Aantekenen
Ad van Rooij (Ecologisch Kennis Centrum) luidt de klok m.b.t. diffuse vergifting van het milieu met Wolmanzout in hout

De onbeschrijflijke grondzwendel in St-Oedenrode komt aan het licht
EuroStaete . . EKC . . Klokkenluiders <===> SDN . . Wolmanzouten . . English

Recht behoort gebaseerd te zijn op feiten en niet op verdraaide woorden

Zie vervolg onderaan !!

Henry George (1839-1897): De Aarde behoort toe aan alle levende wezens




                                                                 

Aantekenen.

                                                                  De landinrichtingscommissie

                                                                  Dienst Landelijk Gebied,

                                                                  Regio Zuid

                                                                  t.a.v. Secretaris J.N. Frumau,

                                                                  Postbus 1180,

                                                                  5004 BD Tilburg.

  

                                                                  Sint Oedenrode, 23 juli 2005.

 

 Tevens, excl. bijlagen, verstuurd per fax 013 - 5950500.

Ons kenmerk: AvR/23075/bz.

Betreft:

-         Bezwaarschrift tegen uw besluit van 16 juni 2005, kenmerk: Stoed/39785/

-         Tevens verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.

-         Tevens schade-aansprakelijkstelling van alle gemaakte en te maken kosten, geleden en nog te lijden schade.

Geachte heer Frumau,

Namens A.M.L. van Rooij en J.E.M. van Rooij van Nunen, wonende aan 't Achterom 9a, 5491 XD Sint Oedenrode, hierna te noemen: appellanten tekenen wij hierbij de volgende bezwaren aan tegen uw besluit van 16 juni 2005, kenmerk: Stoed/39785/

1e Bezwaar.

Recht behoort gebaseerd te zijn op feitelijk bewijsmateriaal en niet op verdraaide woorden en zinnen waarmee ontwijkend en/of wegglijdend wordt gereageerd op kristalheldere verzoeken om feitelijke informatie op grond van de Wet openbaarheid van Bestuur.

In uw brief van 7 juni 2005 schrijft u letterlijk het volgende:  'BBL heeft perceel 164.601B vervolgens in gebruik gegeven aan dhr. De Bie'.

Naar aanleiding daarvan hebben appellanten u om de volgende feitelijke informatie verzocht: 'Een kopie van de pachtovereenkomst tussen BBL en De Bie'.

Daarop heeft u bij brief van 16 juni 2005 het volgende verdraaide ontwijkende en wegglijdende besluit genomen:

'Voor de vraag of uw cliënt gehouden is medewerking te verlenen aan de    kavelovergang is volstrekt irrelevant de wijze waarop de relatie tussen de  toegedeelde eigenaar en de feitelijke gebruiker, de heer De Bie, is geregeld.  Overigens is ons gebleken dat in onze brief van 7 juni j.l., een fout is geslopen.  Kavel 164.601B is niet toegedeeld aan BBL, maar aan W.F.E. Margraff en na diens overlijden de Stichting Margraff. Dit maakt de zaak overigens niet anders.'

Dit maakt de zaak in tegenstelling met hetgeen u hebt beslist wel degelijk heel anders. Het is namelijk niet de BBL en ook niet de Stichting Margraff die het perceel 164.601B middels een pachtovereenkomst in gebruik heeft gegeven aan A.T.P. de Bie. Het is M. van de Laar die namens de Landinrichtingscommissie op 19 april 2005 de pachtovereenkomst met A.T.P. de Bie heeft afgesloten. Als feitelijk bewijs daarvoor vindt u aan productie 1 betreffende pachtovereenkomst d.d. 19 april 2005 van de Landinrichtingscommissie met  A.T.P. de Bie bijgevoegd.

Om als Landinrichtingscommissie deze pachtovereenkomst met A.T.P. de Bie op 19 april 2005 te kunnen afsluiten, betekent dat er vóór 19 april 2005 een overeenkomst tussen de Stichting Margraff en de Landinrichtingscommissie moet zijn afgesloten waarin betreffende aan de stichting Margraff toegedeelde kavel 164.601B in gebruik is gegeven aan de Landinrichtingscommissie. Een dergelijke overeenkomst is ons niet bekend. Wij verzoeken u daarom ons op grond van de Wet openbaarheid van bestuur de volgende informatie te verstrekken.

1e informatieverzoek.

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van een overeenkomst tussen de Stichting Marggraff en de Landinrichtingscommissie van vóór 15 april 2005 waarbij is overeengekomen dat de aan de Stichting Marggraff toegedeelde kavel 164.601B in gebruik is gegeven aan de Landinrichtingscommissie.

Een pachtovereenkomst moeten worden goedgekeurd en worden geregistreerd door de Grondkamer. Dit om te voorkomen dat grond wordt verpacht waarop nog belemmeringen liggen zoals beheersovereenkomsten, beslagleggen e.d. Wij verzoeken u daarom ons op grond van de Wet openbaarheid van Bestuur de volgende informatie te verstrekken:

2e informatieverzoek.

