Miljoenengevecht om de waarheid


Topics bij SDN . . . . . SDN Homepage . . . . Schandpaal

Edelchemie Panheel B.V. - Postbus 5008 - 6097 ZG Heel___
St. Antoniusstraat 15 - Tel. (0475) 572220 Fax (0475) 572835___

    
    
    

    Diffuse vergiftiging - Gestolen toekomst

    Ir. L.M.M. Nevels ontwikkelde de 'Nuloptie technologie' om afvalstoffen te verwerken tot onschadelijk of herbruikbaar materiaal; ook chemisch gevaarlijk afval met zware metalenNuloptie door VROM erkend en geboycot
    English / French / German
    Het bedrijf Edelchemie
    Luchtfoto



Verslag rechtszitting Zuiveringschap Limburg contra Edelchemie


opgetekend door: ing A.M.L. van Rooij t.b.v.

        Edelchemie Panheel B.V.
        t.a.v. Ir. L.M.M. Nevels
        St. Antoniusstraat 15
        6097 ND Panheel

Sint Oedenrode, 22 juni 1999.

Betreft:
    Verslag hoorzitting d.d. 22 juni 1999 te 9.00 uur, ter terechtszitting van de meervoudige economische strafkamer in de Arrondissementsrechtbank te Roermond.


Geachte Heer Nevels,

Bijgevoegd vindt u het verslag van de opgemelde hoorzitting over hetgeen wat is gezegd en is voorgevallen.

De meervoudige Kamer bestond uit:

    Mw. mr. Ente (Voorz)
    mr. Soutendijk
    mr. De Jonge


De tegenpartij was:
    mr. van Dongen (off.v.Just.)


Van de zijde van het Zuiveringschap Limburg waren o.a. aanwezig

    dhr. Hermans
    dhr. Janssen (later erbij gehaald)
    dhr. Yff (later als getuige deskundige)

Gebruikte afkortingen.

    VZ = Voorzitter incl. leden van de meervoudige kamer.
    EC = Ir. Nevels, directeur van Edelchemie.
    OvJ = Officier van Justitie mr. Van Dongen.
    ZL = Zuiveringschap Limburg.
    ZL (Ja) = Dhr. Janssen van het Zuiveringschap Limburg.
    ZL (H) = Dhr. Hermans van het Zuiveringschap Limburg.
    ZL (Y) = Dhr. Yff van het Zuiveringschap Limburg.



Vóór de zitting is het volgende voorgevallen

8.47 uur:
De heren Yff en Hermans gingen de zittingszaal binnen en deden de deuren dicht.

9.01 uur: De heren Yff en Hermans komen de zittingszaal weer uit.

9.10 uur
Wij worden met zijn allen de zittingszaal binnengeroepen.

De voorzitter (VZ) opent de hoorzitting.
De officier van Justitie (OvJ) begint met het woord.

OvJ:
geeft aan dat EC voor een 3-tal strafbare feiten is gedagvaard te weten:

  1. overtreding art. 4 en 5 uit de vergunning V93-91 (lozingsvergunning) op meerdere tijdstippen tussen 22 april 1997 en 5 december 1997.
  2. overtreding art. 4 uit de vergunning V89-61 (overstortvergunning) op meerdere tijdstippen tussen 18 augustus 1997 en 6 oktober 1997.
  3. overtreding art. 4 en 5 uit de vergunning V93-91 (lozingsvergunning) op meerdere tijdstippen tussen 22 januari 1998 en 3 juli 1998.

Vz:
Hr. Nevels (Nev), wat heeft u te zeggen op deze aantijgingen?

EC:
De voorschriften zijn zodanig dat ik die moet overtreden.
Het betreft een foute vergunningssituatie.
Wat op het meetpunt RWZI-Panheel is gemeten is niet relevant, zie de vergunning.
Er is dus geen sprake van "opzet"; er is sprake van "overmacht".
Er is ook geen enkel economisch motief.
Het betreft een discriminerende situatie die het zuiveringschap Limburg (ZL) al jarenlang opzettelijk in stand houdt.
Dit blijkt ook uit het feit dat het zuiveringschap bewust alle wettelijke termijnen heeft overtreden. In 1994 liep iets analoog.

Vz:
Dat is gepasseerd.

EC:
De overstortvergunning is de oudste vergunning en loost op de Slijbeek.
Van deze vergunning wordt gebruik gemaakt bij overmacht.
De jongste vergunning is de lozingsvergunning en loost overtollig E-water rechtstreeks op de RWZI-Panheel.
Tegen deze vergunning zijn wij tot en met de Raad van State opgekomen.
In art. 4 en 5 is iets veranderd.

