Nieuwe economische orde brengt weer meer gelijkheid


EuroStaete . . EKC . . Klokkenluiders <===> SDN . . Wolmanzouten . . English

    25 november 1996

    Van onze verslaggever

    UTRECHT

    Globalisering is een mythe, de concurrentie van 'Aziatische tijgers' een overdreven spookbeeld. Het debat over globalisering ontneemt het zicht op de werkelijkheid: veel kapitaal is teruggetrokken uit de productie en geïnvesteerd in de financiële wereld. Daardoor ontstaan werkloosheid en sociale ongelijkheid. Dat zei de Italiaanse socioloog Giovanni Arrighi op het congres Globalisering en nieuwe ongelijkheid, georganiseerd door de Universiteit Utrecht.

    Drie dagen spraken sociale wetenschappers uit de hele wereld over de toenemende sociale ongelijkheid in de westerse wereld. Terwijl een elite miljoenen verdient aan aandelentransacties, wordt aan de onderkant van de samenleving weer honger geleden. Vaak wordt globalisering als boosdoener aangemerkt. Naties zouden niet meer in staat zijn de verzorgingsstaat overeind te houden, omdat bedrijven in zo'n geval wegtrekken naar goedkopere landen.

    De negatieve invloed van globalisering valt echter niet met cijfers te bewijzen. Voor Nederland is het aandeel van de export in het nationaal inkomen nauwelijks hoger dan in 1960. Slechts 1,5 procent van de handel wordt gedreven met lagelonenlanden. Globalisering is dan ook een non-probleem, vindt Arrighi, hoogleraar aan de State University van New York. In de geschiedenis van het kapitalisme is het veel vaker voorgekomen dat het kapitaal zich terugtrekt uit handel en productie en zich veel meer richt op de financiële wereld.

    Rond 1900 en in de pruikentijd, de achttiende eeuw, kwam een soortgelijke periode van financiële expansie voor. 'Dat zijn altijd perioden waarin de, sociale ongelijkheid en onrust sterk toeneemt', zegt Arrighi. In zijn ambitieuze boek The long twentieth century (uitgeverij Verso; f 48,90) probeert Arrighi de wetmatig heden van de kapitalistische geschiedenis te ontdekken. 'In de jaren zeventig werd duidelijk dat productie te weinig winst opleverde', zegt hij. Arbeid was schaars, waardoor vakbonden hoge looneisen konden stellen. Hetzelfde gold voor, grondstoffen: onder aanvoering van de OPEC vroegen Derde Wereldlanden steeds hogere prijzen.

    'In zo'n situatie gaat het kapitaal zich meer richten op de financiële wereld. Vorig jaar ging er 75 biljoen dollar om in financiële transacties. Stel je voor dat zo'n bedrag in productie zou worden geïnvesteerd! Arbeid en grondstoffen zouden zo schaars worden dat er van de winst weinig over zou blijven.' Het grote geld wordt nu verdiend in een denkbeeldige economie: Biljoenen dollars worden de wereld overgeseind in complexe transacties die voor een leek niet meer zijn te volgen. Volgens Arrighi profiteert een relatief kleine groep van deze economie. De midden- en lagere klassen zouden meer baat hebben bij handel en productie, sectoren die meer arbeid vragen.

    'Natuurlijk zal het kapitaal terugkeren naar de productie, als er weer mogelijkheden op grotere schaal ontstaan', zegt Arrighi: 'De vorige periode van financiële expansie ontstond rond 1870 in Groot-Brittannië., Die leidde tot wereldwijde sociale onrust, die pas opgelost werd met Roosevelts New Deal in de jaren dertig. Door de oorlog, de Marshallhulp en de opbouw van de verzorgingsstaat ontstonden nieuwe, ongekende mogelijkheden voor productie', aldus Arrighi.

    Waarschijnlijk zal het kapitaal terugkeren naar de productie als de enorme markten van Azië tot ontwikkeling komen, denkt Arrighi. Ook de volgens hem onvermijdelijke ontwikkeling van een arbeidersbeweging in China kan de mondiale verhouding tussen kapitaal en arbeid beïnvloeden.

    'Maar we staan slechts aan het begin van het spel. Na de crisis van 1870 heeft de Europese arbeidersbeweging er zestig jaar over gedaan om haar ideeën geaccepteerd te krijgen. In die tijd is menige nederlaag geleden. Er zal een nieuwe orde ontstaan, die weer meer gelijkheid zal opleveren, maar dat zal slechts gebeuren na veel sociale strijd.' De nieuwe orde zal waarschijnlijk worden geleid door Azië. Maar we hoeven de gevolgen van die Aziatische hegemonie niet te vrezen, zegt Arrighi. 'Europeanen waren voor de Eerste Wereldoorlog beter af onder de Amerikanen dan onder hun eigen leiders.'

'Bij financiële expansie neemt sociale onrust toe'