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van een bewijsstuk waarmee feitelijk is komen vast te staan dat de door de Landinrichtingscommissie op 19 april 2005 afgesloten pachtovereenkomst met A.T.P. de Bie is geregistreerd bij de Grondkamer.

In uw brief van 7 juni 2005 schrijft u letterlijk het volgende:

'Voor uw cliënten (vanaf hier te lezen als A.M.L. van Rooij) zijn voor de kavels 181.109 en 181.110 de nieuwe grenzen uitgezet. Tevens is van uw cliënt een kaartje op A3-formaat toegestuurd met een begeleidende brief (bijlage 2)'.

Uw bijgevoegde brief (bijlage 2) met bijbehorend kaartje op A3-formaat hebben appellanten van u nooit mogen ontvangen. Wij verzoeken u daarom ons op grond van de Wet openbaarheid van bestuur de volgende informatie te verstrekken:

3e informatieverzoek.

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van het wettelijke bewijs dat u betreffende brief met bijbehorend kaartje op A3 per aangetekende brief aan appellanten hebt verstuurd, waarmee kan worden vastgesteld dat appellanten die hebben moeten ontvangen.

In tegenstelling met hetgeen door u wordt verondersteld heeft de kavelovergang niet alleen betrekking op de kavels 181.109 en 181.110 maar ook op de kavels 181.103, 181.103M en 181.101. Daar zijn wij in ons verzoekschrift van 8 juni 2005 volstrekt helder over geweest.

Van u mag toch worden verwacht bekend te zijn met het feit dat tussen de aangesloten percelen 181.110 en 181.109 en huisperceel 181.103 van appellanten het perceel 1274700 van de Stichting Noord Brabants Landschap is gelegen en dat betreffend perceel 1274700 niet is uitgezet. Daarmee zijn automatisch de grenzen van de percelen 181.110 en 181.100 en 181.103 ook niet uitgezet. Wij verzoeken u daarom ons op grond van de Wet openbaarheid van bestuur de volgende informatie te verstrekken.

4e informatieverzoek.

Wij verzoeken u ons de volgende informatie te verstrekken:

  1. Een kopie van de gewaarmerkte veldtekeningen van het Kadaster te laten toekomen, waarop de grenzen van de kavel 1274700 van de Stichting Noord Brabants Landschap staan ingetekend.
  2. Een kopie van de foto's waarop is te zien op welke plaatsen het Kadaster piketpalen heeft uitgezet, waarop in het veld de werkelijke grenzen van de kavel 1274700 van de Stichting Noord Brabants Landschap zichtbaar zijn.

Op grond van artikel 149 van de Landinrichtingswet moet elke kavel zo worden gevormd dat het uitweg heeft op een openbare land- of waterweg. Volgens cliënten zijn de kavels 181.110 en 181.109 volledig omsloten door de volgende kavels:

-         kavel 1274700 van de Stichting Noord Brabants Landschap.

-         kavel 1496245 van de Stichting Noord Brabants Landschap.

-         kavel 1274700 van de Stichting Noord Brabants Landschap.

-         kavel 1330302 van J.A.J. van Rooij.

-         kavel 1274700 van de Stichting Noord Brabants Landshap.

-         kavel 1023701 van J.M. Bekkers.

en hebben deze kavels 181.110 en 181.109 geen uitweg op een openbare land- of waterweg. Omdat ingevolge artikel 149 van de Landinrichtingswet elke kavel zo moet worden gevormd dat het een uitweg heeft op een openbare land- of waterweg verzoeken wij u ons op grond van de Wet openbaarheid van Bestuur de volgende informatie te verstrekken.

5e informatieverzoek.

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van een gewaarmerkte tekening waarop te zien is dat de kavels 181.110 en 181.109 een uitweg hebben op een openbare land- of waterweg.

Volgens de heer W. van Heeswijk, Boxtelseweg 9, 5491 XT Sint Oedenrode hebben meerdere leden van de Landinrichtingscommissie hem mondeling te verstaan gegeven dat perceel 165.101 zijn eigendom is en dat hij er verstandig aan doet om op betreffend perceel bij de gemeente Sint Oedenrode een aanvraag in te dienen voor de aanleg van een amfibieënpoel met beplanting. Omdat burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode bij besluit van 18 mei 2005 buiten appellanten als juridisch eigenaar om daarvoor aan W. van Heeswijk een aanlegvergunning hebben afgegeven verzoeken wij u ons daarover de volgende informatie te verstrekken.

6e informatieverzoek.

Wij verzoeken u ons een afschrift te laten toekomen van de wetsartikelen met bijbehorende jurisprudentie uit de Landinrichtingswet waarmee feitelijk is komen vast te staan dat aan W. van Heeswijk, zonder toestemming van de juridisch eigenaar zijnde appellanten, een aanlegvergunning mag worden verleend voor de aanleg van een amfibieënpoel met beplanting op de bestaande percelen, sectie A, nummer 1424, 1425, 1428, 1429, 1432, 1253 en 1254 van appellanten .

7e informatieverzoek.

