Eis tot rectificatie van alle onwaarheden en gegevens in uw bevindingen

EuroStaete . . Kamerzetel 151 . . Klokkenluiders <===> SDN . . Antecedenten Juristen

Open brief aan de Nationale Ombudsman in Den Haag


Aangifte van verkrachting van discotheekbezoekster in Lord Nelson


De Substituut Nationale ombudsman
Mevr. mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt
Postbus 93122
2509 AC Den Haag

Hoorn, 30-4-2003

Deze brief wordt open verzonden en kan op Internet worden geplaatst.

Betreft: eis tot rectificatie van alle onwaarheden en gegevens in uw bevindingen waarvan u weet dat zij niet met de werkelijkheid overeen komen. Uw verslag wordt dan wel zeer kort doch in het belang van waarheid en het recht is dit gerechtvaardigd.

    Geachte mevrouw mr S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt,

Samenvatting: bij het evalueren (en rechtvaardigen) van het omdoen van handboeien bij alle aanwezigen in de discotheek tijdens een onwetmatige inval van politie gaat de Nationale ombudsman (NO) net als de korpsbeheerster uitsluitend en alleen uit van gegevens die na de inval door politie zijn verzonnen om de inval enigszins te rechtvaardigen. Hierbij wordt de niet verwijtbare klager eerst zwart, gitzwart gemaakt, zodat de politie onder extreem gevaarlijke situatie werkend, foutjes (zoals het plegen van meineed) kan worden vergeven.
Wij dagen de NO uit het omdoen van handboeien te evalueren met belastende gegevens over de discotheek en zijn beheerders die voor de inval van politie bij politie en justitie bekend waren. Deze gegevens zijn namelijk niet voorhanden en toch vond de inval van politie plaats.
Zolang de NO aan deze uitdaging geen gehoor geeft, worden de bevindingen van NO, die op leugens zijn gebaseerd, niet geaccepteerd als adviesmateriaal voor het evalueren van artikel 11 van de Grondwet.
Vanwege de grote teleurstelling in het Instituut NO straalt onderhavige brief boosheid met een uiterst serieuze ondertoon uit, met als enige doelstelling: recht.

Inleiding: naar aanleiding van uw rapport met uw bevindingen, niet de onze, (JVG 2001.05372) is het diep, diep treurig te moeten constateren, dat u harder meehuilt met de wolven in het bos, dan menig andere overheidsfunctionaris in onderhavige zaak heeft gedaan, in een poging de burger rechten te ontnemen en monddood te maken bij een evident geval van meineed door brigadier H.J. Huizenga, District Drenthe zuid op 31 mei 1999 begaan.
In dit bos probeert elk, zo ook u, de leider te overtreffen, hetgeen u is gelukt.

Hierbij maakt u gebruik van dezelfde doorzichtige, niet te tolereren, technieken als ook enkele (hoofd)officieren van justitie, bestuursrechters, leden van de Raad van State en vele andere hoge ambtenaren gebruik van hebben gemaakt.

U schildert de klager af als een grote crimineel, waarbij de betrouwbare ambtenaar in zijn ijver een foutje heeft gemaakt, dat hem vanwege de gevaarlijke omstandigheden, waarin hij heeft moeten opereren, zal worden vergeven.

Dat precies het omgekeerde het geval is en wij over meineed en evident liegen van politiefunctionarissen spreken bij niet verwijtbaarheid van de klager, verkracht u met uw bevindingen de waarheid ten koste van het recht, daarbij frauderende ambtenaren in bescherming nemend, zodat zij weer nieuwe slachtoffers uit kunnen zoeken, vinden en maken.
Hierbij worden deze frauderende ambtenaren door elke overheidsinstantie, ook de uwe, gedekt. Hierdoor gaan zij maar door, door en door.

Waar het hier om gaat is het feit dat de politie op 28 mei 1999 zonder duidelijke redenen en zonder aanwezigheid van een machtiging en lijfelijke aanwezigheid van een officier van justitie de discotheek Lord Nelson te Coevorden met zestien man en een hond binnen viel en niets aantrof om de inval te kunnen rechtvaardigen. Derhalve werden persberichten en een proces-verbaal van bevindingen opgesteld vol met grove leugens om de zaak enigszins te redden.

Vanuit eigen gewin, om de discotheek goedkoop in handen te krijgen, anticipeerde de burgemeester van Coevorden mr ing. B.P. Jansema voortvarend op deze onwaarheden door overal een flinke schep bovenop te doen.
Vier jaren continue strijd met diverse overheidsinstanties en bestuursrechters, die elkaar op elk gebied volledig indekken, een failliete discotheek en miljoenen schade zijn het gevolg.

Het persbericht van de politie over de inval werd als klacht door de klachtencommissie van politie gegrond verklaard, met dien verstande, dat de gehanteerde gegevens, zoals de tientallen grammen cocaïne en diverse wapens, die werden aangetroffen, niet juist waren en hiermee door de politie een valse teneur werd geschapen.

Het proces-verbaal van bevindingen vol met vormfouten onder ambtseed opgesteld door brigadier H.I. Huizenga getuigt van verwijtbaarheid door met voorbedachte rade te liegen, hetgeen neerkomt op het plegen van meineed.

Zoals u ook weet, heeft de korpsbeheerster mevrouw D. van As-Kleijwegt in haar brief van 3 juli 2001, pas nadat alle bestuursrechtelijke stappen waren doorlopen en verloren, toegegeven dat het eerste proces-verbaal van bevindingen, waar u gretig uit citeert, vormfouten bevat (bijlage 1).

Het is verbouwererend en zelfs diep, diep triest te moeten constateren dat u deze voor ons zeer ontlastende brief niet in uw lijst met informatieoverzicht heeft staan en daardoor deze brief compleet negeert, maar desalniettemin de inhoud van deze brief in uw eigen voordeel subtiel misbruikt.

