Verzoek om informatie op grond van de WOB naar aanleiding van de berichtgeving
van wethouder J. van Zanen in het Utrechts Nieuwsblad van 30 mei 2000

Homepage EKC . . . . . SDN homepage

Brief aan Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht

Henry George (1839-1897): De Aarde behoort toe aan alle levende wezens

    't Achterom 9a
    5491 XD
    Sint Oedenrode
    Tel. 0413-490387
    Fax. 0413-490386

    Aantekenen

    Burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht,
    Postbus 2402,
    3500 GK Utrecht.

    Sint Oedenrode, 4 juni 2000.

    Verstuurd per fax 030 - 2865146 op 4 juni 2000. Ons kenmerk:

    Ons kenmerk: Eijk/mit/04060/vi.

    Betreft: M.C.E. van Eijkelenburg van Dijk/Verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur naar aanleiding van de berichtgeving van uw wethouder J. van Zanen in het Utrechts Nieuwsblad van 30 mei 2000.


    Geacht college,

    Namens mevrouw M.C.E. van Eijkelenburg van Dijk, wonende aan De Brauwlaan 11, 3526 XR Utrecht, hierna te noemen: cliënt, richten wij aan u het nadrukkelijke verzoek om ons naar aanleiding van de berichtgeving van uw wethouder J. van Zanen in het Utrechts Nieuwsblad van 30 mei 2000, de hieronder verzochte informatie te laten toekomen.

      Verzoek om informatie.

    Bijgevoegd vindt u het artikel "onderzoek schuren onnodig" uit het Utrechts Nieuwsblad van 30 mei 2000 (bijlage 1). Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als woordelijk herhaald en ingelast te beschouwen.

    Via betreffend artikel heeft verantwoordelijk wethouder J. van Zanen de bewoners van Transwijk en de overige bewoners in Utrecht laten weten dat deskundigen van het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis en de GG&GD hebben laten weten dat de kans op kanker door een gewolmaniseerde houtsplinter te verwaarlozen is en dat het niet aannemelijk is dat de volksgezondheid bij gebruik van gewolmaniseerde schuurtjes en schuttingen gevaar lopen.

    Ondergetekende heeft hierover contact gehad met prof. dr. S. Rodenhuis, lid van de Raad van Bestuur van het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis. Bij brief van 30 mei 2000 bericht hij ondergetekende letterlijk het volgende:



      Geachte heer van Rooij,

      Ik hoop dat u mij niet kwalijk neemt dat ik niet de tijd heb gehad om het pak van 34 pagina's door te nemen dat u mij toefaxte.

      Ik stel er wel prijs op om u te laten weten dat de geciteerde uitspraak onjuist is. Ik herinner mij 1 2 weken geleden telefonisch een heer te woord te hebben gestaan, die zich voorstelde als een medewerker van (naar ik meen) het gemeentebestuur van Utrecht. Ik liet hem weten dat ik voor het eerst van 'gewolmaniseerd hout' hoorde en dat ik zonder literatuuronderzoek geen idee had of dit als carcinogeen bekend staat. Hij vertelde mij dat er een patiënt meent een vorm van kanker te hebben opgelopen door blootstelling aan dit hout, circa 6 maanden voor de diagnose. Gezien de tijd die carcinogene stoffen nodig hebben om klinisch herkenbare tumoren op te wekken (tenminste enkele jaren, gewoonlijk 10 - 30 jaar) lijkt het mij niet waarschijnlijk dat deze patiënt zijn ziekte heeft opgelopen als gevolg van deze blootstelling.

      Ons instituut is niet geschikt om het al dan niet carcinogeen zijn van stoffen uit te zoeken of hier informatie over te verstrekken. Dit ligt meer op de weg van TNO.


    Hiermee is vast komen te staan dat de geciteerde uitspraak in de brief van 24 mei 2000 van Mitros directeur W. Duijster aan alle bewoners van Transwijk onjuist is.

    Hiermee is tevens vast komen te staan dat Mitros zich hierbij heeft gebaseerd op uitlatingen van een medewerker van uw gemeente.

    Wij richten aan u daarom het nadrukkelijke verzoek om ons op grond van de Wet openbaarheid van bestuur de volgende informatie te laten toekomen:

    1. De naam van de ambtenaar die hierover contact heeft gehad met prof.dr.S. Rodenhuis van het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis.
    2. De door bovengenoemde ambtenaar aan prof. dr. S. Rodenhuis gestelde vraag op schrift.

    Bij brief van 2 juni 2000 hebben wij Maik Hady van de GG&GD naar aanleiding van zijn telefoongesprek op 31 mei 2000 met cliënt het volgende bericht.