Omdat C. van Rossum, als verantwoordelijk wethouder Ruimtelijke Ordening van de gemeente Sint Oedenrode, mede namens burgemeester en wethouders bij besluit van 18 mei 2005 voor de aanleg van deze amfibieënpoel met beplanting aan W. van Heeswijk aanlegvergunning heeft afgegeven en diezelfde C. van Rossum de gemeenten in de Landinrichtingscommissie vertegenwoordigd, verzoeken wij u ons op grond van de Wet openbaarheid van bestuur een afschrift te laten toekomen van de artikelen uit het vigerende gemeentelijke bestemmingsplan 'Buitengebied 1997' en andere daarmee samenhangende wetgeving met bijbehorende jurisprudentie, waaruit blijkt dat burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode wettelijk gerechtigd zijn om daarvoor een aanlegvergunning af te geven aan W. van Heeswijk.

Als productie 2 vindt u bijgevoegd het door de Landinrichtingscommissie (G.M. Scholten, voorzitter en ing. J.N. Frumau, secretaris) ondertekende proces-verbaal Plan van Toedeling op bezwaar 241 dat is behandeld en goedgekeurd door M.A. van de Laar, A. van Acht namens de Landinrichtingscommissie en D.S. van Waard namens het Kadaster.

Met de bij dit proces-verbaal Plan van Toedeling behorende 'inbreng' en 'toedeling' situatie liggen de perceelsgrenzen van het oude perceel (I 833) en nieuwe perceel (181.103M) bij besluit vast. Op bij het Plan van Toedeling behorende platte grond van de 'inbreng' en 'toedeling' situatie liggen de perceelsgrenzen van het oude perceel (I 833) en nieuwe perceel (181.103M) bij besluit vast.

Bijgevoegd vindt u een 2-tal transparanten van zowel de inbreng (perceel I 833) en toedeling (perceel 181.103M) situatie. De gebouwen op de 'inbreng' en de 'toedeling' plattegronden zijn vaste punten. Leg de twee transparanten op elkaar met de gebouwen (vaste punten) precies op elkaar. Dit leidt tot de eenduidige conclusie dat het perceel sectie I 833 (inbreng) breder is dan het perceel 181.103M (toedeling).

Daarop wordt bevestigd dat het aanwezige schuurtje van de heer M. van de Biggelaar (de buurman van appellanten) is gelegen op het naastliggende perceel sectie I 833 van appellanten. Ook kunt u zien dat ruim een derde deel van de straat 't Achterom toebehoort aan perceel sectie I 833 (inbreng). Daarop wordt tevens bevestigd dat het aanwezige schuurtje van de heer M. van de Biggelaar (de buurman van appellanten) is gelegen op het naast liggende perceel sectie I 833 van appellanten.

Als productie 3 vindt u bijgevoegd het door de Landinrichtingscommissie (G.M. Scholten, voorzitter en ing. J.N. Frumau, secretaris) ondertekende proces-verbaal Plan van Toedeling op 'bezwaar 243' dat is behandeld en goedgekeurd door M.A. van de Laar en A.G.L. van Acht namens de Landinrichtingscommissie en D. van der Waard namens het Kadaster.

Met de bij dit proces-verbaal Plan van Toedeling behorende 'inbreng' en 'toedeling' situatie liggen ook de perceelsgrenzen van het oude perceel I3530 en 3531) en nieuwe perceel (181.106) van M. van de Biggelaar bij besluit vast. Ook daarop wordt bevestigd dat het aanwezige schuurtje niet op de perceel sectie I 3530 en 3531 van de heer M. van de Biggelaar (de buurman van appellanten) is gelegen maar op het naast liggende perceel sectie I 833 van appellanten. Daarmee is nogmaals bevestigd dat de perceelsgrenzen van zowel het percelen sectie I 833 alswel sectie I 3530 (inbreng) op ruim een derde van de straat 't Achterom zijn gelegen.

Bovengenoemde toedeling, waaraan onlosmakelijk de bijbehorende 'inbreng' verbonden is, is onherroepelijk en door een door de Landinrichtingscommissie aangewezen notaris bij notariële akte vastgesteld in overeenstemming met artikel 207 van de Landinrichtingswet. Hierover valt juridisch dan ook niet meer te twisten.

In de als bijlage 1 toegezonden stukken met als kop 'eigenaren en gebruikers per 1 november naar nieuwe kavels' schrijft u over niet zichtbare grenzen letterlijk het volgende (zie productie 4):

            'niet zichtbare grenzen'.

Het komt echter voor dat een grens niet in het terrein zichtbaar is en alleen maar voorkomt op de kaarten van het Kadaster. Wanneer het een nieuwe onzichtbare grens betreft, of een oude onzichtbare grens waarvoor aan een of twee zijden een nieuwe eigenaar is komen te liggen, dan wordt zo'n grens uitgezet in het terrein. Gaat het om een oude onzichtbare perceelsgrens waarvan de eigendomssituatie aan weerszijden van de grens niet gewijzigd is dan wordt deze grens niet uitgezet.

            'Hoe wordt de grens uitgezet?

