Drs. N.C. Burhoven Jaspers was hoofdsamensteller van het IRM-rapport m.b.t. de bijbanen van juristen in Nederland

Open brief aan het Bureau van de Nationale Ombudsman III

IRM . . Juristen . . EU Grondwet <==> SDN . . Klokkenluider . . Jeugdzorg . . Burhoven

De gerechtsauditeurs staan het gerecht in zijn werkzaamheden bij

drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA

AANGETEKEND AAN:

De Nationale Ombudsman

Mr. Drs. M. Oosting
Het Bureau van de Nationale Ombudsman
Stadhoudersplantsoen 2, Postbus 29729
2502 LS den Haag


    BETREFT:

  • eerdere correspondentie
  • uw schrijven d.d. 5 maart 1997
  • mijn brief aan u d.d. 24 februari 1997

    Wassenaar, 16 oktober 1996

    Geachte heer Ombudsman,

Hierbij ben ik zo vrij een beroep te doen op u als mens naar aanleiding van de klacht die ik d.d. 20 juli 1996 indiende en in het bijzonder ten aanzien van een aspect dat ik, onvermijdelijk vrijuit sprekend, wel onder uw aandacht móet brengen.

Verder kan ik, door de aard van deze kwestie, er lang niet zeker van zijn dat deze brief via uw bureau direct ongestoord in uw handen zou terechtkomen. Als ik niet het volste vertrouwen had in uw menselijke eerlijkheid en integriteit, zou ik deze brief niet schrijven. Van mijn recente brief van 23 september jl. en uw antwoord van 8 oktober jl. sluit ik gemakshalve een kopie in.

Uit mijn klacht zal u duidelijk geworden zijn dat mijn ex in 1986, toen zij wegrende na 17 jaar huwelijk, gerechtsauditeur bij de Hoge Raad was, maar dat dit haar niet weerhouden heeft van een (gedeeltelijk geslaagde) poging in valse hoedanigheid te beschikken over mijn Zwitserse bankrekening en aandelendepot. In de 10 jaar procederen sindsdien, heb ik voortdurend partijdigheid tegenover mij gevonden. Over een latere 'trucage' door haar in het najaar van 1990 heeft u een klacht van mij op effectieve, zeer grondige en eerlijke wijze afgehandeld waar het de fiscus betrof. In die laatste kwestie is zij overigens, ten aanzien van haar betrokkenheid, later wél afgedekt door Mr. Royer, de President van de Hoge Raad.

De eerdergenoemde Zwitserse kwestie heb ik in een procedure ex art 12 W. S.V. aan het Gerechtshof voorgelegd. Na jarenlang getraineer kwam er uiteindelijk een zitting, waarbij mijn beklag totaal werd afgewezen, ondanks absoluut niet te loochenen bewijsmateriaal. Ik beschouw het ronduit als een schandaal dat een gerechtsauditeur van de Hoge Raad die in valse hoedanigheid optrad met een bancaire opdracht van meer dan fl 100.000, er aldus mee wegkomt. Mijn mening, en na 10 jaar heb ik ruimschoots reden om dat te stellen, is dat zij weer eens afgedekt werd; 'corrupte vriendjespolitiek' in gewoon Nederlands.

De meest fundamentele en zwaarwegende aspecten daarbij zijn:

  • de omstandigheid dat ik in strijd met de wet niet ben opgeroepen door de Griffie van het Hof te Den Haag al stelt het Hof dat wel als integraal element van hun beschikking

  • het feit dat de Procureur-generaal belangrijk aanvullend bewijsmateriaal heeft achtergehouden

  • het feit dat de Minister van Justitie niet antwoordt en verder dat deze kwestie is en blijft geblokkeerd op het niveau van de Procureurs-generaal

Deze kwesties heb ik aan uw oordeel voorgelegd. Uw verregaand afwijzende reactie heeft mij geschokt én omdat die naar mijn mening totaal misplaatst (in strijd met de wet) is én een geheel andere benadering laat zien dan de zo solide gang van zaken rond de eerdergenoemde klacht. Ik was ontzet, maar heb u toch een gedetailleerde analyse met mijn argumenten gestuurd. Ook uw reactie daarop is weer even onbegrijpelijk als onjuist. Hopelijk kunt u zich voorstellen dat ik verbijsterd was. Maar bij toeval ontdekte ik dat de substituut-ombudsman Leig de Bruin is, de beste studievriendin van mijn ex !. Ik ken Leig vanaf 1968 en heb haar leren kennen als een 'ras-kleptante', arrogant, uitgesproken manvijandig en achter de elleboog; alleen slechte herinneringen dus.