Vz:
Is er iets veranderd in art. 4 van de overstortvergunning.

EC:
Wij hebben gevraagd de voorwaarden te veranderen, zodat die gelijk is aan die van anderen in Nederland. Het Zuiveringschap Limburg (ZL) werkte ons hierin tegen.
Toen hebben wij gevraagd deze vergunning tezamen met de andere vergunningen in te trekken.
Het ZL moet vóór 1 juli 1999 hierop een besluit nemen op grond van een uitspraak van de Raad van State.
Toen bleek dat ZL doorging met mishandeling en het onmogelijk is om aan de kwaliteitseisen uit de vergunning te voldoen, hebben wij de leiding onderbroken.
Op het dak valt een droge depositie uit de lucht.
In geval van dauw komt er per dag zo'n 5 liter condenswater van het dak.
Deze 5 liter neemt de droge depositie van het dak mee en loopt via de pijp naar de Slijbeek.
Als 2 liter kan worden opgevangen overtreed ik hiermee altijd de norm.
Hiervoor word ik als crimineel voor de rechter gesleept.

Vz:
Zijn het allemaal calamiteiten.

EC:
Het is allemaal overmacht. Bij elke extreme regenval valt er zo'n 20 mm/etmaal of meer. 1 mm op 1 ha is 10 m3.
Wij hebben zo'n 4 ha. Dit is 40 m3/mm of 800 m3/20 mm.
Als er in Roermond 4 mm valt is er overal overstort, zie de daarbij behorende vergunningen.

Vz:
Ik zie hier dat in Stramproy 50,6 mm is gevallen, in Roermond 39,6 mm, en in Heilen? Waar ligt Edelchemie?

EC:
Edelchemie ligt tussen Stramproy en Roermond. Heilen ligt verder weg.
De extreme regenval is vaak zeer plaatselijk.

Vz:
Hierover gaan wij het hier niet hebben.

EC:
Dat ik mij tegen crimineel gedrag moet verdedigen vind ik bijzonder kwalijk.

Vz:
Wij bekijken de zaak zakelijk. U zit hier als vertegenwoordiger van Edelchemie.

EC:
Deze zaak gaat mij persoonlijk aan. Ik probeer de zaak zakelijk te begrijpen.

Vz:
Wat vindt u van de lozingsvergunning.

EC:
Is volstrekt onuitvoerbaar.
Het loost overtollig E water.
E-water wordt steeds opnieuw gebruikt.
Dit E-water is deels afkomstig uit grond en deels uit regenwater.
1/3 deel van het regenwater verwerken wij zelf in de gasreinigingsapparatuur en gaat als waterdamp de lucht in.
Wij hebben jaarlijks zo'n 60.000 m3 E-water.
Zo'n 40.000 m3 is regenwater.
Zo'n 20.000 m3 is grondwater en leidingwater.
Het lozingspatroon is totaal afhankelijk van de regenval en de buffervoorraad op dat moment.
Als het in een week veel heeft geregend dan hebben we veel buffervoorraad.
Om dan nog veel regenwater op te kunnen vangen worden wij gedwongen te lozen.

Vz:
Natuurlijk dat is zo. U mag toch 260 m3/etmaal lozen?

EC:
Dat kan niet. Wij mogen niet meer dan 30 mg/l aan onopgeloste bestanddelen lozen. Dit kan in een dergelijk geval nooit gehaald worden.
Het regenwater moet dan minimaal vele dagen stil staan.
Het Zuiveringschap was niet van plan dit aan te passen.
We hebben om die reden op 29 mei 1997 een nieuwe vergunning aangevraagd.
Het Zuiveringschap Limburg (ZL) weigerde de aanvraag in behandeling te nemen. Tegen die weigering hebben wij bezwaar aangetekend.
Het ZL heeft het bezwaar ongegrond verklaard.
Hiertegen hebben wij beroep aangetekend.
De Raad van State heeft het besluit van het ZL nietig verklaard.
Hierdoor heeft het ZL de termijn, waarop zij op de aanvraag hadden moeten beschikken, met 1 jaar overschreden.
Om die reden moesten wij de norm van opgeloste bestanddelen overschrijden.
Het ZL loost in een dergelijk geval zelfs 75% van ons water op de Slijbeek, waarbij de ongeloste bestanddelen 75 mg/l en derhalve veel hoger mag zijn.
Dit is discriminerend.
Ook voor wat betreft de concentratie aan zware metalen hebben wij een onmogelijke vergunning.
Een etmaalmonster mag 20 mg/l (= 20 g/m3) chroom bevatten.
Er mag 960 g/week aan chroom worden geloosd.
Dit is 920/20 = 48 m3/week in plaats van 260 m3/etmaal.
In dat geval. terwijl wij voldoen aan de concentratie-eis, mogen wij maar 48 m3/etmaal lozen en dan de verdere week niets.