Het Kadaster zet kavelgrenzen uit onder verantwoordelijkheid van de Landinrichtingscommissie. De uitgezette grenzen worden gemarkeerd door een plastic buis. Hierbij wordt een houten piket geplaatst'.

Bovengenoemde onherroepelijke geworden 'inbreng' en 'toedeling' situatie is bij notariële akte vastgesteld en daarmee juridisch bindend. Het betreffen hier oude onzichtbare grenzen waarvan aan een zijde een nieuwe eigenaar is komen te liggen. Deze oude kavelgrenzen hadden volgens uw eigen regeling onder verantwoordelijkheid van de Landinrichtingscommissie door het Kadaster moeten worden uitgezet. Deze uitgezette oude grenzen hadden moeten worden gemarkeerd door een plastic buis waarbij een houten piket wordt geplaatst. Deze oude onzichtbare perceelsgrenzen zijn niet uitgezet. Wij verzoeken u daarom ons op grond van de Wet openbaarheid van bestuur de volgende informatie te verstrekken:

8e informatieverzoek.

Wij verzoeken u ons kopie te laten toekomen van foto's waarop te zien is op welke plaatsen het kadaster de oude onzichtbare grenzen naast de nieuw toegewezen percelen 181.103M, 181.101 en 181.103 heeft gemarkeerd met een plastic buis waarbij een houten piket is geplaatst.

Met nadruk verzoeken wij u zich niet te laten beïnvloeden door M. van de Laar die namens de landbouw en C. van Rossum die namens de gemeenten in de Landinrichtingscommissie zitten. Dit omdat zij beiden in deze zaak zwaar belangenverstrengeld zijn, dat met het overleggen van de volgende producties glashelder wordt.

Als productie 5 vindt u bijgevoegd het uittreksel betreffende de kavel Sint Oedenrode sectie I nr. 3531 groot 72 a 42 ca over de toestand per 19 - 08 - 1996 van het Kadaster te Eindhoven. Met die inhoud is feitelijk komen vast te staan dat A.J.P. Essens getrouwd is met M.A.C. van den Biggelaar en betreffend perceel sectie I nr. 3531 in eigendom heeft. Het is hierbij van groot belang te weten dat A.J.P. Essens een volle zus is van de vrouw van M. van de Laar.

Als productie 6 vindt u bijgevoegd de beschikking B.A. nr. 96.148 van 13 augustus 1996 van het dagelijks bestuur van het waterschap De Dommel met bijbehorende plattegrond tekening aan F. van de Biggelaar 't Achterom 5a, 5491 XD Sint Oedenrode. F. van de Biggelaar is de zoon van A.J.P. Essens en moet oom zeggen tegen M.A. van de Laar.

Het op deze plattegrond aanwezige schuurtje is niet juist ingetekend, Betreffend schuurtje heeft Van de Biggelaar gebouwd op het perceel sectie I nummer 833 van appellanten. Echter door dat schuurtje in te tekenen op het perceel sectie I nummer 3541 heeft F. van de Biggelaar van het dagelijks bestuur van het waterschap De Dommel vrijstelling kunnen krijgen om de ter plaatse liggende watergang over een breedte van ± 1 meter te dempen waardoor hij nog meer grondeigendommen van appellanten heeft afgenomen. Dit moet kost wat kost de doofpot in.

Ondanks het feit dat in de procesverbalen van Plan van Toedeling de inbreng situatie waarbij betreffend schuurtje is gelegen op het perceel sectie I nummer 833 onherroepelijk vastligt en M. van de Laar daarbij aanwezig was wordt niet tot de wettelijk verplichte uitzetting van deze werkelijke oude grens overgegaan. Dit omdat daarmee de door F. van de Biggelaar gepleegde fraude wordt blootgelegd. Dit mag niet. Dit kan niet. M. van de Laar, als oom van F. van de Biggelaar, moet als lid van de Landinrichtingscommissie dan ook alle mogelijke middelen en contacten aanwenden om dat te voorkomen. Hij krijgt daarvoor de onverkwikkelijke steun van commissielid C. van Rossum omdat die in deze zaak ook zwaar belangenverstrengeld is, hetgeen de volgende producties glashelder maken.

Als productie 7 vindt u bijgevoegd de op 10 februari 1999 ingekomen bouwaanvraag voor betreffend schuurtje van F. van de Biggelaar bij de gemeente Sint Oedenrode met bijbehorende platte grondtekening.

