Klacht bij de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens en de Raad Van Europa

IRM . . Juristen . . EU Grondwet <==> SDN . . Klokkenluider . . N.C. Burhoven


Europees Verdrag van de Rechten van de Mens = EVRM



AAN: De Secretaris van de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens
                                      Raad Van Europa /Council of Europe
                                      B.P. 431 R 6
                                      67006 Strasbourg-Cedex
                                      Frankrijk	

Per fax en per post

BETREFT:

  • mijn klacht d.d. 14 juni 1999
  • uw kenmerk PM 10628
  • uw requêteformulier

Wassenaar, 8 november 1999


Geachte Secretaris,

Hierbij excuseer ik mij voor het feit dat ik uw requête-formulier nog niet heb ingevuld en opgestuurd. Dit is volstrekt geen kwestie van onwil, maar ronduit van overmacht, waarvoor ik uw begrip vraag. Ik sta bloot aan enorme druk.

Uit het materiaal dat reeds in uw bezit is, zal duidelijk kunnen zijn dat in november 1998 de President van de rechtbank te Den Haag Mr. Van Delden, hoogstwaarschijnlijk op instigatie of met medeweten van de Procureur-generaal bij de Hoge Raad via de vertrekkende en de aankomende Deken van de advocaten in het arrondissement Den Haag mijn advocaat Mr. Bogaardt onder druk zette met in essentie de boodschap: u laat die cliënt vallen of anders gaan wij uw kantoor schade berokkenen. Die advocaat liet mij weten dat hij mij moest laten vallen in november 1998. Als gevolg van mijn verzet kreeg deze kwestie eerst rond 1 maart 1999 zijn beslag.

Maar de geschiedenis herhaalt zich. De nieuwe advocaat Mr. Wilgers nam over begin maart 1999. Omdat ik financieel klem zit begon hij een kortgedingprocedure gericht tegen het vonnis in kort geding d.d. 21 oktober 1998 van Mr. Paris, Vice-president van de rechtbank te Den Haag. In dit verband is van cruciaal belang dat voor een zitting d.d. 2 juli 1999 diezelfde Mr. Paris werd aangewezen. Het is natuurlijk grotesk dat een rechter zal worden aangewezen om te oordelen over het stilzetten van zijn eigen eerdere vonnis in kort geding, waarbij hij eigen wraking naast zich neerlegde. Daarom wraakte Mr. Wilgers Mr. Paris d.d. 29 juni 1999 schriftelijk. Deze wraking is tot op de dag van vandaag niet afgehandeld ! Volstrekt in strijd met de wet !

Mr. Van Delden kent mijn ex persoonlijk. Deze President van de rechtbank oefende druk op mij uit om deze wraking maar te "vergeten", maar daarvoor kon ik niet buigen; waarom zou de wet in Nederland niet ook voor mij gelden ? Aansluitend koos mijn advocaat voor de positionering van handlanger/loopjongen van Mr. Van Delden en stelde mij voor de keuze: of ik moest accepteren dat de kwestie van de wraking van Mr. Paris (en nog een onverkwikkelijke nasleep waarbij rechters Du Pon en Von Maltzahn waren betrokken op een twijfelachtige manier) zou worden vergeten of hij zou niet langer in die zaak optreden als mijn advocaat. Aldus wenst de President van de rechtbank de vrijheid te hebben de wet naast zich neer te leggen in gevallen van wraking en de vrijheid te nemen zulk gedrag af te dekken door iemand zijn advocaat af te nemen. Bij herhaling. Machtsmisbruik om eigen onrechtmatig gebruik van macht af te dekken.

Aldus blijkt het helemaal niet te gaan om de vraag of een wraking al dan niet voorzien wordt van de handtekening van een procureur(/advocaat), maar daarom dat de rechters het privilege willen hebben de wet naast zich neer te mogen leggen teneinde zich te vrijwaren voor wraking. Het middel van wraking door de individuele burger is nog zo ongeveer het enige dat staat tussen de rechters en volledige immuniteit, en dus bijkans totale macht. Deze kwestie heeft zich voortgesleept van begin augustus tot eind oktober.