Vz:
Ik begrijp dat niet.

EC:
Legt nogmaals uit.

Vz:
Doe dit ook eens uitleggen voor lood.

EC:
Legt dit ook uit voor lood.

Vz:
Ik begrijp het.

EC:
De onopgeloste bestanddelen mag niet meer dan 30 mg/l zijn.
De concentratie "totaal zware metalen" mag 75,4 mg/l zijn.
Minimaal de helft van die zware metalen zijn onopgeloste bestanddelen.
Hiermede zitten wij ook al hoger dan die 30 mg/l.
Daarbij zijn de andere onopgeloste bestanddelen, waaronder zand, nog niet meegenomen.
Ook dit is strijdig in de vergunning.
Wij hebben steeds geprobeerd dit gewijzigd te krijgen.
Het ZL wilde dit niet wijzigen.
U denkt toch niet dat wij met plezier hoge kosten maken om al die gerechtelijke procedures te starten tegen deze onmogelijke vergunningvoorschriften.

Vz:
Wij begrijpen dat Edelchemie niet uit is op al die procedures.

Vz:
Op blz. 154 van het Ster lab onderzoek staat dat er op 21 en 22 april 1997 zo'n 1160 mg/l aan onopgeloste bestanddelen is geloosd.
Wat zegt u van dit strafrechtelijk bewijs.

EC:
Er is gemeten aan het eind van de leiding en derhalve in strijd met de vergunningvoorschriften. De Raad van State heeft uitgesproken dat dat niet mag.

Vz:
Weet u ook wat de hoge Raad heeft gezegd.

EC:
Ja, die heeft de negatieve invloed van het bezinksel, slibaanslag en restwater in de lange pijp niet meegenomen in zijn overweging. Dit is een nieuw feit.
Ik wil die zaak weer heropenen.
Ik heb om die reden de leiding deels blootgelegd, een stuk uit de pijp gezaagd en de officier van Justitie gevraagd dit mee te betrekken als bewijs in deze zaak.
Zij weigerde dit feitelijke bewijs te betrekken in deze zaak, ondanks mijn diverse nadrukkelijke verzoeken daarom.

Vz:
Strafrecht is een en al feitelijkheid.

EC:
Bestrijd ik: het slib, de aanslag in de lange pijp, kijk naar de hoeveelheden, heeft gegarandeerd negatieve invloed op de kwaliteit van het water aan het einde van de pijp, zeker als het om kleine hoeveelheden gaat.
Dit feitelijke bewijs weigert de Officier van Justitie in deze strafzaak te betrekken.

Vz:
Samenvattend betekent dit dat er gemeten moet worden op het lozingspunt en wij kunnen gaan kijken naar het stuk leiding waarin de slib loslaat.

Vz:
Waarvoor dient het pomphuis.

EC:
In het pomphuis komt afvalwater uit de vijvers (E-water) wat lang heeft kunnen bezinken, daaruit lozen wij naar RWZI-Panheel. De kwaliteit is weken hetzelfde.
In de lange leiding tussen het pomphuis en RWZI-Panheel vormt zich o.a. ijzeroxide. Zelfs in waterleidingen gebeurt dat.

Vz:
Wanneer komt dat los?
Komt dat los bij heftige regenval of is dat niet te zeggen.

EC:
Het lozen doen wij geleidelijk met een debiet van 6-7 m2/uur.

Vz:
Het komt dus niet via een extra stroomsnelheid.
Uw stelling is dus dat u niets aan die lozing van 1160 mg/l aan onopgeloste bestanddelen kunt doen.
Het kan het gevolg zijn van losgeraakt slib uit de leiding.
Is er dan sprake van een calamiteit.

EC:
Dat hoeft niet.

Vz:
Dit is toch veel.

EC:
Dit behoeft niet veel te zijn. Veel bedrijven krijgen geen eis opgelegd of een eis van 300 mg/l.

Vz:
Dat is toch veel.

EC:
Wij kunnen van dit alles niets zeggen. De Raad van State heeft het meetpunt bij RWZI-Panheel uit de vergunning geschorst.
Dit betekent dat de metingen fout zijn.

Vz:
Ik moet alleen officiële stukken hebben. Ik heb nog iets anders nodig.
U heeft het over "is uit de vergunning geschorst".
Dat is een voorlopige voorziening. Is er geen hoofdzaak.
Heeft u geen beroep aangetekend bij de Raad van State. Is er geen einduitspraak!