Op bijbehorende plattegrond tekening heeft F. van de Biggelaar betreffend schuurtje aangekruist als liggend op perceel sectie I nummer 3531, terwijl het in werkelijkheid is gelegen op het perceel sectie I nummer 833 van appellanten. Om daarmee toch weg te kunnen komen heeft F. van de Biggelaar op de aanvraag zelf de kadastrale gegevens niet ingevuld. Ondanks dat hebben burgemeester en wethouders, met als verantwoordelijk wethouder C. van Rossum, deze aanvraag toch geaccepteerd. Hoever C. van Rossum daarbij gaat maken de volgende feitelijke bewijsstukken glashelder:

Als productie 8 vindt u bijgevoegd het verzoek van 7 april 1999, nummer B990072, van burgemeester en wethouders aan Gedeputeerde Staten van Noord Brabant om een verklaring van geen bezwaar vanwege het feit dat F. van de Biggelaar betreffend schuurtje van hen heeft mogen bouwen in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

Als productie 9 vindt u bijgevoegd het besluit van 1 juni 1999, nrs. 199950623/617513, van Gedeputeerde Staten van de provincie Limburg aan burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode. In betreffend besluit schrijven Gedeputeerde Staten van Noord Brabant over het in geding zijnde schuurtje letterlijk het volgende:

'Wij overwegen daarbij het volgende: Op 11 mei 1999 hebben wij een beslissing    genomen over goedkeuring van het bestemmingsplan 'Buitengebied 1997'. Wij      hebben daarbij goedkeuring onthouden aan de bepaling in dat bestemmingsplan waarop het voorliggende bouwplan anticipeert'.

Ieder normaal denkend mens zou nu denken. F. van de Biggelaar moet betreffend schuurtje afbreken. Niets is minder waar.

Als productie 10 vindt u bijgevoegd het besluit nummer 99.877, van 9 september 1999 van burgemeester en wethouders. Daarin hebben burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode met als verantwoordelijk wethouder C. van Rossum letterlijk het volgende beslist:

'Door de gemeenteraad is onlangs besloten om tegen het besluit van GS tot onthouding van goedkeuring aan onder andere het hier van belang zijnde artikel in bestemmingsplan buitengebied 1997 beroep bij de Raad van State in      te stellen. Wij zijn van mening dat het niet redelijk is reeds hangende dit beroep handhavend op te treden tegen dit bouwwerk en zullen het bouwwerk hangende dit beroep dan ook gedogen. In de toekomst ontstaat mogelijk immers wel een legaliseermogelijkheid.'

Dit is besloten met de wetenschap dat betreffend schuurtje op het perceel sectie I nummer 833 van appellanten is gelegen. Bij verantwoordelijk wethouder C. van Rossum was dat erg goed bekend omdat hij als lid van de landinrichtingscommissie daarin de gemeenten vertegenwoordigd. Hierover heeft hij toentertijd dan ook de gemeenteraadsleden van Sint Oedenrode opzettelijk onjuist geïnformeerd. Dit moet kost wat kost de doofpot in omdat daarmee de functie van C. van Rossum als wethouder van Sint Oedenrode en als lid van de Landinrichtingscommissie op het spel komt te staan.

Ondanks het feit dat in de procesverbalen van Plan van Toedeling de 'inbreng' situatie waarbij betreffend schuurtje is gelegen op het perceel sectie I nummer 833 onherroepelijk is, wordt niet tot de wettelijk verplichte uitzetting van deze werkelijke oude grens overgegaan omdat daarmee de hulp van C. van Rossum aan deze door F. van den Biggelaar gepleegde fraude wordt blootgelegd. Dit mag niet. Dit moet kost wat kost de doofpot in. C. van Rossum zal dan ook al zijn invloed aanwenden om dat in de doofpot te houden.

De invloed van C. van Rossum om dat in de doofpot te houden is onmiskenbaar groot omdat hij als verantwoordelijk wethouder jarenlang zijn bevoegdheden heeft misbruikt om houtimpregneerbedrijf Gebr. van Aarle BV. (is familie van Van den Biggelaar) via F. van de Biggelaar als dekmantel met zo'n 3 hectare grond te willen laten uitbreiden. De volgende producties maken glashelder hoever C. van Rossum daarmee is gegaan.

Als productie 11 vindt u bijgevoegd het gedoogbesluit d.d. 2 december 1996, nummer 96.1083, van burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode inzake de met het bestemmingsplan strijdige houtbewerkende activiteiten van F. van de Biggelaar op het adres 't Achterom 5a. Daarmee wordt door verantwoordelijke wethouder C. van Rossum gedoogd dat F. van de Biggelaar ter plaatse een houtbewerkend bedrijf heeft opgestart zonder een daarvoor vereiste milieuvergunning in strijd met het ter plaatse geldende  bestemmingsplan.

Als productie 12 vindt u bijgevoegd de op 24 december 1996 ingekomen meldingsaanvraag van R. van de Biggelaar voor het verlenen van een milieuvergunning ingevolge het Besluit houtbewerkende bedrijven milieubeheer.

Als productie 13 vindt u bijgevoegd het meldingsbesluit van 26 mei 1997, nummer: M96058, van burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode.

Met dit meldingsbesluit hebben burgemeester en wethouders, met als verantwoordelijk wethouder C. van Rossum, aan F. van de Biggelaar milieuvergunning verleent voor het in wekring brengen en houden van een houtbewerkend bedrijf op 't Achterom 5a in strijd met het ter plaats geldende bestemmingsplan. Om tegenover de gemeenteraadsleden en de inwoners van Sint Oedenrode de schijn te wekken dat daartegen handhavend zal worden opgetreden heeft C. van Rossum namens burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode middels een foutief opgestelde dwangsombeschikking een procedure gestart tegen F. van de Biggelaar. Dit met de wetenschap dat de gemeente die voor de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zal gaan verliezen. De volgende feitelijke bewijsstukken maken dat glashelder.

