Groene stroom verhult subsidiemisbruik. De overbodige € 1,3 miljard subsidie moet naar de duurzame Nuloptie van Edelchemie

Belangenverstrengeling en corruptie in Sint-Oedenrode m.b.t. de milieupolitiek
Een lezing ex-raadsheer dr.mr. Wicher Wedzinga
over rechtspraak in ons Nederland
Nu ook internationaal Ad van Rooij and his battle against the production of wolmanized wood

EuroStaete . . EKC . . Klokkenluiders <===> SDN . . Wolmanzouten . . English

Het dumpen van chemisch afval in nieuw product is milieu tijdbom

Onderaan dit blokschema krijgt u puntsgewijze uitleg en verdere belangrijke informatie

Onderaan deze pagina staan ook video  beelden die u niet mag missen ?? 
bekijk en luister ze op uw gemak en trek zelf uw conclusie hier uit.

Blokschema 'van hoog problematisch afval tot groene stroom  

Stichting tot behoud leefmilieu, Buggenum, Haelen, Horn, Nunhem

en naaste omgeving

contact e-mail: milieustichting@hetnet.nl

web-site: http://urlm.nl/www.leefmilieu-leudal.nl


Puntsgewijze toelichting van bovengenoemd blokschema

 
Aan de hand van bijgevoegd blokschema "van hoog problematisch afval tot groene stroom" kan ik u dat puntsgewijs perfect uitleggen.
1.        De metaalindustrie petrochemische industrie produceren jaarlijks tonnen hoogproblematisch gevaarlijk afval.
2.        Dit hoogproblematische gevaarlijke afval kan niet worden verwerkt in afvalverbrandingsinstallatie's (AVI).
3.        Dit hoog problematisch gevaarlijke afval moet eeuwig worden opgeslagen, hetgeen deze metaalindustrie/petrochemische industrie enorm veel geld kost.
4.        De Tweede Kamer der Staten-Generaal heeft onze Bestrijdingsmiddelenwet vastgesteld. Deze Bestrijdingsmiddelenwet kent een tweetal ernstige tekortkomingen, te weten:
a.        Deze wet houdt geen rekening met de afvalfase van het bestrijdingsmiddel.
b.        Op grond van deze wet behoeven de niet-werkzame chemische stoffen niet te worden genoemd.
Met deze ingebrachte tekortkomingen in de Bestrijdingsmiddelenwet wordt het hoogproblematisch gevaarlijk afval van de metaalindustrie/petrochemische industrie, aangevuld met een bepaalde hoeveelheid werkzame stoffen om aan het toegelaten percentage te komen, omgezet tot een bestrijdingsmiddel voor het impregneren van hout.
5.        Het onder 'punt 4' gemaakte bestrijdingsmiddel wordt verkocht aan houtimpregneerbedrijven. De minister van VROM heeft in mei 1992 voor zo'n 35 Nederlandse houtimpregneerbedrijven de "circulaire betreffende werkprogramma milieumaatregelen bij houtimpregneerbedrijven" vastgesteld. Overeenkomstig deze circulaire is aan alle Nederlandse houtimpregneerbedrijven milieuvergunning verleend. Deze circulaire houdt geen rekening met de gebruiks- en afvalfase van het geïmpregneerde hout. Met deze ingebrachte tekortkomingen in de aan de Nederlandse houtimpregneerbedrijven verleende milieuvergunningen mogen deze bedrijven schoon hout tot aan de kern toe volpersen met het onder 'punt 4' genoemde bestrijdingsmiddel en daarvan 'geïmpregneerd hout' maken.
6.        Dit geïmpregneerde hout wordt verkocht aan andere bedrijven waaronder timmerfabrieken. Deze timmerfabrieken maken daarvan tuinhekjes, tuinhuisjes, kinderspeeltoestellen, bouwhout voor in de ecologische woningbouw e.d. Al dan niet overgeverfd overeenkomstig wensen van de consument.
7.        De gebruiksfase van dit geïmpregneerde hout bedraagt gemiddeld zo'n 10-30 jaar afhankelijk van de toepassing. Daarna komt het in de afvalfase terecht.
8.        Dit geïmpregneerde hout komt in de afvalfase vrij als sloophout.
9.        In Nederland staat op dit moment zo'n 12 miljoen m3 met arseen en/of chroom VI geïmpregneerd hout uit. Elke m3 hout (500 kg.) bevat zo'n 2 3 kg. Chroom VI. Dit geïmpregneerde hout sloophout moet overeenkomstig de Eural daarom als gevaarlijk afval worden verwijderd en verwerkt. Dit al dan niet overgeschilderde geïmpregneerde sloophout valt in de afvalfase visueel niet te onderscheiden van het overige sloophout. Onafhankelijk onderzoek uitgevoerd door Stichting Advisering Bestuursrechtspraak heeft dat uitgewezen. Dit gevaarlijke sloophoutafval mag om die reden dan ook niet worden vershredderd met niet gevaarlijk sloopafval.Bij uitspraak F03.98.0171 e.v. van 18 augustus 1998 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak op grond van de volgende overwegingen: Uit de door de Stichting Advisering bestuursrechtspraak uitgebrachte deskundigenbericht is gebleken dat verduurzaamd hout niet visueel valt te onderscheiden van onbehandeld hout. dan ook beslist dat betreffend sloophout niet mag worden vershredderd. Deze bindende uitspraak van de Raad van State wordt echter al ruim 4 jaar lang door alle provincies genegeerd. Het vershredderen van sloophout en het vermalen tot poeder is op grond van deze feiten wettelijk verboden.
10.                       Nadat het onder 'punt 9' genoemde (gevaarlijke) sloophoutafval is vershredderd en verpoederd wordt het biomassa of secundaire brandstof genoemd.
11.                       De onder 'punt 10' genoemde biomassa wordt door o.a. Nuon tot in een concentratie van 40% bijgestookt in de kolengestookte elektriciteitscentrales voor de opwekking van groene stroom. Hiervoor krijgen Nuon en Essent grote bedragen aan subsidie van onze overheid; waaronder terugbetaling REB-belasting. De 12 miljoen m3 toekomstig gewolmaniseerd sloophout dat in Nederland op dit moment uitstaat bevat in het totaal zo'n 13 miljoen kg. arseen en zo'n 30 miljoen kg. chroom VI, zijnde zwarte lijststoffen. Door dit sloophout als biomassa mee bij te stoken in de kolengestookte elektriciteitscentrales voor de opwekking van groenen stroom betekent dat deze miljoenen kilogrammen arseen en chroom VI
12.                       f in het vliegas achterblijven en door toevoeging aan cement, asfalt, stenen en e.d. in bouwmaterialen verder diffuus worden verspreidt, met alle rampzalige gevolgen van dien. Zware metalen kun je immers niet verbranden en zijn over een miljoen jaar nog even giftig en gevaarlijk.
13.                       f via de schoorsteen diffuus verspreid over de omgeving worden uitgestoten dat vervolgens weer met neerslag mee over de mensen, dieren, groente, fruit e.d. wordt verspreid waarna het in de bodem in oppervlaktewater.