Het was toch onder uw supervisie, dat deze brief tot stand is gekomen en derhalve ook naar u is gestuurd. In ieder geval hebben wij deze brief ook naar u gestuurd en meerdere malen aangehaald, de reden dat de brief in uw bezit moet zijn en u van de inhoud op de hoogte bent.
Wij begrijpen best dat deze brief u niet past in de context van uw bevindingen en stramien, omdat het er op neerkomt, dat toegegeven moet worden, dat het door uw aangehaalde proces verbaal van bevindingen vol met vormfouten staat, de ware aanleiding van de inval verdwenen is en dat er meerdere soorten processen-verbaal bestaan, waarvan een burger geen weet heeft, totdat hij ongewild in aanraking komt met frauderende ambtenaren.
Uit de door u niet aangehaalde brief van de korpsbeheerster is voor een leek overduidelijk in te zien, dat brigadier H.I. Huizenga meineed heeft gepleegd, eerlijke en behoorlijk processen heeft verstoord en enorme materiele en immateriële schade heeft aangericht, daarbij een jong gezin met drie opgroeiende kinderen ten gronde richtend.

De leek weet dan ook, dat de rest van het “voorlopig” proces verbaal, waaronder de hoeveelheid in beslag genomen spullen, aanleiding van de inval en gebruikersruimte op leugens zijn gebaseerd.

Vanuit overheidszijde verdween de gebruikersruimte daarom systematisch en tactisch uit elke briefwisseling.
Zonde toch, zou je zeggen, het was toch zo’n mooi bedachte ruimte, die het in de media zo goed heeft gedaan en alwaar personen rustig cocaïne tot zich konden nemen.
Alleen had de politie bij het bedenken van deze leugen geen rekening gehouden met het feit, dat zij dan in strijd met de Wet privé-ruimten betrad en er geen officier van justitie aanwezig was om dit ter plaatse te kunnen tolereren.
Om tactische redenen moest daardoor de gebruikersruimte verdwijnen.
Dit kon de procedure wel velen.
Het was immers toch maar een leugen en er bleven nog genoeg andere leugens over om ten koste van de waarheid elke andere leugens in stand te kunnen houden

Door de brief van de korpsbeheerster is de aanleiding van de inval (het drugsgebruik van F. Beukeveld) komen te vervallen. Het vreemde hieraan is dat tot op heden niemand, ook de korpsbeheerster niet, met een andere aanleiding van de inval is gekomen of zich heeft afgevraagd, waarom de politie dan wel de discotheek binnen is getreden.
Toch wel, de NO heeft namelijk deze brief wel in zijn bezit en realiseerde zich dat hier iets kroms ontstond.
Ook u heeft dus de brief van de korpsbeheerster in uw bezit, maar bewust niet op de informatielijst staan en u heeft wel doorzien, dat de ware reden en doel van de inval door deze brief van de korpsbeheerstere verdwenen zijn.
Om dit te pareren komen u en achteraf ook de korpsbeheerster (zie haar vervolgbrieven) met een andere aanleiding en doel van de inval, die uitsluitend en alleen op RCID informatie is gebaseerd.
Over deze RCID informatie, die pas vier maanden na de inval werd opgesteld, omdat voor de inval geen enkele RCID informatie voorhanden was, komen wij verderop terug.
Eerst gaan wij iets dieper in op het doel van de inval.

Doel van de inval

Zou het gegeven dat de discotheek op een kruispunt van meerdere bestemmingsplannen in Coevorden ligt debet kunnen zijn aan de inval, het sluiten en vervolgens het intrekken van de horecavergunningen in samenhang met de niet verwijtbaarheid van de beheerders, is de vraag die wordt gesteld en wordt beantwoord.

Wij denken van wel.

Daarom moest de politie op de eerste avond van de heropening van de discotheek (zaterdag 4 op zondag 5 september 1999) in opdracht van de burgemeester van Coevorden de discotheek wederom van binnen en van buiten controleren en dit vervolgens wekelijks uitvoeren. Daardoor kon de politie in de nacht van 4 en 5 september 1999 geen proces-verbaal opmaken van een diefstal in een restaurant in Coevorden, die enkele honderden meters verderop op hetzelfde moment plaats heeft gevonden.
De politie had het, op last van de burgemeester van Coevorden, namelijk te druk met de discotheek Lord Nelson en kon daardoor geen proces-verbaal over de diefstal opnemen, laat staan achter de dief aangaan. Zie voor verdere informatie het verslag van de NO met rapportnummer 2001/252 dd. 17-08-01 waarin de bestolene tevergeefs bij de NO en de burgemeester van Coevorden zijn beklag over gedragingen van de politie deed.)

Wij denken nog steeds dat de locatie van de discotheek een cruciale rol speelde in het sluiten en het intrekken van de vergunningen.
Daarom kwam de politie vier maanden na de inval met nieuwe leugens, een valse aangifte en nieuwe processen-verbaal.
Het “definitieve” proces-verbaal, in vaktermen van de korpsbeheerster, werd toen bedacht en verscheen ten tonele om vervolgens nooit meer te worden gebruikt, omdat dan naar buiten kwam, dat er twee wezenlijk van elkaar verschillende processen-verbaal over een-en-hetzelfde feitencomplex zouden bestaan.
Het doel van binnen treden is hiermee niet verklaard, doch wel de actieve rol van de politie om in samenhang met de burgemeester van Coevorden de discotheek wederom gesloten en gesloopt te krijgen.

