Dr. G.J.J. Beukeveld heeft voor gemeenten, provincies en spoorwegen
de snelle oplossing voor een grondsanering en schonegrondverklaring

PTS Grondreiniging . . Kamerzetel 151 . . Klokkenluiders <===> SDN . . EuroStaete

Op woensdag 19 oktober 2011 werd een workshop georganiseerd van auspiciën door het Agentschap van het
Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie in 't zalencomplex van Hoog Catharijne te Utrecht

N. Knaap
Agentschap NL,
Juliana van Stolberglaan 3,
Den Haag
Hoorn, 23 oktober 2011
Geachte heer Knaap,

Uw reactie verwoord in het e-mailbericht van 22 oktober 2011 verbaast mij ten zeerste.

Allereerst heb ik geen bemoeienis gehad met de publicatie van de SDN en is het naar mijn mening aan de vrijheid van meningsuiting en redactionele vrijheid van de redactie van de SDN te publiceren en per e-mail rond te zenden, wat zij willen. Daarnaast heb ik geen enkele zeggenschap over de website van de SDN en wil ik dat ook niet hebben.

Om alle partijen tot rust te doen komen zal ook ik de SDN vragen hun website zo aan te passen, zodat hierover richting CityChlor, UpSoil en eventueel andere partijen geen misverstanden en verwarringen  kunnen ontstaan.

Het Agentschap NL zal hiervoor zelf ook dit verzoek bij de SDN in moeten leveren.

Op de website van de SDN ga ik niet in omdat die niet van mij is en ik daar geen zeggenschap over heb en nogmaals, deze zeggenschap niet wil hebben.

Dan de feitelijke onjuistheden en het verwijt dat ik mij in de discussies tijdens de workshop van CityChlor gehouden op 19 oktober 2011 te Utrecht niet actief in het openbaar heb geroerd.

Ik begin met de openbare discussies.

Als toehoorder ben ik naar deze workshop gegaan en daarbij heb ik enkele feiten gepresenteerd gekregen en conclusies zien trekken, die mij de tenen hebben doen krommen. Nu kun je daar vanuit het publiek dat aanwezig is enkele kritische (lees, voor een kundige fatale) opmerkingen maken waarbij de presentator en zijn/haar onderzoek onderuit worden gehaald en je denkt daarbij goed te scoren. Dat is echter niet mijn stijl en ooit mijn doelstelling. Zo zit ik niet in elkaar en achter de schermen ben ik naar de presentator gegaan en heb ik haar uitgelegd dat zij een paar essentiële fouten heeft gemaakt waardoor haar onderzoek niet uit de bus kwam.

Als voorbeeld van zo’n kardinale fout in deze is de monstername van biologisch grondmateriaal in de stad Utrecht voor een onderzoek naar de bacterie Dehalococcoides. Een andere kardinale fout is het toe willen dienen van zuurstof aan de bodem om het ontchloren te versnellen. Op de noodzakelijke gelijktijdige aanwezigheid van acetaat en waterstof in het onderzoeken sanering met Dehalococcoides ben ik bij de presentatie niet ingegaan, maar met andere toehoorders tijdens de pauzes wel degelijk.

Bekend is dat de bacterie groep Dehalococcoides obligaat anaeroob is en dood gaat als het in aanraking komt met zuurstof. Tijdens de monstername in de 50 liter containers te Utrecht werd geen rekening gehouden met het uitsluiten van zuurstof (zie de presentatie). Deze zuurstof kon zich volop in het opgezogen bodemwater invoegen en alle Dehalococcoides bacteriën doden. Als daarna met dit materiaal biologische proeven met de bacterie Dehalococcoides worden gedaan; en men vindt geen activiteit, dan is dat niet verwonderlijk. De foute conclusie die toen door de presentator werd gegeven is dat er geen Dehalococcoides bacteriën in de bodem aanwezig zijn. Dat is niet juist. In dit opgezogen monster zit door de zuurstof geen levende bacterie Dehalococcoides meer en dat zegt niets over de aanwezigheid in de bodem.

Een simpele, goedkope en snelle methode om te kijken of in de bodem Dehalococcoides aanwezig is, is te kijken naar de aanwezigheid van vinylchloride en etheen in de bodem. Componenten die men verplicht moet meten bij onderzoek naar chloorkoolwaterstoffen in de bodem. Zodra vinylchloride en etheen in de bodem aanwezig zijn, zit daar ook onherroepelijk de bacterie Dehalococcoides, want op dit moment is dit de enige bekende bacterie ter wereld die vinylchloride kan maken. Deze bacterie komt gelukkig over de hele wereld voor. De kans dat deze niet op uw locatie zit is dus zeer tot zeer klein. Het enige wat moet worden gedaan is de bacterie vertroetelen, zodat deze volop voor u aan het werk gaat.

