, dat de verzoeker terecht constateert, dat een groot aantal dagen is verlopen tussen de datum, waarop de brieven kennelijk zijn geschreven en de datum van ontvangst van die brieven door verzoeker, hetgeen te betreuren is. In dergelijke gevallen behoort echter een redelijke uitleg met zich te brengen dat eventuele termijnen pas gaan lopen vanaf het moment dat mededelingen door betrokkene zijn ontvangen

    Voor wat betreft het tweede feit, genoemd in het verzoek van klager, merkt de voorzitter op, dat mr. Van der Velden niet verantwoordelijk gehouden kan worden voor de inhoud van brieven van de president van het hof.

      Verzoeker deelt mede, dat hij zich in deze opmerking kan vinden.

    Voordat vervolgens aan verzoeker de gelegenheid wordt geboden zijn verzoek nader toe te lichten, stelt de voorzitter de ontvankelijkheid Van verzoeker in zijn wrakingsverzoek aan de orde. Op grond van artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering kan uitsluitend op verzoek van verdachte of het openbaar ministerie een rechter worden gewraakt. De rechtstreeks belanghebbende als bedeeld in artikel 12 SV wordt in artikel 512 Sv niet genoemd, zodat niet uitgesloten moet worden geacht dat het hof verzoeker niet-ontvankelijk dient te verklaren in zijn wrakingsverzoek.

    Verzoeker deelt mede dat hij Zich bij de opstelling en indiening van zijn wrakingsverzoek heeft gebaseerd op de bepalingen van artikel 29 e.v. van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en dat in de desbetreffende bepalingen de mogelijkheid van wraking van rechters, belast met de behandeling van strafzaken, niet is uitgesloten.

    Verzoeker licht vervolgens zijn verzoek tot aan de hand van de pleitnota met bijlagen, welke aan dit proces-verbaal zijn gehecht en als hier ingelast moet worden beschouwd.
    Hij voegt daaraan toe:
    Ik ben directeur van het Ecologisch Kennis Centrum B.V. Het betreft hier ernstige misdrijven. Het E.K.C. (in feite ik zelf) heeft via honderden procedures getracht de misstanden aan de kaak te stellen, hetgeen alles bij elkaar wel f 100.000,-- gekost heeft. Mr. Van der Velden heeft door de gewraakte beslissing de nodige strafbare feiten afgedekt. Die beslissing kan niet worden teruggedraaid, maar ik wil met mijn verzoek bereiken dat hij de nog aanhangige klachten ex art. 12 Sv niet verder behandelt.

    Met betrekking tot het derde feit merk ik nog op, dat het wenselijk zou zijn, dat op brieven van het hof in ieder geval de verzenddatum en de naam van de griffier worden vermeld. Ik hoor de voorzitter opmerken, dat hij zich kan voorstellen dat ik als gevolg van mijn ervaringen op dat punt wat paranoïde zou kunnen worden. Ik vraag akte van die opmerking.

    Tot slot merk ik nog op dat ik ook vecht voor uw kinderen en kleinkinderen.

      Mr. Van der Velden verklaart:

    Ik ga niet in discussie over de inhoud van de gewraakte beslissing. Het betreft een beslissing van een meervoudige kamer. Het hof heeft naar eer en geweten beslist. Ik sta buiten de brieven die door de president van het hof aan verzoeker zijn geschreven. Als de gang van zaken met betrekking tot het derde feit is geweest zoals verzoeker schetst, is dat hoogst ongelukkig. In dergelijke gevallen bestaat echter wel de mogelijkheid om aanhouding te vragen.

    Ik wijs er op dat er absoluut geen sprake is geweest van manipulaties. Bovendien is de griffier verantwoordelijk voor de verzending van brieven. Ik verzoek het hof verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren in zijn verzoek, maar het is wellicht toch goed ook inhoudelijk op de zaak in te gaan, omdat het verzoek ook een blaam werpt op het hof.

      Verzoeker verklaart desgevraagd:

    Het is juist dat ik geruime tijd heb gewacht met het indienen van het wrakingsverzoek. De beslissing op de klacht tegen Gebr. Van Aarle werd zes maanden aangehouden. Het hof heeft zich daar niet aangehouden. Bovendien ben ik niet opnieuw gehoord, hetgeen in strijd is met art. 6 EVRM. Toen ik vervolgens hoorde dat mr. Van der Velden ook de andere klachten zou behandelen heb ik het wrakingsverzoek ingediend.

      De procureur-generaal verklaart:

    Naar mijn oordeel zijn op het onderhavige verzoek de bepalingen van het Wetboek van Strafvordering van toepassing. Het strafrecht kent slechts twee partijen, te weten de verdachte en het Openbaar Ministerie. Daarnaast kan slechts de benadeelde partij een rol spelen. Verzoeker voelt zich tekort gedaan door de Officier van Justitie. Artikel 12 Sv geeft hem de mogelijkheid van beklag op het hof. Alleen de verdachte en het openbaar ministerie kunnen een rechter wraken.

    Het is netjes dat het hof een mondelinge behandeling aan dit verzoek wijdt. Het had ook kunnen volstaan met een schriftelijke mededeling aan verzoeker dat het verzoek niet op de wet gegrond is. Aan een inhoudelijke bespreking van het verzoek kom ik niet toe. Mr. Van der Velden geeft te kennen geen behoefte te hebben aan een reactie.

    Verzoeker verklaart andermaal, dat naar zijn mening de bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ook op het onderhavige verzoek van toepassing zijn. Hij verzoekt het hof op korte termijn uitspraak te doen. De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt de aanwezigen mede, dat het hof vanochtend om 9.50 uur uitspraak zal doen. Na beraad in raadkamer deelt de voorzitter aan verzoeker en mr. Van der Velden mede, dat de beslissing van het hof luidt als volgt:

    Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot wraking van mr. Van der Velden, omdat in een artikel 12 Sv-procedure een verzoek tot wraking slechts kan berusten op de artikelen 512 t/in 515 SV, waarin is bepaald dat een verzoek tot wraking alleen kan worden gedaan door de verdachte en het openbaar ministerie en niet door een rechtstreeks belanghebbende in een beklagprocedure als bedoeld in artikel 12 e.v. Sv.

    Ten overvloede overweegt het hof, dat, indien verzoeker wel ontvankelijk zou zijn geweest in zijn verzoek, dat verzoek niet voor toewijzing vatbaar zou zijn geweest nu niet is gebleken van feiten of omstandigheden die tot inwilliging van een dergelijk verzoek zouden kunnen leiden. Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.

    Griffie van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch

        
        
        Het Gerechtshof is gevestigd             Spinhuiswal 2
        Correspondentieadres                     Postbus 90155 - 5200 MG 
        Telefoonnummer                           073 681 69 11
        Faxnummer                                073 681 6s 09
        Postrek. 1102300 t.n.v. Gerechten in het arrondissement 's-Hertogenbosch
        


    Toezegging Gerechtshof
    Milieu-onderwerpen
    Integriteit Rechterlijke Macht