Het doel, dat u in uw bevindingen opgeeft komt niet overeen met het doel dat hoofdofficier mr D.F. Greive van het OM te Assen opgaf (bijlage 2).
Hij meldde namelijk dat was binnengetreden op basis van artikel 13b Opiumwet in samenhang met abstracte overlast. Hierbij moest op basis van artikel 172 en 174 Gemeentewet de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid, woon en leefklimaat worden gehandhaafd.
Het kip en ei principe van hoofdofficier Greive om de burger te misleiden en hij vulde deze conventionele draai aan met de mededeling, dat hij uw veelvuldig geciteerde proces-verbaal van bevindingen niet in zijn bezit had.
Ook mr D.F. Greive weet, dat als de politie handboeien om heeft gedaan, de politie dit binnen 48 uur in de vorm van een proces-verbaal aan het OM moet melden. Hij moet het onderhavig proces-verbaal van bevindingen dus wel degelijk in zijn bezit hebben, doch blijft dit ontkennen, omdat hij in samenwerking met mr D. ten Boer van dit OM inmiddels een geheel hernieuwde versie van dit proces-verbaal heeft, dat niet met de eerste en geheel niet met de werkelijkheid en waarheid overeen komt.
Uw gefingeerde officier van justitie zou hier zorg voor hebben moeten dragen. Doch omdat deze niet aanwezig was, is vervolgens door de politie bewust nagelaten proces-verbaal op te maken van het vele geweld, dat zij tijdens de inval heeft toegepast.

Afhankelijk van welke hoofdofficier van het OM te Assen wordt genomen is achteraf dus binnengetreden op basis van artikel 9 Opiumwet of op basis van artikel 13b Opiumwet in relatie met abstracte overlast.
Deze discrepanties weerspiegelen in ieder geval overduidelijk, dat justitie, in tegenstelling tot hetgeen u en de korpsbeheerster beweren, niet vooraf met de politie over de inval heeft overlegd, anders waren hun aanleidingen wel eensluidend geweest.

Nu moet alleen nog vooraf de ware reden van binnentreden boven water komen.

De oplossing hiervoor ligt bij de politie in Heerlen, die ten onrechte vermoedde dat de beheerder drugs en wapens transporteerde, doordat hij toevallig te dicht bij een opslagplaats met deze spullen kwam, waarvan de politie niet precies wist waar deze lagen opgeslagen.
Om de vermeende drugsbende, die in Limburg hierbij betrokken was, op te rollen, koos de politie van Drenthe, hiervoor de discotheek Lord Nelson te Coevorden uit, alwaar zich alleen onschuldigen bevonden, die part nog deel aan enig gebeuren in Limburg hadden.
De beheerder was een van deze onschuldigen en toevallig die ochtend net uit Limburg kwam.

Het feit, dat de politie geen belastende gegevens over de discotheek Lord Nelson en zijn beheerders in zijn bezit had, deed niet ter zake.
Zonder overleg met het OM voerde de politie de inval uit.
Overtuigd van de betrouwbaarheid van informatie, die vanuit Heerlen was gekomen, zouden zij in Coevorden de drugsbende uit Limburg wel even oprollen.

Bewust en met voorbedachten rade is nagelaten de paardentrailer onderweg van Heerlen naar Coevorden aan een inspectie te onderwerpen.
In vaktermen en in strijd met de wet heet dit: laakbare passieve activiteit.

Voor actieve activiteit koos de politie van Drenthe vervolgens een discotheek met de naam Lord Nelson te Coevorden uit en sloeg daarbij alle aanwezigen, inclusief de beheerder als hoofdverdachte van een vermeend transport vanuit Heerlen, meteen in de handboeien om vooral geen kruimeltje drugs te willen missen, daarbij de Opiumwet duidelijk laten prevaleren boven de Grondwet.

Groot waren de teleurstellingen en frustraties van de politie toen bleek dat geen middelen en wapens in de discotheek Lord Nelson te Coevorden aanwezig waren.
Groots werd in het persbericht van politie, dagbladen, op scholen en in het proces-verbaal van bevindingen vermeld dat wel drugs en wapens in de discotheek aanwezig waren.

Dit gegeven kwam de burgemeester van Coevorden goed uit, die toevallig met een aantal bestemmingsplannen rondom de discotheek bezig was.
Actieve publiciteit vanwege geconstateerde handel, drie maanden sluiten van de discotheek, het intrekken van alle horecavergunningen, het voortijdig laten ontruimen van het pand en een groot aantal andere malversaties, waaronder het vergiftigen van twee honden en een konijn 40 km uit elkaar op een en dezelfde dag bij de familie Beukeveld waren hiervan het logisch gevolg, toen te beperkt gehoor aan de dreigementen van de burgemeester van Coevorden werd gegeven.

Zoals hierboven verwoord wijken uw doel en aanleiding van de inval af van de gegevens van hoofdofficier mr D.F. Greive en de onze.
Simpel onderzoek bij de politie te Heerlen, dat u bewust en met voorbedachten rade achterwege laat, zou uitsluitsel verschaffen over de vraag, wie gelijk heeft.
Nu deze gegevens vanuit Heerlen niet bij u vandaan komen, vinden wij wel andere wegen om achter de waarheid van de inval te komen.
In deze hebben wij geduld en zullen wij slagen.

Valse aangifte van middelenbezit

De simpele beredenering van leken, dat als de korpsbeheerster toegeeft, dat het onderhavig proces-verbaal van bevindingen ernstige vormfouten bevat, waardoor zelfs de zelfbedachte aanleiding van de inval komt te vervallen, dat dan de rest van het proces-verbaal aan betrouwbaarheid inboet en niet meer voor volle waarheid moet worden aangenomen, geldt zeer zeker niet voor u en voor de korpsbeheerster, (hoofd)officieren, bestuursrechters, leden van de Raad van State en vele andere hoge ambtenaren, zoals de burgemeester van Coevorden en de commissaris van de koningin Drenthe, die zich, net als u, ook nadrukkelijk ten koste van de waarheid en het recht met deze zaak hebben bemoeid.