Vz:
De vergunning V93-91 is geëxpireerd op 1 januari 1999.
Er loopt een nieuwe vergunningsprocedure.
Het bestuursorgaan heeft het voornemen afwijzend te beschikken.
Ook ligt er een verzoek om intrekking van de vergunningen.

ZL:
Op de nieuwe vergunning is door de Raad van State al uitspraak in verzet gedaan.

Vz:
Die uitspraak zit niet in het dossier. Dit vind ik buitengewoon storend. Ik wil de juiste vergunning hebben.


    Schorsing!

    Na de schorsing.


Vz:
Wij hebben hier de onherroepelijke uitspraak van 22 juli 1997 van de Raad van State over de lozingsvergunning.
De Raad van State vindt dat 2 verschillende meetpunten voor dezelfde metingen niet kan en heeft om die reden de voorschriften 3, 4 en 5 uit de lozingsvergunning vernietigd en voorgeschreven dat het Zuiveringschap Limburg binnen 8 weken na de verzendingsdatum van 22 juli 1997 nieuwe voorschriften moet vaststellen, rekeninghoudend met deze beroepsuitspraak.

ZL (H):
Wij hebben geen nieuwe eisen vast gesteld.

Vz:
Wij hebben de oude lozingsvergunning V93-91 gekregen.
Daarop is de dagvaarding vastgesteld.
De voorschriften 3, 4 en 5 blijken nu vernietigd te zijn.
Het ZL blijkt geen nieuwe eisen vastgesteld te hebben.
Heeft u, Officier van Justitie, die nieuwe eisen?

OvJ:
Wij hebben die nieuwe eisen niet.
Hermans (ZL) heeft ons gezegd dat er geen andere stukken zijn.

OvJ:
Vraagt om schorsing om na te gaan of er een nieuw besluit is genomen door het Zuiveringschap Limburg.

EC:
Het enige wat ik wil is een fatsoenlijke niet discriminerende vergunning waarvan ik de eisen kan naleven.

Vz:
Waarom houdt u zich aan de voorschriften 3, 4 en 5, terwijl die vernietigd zijn.

EC:
Ik moet toch iets hebben om aan te houden. Ik heb al het mogelijke gedaan om mij aan die onmogelijke voorschriften te houden.

VZ:


    Schorsing!

    Na de schorsing.


Vz:
Ik krijg nu het besluit toegespeeld van het Zuiveringschap Limburg van de wijziging van de vergunning. Ik snap er niets van. Is op 9 oktober 1997 ambtshalve gewijzigd. Het lozingspunt bij RWZI-Panheel vervalt. Tegen het ontwerpbesluit zijn geen bedenkingen ingediend. Het afvalwater ter plaatse van het pomphuis mag 260 m2/etmaal niet overschrijden. De eisen van het afvalwater blijven hetzelfde. Hr. Nevels zijn de waarden gemeten bij het pomphuis niet hoger dan in de vergunning staat vermeld.

EC:
De dagvaarding is fout, die is gebaseerd op foute metingen op RWZI-Panheel.

Vz:
Er is telkens gemeten op RWZI-Panheel en niet in het pomphuis zoals in de vergunning staat voorgeschreven.

OvJ:
De metingen zijn niet bij het pomphuis geschiedt, dus ik vraag u om vrijspraak van Edelchemie.

OvJ:
De heer Hermans van het ZL heeft steeds tegen mij gezegd dat de stukken waarop ik mijn dagvaarding heb gebaseerd volledig waren. Nu blijkt dat niet te zijn. - betreffende voorlopige voorziening is niet aan mij verstrekt. - betreffende bodemuitspraak is niet aan mij verstrekt. - de nieuwe uitspraak op de vergunning is mij niet verstrekt. Ik heb mijn dagvaarding dus niet op die stukken gebaseerd. Dus ik vraag vrijspraak voor Edelchemie voor de strafbare feiten 1 en 3.

Vz:
Via de stukken van Van Rooij zag ik dat er stukken ontbraken. Feit 2 blijft nog over als strafbaar feit. Het betreft de overstortvergunning op de Slijbeek. In 1997 is beroep geweest tegen die overstortvergunning. Waarom heeft u de normen niet aangevochten.

EC:
Kwam bij ons niet op. Wij gingen ervan uit dat het ZL ons een uitvoerbare vergunning verstrekt. Deze bleek later onuitvoerbaar te zijn. Toen het ZL die niet wilde wijzigen hebben hiervan aangifte gedaan.

Vz:
Hr. Jansen; voer jij de geschillen voor het ZL tegen EC bij de Raad van State?

