Verzoek om wraking van coördinerend vice-president
mr. P.H.C.M. Schoemaker


EuroStaete . . . Milieu . . . Klokkenluiders <====> SDN . . . Schandpaal

Ing. A.M.L. van Rooij

Milieu- en Veiligheidskundige

Henry George (1839-1897): De Aarde behoort toe aan alle levende wezens

                            AANTEKENEN
                            met ontvangstbevestiging
                                                           
't Achterom 9a              Sint Oedenrode
5491 XD                     23 november 1997
Sint Oedenrode
Tel. 0413-490387            Per fax verstuurd
Fax. 0413-490386            073 - 6816371
                            23 november 1997 




    Mijn kenmerk: WRA/23117.

    Uw zaaknummer: Awb 97/7141.

    Betreft:

  • Toezending nadere stukken, tevens pleitnotitie op mijn beroepschrift van 1 juli 1997 kenmerk RBB/01077/B (Uw nummer Awb 97/7141), inzake de heren F.M.M. Nouwens en C. Schreuder.
  • Tevens toezending nadere stukken in mijn verzoek om wraking van coördinerend Vice-president mr. P.H.C.M. Schoemaker in bovengenoemde zaak op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou lijden.

     

      Aan: Mr. H.F.M. Hofhuis (persoonlijk)
      President van de Arrondissementsrechtbank
      sector Bestuursrecht,
      Postbus 90155,
      5200 MG 's-Hertogenbosch.

      Geachte Heer Hofhuis,


    Bij brief van 11 november 1997 heb ik U kenbaar gemaakt dat Uw coördinerend Vice-president mr. P.H.C.M. Schoemaker in samenspanning met ing. G.G.J. Rouhof van het waterschap De Maaskant en adviseur ing. A.H.J.M. van Dijk van Stichting Advisering Bestuursrechtspraak door betreffende adviseur ing. A.H.J.M. van Dijk het deskundigenrapport van 28 oktober 1997 (kenmerk: StAB/32976/RB) heeft laten voltooien zonder dat de klagers (appellanten) hun inzichten hebben kunnen geven.

     Het is hierbij goed te weten:

    • dat het houtverwerkende bedrijf L. Pullens, Kerkstraat 26a te Elshout vanaf 1980 tot op heden (17 jaar lang) van het waterschap De Maaskant (voorheen waterschap De Dommel) grote hoeveelheden PAK's, cresolen (zwarte lijststoffen) in het Koningsvliet heeft mogen lozen zonder een daarvoor vereiste WVO-vergunning
    • dat de champignonkwekerij Fam. Oerlemans, Oosterseweg 3 te Elshout van het waterschap jarenlang grote hoeveelheden pentachloorfenol (zwarte lijststof) in het Koningsvliet heeft mogen lozen zonder een daarvoor vereiste WVO-vergunning.
    • en dat hier sprake is van een belangenverstrengeling van een bestuurlijke en economische elite op grond van het feit ter verrijking van enkele personen door verspreiding van de sterk verontreinigde baggerspecie over de gronden van mijn cliënten de heren Nouwens en Schreuder de daarop grazende koeien, schapen of paarden erfelijk worden vergiftigd en worden ziek gemaakt met de meest kwalijke kankerverwekkende stoffen die zullen leiden tot een sterk verhoogde kans op kanker, onvruchtbaarheid en geboorteafwijkingen.

    Juist om die reden bevreemdt het mij ten zeerste dat ik van U op mijn brief van 11 november 1997 aan U persoonlijk nog geen enkele reactie (zelfs nog geen ontvangstbevestiging) heb mogen ontvangen. Bijgevoegd vindt U als nader stuk de uitspraak van 18 maart 1997, nr. 8/1996/627/810 van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (bijlage). Ik verzoek u kennis te nemen van die jurisprudentie. Op grond van die jurisprudentie is slechts aan art. 6 EVRM (rechten van de mens) voldaan als klagers (appellanten) hun inzichten hadden kunnen geven alvorens het deskundigenrapport was voltooid.