De meineed van brigadier H.I. Huizenga werd en wordt door hen en eveneens door u, kost wat kost verdoezeld, waarbij de klager eerst wordtafgemaakt, door een vervalste aangifte van middelenbezit jegens hem in te dienen, om vervolgens voortdurend te melden dat minimaal 15 grammen cocaïne in de discotheek aanwezig waren en de beheerder hier zeer zeker een aandeel in heeft gehad.
Het technisch sepot, waar u zeer zeker de laakbaarheid van begreep, kreeg daarbij een dermate prominente rol, dat de niet verwijtbare klager al met al blij en dankbaar moest zijn dat hij er zo genadig vanaf is gekomen.
Het is, zoals de officier van justitie mr D. ten Boer in dit technisch sepot opmerkte, zo dat als klager het middelenbezit nog een keer flikt, hij er dan niet zo genadig, als nu het geval is, vanaf komt.
De officier mr D. ten Boer dacht met deze opmerking zijn gelijk te krijgen door voor te laten komen, dat enkele van deze fictieve en gemarkeerde grammen cocaïne vast in het bezit van de beheerder moeten zijn geweest. Met zo’n hoeveelheid op zoveel onbeheerde plaatsen kon dat niet anders.

Ook met deze leugens hielden de politie, de officier van justitie en de burgemeester van Coevorden geen rekening met de gouden regels in de drugswereld, dat nooit onbeheerd drugs worden achter gelaten uit angst, dat dit wordt gestolen en dat markering van pakjes, waar de burgemeester uitgebreid melding van maakte, om de handel in de discotheek te accentueren niet door dealers, doch wel door politie wordt uitgevoerd.
Dealers kijken wel uit een identificatiespoor achter te laten.
Politie daarentegen markeert wel eerder in beslag genomen materiaal.
Na deze opmerkingen van ons is nooit meer over gemarkeerde pakjes uit een en de hetzelfde partij komend geschreven.

Bij de rechtbank te Leeuwarden kon officier mr D. ten Boer alleen maar buiten schot van zijn valse aangifte en sepot blijven, doordat zijn collega hoofdofficier mr D.F. Greive meldde, dat klager geen belanghebbende was en het Gerechtshof te Leeuwarden deze onzin gretig accepteerde.
Hierdoor bleef hun score van niet gegrond verklaarde artikel 12 procedures gelukkig op 99%.

15 gram verzonnen cocaïne en de vier punitieve sancties

Voor een eenmalige leugen over 15 gram fictief gevonden cocaïne, dat te pas en onpas wordt aangehaald, wordt de discotheek voor een periode van drie maanden gesloten, wordt vervolgens de vergunningen voor 5 jaren ingetrokken, zodat de discotheek rijp wordt voor de sloop en diverse bestemmingsplannen in het centrum van Coevorden kunnen worden verwezenlijkt.
De verhuurster van het pand, mede met de burgemeester van Coevorden in het complot zittend, beroept zich daarbij met intensieve hulp van een andere gemeente ambtenaar van Coevorden (mr J. Buurman), op het verlies van de vergunningen van de beheerders en zet huurders daarmee voortijdig op straat.
Omdat een procedure bij het Europese Hof over de vergunningen en het ne bis in idem beginsel loopt blijft de sloop van het pand nog achterwege.
Deze punitieve sancties en het door de burgemeester van Coevorden actief op scholen rond laten roepen, dat in de discotheek Lord Nelson wordt gehandeld uit een en hetzelfde feitencomplex waren uitsluitend en alleen gebaseerd op het “voorlopige” proces-verbaal van bevindingen, waarvan de korpsbeheerster toegeeft dat deze vormfouten bevat.
Helaas was toen de uitspraak van de bestuursechter al geweest en sloot de Raad van State actief de ogen voor nieuw ingebrachte feiten met als resultaat, dat zonder één moment oppositie te hebben kunnen voeren opposanten bij de Raad van State uit de rechtszaal werden verwijderd. Een rechtsgang, dat inclusief het zitten en opstaan 12 minuten heeft geduurd.
Gelukkig konden wij op het laatste moment nog melden dat wij de Raad van State in de persoon van de Nederlandse Staat bij het Europese Hof wel weer tegen zouden komen, hetgeen ons tot op heden redelijk is gelukt.
Gelukkig is daar dus nog het Europese Hof die Nederland er aan kan herinneren dat zij internationaal zo prat gaat op hun ne bis in idem beginsel.
Hoe dit nationaal uitpakt blijft een raadsel van het recht, dat krom is en blijft.

Kan het ook anders?

Jawel.
Bij een bezit van 15 kilo op Schiphol word je keer op keer zonder enig proces-verbaal gratis per vliegtuig huiswaarts gestuurd.
Teveel slikgedrag heeft hier enige verandering in gebracht, waardoor niet de drugshandelaren en de directeuren van openbare lokalen, zoals Schiphol en de vliegmaatschappijen worden getroffen, doch uitsluitend en alleen de koeriers, die door hun geboorte al zwarter dan zwart zijn.
Hun kleur in samenhang met de afwezigheid van kennis maakt hen dermate gemakkelijke slachtoffers, dat zij ten koste van het grote gewin, establishment en de grote maatschappijen best misbruikt en uitgebuit mogen worden.
Hetgeen geschied.

15 ton cocaïne invoeren volgens de IRT affaire levert ook geen vervolgingen op.

15 gram verzonnen heiligheid

Aan de heiligheid van 15 verzonnen grammen cocaïne en het technisch sepot kan in de zaak van Lord Nelson niet worden getornd, omdat dan elke basis voor de inval als sneeuw voor de zon zou zijn verdwenen.
Dit verlies van de enige basis beseft ook u en derhalve wordt door u dankbaar van de gegevens over 15 grammen en het technisch sepot gebruik gemaakt, omdat de beheerder verder namelijk niets te verwijten valt
De 15 grammen verzonnen cocaïne passen te overduidelijk in uw stramien van de beklaagde zwarter dan zwart te maken, dat u ze niet onvermeld kon laten, daarbij absoluut niet ingaand op de vele brieven, die wij over deze verzonnen middelen hebben geschreven.

Bij die 15 grammen vermeldt u ook niet, dat de spullen bij afwezigheid van een officier van justitie in beslag zijn genomen, er geen gerechtelijk analytisch rapport aanwezig is en wij de foto’s waarop een en ander te verifiëren is niet mogen bekijken.