ZL (Ja):
Dat is juist.

Vz:
Hr. Jansen hoe is de vergunningsituatie.

ZL (Ja):
In 1997 heeft EC een wijziging van de overstortvergunning aangevraagd.

In 1998 hebben wij dat geweigerd. Daartegen loopt nog een beroep en schorsingsverzoek bij de Raad van State. Er loopt nog een verzoek om intrekking van de overstortvergunning.

Vz:
U (OvJ) heeft de volgende strafbare feiten geconstateerd: - op 14 juni 1997 teveel zink, koper, lood en zilver - op 9 oktober 1997 teveel cadmium en zilver - op 10 oktober teveel koper, nikkel, lood en zilver - op 13 oktober 1997 teveel koper, nikkel, lood, zink en zilver. Monstername lozing Slijbeek JHL/pzm-12.

OvJ:
In de vergunning staat nog de te realiseren bemonsteringsput.

Vz:
Hr. Nevels ligt er nu die bemonsteringsput?

EC:
Ja, die ligt er al 10 jaar. Die ligt aan het begin van de leiding. Daar moet gemeten worden. Kom maar kijken.

Vz:
Misschien komen wij kijken.

EC:
Het ZL heeft niet de hoeveelheid gemeten. De meting kan dus een pisstraal zijn of een volle straal. Bij overstort moet het altijd een volle straal zijn.

Vz:
Op 14 juli is er 68 uur overgestort

EC:
Is gemeld.

Vz:
Dat was 10 oktober 1997.

EC:
Toen het ZL met dwangsommen kwam en ik niet anders kon heb ik in het voorjaar de leiding opgegraven en onderbroken, ter voorkoming dat er iets uitkomt, zelfs druppels.

Vz:
Ik kan niet zien of er binnen die 68 uur in een uur 1 liter of 1000 liter water is geloosd. Wat zegt de tellerstand 213-209/215-213/217-504 hierover.

OvJ:
Ik ben niet deskundig. Ik heb de heer Yff van het ZL als getuige opgeroepen. De heer Yff gaat echter over de analyse en niet over de monstername. De heer Hermans gaat over de monstername.

Vz:
De heer Hermans kan niet als getuige worden gehoord. Hij heeft bij de zitting gezeten. Je hebt als getuige dan een probleem. De heer Yff heeft buiten de rechtszaal gezeten.

ZL (H): De heer Hermans meldt dat de heer Yff ook deskundig is op monstername.

Vz:
Gerard Yff, chemicus, hoofd van het STER-LAB van het ZL, legt als deskundige de belofte af tegenover de voorzitter van de Rechtbank.

Vz:
Hr. Yff, het gaat alleen over feit 2 het overstorten in de Slijbeek. Ik wil me laten voorlichten over de monstername ter plaatse het meetpunt en hoe de monstername geschiedt. Het gaat om JHLP-ZM12.

ZL (Y):
De monstername is als volgt. Aan het einde van de pijp wordt het water opgevangen in een bakje. Het betreft een 2 minuten monster. Als de lozing binnen 2 minuten stopt dan gaat er geen monster in het vat.

Vz:
Wat zegt de tellerstand 196. Wat betekent, debietmeter staat op 0.

ZL (Y):
De stand 0 geeft geen relevante gegevens over de aard van het monster.

Vz:
Kan ik het debiet bepalen van het monster bij tellerstand 213 op 9 oktober 1997 (rapport: 30 okt. 97).

ZL (Y):
De tellerstand 213 zegt niets over het debiet. Het telt alleen pulsjes.

Vz:
Wat betekent Vol-prop.

ZL (Y):
Dat betekent dat het een volume proportionele meter betreft. De monstername begint bijvoorbeeld bij 926 en eindigt bij 937. De teller nummert door, telt elektrisch de pulsen en komt binnen als hij aan de criteria voldoet. Deze teller reageert niet op de hoeveelheid.

Vz:
Wat zegt het volgende: aantal overstorten: 0.30 uren 68,5 uur 62,4 uur

ZL (Y):
Dat er 30 keer is overgestort en dat het 68,5 uur (62,4 uur) heeft geduurd. De overstort kan urenlang onderbroken zijn geweest.

Vz:
Dus als ik het tijdsbestek lang genoeg neem dan krijg ik altijd overstort.

Vz:
14 juli 1997 toen was er 68,5 uur overgestort en het aantal overstorten was 0, kan dat?

ZL (Y):
Ja dat kan. Het was aan het overstorten toen de meting begon. Het heeft 68,5 uur lang geduurd.

Vz:
Ik als meteoroloog heb nog niet vaak meegemaakt dat het 68,5 uur lang regent, zonder een droog moment. Dit is 3 etmalen.