De presentator als wel de hoogleraar heb ik achter de schermen geattendeerd op het obligaat anaerobe karakter van Dehalococcoides. Daarnaast moest de firma die deze testen bij u uitvoert dit gegeven weten en hier naar handelen. Een standaard operatie procedure moet daarbij onvoorwaardelijk zorgdragen dat onderzoeken met obligaat anaerobe bacteriën te allen tijde onder zuurstofloze omstandigheden plaats vinden.

Het niet op adequate wijze nemen van bodemmonsters kost de maatschappij heel veel geld en wordt daarnaast de maatschappij opgezadeld met verstrekkende foutieve conclusies. Hier kom ik nog op terug.

Ook is tijdens de presentatie het bewijs geleverd dat kaliumpermanganaat niet optimaal werkt bij het verwijderen van chloorethenen in de bodem door het feit dat na toediening van kaliumpermanganaat aan de bodem de concentraties chloorethenen enorm toenamen in plaats van afnamen. Hiermee is duidelijk bewezen dat kaliumpermanganaat niet rechtstreeks, allereerst of direct met de chloorethenen reageert en allereerst wel met ander organisch materiaal, waaronder bijna alle levende organismen aanwezig in de grond. Dat daarna weer beroep op deze niet meer levende organismen wordt gedaan, door biologisch te willen saneren, die men hiervoor om zeep heeft geholpen, is een aanname die gedoemd is te mislukken.

De toehoorders in de zaal beaamden dit door hierover kritische vragen richting de presentator te stellen. Door de deskundigen in de zaal werd dit heikele feit naar mijn mening voldoende aannemelijk gemaakt en hoefde ik mij hier niet in te roeren. Een goede verstaander heeft maar een half woord nodig.

Daarbij mag van deskundigen worden verondersteld dat door het toedienen van permanganaat aan de bodem dit gaat leiden tot grote lokale CO2 productie uit organisch materiaal, die daarmee zeer grote concentraties chloorethenen vrijmaken en deze jarenlang allerlei kanten doet opsturen. Daarbij wordt over scenario’s voor sanering gesproken van 20 tot 30 jaar, terwijl een goede biologische opzet in een half jaar moet zijn geklaard. Zie als voorbeeld figuur 3 in de bijlage chemisch oxideren in de bodem van K. Mundle et al.

Tijdens de pauzes en rondleiding heb ik enkele mensen uiteengezet hoeveel geld het onze maatschappij wel niet kost als onderzoeken op niet juiste wijzen worden uitgevoerd en hiermee foute conclusies worden getrokken. Deze foute conclusies blijven soms jarenlang tegen zeer hoge kosten doorwerken.

Door gebrek aan kennis, die toch vrij beschikbaar en gratis overal op internet aanwezig is, heb ook ik tijdens de presentatie te Utrecht over het biologisch saneren grote schade geleden. Hierbij refereer ik aan de algemene bekendheid, dat met het werken van obligaat anaerobe bacteriën onder zuurstofloze condities moet worden gewerkt; en aan de bekendheid dat bij proeven met de bacterie Dehalococcoides waarbij waterstof en acetaat niet gelijktijdig in het groeimedium aanwezig zijn compleet waardeloos zijn.

Als voorbeeld heb ik tijdens de pauzes genoemd alle onderzoeken in de literatuur met de bacterie Dehalococcoides waarbij geen rekening is gehouden met het feit dat deze bacterie zowel acetaat als waterstof gelijktijdig nodig heeft om te kunnen ontchloren. Alle onderzoeken die hier geen rekening mee hebben gehouden en dat zijn tot nu toe bijna alle onderzoeken, zijn niet representatief voor het werkelijk functioneren van deze bacterie in het laboratorium en in de grond. Toch worden hieraan bij afwezigheid van een of beide essentiële componenten en afwezigheid van parate kennis diepgaande en verstrekkende conclusies verbonden. Deze foutieve conclusies zijn geldverslindend, waarbij de gewone burger voor deze kosten opdraait, daarbij de burger onnodige gezondheidsrisico’s loopt en later extra moet betalen voor het drinkwater.

