Paul Kalma: Keynes op Klompen

Kamerzetel 151 . . . Euroblunder . . . Klokkenluiders <====> SDN . . . Schandpaal

Hoe kunnen we op lange termijn voor een gezonde economische structuur zorgen?

    Door: Paul Kalma

    de Volkskrant van 3 mei 1996

In het sociaal-economisch beleid van ons land staan sinds jaar en dag drie begrippen centraal: kosten, kosten en nog eens kosten. En de meeste van deze drie zijn arbeidskosten. Hoe kunnen we op lange termijn voor een gezonde economische structuur zorgen? Door arbeidskosten te beperken. Hoe scheppen we zoveel mogelijk nieuwe banen? Door de arbeidsinkomensquote (de verhouding tussen lonen en winsten) niet op te laten lopen. Hoe houden we de verzorgingsstaat overeind? Door loonmatiging te betrachten.

verwijzing-1


Af en toe worden er wel eens vraagtekens bij deze arbeidskostenideologie gezet. Economisch succes, zegt men dan, is ook van andere, kwalitatieve factoren (scholing productontwikkeling) afhankelijk. Een enkeling waagt zich zelfs aan de stelling dat lage arbeidskosten ook nadelen hebben. Ze maken ondernemers "lui" en laten de koopkracht van de burgers (en de afzetmogelijkheden voor bedrijven) beneden het gewenste niveau zakken. Het zijn verfrissende, tegendraadse geluiden. Maar de critici lopen één gevaar: dat ze naar het andere uiterste doorslaan en hogere arbeidskosten juist als oplossing gaan aanprijzen. De econoom Kleinknecht bijvoorbeeld, die het debat over dit thema enkele jaren geleden opnieuw aanzwengelde, dreigt zijn gelijk ('lage arbeidskosten zijn niet alles') op deze manier te verspelen.

verwijzing-2


Hetzelfde geldt voor degenen die in 'onderbesteding' (als gevolg van te forse bezuinigingen op de overheidsuitgaven en van te lage lonen) de belangrijkste oorzaak van de huidige economische problemen zien - en die op grond daarvan een comeback van Keynes bepleiten. Journalist Ed Lof is, gezien zijn artikel van afgelopen woensdag op deze pagina ('Werkgelegenheid gebaat bij hoge lonen'), één van hen. Volgens Lof blijven in de Westerse economieën 'consumptie en investeringen beneden de maat. Het resultaat is de chronisch hoge werkloosheid'. Onder de huidige omstandigheden, concludeert hij, ligt 'de sleutel tot een hernieuwde groei van bestedingen, productie en werkgelegenheid bij de lonen'. Met die redenering is er veel mis - net als met Lof's veronderstelling dat 'groeiende inkomens' een centraal kenmerk van een gezonde, dynamische economie vormen. In de eerste plaats hebben hoge arbeidskosten hetzelfde nadeel als lage arbeidskosten: ze gaan voorbij aan de meer kwalitatieve problemen van de economie. Als het, om een voorbeeld te geven, ons land aan voldoende ondernemers ontbreekt, en aan een cultuur die dat ondernemerschap stimuleert, dan zullen hogere noch lagere lonen dat probleem oplossen.

verwijzing-3


In de tweede plaats gaat Lof luchtig voorbij aan de meest urgente maatschappelijke problemen van de komende tijd: een enorm tekort aan werk en een overbelast, zwaar beschadigd milieu. Het eerste vraagt, bij alle andere maatregelen die men kan bedenken, om herverdeling van arbeid. En dus om beperking van de loonstijging, wil de Nederlandse economie niet aan die herverdeling bezwijken. Ook de milieuproblematiek zal niet op een koopje worden opgelost. Heffingen op vervuilende producten kunnen misschien nog wel (door gerichte lastenverlichting) worden gecompenseerd. Maar een anders ingericht verkeerssysteem, een omschakeling van een energie- op een kennisintensieve economie, een betere culturele infrastructuur: ze vragen de komende tijd om vergaande overheidsinvesteringen. Goed voor de kwaliteit van het bestaan, maar niet voor de particuliere koopkracht van de burgers.