ZL (Y):
Dit kan bij elke heftige regenbui. Het lozen blijft doorgaan ook al is de regen gestopt.

Vz:
Dat vaatje waar de monsters in worden opgevangen staat dat in de open lucht.

ZL (Y):
Ja, dat staat in de open lucht.

Vz:
Er kan dus troep van buitenaf inkomen.

ZL (Y):
Ja, dat klopt.

Vz:
Zit betreffend vaatje boven water en kunnen er kinderen wat ingooien.

ZL(Y) Ja, het zit boven water. Kinderen kunnen er inderdaad wat ingooien. Wij nemen een monster als het uit de pijp loopt. De pijp heeft een diameter van 20 cm. Daaronder zit het vaatje vast aan de pijp. Bij een bepaalde hoeveelheid wordt het water doorgepompt voor monstername.

Vz:
Wordt de bak schoongemaakt van residu.

ZL(Y) Kleine dingen kunnen tegen de wand blijven zitten.

Vz:
Vertel mij iets over de hoeveelheden. Weet u hoeveel water in tijdseenheden is genomen waar het monster uit is getrokken.

ZL (Y):
Het betreft een 500 ml monster.

Vz:
Dus de 500 ml monster kan van de lozing van liter in een uur zijn, maar ook van de lozing van 260 liter in uur.

ZL (Y):
Ik kan niet zien hoeveel er uit de pijp komt.

Vz:
Maakt het veel uit of de halve liter is ontstaan uit 6 uur lang druppelen of een 6 uur lange grote stroom.

ZL (Y):
Wanneer het druppelt zullen een aantal deeltjes in de pijp achterblijven. De meting is dan schoner. Wanneer het overvloedig stroomt dan zullen met die stroom meer deeltjes uit de pijp komen. De meting zal dan vuiler zijn.

Vz:
Heeft zand invloed op de uitslag.

ZL (Y):
Zand heeft geen effect op de uitslag.

Vz:
Is het begin van de bemonstering anders dan het eind van de bemonstering.

ZL (Y):
Het water uit de pijp komt van het terrein van Edelchemie. Wij nemen het 1e monster de rest loopt weg de beek in.

Vz:
Op 14 juli 1997 is er continue overstort (14 uur regen). De hoeveelheden zijn gering. Dan is het effect anders. Wat komt er dan mee vanuit de pijp dat er al 14 dagen heeft ingezeten?

ZL (Y):
Bijdrage 1e golf over 3 dagen is verwaarloosbaar.

Vz:
Over hoeveel monsters gaat het in 14 uur.

ZL (Y):
Dat kan ik hier niet uithalen. Minimaal 10 deelmonsters, waarvan er 5 dienen voor herbemonstering.

Vz:
Waarom wordt er niet aan het begin bij de overstortput op het terrein van Edelchemie gemeten.

ZL (Y):
Daar beslis ik niet over.

EC:
Ik heb daar speciaal een put gemaakt met een schot daarin om te meten. Ik begrijp niet waarom daar niet wordt gemeten. De heer Yff heeft de sleutel van onze poort en kan daar 24 uur per dag terecht om te meten.

Vz:
Om een zuiver beeld te krijgen ligt het toch voor de hand om daar (bij de overstortput) te meten.

ZL (Y):

Als drs. in de chemie kan ik u vertellen dat dat niet zoveel uitmaakt.

Vz:
De hr. Nevels is ook chemicus. Wat bent u mijnheer Nevels.

EC:
Ik ben chemisch ingenieur, afgestudeerd in Delft.

Vz:
Mijnheer Nevels, bent u het met de redenering van de heer Yff eens.

EC:
Helemaal oneens. In de lange pijp zit veel residu en vele m3 aan vloeistof onderhevig aan omzetting. Je kunt enkel en alleen iets over de meting aan het eind van de pijp zeggen als je meet wat er ingaat en meet wat eruit komt. Het verschil is veroorzaakt door het residu en de vele m3 vloeistof in de pijp.

EC:
De heer Nevels laat foto's zien van 29-8-96. Dat is in oktober 1997 (9+10+13 okt) ook gebeurd. Het gehele terrein stond blank met regenwater.

Vz:
Is het mogelijk dat er van buitenaf andere bronnen van verontreiniging in het te bemonsteren water komt.

ZL (Y):
Ja dat kan, maar dat is verwaarloosbaar.