      Geachte heer Hady,

      Namens mevrouw M.C.E. van Eijkelenburg-van Dijk, wonende aan De Brauwlaan 11, 3526 XR Utrecht, hierna te noemen: cliënt, verzoekt ondergetekende u op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ons de volgende informatie te verstrekken:

      Verzoek om informatie.

      Buiten ondergetekende om, als gemachtigde, heeft u cliënt op 31 mei 2000 telefonisch benaderd met de volgende bewoordingen:

      U heeft echt een goede advocaat nodig voor hetgeen er nu aan de gang is, want er speelt zich nog veel meer af dan alleen die gewolmaniseerde splinter in uw borst, waarvan u stelt kanker te hebben gekregen, onder andere, het korten op vergoeding van taxikosten, dieetkosten e.d. Wanneer u niet een zeer goede advocaat neemt dan hangt u heel veel boven het hoofd. Temeer omdat u dit alles vanwege hetgeen er allemaal heeft plaatsgevonden rondom het giftig gewolmaniseerd hout, psychisch niet meer aankunt.

      Ik heb om die reden gemeend om prof. Lucas Reijnders hiervoor in te schakelen. Hij is de hoogste milieudeskundige van de Universiteit te Amsterdam. Hij kan u alles rondom gewolmaniseerd hout en de daarbij behorende gevaren uitleggen. Hij weet precies hoe het in elkaar zit en hoe niet. Hij zal u hierover op 16 juni 2000 telefonisch benaderen.

      Naar aanleiding hiervan verzoeken wij u ons op grond van de Wet openbaarheid van bestuur de volgende informatie te laten toekomen:

      1. Een afschrift van alle bij u aanwezige informatie waarop u heeft gebaseerd dat cliënt onmiddellijk een advocaat moet nemen.
      2. Een afschrift van alle bij u aanwezige informatie waaruit u de conclusie hebt getrokken dat cliënt heel veel boven het hoofd hangt.
      3. Een afschrift van alle bij u aanwezige informatie waaruit u de conclusie hebt getrokken dat cliënt het psychisch niet meer aankan.
      4. Een afschrift van alle bij u aanwezige informatie waaruit u de conclusie hebt getrokken dat prof. Lucas Reijnders meer kennis van zaken heeft over de gevaren van gewolmaniseerd hout dan ondergetekende.

      Wij richten aan u het nadrukkelijke verzoek om ons op grond van de Wet openbaarheid van bestuur de hierboven verzochte informatie te verstrekken en wel binnen twee weken na heden, hetgeen u op grond van artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur wettelijk verplicht bent.

      Namens cliënt maken wij u hierbij tevens zeer nadrukkelijk kenbaar dat alle contacten via ondergetekende als gemachtigde dienen te lopen; dus ook het telefonisch contact dat prof. Lucas Reijnders op 16 juni a.s. met cliënt wil voeren. Cliënt staat erop dat u de heer Reijnders dit kenbaar maakt en ondergetekende dat per omgaande schriftelijk bevestigd.

      Het zal u duidelijk zijn dat wanneer u nog eenmaal, buiten ondergetekende als gemachtigde om, rechtstreeks contact opneemt met cliënt, hier sprake is van opzettelijke intimidatie van cliënt; hetgeen wettelijk verboden is. Wij raden u hierbij ten zeerste aan dit niet meer te doen en ondergetekende dat schriftelijk te bevestigen.

      Dit verzoek hebben wij laten plaatsen bij Stichting Sociale Databank Nederland op internet, websiteadres: http://www.sdnl.nl/marijke7.htm

      Uw beslissing op dit verzoek zal eveneens bij de Sociale Databank Nederland op internet worden geplaatst. De volmacht vindt u bijgevoegd. (bijlage).

      In afwachting van uw beschikking binnen 2 weken na heden, tekenen wij,


      Hoogachtend,

      Ecologisch Kennis Centrum B.V.
      voor deze, ing.A.M.L. van Rooij, veiligheids- en milieudeskundige

      Ing. A.M.L. van Rooij,
      Directeur.