Als productie 14 vindt u bijgevoegd het besluit van 7 september 1999, nummer 99.1168, van burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode aan F. van de Biggelaar met bijbehorend verslag van de hoorzitting die werd voorgezeten door C. van Rossum.

Als productie 15 vindt u bijgevoegd het artikel 'Rooise houtbewerker is van dwangsom af' uit het Eindhovens Dagblad van 26 november 1999. In betreffend artikel staat o.a. letterlijk het volgende:

'De door de gemeente uitgevaardigde dwangsombeschikking is gisteren door rechter W. Koijnenbelt van de Raad van State in Den Haag vernietigt. Dat is gebeurd om dat het gemeentebestuur (C. van Rossum) een rammelende motivering met de beschikking meestuurde. Er stond ondermeer in dat Van den Biggelaar volgens het bestemmingsplan geen timmerbedrijf mag hebben aan 't Achterom. De bestemmingsplankwesties mogen echter niet vermengd worden met milieuaangelegenheden. De vernietiging is door Konijnenbelt uitgesproken op verzoek van Van Den Biggelaar.'

In artikel 21, lid 2, van het bestemmingsplan 'Buitengebied 1997' staat over gebruik van gronden letterlijk het volgende geschreven:

            'Het gebruik van gronden anders dan voor bebouwing alsmede het gebruik van zich op die gronden bevindende bouwwerken dat in strijd is met het in artikel 22 bepaalde en dat reeds plaatsvond voor de datum, waarop het plan       rechtskracht heeft gekregen mag worden voortgezet.'

Hiermee is feitelijk glashelder komen vast te staan dat burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode onder leiding van verantwoordelijk wethouder C. van Rossum aan F. van de Biggelaar milieuvergunning hebben verleend voor deze met het bestemmingsplan strijdige houtverwerkende activiteiten met de bedoeling dat via de overgangsbepalingen uit het nieuwe bestemmingsplan 'Buitengebeid 1997' gelegaliseerd te krijgen.

Daarmee zou tevens via die overgangsbepalingen uit dat bestemmingsplan de woning 't Achterom 5a zijn gelegaliseerd, waarmee ter plaatse in strijd met het bestemmingsplan een tweede woning zou zijn gelegaliseerd. Dit is gedaan met de wetenschap dat ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan alleen de woning 't Achterom 5 bestaat.

Met deze hulp heeft verantwoordelijk wethouder C. van Rossum bewerkstelligd willen krijgen dat Van den Biggelaar middels de overgangsbepalingen uit het 'bestemmingsplan 1997'

-         een tweede woning verkreeg.

-         zo'n 3 hectare agrarische grond heeft weten om te zetten naar houtbewerkende industriegrond.

Daarmee zou Van den Biggelaar met de hulp van verantwoordelijk wethouder C. van Rossum in een klap meer dan 1 miljoen euro's rijker zijn geworden.

Deze jarenlang voortdurende helpende handelwijze van C. van Rossum aan F. van de Biggelaar heeft cliënten veel geld gekost en heeft geleid tot diverse pogingen van doodslag door Van den Biggelaar tegen A.M.L. van Rooij en zijn moeder. Als feitelijk bewijs daarvoor vindt u als productie 16 bijgevoegd het proces-verbaal van aangifte, mutatienummer: PL2120/96-629723, van Ing. A.M.L. van Rooij bij A.C.H.M. Cleijsen, brigadier van politie, regio Brabant Noord, district Z.

Deze aangifte en alle andere aangiften hebben de politie regio Brabant Noord nooit ter behandeling doorgestuurd aan de officier van justitie waartoe zij wettelijk verplicht waren. De reden dat dit niet is gebeurd moet gezocht worden in het feit dat het hoofd van de politie, zijnde burgemeester P. Schriek, ook groot belang had met bovengenoemde ontwikkelingen rondom houtbewerkend bedrijf van F. van de Biggelaar als dekmantel. Het grote belang van burgemeester P. Schriek die samen met C. van Rossum in het college van burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode zat, moet gezocht worden in het feit dat het perceel van Van den Biggelaar grenst aan het perceel van houtverwerkend bedrijf Gebr. van Aarle B.V. Door betreffend perceel van Van den Biggelaar middels de overgangsbepalingen in het nieuwe bestemmingsplan buitengebied omgetoverd te kunnen krijgen van agrarische grond naar industriegrond, waarop houtbewerkende activiteit mogen plaatsvinden, kan de Gebr. van Aarle B.V. zijn houtimpregneerbedrijf met zo'n 3 hectare uitbreiden. Dat burgemeester P. Schriek maar ook C. van Rossum daar zeer groot belang mee hadden blijkt uit de volgende producties.