EC:
Het water van daken mogen wij niet meer overstorten. Het bevat teveel onopgeloste bestanddelen. Dit is in strijd met onze overstortvergunning. Alles gaat nu de bassins in met het risico dat de bassins volraken en er vanuit het gasbassin grote hoeveelheden zeer moeilijk afbreekbaar afvalwater naar de omgeving stroomt. Wij creëren dan een milieuramp. Hiervoor is het ZL volledig verantwoordelijk.

Vz:
U vindt de meting aan het eind van de leiding de beste plek.

ZL (Y):
Het betreft een reële meting.

EC:
Wij hebben naar onoplosbare bestanddelen onderzoek gedaan. Meer dan 50% van de zware metalen verbinden zich met onoplosbare stoffen.

ZL (Y):
Dat zou kunnen. Daar heb ik geen mening over.

EC:
Afhankelijk van de soort deeltjes kan soms zelfs 70% van de zware metalen zich binden aan het slib. Je hebt dan troebel water.

Vz:
Het is logisch om de meting te doen in de bemonsteringsput op het terrein van Edelchemie.

EC:
De heer Nevels meldt dat het Zuiveringschap elk moment op zijn terrein kan komen. Zij hebben zelf de sleutel.

Vz:
Mijnheer Nevels, waarom meet u niet zelf in de overstortput?

EC:
Moet ons bedrijf ook nog een STER-LAB oprichten. Dit is qua kosten toch niet vol te houden. Betreffend water is even schoon als het E-water in de bassins. Daar kan altijd gemeten worden. De eisen die het ZL aan ons stelt gelden alleen voor Edelchemie. Niemand anders krijgt deze eisen opgelegd.

Vz:
U zegt het zijn geen reële eisen.

EC:
Het zijn absoluut onmogelijke eisen.

Vz:
Mijnheer Yff, wordt alleen aan Edelchemie dergelijke eisen gesteld?

ZL (Y):
Hierover kan ik niets zeggen.

Vz:
De overstortvergunning kent uitzonderingsbepalingen, namelijk bij calamiteiten.

EC:
Voor een calamiteit (voorspelbare stortbui) doen wij van tevoren zoveel mogelijk buffervoorraad creëren. Het vuilste terreinwater komt in de bassins.

Het overige regenwater van het schoongespoelde bedrijventerrein wordt overgestort. Dit is een voorbeeld voor alle bedrijven in Nederland. Zo behoeven wij maar zo'n 2 maal per jaar over te storten en is het over te storten water maximaal schoon.

Vz:
Stelt u, ingeval van overstort het ZL hiervan onverwijld op de hoogte?

EC:
Dat doen wij.

Vz:
Mijnheer Yff; wanneer Edelchemie op 10 en 13 oktober 1997 melding doet van een calamiteit, krijgt u dan door dat u niet behoeft te meten.

ZL (Y):
Dat krijg ik niet door.

EC:
Begin oktober heb ik dat gemeld.

Vz:
Mijnheer Yff, hechten koper, nikkel, zilver en zink zich anders aan klei dan aan zand of PVC.

ZL (Y):

Ja dat kan. Metalen hebben een positieve lading. Dit hecht beter aan een hogere negatieve lading. Ook de gladheid van het oppervlak heeft daar invloed op. Klei is het meest negatief, zand is neutraal, pvc ook. Betreffende zware metalen hechten dus beter aan klei dan aan zand en pvc.

Vz:
Mijnheer Yff, hoe is de hechtingsgraad van klei, zand, pvc?

ZL (Y):
Niet groot.

Vz:
Doorspoelen, kan dat niet?

EC:
Er wordt pas doorgespoeld als de leiding is dichtgeslibd. Kom naar de situatie kijken?

Vz:
Het ZL is de buurman van Edelchemie. Heeft het ZL ook een eigen overstortvergunning.

ZL (Y):

Dat weet ik niet. Ik weet niet waar die zit. Ik heb daar geen monsters van genomen.

EC:
Bij 4 mm regen/uur krijgt het ZL zo'n 1900 m3/uur water aangevoerd. Zij kan maar 600 m3 biologisch zuiveren. 2/3 deel stroomt via een opvangbassin, waarin het afvalwater slechts 50 minuten verblijft, rechtstreeks de Slijbeek in. Dit wordt mechanisch zuiveren genoemd.

Vz:
Wat zijn de normen voor deze lozing van het ZL op de Slijbeek.

EC:
Geen enkele norm. 2/3 van ons relatief schoon water dat wij niet mogen overstorten op de Slijbeek wordt door het ZL sterk vervuild en vervolgens overgestort op dezelfde Slijbeek.

Nu is het pauze voor het opstellen van het requisitoir.

Requisitoir.