    Inzake het onder coördinatie van coördinerend Vice-president mr. P.H.C.M. Schoemaker tot stand gekomen verslag (deskundigenrapport) ex artikel 8:47 Awb van 28 oktober 1997 (kenmerk StAB/32976/RB) hebben appellanten hun inzichten niet kunnen geven alvorens het was voltooid. Betreffend rapport is dus tot stand gekomen in strijd met art. 6 EVRM en derhalve in strijd met de grondrechten van de mens. Op betreffend niet onafhankelijk rapport krijgen appellanten van coördinerend Vice-president mr. P.H.C.M. Schoemaker maar 9 dagen de tijd om hun zienswijze naar voren te brengen. Hiermede heeft mr. P.H.C.M. Schoemaker ook nog in zeer ernstige mate gehandeld in strijd met artikel 8:47 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel 8:47 Awb schrijft namelijk voor dat partijen binnen 4 weken na de dag van verzending van het verslag aan hen schriftelijk hun zienswijze met betrekking tot het verslag naar voren kunnen brengen. 

    Ik richt aan U daarom nogmaals het nadrukkelijke verzoek de op maandag 24 november 1997 geplande hoorzitting niet door te laten gaan en mij dat per kerende post (faxbericht) schriftelijk te bevestigen. Laat U betreffende hoorzitting toch doorgaan dan heb ik hiermede het bewijs geleverd dat U daarmee persoonlijk instemt dat Uw rechtbank inzake milieugeschillen malafide, partijdig, niet objectief en niet betrouwbaar is.

    Met zo'n rechtbank wens ik absoluut geen milieugeschillen te voeren. Ik zal om die reden ook niet op de hoorzitting aanwezig zijn. Ook zal ik om die reden, ongeacht Uw uitspraak, hoger beroep aantekenen bij de Raad van State. Daarbij zal ik deze brief en mijn onderliggende brief van 11 november 1997 aan U persoonlijk overleggen.

    Met betrekking tot mijn verzoek om wraking d.d. 11 november 1997 van coördinerend Vice-president mr. P.H.C.M. Schoemaker in bovengenoemde zaak, wil ik U kenbaar maken dat ik ook daarvan van U nog geen enkele reactie en zelfs nog geen ontvangstbevestiging heb mogen ontvangen. Hieruit leid ik af dat U bovengenoemde malafide, partijdige, niet objectieve en niet betrouwbare handelwijze in strijd met de grondrechten van de mens van coördinerend Vice-president mr. P.H.C.M. Schoemaker persoonlijk ondersteunt.

    Om die reden richt ik aan U het nadrukkelijke verzoek mijn wrakingsverzoek d.d. 11 november 1997 tegen coördinerend Vice-president mr. P.H.C.M. Schoemaker binnen 8 dagen na heden (vóór 1 december 1997) in behandeling te nemen en mij dat schriftelijk te bevestigen. Bent U daartoe niet bereid dan staat voor mij vast dat ook Uw handelwijze malafide, partijdig, niet objectief en niet betrouwbaar is. Ik zal hiervan dan ook prompt een klacht indienen bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij zal ik deze brief en mijn onderliggend wrakingsverzoek van 11 november 1997 aan U persoonlijk overleggen.

    Voor de geschiedenis van het, door toedoen van de Rechtbank te 's-Hertogenbosch, ziek gemaakte nageslacht heb ik dit schrijven laten registreren bij de Stichting Sociale Databank Nederland.


    Hoogachtend,

      Ing. A.M.L. van Rooij

      Milieu- en Veiligheidskundige

    
    
    
    
    
    
    C.c.
    • Drs. O. Hendriks, medewerker bij Tweede Kamerlid Hendriks, Postbus 20018, 2500 EA 's-Gravenhage.
    • A.J. Loijkens, Specica juridische hulpverlening, Ringbaan Oost 219, 5014 GD Tilburg.
    • F.M.M. Nouwens, Grote Straat 7, 5236 PA Heusden.
    • C. Schreuder, Kerkstraat 30, 5154 AP Elshout.

     

    Bijlagen:

    Uitspraak van 18 maart 1997, nr.8/1996/627/810 van President mrs. Bernhardt van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (1 pagina).



    Milieu-onderwerpen
    Integriteit Rechterlijke Macht
    Brief aan stichting SDN over een uitzending op Brabant TV