Eerst in de laatste dagen van oktober heeft mijn advocaat Mr. Wilgers mij overvallen met een:

  • plotselinge mededeling dat hij zich onttrekt aan alle procedures, overigens zonder enige motivering
  • instructie die hij schriftelijk aan de procureur Mr. Bogaardt richtte met de opdracht zich onmiddellijk in alle procedures als procureur terug te trekken
  • schriftelijke mededeling (ook aan de procureur) dat geen enkele advocaat ook maar iets voor mij mag doen als niet eerst zijn (Wilgers') rekeningen volledig zullen zijn betaald. Maar hij weet dat ik dat niet kan, omdat ik in 13 jaar boedelscheiding al leeggeplunderd ben.

En dat alles op een moment dat ten aanzien van een arrest van het Hof d.d. 30 september 1999 (appèl tegen het genoemde kort geding vonnis van Mr. Paris d.d. 21 oktober 1998) de termijn om in cassatie bij de Hoge Raad te gaan afloopt over drie dagen !. Bij dat arrest is het beslag op mijn inkomen dat op niets in de werkelijkheid gebaseerd is, 'gewoon' voortgezet. Mijn ex als juriste en ex-gerechtsauditeur van de Hoge Raad wordt nu al 13 jaar door rechters op alle niveaus (rechtbank, Hof en Hoge Raad) stelselmatig bevoordeeld en zelfs afgedekt wat betreft haar bancaire optreden in valse hoedanigheid, inbegrepen imitatie van mijn handtekening.

Naar mijn mening is dit alles uiterst kwalijk misbruik van macht en per saldo ben ik eigenlijk zo ongeveer vogelvrij. De facto:

  • poogt men mij de toegang te ontnemen tot rechtshulp door enige advocaat
  • blokkeert het 'systeem' mij de toegang tot iedere rechter door mijn procureur te blokkeren
  • probeert het systeem mij bij voorbaat de toegang af te nemen tot wettelijke rechtsmiddelen, in casu de cassatieprocedure voor de Hoge Raad; dit lijkt overeen te komen met het belang van mijn ex en van de Hoge Raad
  • gaat het systeem door met mij financieel klein te krijgen: van mijn eigen inkomen ontvang ik slechts fl 1258 per maand. Dit loopt al sinds november 1997.

Dit alles moge erg onwaarschijnlijk klinken en hard. Ook ik ondervind dit als onwaarschijnlijk, maar het gebeurt wel en de feiten zijn keihard en liggen vast. Nederland blijkt voor mij geen rechtstaat te zijn. U zult zich kunnen voorstellen dat ik nu door alle spanning grote moeite heb om mij staande te houden.

Verder is het zo dat het mij waarschijnlijk lijkt dat mijn reactie iets minder urgent zou kunnen zijn in verband met de klachten van de heer Wijnbergen (die zeer recent uw requête-formulier ontving) en van de heer De Munck die dat formulier nog niet heeft gekregen, maar het hopelijk binnenkort van u zal ontvangen. Daarom vraag ik u om coulance ten aanzien van het indienen van het applicatieformulier. Hierbij zeg ik toe dat ik al het mogelijke en onmogelijke zal doen om u het ingevulde requêteformulier toe te zenden binnen 2, uiterlijk 3 weken.

Van harte hoop ik dat u begrip zult kunnen opbrengen voor mijn situatie waarin ik op uitermate bedenkelijke wijze onder gigantische druk gezet ben.


Hoogachtend,


Drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA
telefoon + fax: 31 70 5118922
van Polanenpark 58
2241 RS Wassenaar
The Netherlands


Zie vervolgbrieven: EVRM-6, EVRM-7, EVRM-9