verwijzing-4


In de derde plaats gaat Lof voorbij aan het verband tussen loonmatiging en beschaafde inkomensverhoudingen. De forse loonsverhogingen die hij bepleit (in de sterke sectoren natuurlijk, niet in de zwakke) maken een koppeling met de uitkeringen onmogelijk, en ondergraven een enigszins gecoördineerd arbeidsvoorwaarden en inkomensbeleid. Alsof hij het probleem aanvoelde, reduceert Lof de inkomensverdeling tot 'de verdeling tussen lonen en winsten'. Maar daarmee bedrijft hij een soort Keynesianisme-op-klompen, dat even aan het beleid van de CPN in de jaren zestig doet denken ('hogere lonen, lagere prijzen'). De Nederlandse verzorgingsstaat is met behulp van loonmatiging opgebouwd. Ze diende eerst om de sociale zekerheid uit te breiden, en vervolgens om de collectieve voorzieningen, in een tijd van toenemende particuliere welvaart, tot bloei te laten komen.

verwijzing-5


De komende jaren staat, als het goed is, inkomensmatiging opnieuw hoog op de politieke agenda. Ten behoeve van arbeidstijdverkorting, en van een omschakeling van productie en consumptie in ecologisch richting. Inkomenspolitiek kan daarbij niet gemist worden - om al te grote aanslagen op het inkomen van de bevolking te verhinderen, en om in het bijzonder de laagste inkomens te ontzien. Maar dat is heel wat anders dan in algemene zin voor hogere (netto)-lonen te pleiten. Dit laatste past meer bij een ander soort politiek. Bij de politiek van een bedrijf als Philips, dat - voorlopig met succes - de 36-urige werkweek probeert af te kopen. Jawel: met loonsverhogingen.

Paul Kalma

Hoe kunnen we op lange termijn voor een gezonde economische structuur zorgen?

Kalma meent hier dat de werkgelegenheid voor meer mensen bereikbaar zou moeten zijn. Zowel meer werkgelegenheid in volume, als een betere verdeling van de arbeid impliceren dat de mobiliteit sterk toe zal nemen, hetgeen zeer schadelijke milieueffecten oproept, welke hij verderop juist wil beperken. Het overeind houden van de verzorgingsstaat zou door voornoemde redenen dienen te geschieden door deze minder afhankelijk te laten zijn van de factor arbeid sec.

terug naar document


De factor scholing is grotendeels een onjuist argument, omdat veel hoogopgeleide mensen nu werkloos zijn. Behalve monopolisten ken ik geen "luie" ondernemers. De ondernemers - meestal kleine - die zich te barsten werken, en letterlijk kapot geconcurreerd worden door de financieringsvoorsprong en inkoopfaciliteiten van het grootbedrijf, creëren nog altijd de meeste werkgelegenheid. Om te kunnen functioneren moeten ze wel klanten krijgen die iets te besteden hebben. Daarom vormt juist goedbetaald personeel de hooggewaardeerde cliëntèle bij de collega-ondernemer. Het geld is daarvoor zelfs uitgevonden !! De arbeidskosten als zodanig zijn daarom niet zo relevant, noch voor de werkgelegenheid, noch voor de winstgevendheid van de bedrijven. De gelijkwaardigheid van de - nu ook internationale - concurrentiepositie is bepalend of een samenleving evenwichtig kan functioneren in bedrijfseconomisch opzicht. Want mensen met hamburgerbanen kopen geen hamburgers (te duur) en aspergestekers eten geen asperges (onbetaalbaar).