Zoals u weet zijn er geen wettelijk verplichte gerechtelijke analytische rapporten aanwezig over de in beslag genomen middelen, zoals uw 15 grammen en mochten wij de foto’s, die van deze spullen zijn genomen, niet bekijken.
De politie heeft namelijk zo het een en ander te verbergen en u helpt hen daarbij door absoluut niet op de foto’s in te gaan.
Wordt hier wel op aangedrongen, dan wordt een van uw medewerksters vreselijk boos. Vreemd toch, omdat het Instituut NO juist in het leven is geroepen om JA tegen de burger te zeggen met de strekking: hier gaan wij iets aan doen, dit te valt niet te tolereren.

Vernietigd bewijsmateriaal in een lopende procedure

Om verdere inzage in de foto´s te voorkomen, omdat hier onomstotelijk van af te leiden valt, dat de politie niets in de discotheek Lord Nelson in beslag heeft genomen, heeft de officier van justitie van het OM te Assen mr D. ten Boer de foto’s fictief laten verdwijnen, zodat deze nooit meer te zien zouden zijn en zo niet meer kon worden afgeleid, dat geen 15 grammen cocaïne in de discotheek aanwezig zijn geweest.
Omdat het bewijsmateriaal in een lopende procedure betrof, dat niet mocht worden vernietigd, kwamen de foto’s vrij snel weer boven water.

Een politiefunctionaris te Assen meldde daarna, dat de beheerder niet op de foto’s stond en de beheerder deze foto’s vanwege privacyredenen niet mocht bekijken.
Het gegeven, dat de beheerder niet op de foto’s stond, houdt in dat hij tijdens de inval geen middelen in zijn bezit heeft gehad.
Dit gegeven was reeds bij de politie bekend.
Dit gegeven is ook bij u bekend.
Uit het gegeven, dat geen der aanwezigen ooit is vervolgd, kan eveneens worden beredeneerd, dat de hoeveelheid in beslag genomen middelen het aantal van 15 grammen nooit heeft gehaald.
Het is en blijf daarom jammer, dat deze oh zo belangrijke foto’s verborgen blijven.
De politie moet iets te verbergen hebben, anders had zij ons wel keer op keer met de foto’s dood gegooid en deze ons te pas en onpas onder de neus gewreven.

De fictieve hulpofficier

Wat de politie en justitie niet hebben te verbergen is de machtiging van binnentreden.
Die is er namelijk niet en in tegenstelling tot hetgeen u beweert was tijdens de inval geen (hulp)officier van justitie aanwezig.
Op basis van artikel 9 of 13 van de Opiumwet, waarop achteraf is binnen getreden, is dit ook niet noodzakelijk, omdat de politie bij toepassing van deze wetsartikelen niet zulke verstrekkende maatregelen, zoals het omdoen van handboeien mag uitvoeren in tegenstelling tot hetgeen zij wel heeft gedaan.
Voor andere malversaties, die de politie zich op basis van de Opiumwet meende toe te eigenen, wordt verwezen naar de brief aan Hoofdofficier van Justitie mevr. mr R.S.T. van Rossem-Broos.

Uw geknutsel over deze hulpofficier komt eveneens niet met de waarheid overeen. Zie hiervoor de diverse tegenstrijdige brieven van de hoofdofficieren van justitie en de twee rapporten van de klachtencommissie van politie, die wij over de affaire Lord Nelson van overheidszijde hebben ontvangen.
De officieren van justitie uit Heerlen, waar op eigen initiatief brigadier H.I. Huizenga in zijn contacten met Heerlen naar verwijst, bestaan ook niet en berusten eveneens op een leugen.
De gememoreerde contacten met Heerlen worden eveneens door u niet nader onderzocht om de RCID informatie enige body te geven.
Dat is jammer, omdat u hiermee heel veel waarheid links laat liggen, dat onze Nederlandse rechtstaat en het recht ten goede komt.
U kijkt wel uit.
Zo blijft de ware reden van de inval na vier jaar nog steeds een raadsel.
Vreemd hè in een rechtstaat als de onze en het instituut NO.

RCID informatie

Zoals eerder vermeldt weet u drommels goed, dat voor de inval geen enkel belastend materiaal, inclusief uw aangehaalde RCID informatie bij politie en justitie aanwezig is, uitgezonderd informatie van de politie vanuit Heerlen en toch komt de politie met een inval.
De reden van deze inval is u exact bekend, doch u kijkt wel uit deze te vermelden. Dat wordt door u en betrokken schielijk zo gelaten.
Zo hoeft u namelijk de inval niet als onwetmatig te classificeren en daarbij tevens te moeten melden dat het bewijsmateriaal onwetmatig is verkregen.
Toch meldt u in de eerste zin van uw bevindingen, dat de aanleiding van de inval RCID informatie is geweest.
Deze RCID informatie is helaas niet te achterhalen, omdat deze informatie niet bestaat.
Ons is duidelijk, waarom u toch met deze niet bestaande of niet vrij te geven informatie van de politie uit Heerlen komt.
Voor de buitenwereld doet zo’n zin van u het goed en dat mag best ten koste van de waarheid gaan.
De binnenwereld hoeft daarbij niet te vrezen dat de politie op oneigenlijke gronden de discotheek binnen is komen stormen en alle onschuldige mensen in de boeien heeft geslagen en dit boven tafel komt.
De vrees, dat elk bewijsmateriaal, ook de 15 grammen, als onwetmatig dient te worden beschouwd kan dan achterwege blijven.
Daarnaast past zo’n zin goed in uw stramien van de burger zwart maken, waardoor de politie als heilige zelfs verplicht is op te treden.
Een paar onschuldige slachtoffers meer of minder doet daarbij niet terzake.
Uw Opiumwet met zijn gedoogbeleid derogeert immers aan de Grondwet.