OvJ:
- onder a staat 14 juli moet zijn in de periode 11 juli t/m 14 juli.
- onder b staat 8 okt. moet zijn in de periode 8 okt. t/m 9 okt.
- onder c staat 10 okt moet zijn in de periode 9 okt t/m 10 okt.
- onder d staat 30 okt moet zijn in de periode 10 t/m 30 okt.

Requisitoir 5.1 t/m 5.3.

5.1 en 5.3 het verwijt en tenlastelegging staat het meerdere malen overtreden van de voorschriften 4 en 5.
Dit slaat op de beschikking van 1994.
In de beschikking van 1997 is het meetpunt bij RWZI-Panheel weggevallen.
Nu resteert de meting ter plaatse van het pomphuis.
Het arrest van de Hoge Raad van 1996 is hierover heel duidelijk.
Wat in de pijp gaat komt er ook uit.
De Raad van State heeft de vernietiging van de 2 meetpunten uit de voorschriften 3, 4 en 5 onvoldoende gemotiveerd.

Tezamen met het arrest van 1996 van de Hoge Raad betekent dit dat de meting van het eind van de pijp gelijkgesteld is met de meting aan het begin van de pijp. Edelchemie is diverse malen gewaarschuwd en heeft ondanks dat toch vele malen bij vele lozingen de normen overschreden.

  • Voor het 1e feit staat een bedrag van f. 17.000,- boete per overtreding.
  • Voor het 2e feit staat een bedrag van f. 28.000,- boete per overtreding.
  • Voor het 3e feit staat een bedrag van f. 66.000,- boete per overtreding.

In het totale proces zijn 377 overtredingen geconstateerd.
Dit komt neer op 1/10 deel van het totaal.
Dit is f.260.000,- voor de 377 ten laste gelegde overtredingen.

Daarnaast betreffen het zo'n 400 overtredingen stelselmatig en regelmatig ondanks het feit Edelchemie vaak op de vingers is getikt.
Daarvoor komt een strafbaarstelling voor economische delicten van de 5e categorie. De boete hiervan bedraagt f.500.000,- en is recent verhoogd tot f.1.000.000,-.
Bij gedragsverbetering eisen wij f.250.000,- waarvan 100.000,- voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

EC:
Als reactie hierop meldt de heer Nevels dat er geen enkel feitelijke bewijs is geleverd voor welke beschuldigingen dan ook.
Het arrest van de Hoge Raad "wat erin gaat komt er ook uit" houdt geen enkele rekening met hetgeen wat zich in die lange leiding heeft verzameld en mag om die reden in deze zaak niet worden gebruikt. Verder zijn de voorschriften uit de lozingsvergunning en overstortvergunning onderling en met elkaar in strijd.
Het Zuiveringschap Limburg heeft daarmee voor Edelchemie opzettelijk een zodanige onmogelijke situatie gecreëerd dat die altijd een of meerder voorschriften moet overtreden.
Daarmee word ik door het Zuiveringschap Limburg in een overmacht situatie gedrukt. Alles wat wordt gemeten aan overschrijdingen is overmacht.
Elke dag opnieuw treedt overschrijding op.
Daarom hebben wij om wijziging van onze voorschriften gevraagd.
Het Zuiveringschap Limburg bleef dit categorisch weigeren.
Daarbij worden door hen zelfs de wettelijke termijnen opzettelijk met 1 jaar overtreden.
Zij hebben ons daarmee in een zodanige noodsituatie gebracht dat wij hebben besloten om de drie gelijktijdig van kracht verklaarde vergunningen voor één bedrijf middels het nemen van één besluit in te trekken.
Ook daar worden de wettelijke termijnen weet opzettelijk met maanden overtreden.
Ook is er geen enkel economisch motief.
Aan ons bedrijf worden opzettelijk veel strengere eisen gesteld als aan andere (vergelijkbare) bedrijven.
Het tegenovergestelde is om die reden de waarheid.
Wij kunnen met onze grote waterbassins het overstorten van het op het terrein vallende regenwater tot een minimum beperken. Ons bedrijf is juist een voorbeeld voor alle bedrijven in Nederland.

Vz:
Over 2 weken (6 juli 1999) wordt er om 13.30 uur uitspraak gedaan.
U kunt daarbij aanwezig zijn.
U kunt daarover ook telefonisch contact opnemen.

ing.A.M.L. van Rooij, veiligheids- en milieudeskundige Ecologisch Kennis Centrum BV
Voor deze


Ing. A.M.L. van Rooij,
directeur.


Vanwege het spoedeisende karakter en de gigantische consequenties hebben wij deze brief bij de Sociale Databank Nederland op internet laten plaatsen.

Website adres: http://www.sdnl.nl/edelch17.htm