Enkele toehoorders heb ik tijdens de pauzes het voorbeeld van personen gegeven, die na achteraf bleek met honger en dorst in opdracht van een onderzoeker de marathon moesten lopen. In no time haakte de eerste persoon af. De conclusie van deze onderzoeker met dit onderzoek was, dat de mens geen marathon kan lopen. De onderzoeker dacht vervolgens na en kwam op het lumineuze idee dat water misschien wel een essentiële stof voor de marathonloper kon zijn. Een andere proefpersoon kreeg tijdens het lopen herhaaldelijk water toegediend maar ook hij haalde de eindstreep niet. De onderzoeker meldde vervolgens: de mens kan geen marathon lopen en water is hierbij niet essentieel. Vervolgens werden zonder succes allerlei andere stoffen aan hongerige en dorstige marathonlopers gegeven, die allen tot de reeds bekende conclusies leidden. Een marathon is niets voor de mens. Pas de combinatie van voldoende voedsel én water voor, tijdens en na de marathon aan de proefpersoon gegeven, leidt tot het uitlopen van de gehele marathon (binnen een redelijke tijdslimiet). 

Dehalococcoides die in de bodem met duizenden andere soorten bacteriën zit, moet concurreren met acetaat en waterstof en staat derhalve de meeste tijd “droog en hongerig” te kijken naar chloorverbindingen, die het door gebrek aan energie en essentiële bouwstoffen niet af kan breken. Wil je deze Dehalococcoides de marathon van ontchloren laten lopen dan moeten waterstof en acetaat langdurig in ruim voldoende hoeveelheden aanwezig zijn. Een gegeven dat na 2006 bekend verondersteld mag zijn en door kopstukken op het gebied van Dehalococcoides is bevestigd, zie de presentatie van de hoogleraar Smit en de publicaties van Loeffler en Adrian.

Soortgelijke niet volledige onderzoeken op laboratoriumschaal en in situ hebben zich de afgelopen jaren hoofdzakelijk rond de bacterie Dehalococcoides afgespeeld. Honderden onderzoeken zijn daarbij uitgevoerd waarbij nergens rekening is gehouden met het feit dat deze bacterie gelijktijdig acetaat en waterstof nodig heeft om te kunnen ontchloren.

Waren de omstandigheden op het laboratorium en in de bodem niet dusdanig, dat andere bacteriën toevallig gelijktijdig voldoende acetaat en waterstof produceerden, dan vond geen enkele ontchloring plaats. Andere bacteriën moesten bijvoorbeeld via melasse, methanol, wei, lactaat, butyraat, oliën en een scala aan andere stoffen aan de laboratoriumtesten of aan de bodem toegevoegd hier min of meer gelijktijdig acetaat en waterstof  produceren, zodat Dehalococcoides hier iets mee kon doen. De kans dat daarbij gelijktijdig voldoende waterstof en acetaat aanwezig waren met de enorme concurrentie van honderden andere soorten bacteriën, die beide stoffen ook wel lusten, is zeer tot zeer klein en niet voorspelbaar.

Om onafhankelijk van externe omstandigheden te zijn, heb ik in het verleden met succes het gelijktijdig toedienen van buitenaf van acetaat en waterstof aan de bodem toegepast bij het ontchloren van PER en TRI in hoge concentraties. Binnen één maand na het toedienen van een eenmalige injectie van waterstof en acetaat aan een sterk vervuilde boden werd een reductie van ruim 50 tot 100 % van de chloorethenen waar genomen. Ook die van de dichloorethenen en vinylchloride.

Een andere min of meer soortgelijke opzet met continue toedieningen van waterstof en acetaat gaven binnen een maand  reducties van 80 tot 90% te zien. Ook op laboratoriumschaal is bewezen dat Dehalococcoides tegen bijna verzadigbare concentraties PER en TRI optimaal en zeer snel kan werken.

Vanaf 2006 is bekend dat Dehalococcoides zowel acetaat als waterstof nodig heeft om zich voor te kunnen planten en te kunnen ontchloren. Dit gegeven op websites van diverse octrooibureaus en patentorganisaties aanwezig, is voor iedereen vrij toegankelijk. Daarnaast geeft Google met de trefwoorden acetaat en Dehalococcoides op bijna plaats 1 een linkverwijzing naar mijn presentatie en mijn octrooi alwaar eveneens de SDN in zijn recente persbericht richting naar verwijst. Derhalve gegevens waar deskundigen op het gebied van het klaren van chloorkoolwaterstofverbindingen reeds vele jaren geleden op de hoogte hadden kunnen zijn als zij zich in enig literatuuronderzoek in deze hadden verdiept.

Uw grote verontwaardiging over een snelle en goedkope biologische saneringsmethode had dan achterwege kunnen blijven en hadden wij met ons beiden op een hoger niveau hierover van gedachten kunnen wisselen hoe hier in de toekomst mee om te gaan.