De RCID waar u en de korpsbeheerster mevrouw D. van As-Kleiwegt zo pontificaal naar verwijzen is, zoals u weet, pas vier maanden na de inval opgesteld, nadat de politie door de inval in problemen kwam.
De datum van deze RCID rapporten in uw informatielijst moet U daarom even weer aanpassen, zodat de werkelijke datum wordt vermeld en niet wordt voorgedaan alsof deze rapporten reeds voor de inval aanwezig waren.
De nummers van deze rapporten geven wel het goede jaartal weer, zodat voor een ieder af te leiden is, dat u bewust en met voorbedachten rade de zaak wel al te doorzichtig voorspiegelt.
Als u daarna wederom de chronologische volgorde aanhoudt, dan kunt u zien dat voor de inval absoluut geen geldige RCID informatie voorhanden is.

Deze RCID informatie met de werkelijke datum van 28 september 1999, die exact vier maanden na de inval is opgesteld, staat daarbij vol met vormfouten en leugens.
Daarnaast is niets in deze RCID informatie juridisch bevestigd.
Het eerste RCID rapport, alwaar u naar verwijst, bevat gegevens van anderhalf jaar voor de inval en is tijdens de inval ruim drie maanden verlopen, waardoor deze uit de RCID archieven had moeten zijn verwijderd.
Ook dit gegeven is u bekend, doch negeert u.
Het feit dat de politie alleen met een verlopen RCID rapport kan komen, geeft eens te meer aan, dat er geen belastende informatie over de discotheek en zijn beheerders aanwezig is.
De onbetrouwbaarheid en onjuistheid van deze RCID informatie is in een groot aantal brieven door ons aangekaart, als zijnde informatie, die bewust en met voorbedachten rade toerekenbaar door het hoofd RCID dhr A. Vries vervalst is opgesteld om achteraf de inval enigszins te kunnen rechtvaardigen.

Valse aangifte, vervolg

Deze RCID informatie werd vier maanden na de inval opgesteld, een dag voordat dat brigadier H.I. Huizenga en mr D. ten Boer aangifte deden van middelen bezit jegens de beheerder, dit terwijl de beheerder in geen enkel proces-verbaal van bevindingen voorkomt, hij niet op het politiebureau hoefde te komen, omdat hij geen verdachte was en bij politie twee lege processen verbaal van verhoor van hem aanwezig waren.
Daarnaast is in samenhang met de in beslag genomen spullen van beheerder geen foto gemaakt.
Redenen genoeg om aan te nemen, dat bij beheerder geen middelen zijn aangetroffen. Temeer vanuit het gegeven, dat het de politie en de burgemeester van Coevorden niet was gegund in de pers melding te kunnen maken van het feit, dat tijdens de inval ook de beheerder middelen bij zich had.
Deze informatie over de valse aangifte is u meerdere keren uiteen gezet en is u bekend en toch komt u, weliswaar passend in uw stramien, prominent met deze valse aangifte, door politie en justitie op 29 september 1999 jegens de beheerder ingediend, voor de dag, waarvan u weet, dat niet de klager doch brigadier H.I. Huizenga en de officier van justitie van het OM te Assen, mr D. ten Boer, hier de wet hebben overtreden.
Deze officier van justitie meldt daarbij op dezelfde dag van deze aangifte, uitgifte van nieuwe RCID informatie en de nieuwe processen verbaal, dat hij meteen een dagvaarding aan de beheerder uit gaat schrijven.
Deze dagvaarding komt er, zoals u begrijpt, nooit, wel een technisch sepot, waar u van meldt dat hierna pas hulp bij de NO is ingeroepen.
Dit is eveneens naast de waarheid.
Hulp is pas ingeroepen, nadat de bestuursrechter beide zaken, het sluiten van de discotheek en het intrekken van de vergunning in één zitting afrafelde en daarbij zelf met nieuwe leugens kwam.

De uitspraak van deze bestuursrechter, waar u in uw bevindingen veelvuldig naar verwijst, dateert niet van zondag 17 december 2000, omdat de rechtbank dan gesloten is maar van 7 december 2000.
De Raad van State is dit in samenhang met de heilige niet te controleren 15 grammen ook duidelijk gemaakt.
Deze brief willen wij u niet onthouden, omdat deze brief eens en temeer aangeeft dat u hetzelfde stramien als de Raad van State hanteert en is derhalve als bijlage 3 bijgevoegd.
Uit het antwoord van de Raad van State op deze brief kunt u constateren, dat de Raad van State loog, alles bevroor en de beheerders bij niet verwijtbaarheid eveneens als criminelen afschilderde.
Na de uitspraak van de bestuursrechter van 7 december 2000, op het moment dat wij vastbesloten bezig waren in beroep bij de Raad van State te gaan, zijn bij u de 23 klachten ingediend.

Klachten

Het indienen van de 23 klachten had toen niets meer te maken met het technisch sepot en de valse aangifte van politie waar u naar verwijst.
Op het moment van indienen bij de NO zaten de procedures voor het eerst niet meer onder de rechter, de enige reden van indienen.
De term: het zit onder de rechter, kon dan bij het niet willen afhandelen van de klachten niet meer worden gebezigd.
Dit haalde vervolgens weinig uit omdat deze slogan ogenblikkelijk werd vervangen door: hier heeft of zou de rechter over hebben geoordeeld en dat kunnen wij niet nogmaals behandelen.
Van de 23 klachten jegens gedragingen van politie tijdens de inval opgesteld, bleef daardoor bij u slechts een tweetal over, terwijl het overgrote deel van de klachten ook niet door de rechters is behandeld, ook zij kijken wel uit.
De twee klachten, die overbleven betreffen het omdoen van handboeien en het achterwege laten van wederhoor door de klachtencommissie van politie na de introductie van de nieuwe processen-verbaal van bevindingen, RCID informatie en een valse aangifte.