      
      
      
      



    Uit deze inhoud kunnen wij maar één conclusie trekken en die luidt als volgt:

    Maik Hady van de GG&GD is actief bezig om cliënt psychisch in een zodanige toestand te brengen dat zij door het lint gaat, waarna zij opgepakt kan worden en in een psychische inrichting kan worden geplaatst. Een dergelijke deskundige kan zeker niet als onafhankelijk worden beschouwd. De in geding zijnde gewolmaniseerde schuur en schuttingen hebben bij cliënt zo'n 5 jaar lang de volgende blootstelling aan arseenzuur en chroomtrioxide (of zouten daarvan) veroorzaakt:

    Wanneer gewolmaniseerd hout nat wordt en weer opdroogt dan blijven kristallen van arseenzuur en chroomtrioxide achter op de buitenkant van dat hout. Voor de ongelovigen raad ik aan eens goed rond te kijken en ook bij bouwmarkten te gaan kijken. Deze kristallen veelal vervuild met stof en zand heeft cliënt om de drie vier weken met een stoffer van dat gewolmaniseerde hout afgeveegd. Betreffende stoffer heeft een korte steel. Het is om die reden aannemelijk dat cliënt veel van dat stof heeft ingeademd. Deze blootstellingroute heeft cliënt vijf jaar lang gehad.

    Bij vochtige huid of vochtig weer lossen de afgeveegde kristallen op en worden het weer zuren. Van arseenzuur en chroomtrioxide is bekend dat deze gemakkelijk door de huid het lichaam kunnen binnendringen. Bij het verrichten van dit soort arbeid transpireert cliënt en wordt de huid klam waardoor de afgeveegde kristallen gemakkelijk door de huid het lichaam hebben kunnen binnendringen, hetgeen bij regenachtig weer nog meer zal zijn. Ook deze blootstellingroute heeft cliënt vijf jaar lang gehad.

    Onder het gewolmaniseerde schuurtje heeft cliënt jarenlang tomaatjes en aardbeien geteeld. Deze tomaatjes en aardbeien hebben gedurende de groeiperiode zo'n 2 3 maanden lang arseenzuur en chroomtrioxide ontvangen als gevolg van uitloging en van het afvegen van de kristallen die daarop vielen. Deze tomaten en aardbeien heeft cliënt al die jaren opgegeten. Via het maagdarmkanaal vindt nagenoeg 100% resorptie van deze stoffen plaats. Ook deze blootstelling heeft cliënt verschillende jaren lang gehad.

    In het onder de schutting besmette zand heeft cliënt regelmatig gewerkt. Ook deze blootstelling heeft cliënt vijf jaar lang gehad.

    Na bovengenoemde blootstellingen aan arseenzuur en chroomtrioxide 5 jaar lang te hebben gehad heeft cliënt een gewolmaniseerde splinter in haar borst gekregen, hetgeen 4 maanden later op die plek tot kanker heeft geleid. Deze met arseenzuur en chroomtrioxide besmette splinter rechtstreeks in contact met bloed, na 5 jaar blootstelling zoals hierboven omschreven, is de druppel geweest die de emmer deed overlopen.

    Volgens prof. dr. S. Rodenhuis van het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis zijn tenminste enkele jaren nodig om tengevolge van blootstelling van carcinogene stoffen klinisch herkenbare tumoren op te wekken. Bovengenoemde vijf jaar lange blootstelling van cliënt via de routes longen, huid en maagdarmkanaal (voeding) voldoen hier ruimschoots aan.

    Wij richten aan u daarom het nadrukkelijke verzoek om ons op grond van de Wet openbaarheid van bestuur de volgende informatie te laten toekomen:

    1. Een of meerdere onderzoeksrapporten die aantonen dat de hierboven omschreven 5 jaar lange blootstelling bij cliënt niet heeft kunnen leiden tot borstkanker op de plaats waar zij de met arseenzuur en chroomtrioxide besmette splinter rechtstreeks heeft binnengekregen.

    Ingevolge artikel 6 van de Wet openbaarheid van bestuur bent u wettelijk verplicht om ons de hierboven verzochte informatie binnen 2 weken na heden te verstrekken. Wij verzoeken u deze wettelijke verplichting na te komen.

    Dit verzoek hebben wij laten plaatsen bij stichting Sociale Databank Nederland op internet, websiteadres: http://www.sdnl.nl/marijk10.htm.

    Uw beslissing op dit verzoek zal eveneens bij de Sociale Databank Nederland op internet worden geplaatst. De volmacht van cliënt vindt u bijgevoegd. (bijlage 2). Hoogachtend,

      Ecologisch Kennis Centrum B.V. voor deze, ing.A.M.L. van Rooij, veiligheids- en milieudeskundige

      Ing. A.M.L. van Rooij,
      Directeur, tevens hogere veiligheidskundige.


    C.c. Prof. dr. S. Rodenhuis, Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis.

    Bijlage: Dit schrijven bevat een 2-tal bijlagen, bestaande uit 2 pagina's.

    Website adres: http://www.sdnl.nl/ekc/ekc-snmd.htm