Hierbij geef ik tevens aan, dat ik een paar jaar geleden uw ministerie, alle gemeenten en provincies in Nederland uitgebreid op de hoogte heb gesteld van mijn biologische methode, die met behulp van acetaat en waterstof zeer snel, efficiënt en goedkoop vervuilde bodems kan reinigen van chloorkoolwaterstoffen. Dit gegeven naast de route van het Internet en het actief zoeken naar parate kennis had via dit kanaal ook u moeten bereiken.

Als klinisch chemicus in deze materie een buitenstaander te noemen heb ik mij afgelopen woensdag de datum 19 oktober 2011 te Utrecht ten zeerste verbaasd over gebrek aan parate kennis van personen, die zich terzake kundig noemen. Voor velen valt nog veel tot zeer veel te leren alvorens zij zich in openbare discussies kunnen en mogen roeren. Dat laatste verbod geldt alleen vanwege het voorkomen van het trekken en laten trekken van foutieve conclusies na bepaalde presentaties en uitspraken.

Voor de enorme snelheid van voortplanten van de bacterie Dehalococcoides wordt verwezen naar de voordracht van de hoogleraar Smit. Verdubbelingswaarden van minder dan twee dagen zijn uit zijn presentatie af te leiden. Zou hierbij alles voortvarend verlopen dan zou na 6 maanden exponentiële groei  zoveel Dehalococcoides bacteriën op de wereld aanwezig zijn dan ooit te voren aan alle bacteriën samen. Dit ter illustratie van het potentieel aan groei van zo’n bacterie als alles onder gunstige omstandigheden verloopt.

Onder ideale omstandigheden zijn bijna verzadigde oplossingen van PER en TRI in water door de Dehalococcoides bacteriën binnen enkele uren geheel omgezet in etheen. Hier hebben wij het niet over 20  tot 30 jaar met een onzekere afloop met behulp van permanganaat als injectiemethode, niet over maanden zoals ik zekerheidshalve voorstel (en om niet belachelijk over te komen), niet over weken, dat voor iedereen in het veld als ongeloofwaardig klinkt, niet over dagen, maar over uren. Uit te rekenen en met literatuurstudies valt te staven dat met goede biologische omstandigheden niet over jaren doch over saneringsuren moet worden gesproken. De praktijk zal dus maanden en geen jaren saneren meer zijn met een volkomen voorspelbaar eindresultaat.

Goedkoper

Tijdens de workshop werd voorgesteld om eerst chemisch te oxideren en daarna biologisch. Als de chemische methode achterwege kan worden gelaten omdat deze niet optimaal met de meeste chloorkoolwaterstoffen werkt dan is men bij het weglaten van deze methode al goedkoper uit. Dit hoeft geen nadere uitleg.

Zowel bij de biologische als bij de chemische methoden moeten van buiten stoffen aan de bodem worden toegevoegd. Voor de biologische methode hoeft men maar vier/vijf keer vlak achter elkaar te injecteren en dan zijn de bron- en pluimvervuilingen geklaard. Jarenlang onderzoek is dan niet meer nodig. Bij de chemische methode spreekt men over een periode 20 tot 30 jaar met daarna geen garantie voor de toekomst (zie de presentaties tijdens de workshop en het artikel van Mundle).

Tijdens de workshop liet hoogleraar Smit zien dat in drie weken tijd de concentratie aan Dehalococcoides met een factor 10.000 toenam als acetaat en waterstof als substraat werden gebruikt. Tijdens de discussie die op zijn presentatie volgde werd het enorme na-ijleffect van deze grote concentratie aan bacteriën besproken en dat is juist. Dit na-ijleffect treedt niet op bij een eenmalige gift van kaliumpermanganaat. Sterker nog bij zo’n gift worden enorme hoeveelheden mangaandioxide gevormd, die slecht oplosbaar zijn, de rest inkapselen en het chemisch proces enorm frustreren.  Meerdere kleine toedieningen zouden dit effect minder dramatisch maken, werd tijdens de workshop gemeld. Meerdere chemische injecties zijn dan ook hier noodzakelijk.

Over een periode van 5 jaren na een even groot aantal injecties is alles geklaard (ook de bron) met behulp van de bacterie Dehalococcoides en vindt men verhoogde concentraties vrije chloorkoolwaterstoffen met de permanganaatmethode in een bodem die biologisch compleet inert is gemaakt. Een leek kan bepalen welke methode het meest kosteneffectief, efficiënt en veilig is.

Over de voorspelbaarheid, reproduceerbaarheid en betrouwbaarheid van beide methoden is dan nog niet eens gesproken. Ook de veiligheid voor de burger die kort bloot wordt gesteld aan giftige producten biedt een enorm voordeel.