Wel of niet geboeid is de vraag, wel geboeid de werkelijkheid

Over het groot aantal leugens van politie rondom het omdoen van handboeien gaat u niet in.
In deze verwijzen wij u nogmaals naar onze brieven in uw informatieoverzicht, die tekstueel wel dienen te worden aangehaald in de context van tegenstrijdigheden rondom het omdoen van de handboeien. Met name het gegeven, dat de klachtencommissie van politie, vanwege het feit dat het omdoen van handboeien maar kort heeft geduurd de klacht ongegrond verklaarde en dat de beheerder niet geboeid is geweest, omdat zij hem kenden en niemand kwaad deed, staat niet in uw bevindingen vermeld. Dit lijken ons essentiële omissies, die niet zijn te rechtvaardigen en derhalve aan de bevindingen dienen te worden toegevoegd..

In het omdoen van handboeien is uw woordkeuze opvallend, daarbij waarschijnlijk anticiperend op het antwoord niet geboeid geweest.
In de vierde regel van bladzijde drie meldt u dat alle bezoekers werden geboeid.
In de volgende regel werden alle aanwezigen gefouilleerd.
Het verschil tussen beide is dat hier niet staat dat de beheerder geboeid is geweest.
Hier wordt vast vooruit gelopen op het pareren van het groot aantal leugens van politie over het omdoen van de handboeien.
Kort gezegd komt het volgende tegenstrijdige relaas van politie hier op neer, dat zij is binnen getreden, omdat Beukeveld gebruikte. Afgesproken is dat iedereen daarbij zou worden geboeid. Ook Beukeveld hoort hier dan bij.
De hoofdverdachte Beukeveld als enige, vanwege het feit dat hij een klacht had ingediend, hoefde later niet te worden geboeid en is dus volgens de politie, weliswaar in strijd met de werkelijkheid, als enige dus ook niet geboeid geweest.
Toevallig hè?
Zij kenden hem, hij deed niemand kwaad.
Hij was dat sulletje, dat tijdens de inval alleen op de barkruk zat, zie hiervoor het eerste rapport van de klachtencommissie.
Daarnaast waren er continue twee personen bij hem om hem in de gaten te houden, althans dit werd later in het tweede rapport van de klachtencommissie er aan toegevoegd.
Hij deed niemand kwaad en hij gebruikte niet en toch ondernam de politie een inval in zijn discotheek.
Om welke reden en met welk doel blijft een raadsel met als antwoord Heerlen.
Een drietal agenten, inclusief de fictieve hulpofficier van justitie, beweerde bij de klachtencommissie van politie dat Beukeveld als enige en enige hoofdverdachte niet hoefde te worden geboeid.
Later beweerde de politie, dat alleen de RCID verdachten zouden zijn geboeid.
Was Beukeveld nu wel of geen RCID verdachte is nog steeds de vraag, omdat voor de inval geen geldige RCID informatie aanwezig is en de latere wel aanwezige RCID informatie pas vier maanden na de inval is opgesteld.
Volgens de bevindingen van de NO is Beukeveld wel een RCID verdachte en is hij dus geboeid geweest.

Beukeveld is wel geboeid geweest.

Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat de politie liegt en blijft liegen.
Op de vraag waarom de politie een persoon, die veel op Beukeveld leek, hardhandig op de grond heeft gegooid, roepend dit is Beukeveld, is nog nooit een antwoord gekomen.

De wapens, die nu plots bij u te voorschijn komen, doen het ook goed om later het omdoen van handboeien te kunnen rechtvaardigen.
Alleen is ons niet duidelijk of deze wapens voor af na het omdoen van de handboeien tegen de politie mochten worden aangewend. Zij hadden reeds kogelvrije vesten om en over de discotheek was namelijk geen enkel negatief proces-verbaal bij de politie en justitie bekend.
Hieruit kon de politie dus afleiden, dat het niet om gevaarlijke gebruikende bezoekers en beheerders ging. Daarnaast wist de under-cover agente verder precies om hoeveel personen en hun hoedanigheid het ging.
Wij zijn geboeid of onze eerder gemaakte opmerking over de opmerking van de politie dat het vinden van enkele grammen cocaïne bij hen prevaleert boven artikel 11 van de Grondwet het haalt.

De under-cover agente en de 14 aanwezigen

De veertien personen, die u in uw brief noemt bestaan uit de twaalf personen, die brigadier Huizenga reeds noemt, de undercover agente en haar vriendin.
Door een andere fout bij politie tijdens de inval begaan, kwam deze vriendin op de lijst met aanwezigen te staan. Brigadier Huizenga moest haar daarom op 31 mei 1999 van de lijst met aanwezigen verwijderen.
Over de gang van zaken, dat de vriendin van de under-cover agente als normale bezoekster ook is mishandeld, gelijk alle andere onschuldige aanwezigen is een klacht bij de korpsbeheerster mevrouw D. van As Kleijwegt ingediend.

In uw bevindingen verwijst u subtiel eerst naar de 12 personen, waarna u later met de twee door brigadier H.I. Huizenga bedachte handelaren komt om het totaal op 14, conform de werkelijkheid, te krijgen.
Alleen heeft u met deze twee drugshandelaren wel een probleem.
Welke handelaar in drugs haalt het in zijn hoofd om met politiewagens voor de deur van de discotheek aan te kloppen met de vraag of zij voor handel binnen mogen komen, als de discotheek reeds stampvol met agenten zit. Deze fictieve handelaren, die zo iets stoms zouden doen, komen alleen maar in verderfelijke hoofden voor.
Het is juist dat u opmerkt dat tijdens de inval 14 personen in de discotheek aanwezig waren, alleen moet u toegeven dat met de twee ontbrekende de under-cover agente en haar vriendin worden bedoeld.
De naam van de under-cover agente is ons bekend.

Naast bovenstaande grove onvolkomenheden met de werkelijkheid en waarheid bevat uw bevindingen nog een aantal storende fouten en bewuste verschrijvingen, die bij een nieuwe versie dienen te worden gewijzigd. Niet uitputtend noemden wij reeds enkele, zoals 17 december en de jaargangen van de RCID rapporten die op 28 september 1999 zijn geschreven.