Kleinknecht's theorie beperkt zich dan ook tot het dynamisch-innovatieve deel van de economie, en laat het verzorgende en educatieve deel geheel buiten beschouwing. Kalma signaleert een tekort aan ondernemers in ons land, en wijt dit kennelijk aan ontbrekende kwaliteiten van ondernemende mensen. Hij ziet over het hoofd dat zowel de overheid onvoldoende voor een goed ondernemersklimaat zorgt - en dat heeft weinig tot niets te maken met loonkosten - als het feit dat ons banksysteem vrijwel uitsluitend risicoloos financiert. Daar bovenop verplaatst het spaargedrag van de burgers de bestedingscapaciteit, die nodig is om überhaupt te kunnen ondernemen, naar de toekomst. Men belegt in allerlei fondsen die heel misschien in de verre toekomst voor wat "vraag" in de economie kunnen zorgen, waarnaar Ed Lof verwijst. Sparen is een speculatieve wissel trekken op de toekomst. Ongebreideld sparen, zoals nu gebeurt, is gelijk aan het nu en in de toekomst creëren van sociale ellende. De opgegraven goudschatten zijn er een fraai, maar triest voorbeeld van.

terug naar document


Kalma maakt van het tekort aan werk kennelijk een groot probleem. Het illustreert duidelijk dat hij zich, ondanks de moderne productietechnieken, nog niet heeft kunnen ontworstelen aan het traditionele arbeidsethos. Dat de beleggers dat arbeidsethos voor zichzelf nooit gehad hebben, of op zichzelf van toepassing hebben verklaard, is helaas nog niet tot Kalma en de PvdA-achterban doorgedrongen. Juist de schade aan het milieu die door ARBEID veroorzaakt wordt, zou voor hem en anderen aanleiding moeten zijn om dat ethos aan het milieu en de productietechnieken aan te passen. Ed lof is in zijn denken daarmee al een stuk verder. Wat Ed lof wel te verwijten valt, is dat hij alleen de lonen in zijn artikel betrok, en niet de overdrachtsinkomens. Kalma doet dat wel, want zowel de sociale uitkeringen als de pensioenen (arbeidsloze inkomens van ingezetenen die niet - meer - nodig zijn voor het productieproces) zijn minstens zo belangrijk voor het evenwicht van de Nederlandse samenleving als de factor arbeid.

terug naar document


De beperkte ruimte - die we in internet niet kennen - was misschien de oorzaak van Ed Lof's omissie. Kalma duidde die wat lomp aan met "Keynesianisme-op-klompen"; ook met zijn verwijzing naar wat communistische slogans uit de zestiger jaren. De verdienste van Ed Lof's verhaal zit m.i. in het feit dat hij de afzetkant van de economie benadrukt, terwijl de meeste marktfetisjisten de aanbodzijde nog steeds als topic hanteren. Trouwens, Keynes was bepaald een heldere geest die menigeen nog steeds niet goed begrepen heeft. Ik verwijs hierbij naar de bijdrage van Dr. W.P. Roelofs die het lezen meer dan waard is. Hij kent Keynes' visie als geen ander, en schreef een essay over de denkfout die Keynes in zijn 'General Theory' had gemaakt. Stellingen van een Ketter

terug naar document


Het verband met 'beschaafde inkomensverhoudingen legt Ed Lof inderdaad niet. Maar of Kalma daarvoor moet waarschuwen is m.i. wat merkwaardig. De sloop van de meeste collectieve voorzieningen, waaraan de PvdA van Kalma als bijwagen van de VVD - maar nu in de regering - nog harder meewerkt dan ten tijde van het CDA, laat weinig ruimte voor zelfgenoegzaamheid. Tweeëneenhalf miljoen mensen zitten inmiddels op of onder de armoedegrens. De verpaupering groeit alom, en die neem je heus niet weg met 'Melkert-banen' die uitkeringsafhankelijke armen transformeert naar werkende armen. In Amerika is dat heel gewoon is. Arbeid adelt in een markteconomie absoluut niet, behalve wanneer je stevig beschermd wordt door het patentrecht, het auteursrecht, of een heel specifiek persoonlijk product kunt verkopen dat iedereen wil hebben.

terug naar document