Een bodem jarenlang vergiften om hiermee te ontgiften of een bodem met biologische materialen te stimuleren tot ongekende activiteiten is de discussie waar het naast de centen en veiligheid hier om gaat.

Een burger die uiteindelijk voor deze totale saneringskosten opdraait mag er toch van uitgaan dat de overheid en de saneringsbedrijven op adequate wijze die saneringstechnieken inzetten, die thans state of the art zijn, voorspelbare resultaten opleveren en dat tegen redelijke en betaalbare prijzen.

Gratis Saneringsvoorstel

Om u te laten zien dat de biologische methode met behulp van de bacterie Dehalococcoides, waterstof en acetaat snel en efficiënt ernstig vervuilde bodems klaart van chloorethenen is het mijn voorstel om geheel gratis ergens in Nederland een plaats van bijv. 12 bij 12 meter groot en 12 meter diep binnen 6 maanden na de start te saneren tot schoon.

De enige kosten voor de eigenaar zijn hierbij de analysekosten voor het periodiek nemen van bodemmonsters. Bewust worden hierbij deze afname en analysekosten uitbesteed zodat op een onafhankelijke wijze de resultaten boven water komen. In deze mag u ook zelf met een firma komen die deze sanering op zich wil nemen. Deze firma krijgt daarvoor van mij de licentie om deze proef uit te voeren.

Zodra u een locatie heeft dan start een erkend milieuadviesbureau dat zich specialiseert op deze biologische methode binnen 1 maand met het saneren en moet deze locatie met een oppervlak van 12 bij 12 meter groot ruim 12 meter diep binnen 6 maanden van chloorethenen zijn verlost.

Wachtend op uw voorstel, verblijf ik.

Met vriendelijke groet,

Dr G.J.J. Beukeveld
Renoirhof 161
1628 XC Hoorn

Commentaar:

Geachte heer Knaap. U uit nogal ongenuanceerd kritiek op het korte verslag van de redactie van de SDN waarin geen enkele onjuistheid staat m.b.t. dat wat in de workshop is getoond en gezegd. U kunt dat aan de betrokkenen en aan de belastingbetalers van de gemeente Utrecht laten zien door de presentaties op het internet beschikbaar te stellen, zodat de burgers en politici in Utrecht een gedegen afweging kunnen maken over welke methode voor hun stad het beste is.

U vraagt volkomen prematuur een onderbouwing van de kosten van de Beukeveld-methode, maar is die wel relevant wanneer gesteld wordt dat een volledige sanering in een zeer korte tijd kan geschieden en de benodigde voedingsstoffen voor de bacterie heel goeddoop zijn? Is uw reactie niet een van schrikken voor een veel betere en goedkopere oplossing buiten een lopend contract om met een saneerder waardoor dit contract onder druk kan komen? Het gaat om honderdduizenden locaties met vervuiling in ons land alleen al. Een miljardenzaak. Dit nog naast de gezondheidsaspecten van de burgers en de drinkwatervoorziening; en last but not least de waarde van onroerend goed en grond en de opstallen daarop die nu geen schonegrondverklaring kunnen krijgen van de gemeente of van de provincie, maar na sanering natuurlijk wel.

Het ministerie Economische Zaken zal toch grote belangstelling moeten hebben voor deze methode en techniek van de heer Beukeveld die ook voor overheidsinstellingen en particuliere eigenaren van grond een groot probleem kan helpen oplossen.

De redactie van de Sociale Databank Nederland is zeer geïnteresseerd in uw standpunt en dat van de gemeenteraad van Utrecht, de ministeries van Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, het ministerie van Financiën (gezien de miljardenbesparingen), de Tweede Kamer der Staten Generaal en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) t.a.v. de door de heer Beukeveld ontwikkelde saneringmethode.

De workshop was overigens zeer interessant om bij te wonen en getuigde van een sterke betrokkenheid van de presentatoren en de ca. zeventig toehoorders. Het feit dat de heer Beukeveld geen opmerkingen maakte over zijn bevindingen m.b.t. de bodemsaneringsmethoden met achteraf een persoonlijke uitleg aan enkele betrokkenen is juist vanwege de ethische kant in de privésfeer gedaan. Het verwijt van de heer Knaap is onterecht, mede omdat nu met de presentatie op het internet bestuurders en wetenschappers op een samenhangende wijze de Beukeveld-methode (C)(R) kunnen beoordelen.




Gerard Beukeveld Presenteert nieuwe bodemreinigingstechniek (video)
Met PowerPoint presentatie of PowerPoint Dia-show en PDF-document