Aanvullende informatie

Als aanvullende informatie vindt u nogmaals bijgevoegd de brief van de korpsbeheerster van 3 juli 2001, de brief aan de Raad van State over de heiligheid van de verzonnen 15 grammen en zondag 17 december 2000, de brief met aanklachten jegens de brigadier H.I. Huizenga, burgemeester mr ing. B.P. Jansema en hoofd RCID dhr A. Vries aan de officier van justitie te Assen, waarin tevens alle processen-verbaal en RCID informatie uitvoering zijn weerlegd en de brief van de hoofdofficier mr D.F. Greive, waarin hij beweert, dat binnen is getreden op basis van artikel 13b Opiumwet in relatie met artikel 172 en 174 Gemeentewet en hij beweert, dat hij het proces-verbaal, dat alle bestuursrechters jegens de beheerders hebben misbruikt en waarvan de korpsbeheersters mevr. D. van As-Kleiwegt meldt dat deze vormfouten bevat, niet in zijn bezit heeft.
Het document, in hypertekstweergave, omdat dit document ook op Internet te raadplegen is, waarin de twee wezenlijk van elkaar verschillende processen verbaal over een en hetzelfde feitencomplex naast elkaar staan vermeld, willen wij u zeer zeker niet onthouden. Nadat u hiermee de onderlinge discrepanties in ogenschouw heeft genomen, moet u zich realiseren dat de verschillen met de werkelijkheid en waarheid nog veel groter zijn. Niet voor niets heeft de korpsbeheerster mevr. D van As-Kleiwegt indirect aangegeven dat hier meineed is gepleegd.

Uitdaging

Conform artikel 27 Wetboek van Strafvordering wordt de NO uitgedaagd het omdoen van de handboeien uitsluitend en alleen te evalueren met gegevens van voor de inval.
Slecht dan hebben wij vrede met de gehanteerde methodiek en is de NO zo klaar, omdat wij weten dat over deze periode geen belastende gegevens over de discotheek en de beheerders bij de politie en justitie aanwezig is.
De procedure hoeft dan niet nogmaals 2½ jaar te duren met voor ons een reactietijd van twee weken en het verbod ergens op te reageren.
Blijft de NO zich beroepen op gegevens van na de inval om hiermee het omdoen van de handboeien te evalueren en om hiermee frauderende ambtenaren het hand boven het hoofd te houden, dan melden wij nadrukkelijk, dat wij hier niet aan mee werken en dat uw bevindingen niet de onze zijn.
Deze informatie komt dan op Internet te staan.
Mocht u daarnaast uw bevindingen niet aan de werkelijkheid en waarheid aan willen passen en u gaat in de huidige vorm over tot het publiceren van uw bevindingen, dan doen wij aangifte van valsheid in geschrift door de Nederlandse Staat gepleegd.

Conclusie

Het moge duidelijk zijn dat wij ons onder geen beding met uw bevindingen kunnen verenigen, omdat deze bevindingen niet overeen komen met de werkelijkheid en waarheid.
U gebruikt uitsluitend vervalste processen verbaal van bevindingen, de vervalste aangifte en de vervalste RCID informatie om aan te geven, dat het in de discotheek een gevaarlijk roversbende moest zijn geweest, alwaar politie iedereen ongestraft mocht boeien, moest laten knielen, inwendig mocht fouilleren hangend boven het herentoilet en aan aangezichten mocht verwonden.
Hierbij gebruikt u uitsluitend en alleen informatie die na de inval is verzonnen.
Daarbij is het jammeer voor u en de frauderende ambtenaren, dat over de periode van voor de inval geen enkel belastend rapport van politie en justitie over de discotheek en zijn beheerders voorhanden is, waaruit blijkt dat politie achteraf gelijk heeft, analoog aan artikel 27 WvS.
Uw bevindingen dienen dan ook te worden herzien.
Hierbij moet nadrukkelijker van de onder uw supervisie tot stand gekomen brief van de korpsbeheerster worden uitgegaan.
Daarin staat in samenhang met het voorlopig en enig gebruikte proces-verbaal van bevindingen, dat de aanleiding van de inval is verdwenen.
De werkelijke aanleiding van de inval dient dan boven water te komen.
Aan uw tot dusver laakbare werkwijze werken wij dan ook niet aan mee.

Spoedig een verbeterde versie van bevindingen tegemoet ziend, naast informatie van voor de inval, waarmee de ware aanleiding van de inval is te achterhalen, verblijven wij.

Met vriendelijke groeten,
namens H. Beukeveld-van de Belt en F.J. Beukeveld

Dr G.J.J. Beukeveld
Renoirhof 161
1628 XC Hoorn

Voor een chronologisch overzicht van de strijd tegen corrupte ambtenaren
en bestuursrechters wordt u aangeraden met deze hyperlink te beginnen.

Aangifte van verkrachting van discotheekbezoekster in Lord Nelson
Brief aan mr. R.S.T. van Rossem-Broos Hoofdofficier van Justitie, Arrondissementsparket Assen
Enkele ambtenaren gebruiken het recht om het met voeten te treden. Dat mag ongestraft, want het gezag!
Antwoord van Mr. R.S.T. van Rossem-Broos hoofdofficier van Justitie aan dr. F.J. Beukeveld
Brief aan Jonkheer mr. J. de Wijkerslooth de Weerdesteyn, Procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
Brief aan burgemeester Jansema over onteigeningsprocedure voor Heege West 3
Discotheek Lord Nelson te Coevorden en zijn bijzondere ambtenaren
Overzicht van de beide processen-verbaal opgesteld door brigadier H.I. Huizenga
De Nationale ombudsman handelt in strijd met de waarheid
Vormfout in uitspraak Raad van State van 10 oktober 2001
Na de onwetmatige inval van de RCID politie in de discotheek Lord Nelson te Coevorden en het indienen
van aanklachten wetende deze feiten niet te hebben gepleegd worden deze overtredingen van de politie
en van de burgemeester van Coevorden door de hoofdofficier van Justitie te Assen geseponeerd.