Nederland ontbeert een Grondwettelijk Hof als enig land in Europa. Rechterlijke willekeur is dan ook dagelijkse praktijk

Minister W. Sorgdrager van Justitie wordt keihard aangesproken op haar politieke verantwoordelijkheid


Snuffelhoekje . . . . . SDN homepage

drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA


Ach
Wacht
Het Recht verkracht
Rechter prat van macht
Weet zich geacht
Lacht
Ach



openbaarheid is de enige verdediging tegen corruptie

AAN:

    De Minister van Justitie PER FAX en PER POST
    Ministerie van Justitie
    Schedeldoekshaven 100
    Den Haag

BETREFT:

  • mijn brief aan u d.d. 13 september 1997, met daarbij mijn brief aan de Nationale Ombudsman d.d. 13 september 1997
  • mijn brief d.d. 23 januari 1998 aan de Minister-president, aan u doorgeleid en geheel zonder reactie uwerzijds gebleven
  • mijn brief d.d. 27 januari 1998 aan de Staat der Nederlanden
  • mijn brief d.d. 23 februari 1998 aan de Minister-president, aan u doorgeleid
  • uw schrijven d.d. 12 mei 1998; kenmerk 695770/898
  • uw brief d.d. 13 mei 1998; kenmerk 695773/898

Wassenaar, 13 juni 1998


Geachte Minister,


Hierbij breng ik enkele opmerkingen onder uw aandacht:

  1. de brief d.d. 23 januari 1998 aan de Minister-president werd aan u doorgeleid, maar enig antwoord heb ik niet van uw zijde mogen ontvangen. Daarin kan ik helaas slechts bevestiging lezen van het mijnerzijds gestelde in de brief van 13 september 1997 aan u en de brieven van 13 september 1997 en 18 januari 1998 aan de Nationale Ombudsman, waarop u ook al niet gereageerd hebt. Hoe collaboratie c.q. collusie tot stand kwam, is mij natuurlijk niet bekend zijn. Het lijkt mij uitgesloten dat u de Substituut-Ombudsman niet persoonlijk zou kennen.

  2. naar aanleiding van mijn brief d.d. 27 januari 1998 aan de Staat der Nederlanden ontving ik uw in pijnlijke mate onbevredigende schrijven d.d. 13 mei 1998; kenmerk 695773/898. Ik stelde: "Behoudens toezending van de verzochte documenten binnen de gestelde termijn, ga ik er van uit dat u die mij niet wenst c.q. kunt leveren"

    Dit is nu helaas voor de volle 100 % bevestigd. Daarmee weigert de Staat der Nederlanden, c.q. de Minister-president, c.q. de Minister van Justitie iedere medewerking ten aanzien van het achterhalen van feiten betreffende de zeer bedenkelijke gang van zaken tijdens de zitting d.d. 13 juni 1995 voor het Gerechtshof te Den Haag

  3. mijn brief d.d. 23 februari 1998 aan de Minister-president met als bijlage mijn brief d.d. 23 februari 1998 aan de Procureur-generaal bij de Hoge Raad, werd eveneens aan u doorgeleid. Als reactie ontving ik uw schrijven d.d. 12 mei 1998 kenmerk 695770/898, hetgeen ik met de beste wil van de wereld niet kan beschouwen als een ook maar minimaal begin van een antwoord.

  4. over mijn brief aan de Minister-president d.d. 10 mei 1998 heb ik evenmin van uw zijde iets vernomen terwijl een kopie ervan u ook bereikte over uw privé-fax. Uit de tekst van die brief zal u duidelijk kunnen zijn dat ik tot het uiterste en eigenlijk tegen beter weten in, u het voordeel van de twijfel heb willen geven. Maar blijkens uw totale stilzwijgen lijkt dat laatste niet terecht te zijn geweest.

  5. met al het vorengaande is iedere twijfel weggenomen en is er nog slechts ruimte voor één conclusie: u bevestigt dat de in de brief van 10 mei 1998 genoemde mogelijkheid A de juiste is. Ik citeer: "A. als minister gebruikt zij eigen macht voor afdekken van het vermelde ernstig crimineel gedrag van een gerechtsauditeur van de Hoge Raad en zij volgt daarmee het voorbeeld van de top van de Hoge Raad. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van zo'n ambtenaar ligt volgens de wet in eerste instantie bij de President van de Hoge Raad en verder bij de Minister van Justitie."

  6. mijn conclusies zijn daarmee duidelijk en onvermijdelijk: U hebt, terwijl u zich daarvan persoonlijk bewust bent geweest, uw bevoegdheden benut voor het afdekken van ernstig crimineel (frauduleus) optreden van een juriste, lid van de rechterlijke macht, gerechtsauditeur fiscale Zaken van de Hoge Raad en voor het overige ook voor het op grove wijze materieel bevoordelen van die gerechtsauditeur.

    Uit uw antwoorden op vragen gesteld door Dhr. Th.J.M. Hendriks, lid van de Tweede Kamer, is duidelijk gebleken dat voor het optreden van de gerechtsauditeurs van de hoge Raad de President van de Hoge Raad en u als minister van Justitie verantwoordelijk zijn. U hebt uw verantwoordelijkheid in deze ontlopen en uw bevoegdheden gebruikt ten faveure van een lid van de rechterlijke macht en het imago daarvan.

  7. kopie van deze brief zal ik doen toekomen aan de Minister-president.

  8. gezien de aard van mijn constateringen, neem ik de vrijheid deze brief aan derden ter lezing voor te leggen.


Hoogachtend,


Drs. N.C. Burhoven Jaspers MBA
telefoon + fax: 31 70 5118922
van Polanenpark 58
2241 RS Wassenaar