In oktober 1988 overleed plotseling mijn, door de rechter aan de zorgen van mijn ex toevertrouwde, oudste zoon. Hij overleed in de nacht aan de gevolgen van een bromfietsongeluk. De volgende ochtend kwam, tot mijn verbazing, samen met iemand anders Leig de Bruin (die ik jaren niet meer gezien had) bij mij langs, naar de schijn om mij te condoleren. Maar het ging om iets anders: zij stelde dat ik ziek was, geestelijk wel te verstaan; gestoord dus. En daarom moest ik maar niet naar de begrafenis gaan. (mijn ex heeft mij, waar zij maar kon, buiten de begrafenis gehouden).

Kortom: Leigje met haar onovertroffen rechterlijke arrogantie kon ook nog wel eens psychiatertje spelen. Natuurlijk bén ik naar de begrafenis van mijn zoon gegaan; alléén met drie witte rozen naar een kerk met 600 mensen. Maar wat is het menselijk en moreel formaat van iemand die een ander, wiens kind een halve etmaal daarvoor overleden is, ZO tegemoet treedt? En zich zó voor een karretje laat spannen?. Kniehoogte??

U zult zich kunnen voorstellen dat ik dit optreden van Leig de Bruin, waarmee ik ook sindsdien geen contact meer heb gehad of wens te hebben, de rest van mijn dagen niet zal vergeten. Voor de onbegrijpelijke afwijzing van de Nationale Ombudsman resten mij als verklaring alleen mijn ervaringen met Leig de Bruin (overigens hebben ook anderen ervaren door haar met juristerijkronkels afgepoeierd te worden). Mijn ex zal dus wel volledig op de hoogte zijn.

U zult mij niet euvel kunnen duiden, dat ik mij afvraag of mijn klacht door uw bureau afgehandeld kan worden geheel conform de wet, maar buiten iedere bemoeienis, direct of indirect, van Leig de Bruin om. In verband met de tragische kindermoorden in België haalde de Gazet van Antwerpen een uitspraak van Einstein aan:

De wereld is gevaarlijk om in te leven, niet omwille van wie het kwaad begaat, maar wel omwille van hen die alles afremmen en maar laten begaan.

Dit citaat moet ook u als mens en als Nationale Ombudsman zeker aanspreken.

Mijnheer Oosting: de in uw brieven gestelde afwijzing van de meest essentiële elementen van mijn klacht is onjuist en apert in strijd met de wet. Ik verwijs naar mijn brief die u ingesloten vindt. Als u als Nationale Ombudsman er de voorkeur aan geeft te kiezen voor de gevestigde orde door het optreden in deze van de Griffier van het Hof, de Procureur-generaal van het Hof en de Minister van Justitie en daarmee het criminele optreden van mijn ex, ook op uw beurt af te dekken, dan zij dat uw keuze.

Maar essentieel lijkt mij in ieder geval dat uw keuze duidelijk zal zijn en gebaseerd op een meer compleet begrip van de achtergronden van deze situatie. Daarom meende ik er goed aan te doen voor één en ander uw aandacht te vragen, zij het helaas via uw privé-adres. U zult zich kunnen voorstellen dat ik, ook gezien de aard van deze kwestie, een reactie binnen veertien dagen hogelijk zou waarderen.

Hoogachtend, Drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA


Drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA
tel + fax: 070 5118922
van Polanenpark 58
2241 RS Wassenaar

Zie ook:
Eerste brief aan de Nationale Ombudsman
Tweede brief aan de Nationale Ombudsman
Brief aan Minister-president W. Kok