Als productie 17 vindt u bijgevoegd blz. 6 uit de onherroepelijke uitspraak nr 200408002/1 van 20 juli 2005 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarin heeft ons hoogste rechtscollege inzake het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. letterlijk het volgende beslist:

'verder overweegt de Afdeling dat de Wet milieubeheer geen betrekking heeft       op mogelijk schadelijke gevolgen van het buiten de inrichting gebruiken en in    het afvalstadium geraken van de binnen de inrichting vervaardigde producties.'

Met deze onherroepelijke uitspraak is feitelijk komen vast te staan dat in de aan de Gebr. van Aarle B.V. verleende milieuvergunning niet is geoordeeld over de milieu- en gezondheidsschade die het bedrijf aanricht met de productie en verkoop van gewolmaniseerde houten producten als kinderspeeltoestellen, picknicktafels, tuinhuisjes, schuttingen, vlonders, pergola's e.d. aan de inwoners van Sint Oedenrode en omliggende gemeenten. De Gebr. van Aarle B.V. heeft op deze wijze vanaf 1992 tot op heden maar liefst zo'n 60.000 m3 gewolmaniseerd hout met daarin maar liefst zo'n 80.000 kg. arseen en zo'n 120.000 kg. chroom VI aan kankerverwekkende stoffen bij de mensen in Sint Oedenrode en omliggende gemeenten in tuinen kunnen dumpen. Dit met de wetenschap dat arseen en chroom VI zwarte lijststoffen zijn die in internationaal verband al vanaf 1986 met de best bestaande techniek uit water, bodem en lucht hadden moeten worden geweerd.

Omdat betreffende wolmanzouten zijn samengesteld uit hoogproblematisch gevaarlijk afval van Billiton, dat wettelijk tegen zeer hoge kosten eeuwig had moeten worden opgeslagen, betekent dat enkele personen hieraan onrechtmatig vele miljoenen (miljarden) euro's hebben verdiend. Dit alles hebben voormalig burgemeester P. Schriek en verantwoordelijk wethouder C. van Rossum al die jaren tegenover alle gemeenteraadsleden en inwoners van Sint Oedenrode verzwegen.

Zo heeft het kunnen gebeuren dat o.a. Hickson Garantor B.V. (thans Arch Timber Protection B.V.) als leverancier van betreffend Superwolmanzout-CO via meerdere houtimpregneerbedrijven als dekmantel, waaronder de Gebr. van Aarle B.V., met de hulp van verantwoordelijk wethouder C. van Rossum en voormalig burgemeester P. Schriek maar liefst 13 miljoen kilogram arseen (arseenzuur) en 30 miljoen kilogram chroom VI (chroomtrioxide) via de door hen vervaardigde geïmpregneerde houten producten op een ongecontroleerde wijze bij 16 miljoen Nederlanders in de tuin hebben kunnen dumpen. Miljoenen mensen zullen daarvan vroeg of laat ernstig ziek worden totdat de kankerdood daarop volgt. Voor feitelijke onderbouw zie als productie 18 bijgevoegd artikel 'Aan die 13 MIO kilo arsenicum en die 30 MIO kilo chroom VI kan het niet gelegen hebben' d.d. 19 januari 2004 van Pamela Hemelrijk. Wij verzoeken u kennis te nemen van de inhoud en die inhoud hier als herhaald en ingelast te beschouwen,

Hoe groot het belang van voormalig burgemeester P. Schriek van Sint Oedenrode was met de vergiftiging van geheel Sint Oedenrode en omliggende gemeenten met het kankerverwekkende arseen en chroom VI via dekmantelbedrijf Gebr. van Aarle B.V, maakt het volgende artikel duidelijk.

Als productie 19 vindt u bijgevoegd het artikel 'Burgemeester schakelt vertrouwensarts in' uit het Eindhovens Dagblad van 1 september 1992. In betreffend artikel staat o.a. letterlijk het volgende:

'Van Rooij had inmiddels geprotesteerd bij burgemeester en wethouder Schriek vanwege het feit dat deze persoonlijk Jans had ingeschakeld zonder vooraf met hem te hebben overlegd en zonder zijn instemming. Schriek kent Jans persoonlijk van zijn voorzitterschap van de GGD in Breda.'

Het is hierbij goed te weten dat dezelfde GGD-arts H. Jans samen met Hickson Garantor B.V., de leverancier van het bestrijdingsmiddel Superwolmanzout-CO, voor de Gebr. van Aarle B.V. achter het bureau een rapport hebben geschreven waarin staat verwoord dat de bij de Gebr. van Aarle B.V. vrijkomende stoom geen arseen en chroom VI bevat, zonder dat er ter plaatse ook maar ooit is gemeten. Uit metingen later bij het vergelijkbare houtimpregneerbedrijf Carl Tissen Import Export B.V. te Luyksgestel is gebleken dat betreffende vrijkomende stoom zodanig hoge concentraties aan arseen en chroom VI bevatte dat daarbij de buitenluchtnorm buiten het bedrijventerrein worden overschreden. Als gevolg daarvan hebben o.a. appellanten al vanaf augustus 1992 veel gif moeten inademen en zijn de onroerende goederen daarmee vergiftigd. Wie gaat dat betalen?

Hoe groot het belang is van burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode, met daarin verantwoordelijk wethouder C. van Rossum, om het bedrijf van de Gebr. van Aarle B.V. kankerverwekkend gif te laten dumpen bij de inwoners van Sint Oedenrode en omliggende gemeenten in tuinen blijkt ook uit de volgende brief van de Regionaal Inspecteur van VROM:

Als productie 20 vindt u bijgevoegd de brief van 5 september 1989, kenmerk: 2589012/vdl, van dr. H.A.M.A. de Vries, Regionaal Inspecteur van de Volksgezondheid voor de milieuhygiëne. In betreffende brief schrijft dr. H.A.M.A. de Vries inzake het bedrijf Gebr. van Aarle B.V. letterlijk het volgende:

-         alvorens met de bouw van een houtimpregneerinstallatie kan worden begonnen dient eerst het terrein gesaneerd te zijn.

-         Verder is mijn standpunt, ten aanzien van het eventueel verlenen van een bouwvergunning u bekend. Ik acht verlening hiervan in strijd met het vigerende bestemmingsplan.

Om dit alles te omzeilen hebben burgemeester P. Schriek en verantwoordelijk wethouder C. van Rossum oogluikend gedoogd dat de Gebr. van Aarle B.V. betreffende houtimpregneerinstallatie op betreffend sterk verontreinigd bedrijventerrein heeft gebouwd zonder een vooraf vereiste bouwvergunning met als resultaat dat betreffend sterk verontreinigde bedrijventerrein nog steeds niet is gesaneerd.

Tot op de dag van vandaag mag de Gebr. van Aarle B.V. van burgemeester en wethouders van Sint Oedenrode, waaronder C. van Rossum, zijn houtimpregneerbedrijf in werking houden in strijd met het bestemmingsplan 'Buitengebied 1997' op sterk verontreinigde grond met daarop bouwwerken die zijn gebouwd zonder een daartoe vereiste bouwvergunning. Om deze grootschalige vergiftiging via dekmantelbedrijf Gebr. van Aarle B.V. eeuwig veilig te stellen moeten bij appellanten alle mogelijke inkomstenbronnen worden afgenomen zodat appellanten geen geld meer hebben om daartegen nog langer te procederen. Daarmee is bovengenoemde handelwijze van de landinrichtingscommissie, waarin C. van Rossum en M. van de Laar zijn vertegenwoordigd, volledig verklaard.

Met nadruk verzoeken wij u zich door de commissieleden M. van de Laar en C. van Rossum niet te laten beïnvloeden en een rechtmatige beslissing te nemen op ons bovengenoemd bezwaarschrift en 8-tal verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur.

Schade-aansprakelijkstelling

Wij stellen u hierbij aansprakelijk voor alle gemaakte en nog te maken kosten, geleden schade en nog te lijden schade.

Een afschrift van dit bezwaarschrift hebben wij verstuurd aan:

-         J. Verhagen, Raadslid bij de gemeente Sint Oedenrode.

-         G.H.C. van den Oetelaar, wethouder Volkshuisvesting, Ruimtelijke ontwikkeling & milieu bij de gemeente Boxtel.

-         R.M. Brockhus, journalist bij de Stichting Sociale Databank Nederland (www.sdnl.nl)

-         diverse niet nader te noemen andere personen die hierin zijn geïnteresseerd en daarbij belang hebben.

In afwachting van uw besluit op bovengenoemd bezwaarschrift en uw besluit op bovengenoemd 8-tal verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur, verblijven wij,

Hoogachtend,

Ecologisch Kennis Centrum B.V.

voor deze,

ing. A.M.L. van Rooij

directeur.

Bijlagen:

Prod. 1 ( 1 blz)     Prod. 6  ( 4 blz)     Prod. 11 ( 5 blz)     Prod 16 (2 blz)

Prod. 2 ( 8 blz)     Prod. 7  ( 6 blz)     Prod. 12 ( 4 blz)     Prod 17 (1 blz)

Prod. 3 ( 8 blz)     Prod. 8  ( 3 blz)     Prod. 13 ( 1 blz)     Prod 18 (4 blz)

Prod. 4 ( 1 blz)     Prod. 9  ( 2 blz)     Prod. 14 ( 5 blz)     Prod 19 (1 blz)

Prod. 5 ( 2 blz)     Prod. 10 ( 2 blz)    Prod. 15 ( 1 blz)     Prod 20 (1 blz)

De onbeschrijflijke grondzwendel in St-Oedenrode komt aan het licht
WOB-verzoek aan de Dienst Landelijk Gebied, Regio Zuid, de heer G.M. Scholten
Brief aan Rechtbank 's-Hertogenbosch, Mr. J.P.M. van der Ham, om zitting op te schorten
Verzoek aan Rechtbank 's-Hertogenbosch, Mr. J.P.M. van der Ham, om voorbespreking
Schade-aansprakelijkstelling van W. van Heeswijk i.v.b. ruiverkaveling van gronden